Dag 5: Van Maastricht naar Maastricht via Valkenburg (50 km)
We zijn deze morgen weer afgesproken om 8 uur voor het ontbijt. Wanneer we onze neus eens buiten steken om de temperatuur op te meten schrikken we toch wel eventjes. Het is duidelijk veel frisser dan de vorige dagen en er staat voor de verandering ook geen zonnetje aan een staalblauwe hemel. De weersvoorspellingen lijken uit te komen. Dat is niet zo goed want er wordt zelfs een beetje regen rond de middag voorspeld. Dat zal ons echter niet tegenhouden. Het (weliswaar kleine) tafeltje waar we met zijn vieren aan zitten, wordt volgepropt met allerlei bordjes en potjes. Er is weer een eitje op een paar toasten en een croissant van de partij maar ook een kommetje met yoghurt met granola en fruit. Laat de Cauberg maar komen!!! Die zullen we eens opvliegen op een manier waarvan de profrenners opschrikken.
We planden om 9 uur te vertrekken maar het duurt een tijdje vooraleer we de voorwielen in de juiste richting krijgen. Het Maastrichtse fietsnetwerk is net wat te ingewikkeld voor onze gecombineerde intellectuele capaciteiten. Na een paar keer heen en weer gereden te hebben in de onmiddellijke omgeving van het station en zijn fietstunnels slagen we er dan toch in op ons gepland parcours te komen. Nu is het maar verder pedaleren en is onze lus van Maastricht naar Valkenburg en terug zo klaar als Kees.
Ons parcours loopt eerst in noordelijke richting langs het Julianakanaal en buigt dan in Oostelijke richting naar Valkenburg toe. So far, so good. Het probleem is echter dat onze lus een nogal rare vorm heeft met 4 plaatsen waar de heen en de terugtocht kruisen. Dit zijn, met andere woorden 4 plaatsen waar “men” zich makkelijk kan vergissen terwijl men toch nog denkt dat men het juiste spoor volgt. Jullie voelen me waarschijnlijk al komen. Inderdaad, de gids mag dan wel ervaren zijn, hij let niet op de algemene richting die moet gevolgd worden en neemt een afslag in de verkeerde richting waardoor we plots weer in de outskirts van Maastricht in plaats van op het marktplein van Valkenburg staan. Aiaiai, daar gaat zijn (= mijn) reputatie en nog erger, mijn fooi, vrees ik. Gelukkig kan ik claimen dat ik mijn medereizigers (toegegeven, door een foute afslag te nemen, maar daar gaan we het niet over hebben) toch tot boven op de Cauberg gebracht heb … al was dat met mij in laatste positie … maar dat was natuurlijk om te zorgen dat niemand (verder dan mijzelf) achterbleef.
Enfin, onze rit vandaag is maar 35 km lang ipv de geplande 50 maar daar lijkt niemand rouwig om. Bovendien laat dit ons toe op ons gemak naar het bezoek van het Bonnefantenmuseum toe te leven. Er is daar namelijk een tentoonstelling van de Gentse Berlinde De Bruyckere en (de bijna Gentse) Pieter Brueghel, de Jongere. We fietsen tot aan de Markt waar het net markt is en waar we een lunch verorberen terwijl Erik onze fietsen nauwlettend in de gaten houdt. Deze morgen heeft de man van de ondergrondse fietsstalling rechtover ons hotel hem immers verteld hoeveel fietsen in Maastricht dagelijks gestolen worden. Het zal ons niet gebeuren want we willen niet te voet van Maastricht naar Leuven terugkeren.
Na de lunch lijkt de zon verwoede pogingen te willen ondernemen om door te breken waardoor de temperatuur beetje bij beetje omhoog gaat. We besluiten naar het hotel te rijden, de fietsen te stallen en wat te rusten vooraleer om 3 uur naar het Bonnefantenmuseum te stappen. Ik spendeer het grootste deel van de rusttijd aan het nadenken over hoe ik de mislukking van mijn gids opdracht best kan uitleggen. Het bovenstaande is het beste waar ik kon opkomen. Mien loodst ons om 3 uur feilloos van het hotel naar het museum. Ik zal moeten opletten dat zij zich niet opwerpt als de ervaren gids van het peloton voor de komende dagen.
Het Bonnefantenmuseum is het bezoek meer dan waard, allereerst omwille van het gebouw zelf (Erik vertelt hoe de hand van de Italiaanse architect Rossi kan herkend worden) maar ook omwille van de tijdelijke (De Bruyckere en Breugel) en permanente tentoonstellingen. Om 5 uur worden we vriendelijk verzocht het gebouw te verlaten waardoor we langs de Maas terug naar het hotel wandelen. Onderweg kunnen we de lokroep van een mooi terrasje niet weerstaan. Deze lokroep werkt zo op onze appetijt dat we een oer-Nederlandse bittergarnituur bij bestellen om daarna zelfs te besluiten ergens in de buurt een restaurant te zoeken. Dit is een goede zet want door het vroege uur kunnen we bij Jef’s gastrobar toch nog de voetjes onder de tafel schuiven. Andere restaurants in de buurt, die door onze trouwe lezers gesuggereerd waren, hadden namelijk geen plaats meer in hun herberg. We eten lekker en voelen ons niet al te erg onder druk gezet (we mochten maar binnen op voorwaarde dat we binnen het uur weer buiten waren).
De avond is dus nog jong en we besluiten de wandeling terug naar het hotel te optimaliseren door op een terrasje (of twee, we moeten zo veel mogelijk neringdoeners toch iets gunnen) nog iets te gaan nuttigen. Mien heeft al sinds gisteren zin in ijscrème en “de mannen” sluiten de avond op het terrasje van ons hotel af met een grappa. Daarna is het tijd om de Rode Duivels te gaan steunen en het werkt. Zelfs in afwezigheid van Timothy Castagne (die Belgen lijken toch allemaal zwakke oogkassen te hebben) worden de Russen met 3 – 0 ingeblikt. Een mooi slot aan een ondanks alles mooie dag.
Tot de volgende keer (ook voor nieuwe lezers in Overmere)
Dag 4: Van Aldeneik naar Maastricht via Bilzen (= 67 km)
We slapen goed en ik besluit vooraleer de wekker zijn werk gedaan heeft recht te kruipen zodat ik de blog van gisteren met een heldere geest kan schrijven. Ik slaag maar gedeeltelijk (het heldere geest deel) in het opzet. Om 8 uur hebben we met Mien en Erik voor het ontbijt afgesproken. Niet omdat we persé al veel honger hebben maar omdat we er toch kloek moeten opstaan voor de 65 geplande km van vandaag. Het ontbijt is lichter dan wat we de voorbije paar dagen geserveerd gekregen hebben … tot … wanneer er twee borden roereieren met bacon als toemaatje geserveerd worden. De dames laten deze kelk aan zich voorbij gaan waardoor Erik en ik de zware verantwoordelijkheid om de chef kok niet teleur te stellen op ons moeten nemen. A man gotta do what a man gotta do, nietwaar?
Rond 9 uur staan de fietsen volledig opgetuigd klaar, maar is de blog maar half afgewerkt. Dat zal iets voor vanavond zijn. We kunnen dus in optima forma de rit naar Maastricht aanvatten. Mien heeft, om die optima forma te bereiken, een pijnstiller moeten nemen want haar ribben zitten nog niet allemaal terug op de juiste plaats. Hopelijk is dit morgen niet meer nodig.
We gebruiken tijdens de eerste paar tientallen km meestal een jaagpad langs één of andere waterloop. Het is hier tamelijk ingewikkeld met een kanaal, de Maas en zijn zijarmen en meren / grote plassen die overblijven na het winnen van een of andere niet definieerbare smurrie uit de grond / zijarmen van de Maas. Hierdoor is het reliëf vrij vlak en houdt alleen de wind ons tegen om duizelingwekkende snelheden te ontwikkelen. Toch zijn we al rond 11 uur in Lanaken waar we besluiten Paul & Lieve te bellen om hen van ons geschat aankomstuur te verwittigen. Vanaf Lanaken wijken we af van de Maasroute om resoluut Westwaarts (en dus vol tegen de wind) naar Bilzen te rijden. Om 12 uur en na een kleine 50 km bellen we bij Paul en Lieve aan. De “bokes” die Paul beloofd had vallen reuze mee. We hadden een paar sneden brood en beleg verwacht, maar worden getrakteerd op kleine broodjes die sierlijk en kleurrijk belegd zijn met allerlei lekkers en na de broodjes volgen nog twee Limburgse vlaaien (abrikoos en rabarber werden ingezet om de taarten tot Limburgse trots te verheffen).
Na Paul en Lieve vatten we de laatste 15 km naar Maastricht aan. Paul had ons gewaarschuwd: we moeten de berg op. Hoezo berg?? Het is hier toch allemaal vlak?!! Of toch niet. Het verlaten van Bilzen kan blijkbaar alleen door over de waterscheiding tussen het Schelde- en het Maasbekken te rijden en dat gaat minder vlotjes dan verwacht … ook al omdat zowel Erik als ikzelf vergeten zijn ons motortje aan te zetten. Dat euvel wordt snel verholpen en nu gaat het een stuk vlotter naar boven. Eens de waterscheiding achter ons ligt houdt niets ons tegen de grens met Nederland over te zoeven en ons aan het Hotel & Restaurant Alex te melden (waar onze bagage al netjes afgeleverd werd). Alex is goed gelegen in de Stationsstraat in het aangenaam en levendig ogende Maastricht. We stallen de stalen rossen in de ondergrondse fietsstalling recht tegenover het hotel en besluiten dat we een frisse pint op het terrasje van Alex verdiend hebben. Na de verfrissing van de innerlijke mens is het tijd om de uiterlijke mens ook te verfrissen en aan de blog van gisteren te “werken”.
Het avondmaal werd door de eigenaars van Aldeneikerhof gereserveerd bij familie van hen die het restaurant Quattro Mori in de Hoogbrugstraat in Maastricht hebben. De familiebanden uitleggen is wat te ingewikkeld omdat er plus- grootvaders enz aan te pas komen. De dame op het terras weet direct wie we zijn en we worden naar ons klaarstaand tafeltje geleid. De dame kan meer dan ons naar ons tafeltje leiden. Ze kan ook vertellen hoe de “Quattro Mori” het symbool van Sardinië zijn (net zoals de “één Moor” het symbool van Corsica is). Het verhaal over de (1 of 4) “Tetes brulees” is hetzelfde maar Sardinië is bij Italië beland en Corsica bij Frankrijk en beiden zijn maar matig gelukkig met die regeling.
Voor het eerst op deze tocht slagen we erin het aantal ingenomen calorieën min of meer in balans te houden met het aantal verbruikte calorieën. Onze maagmannetjes zullen tevreden zijn. Op de weg terug van het restaurant besluiten we nog een slaapmutsje op een terrasje langs de Stationsstraat te nuttigen. Lang lanterfanten moeten we niet doen want het is al kwart voor 10 en de terrassen in Nederland moeten om 10 uur leeg zijn. Jammer want de temperaturen zijn nog steeds Mediterraan aangenaam maar niet getreurd. Dit zal me toelaten wat verder aan de blog te werken … en nog 2 van de 3 goals die Italië tegen Turkije scoort mee te pikken.
Tot binnenkort voor de volgende aflevering
Dag 3: Van Dessel naar Aldeneik (= Maaseik = 85 km)
Deze nacht hebben we al heel wat beter geslapen … ondanks het feit dat onze maagmannetjes nog heel wat voedsel te verwerken hadden. Om 7:00 uur is het tijd om dromenland te verlaten. Het is vandaag een speciale dag voor mij. Ik blijf nog wel op dezelfde tram zitten maar kom alweer op een andere halte toe. Bij het ontbijt wordt snel duidelijk dat het ontbijt personeel door een mol in ons groepje op de hoogte gebracht is. Het ontbijt is sowieso uitgebreid (in die mate dat ons tafeltje op zichzelf niet ruim genoeg is om alle schaaltjes en potjes die aangedragen worden te huisvesten) maar de standaarduitvoering wordt nog verder aangevuld met een schotel fruit, koekjes, cake, en … een vuurspuwende versiering. Zodra het verbrandingsgevaar geweken is, wordt de lekkernij verdeeld onder ons vieren zodat nog maar eens bewezen wordt dat gedeelde smart, halve smart is.
Rond 9 uur is het tijd om de bagage achter te laten en onze voorwielen in de richting van Maaseik te oriënteren. Vandaag worden, als alles goed gaat, ons 82 km wegen, wegjes en paadjes gepresenteerd. Dat is voor ons kunnen niet min, maar met de hulp van onze batterijen zou dit moeten lukken. In ieder geval zullen we het weer, bij een eventueel probleem, niet als excuus kunnen inroepen want het weer is opnieuw fantastisch. Na een paar minder interessante straten belanden we algauw op een jaagpad langs het Zuidelijk Willemskanaal. We zien een paar industrieën met namen die bekend klinken zoals Sibelco en Nyrstar, maar de boventoon wordt gevoerd door de natuur. Het gaat goed vooruit tot we plots opgeschrikt worden door een duik van Mien. Gelukkig voor ons allemaal maar vooral voor haar is de duik naar links waardoor het bij een luchtduik richting gras blijft en niet naar rechts waar het kanaal lag. Mien heeft zich een beetje pijn gedaan door met haar ribben tegen haar stuur te botsen maar ze laat er niet veel van blijken en na 5 minuutjes kunnen we onze weg verder zetten.
De natuur blijft erg mooi met een afwisseling van kanalen, bossen en heide. Miljoenen vogels willen gedurende de hele rit het kwetteren niet opgeven. Rond de middag hebben we al goed twee derden van de afstand afgelegd en besluiten we naar een terrasje uit te kijken. Dat blijkt gemakkelijker gezegd dan gedaan. We komen geen enkel stadje of dorpje van enig formaat tegen en zelfs afwijken van het parcours lijkt geen soelaas te brengen, want de namen op de kaart lijken allemaal zo onbekend dat we vermoeden dat ze waarschijnlijk geen herbergen herbergen. We besluiten raad te vragen aan vier fietsende “ouderlingen” (ik ga er geen leeftijd op kleven om miserie met mijn lezers te vermijden) die ons pad kruisen en wat blijkt? We moeten 100 m terug en dan 200 m het straatje in om aan de Luysmolen te komen waar drank en kleine gerechtjes (wij nemen een paar tapas schotels) aan de man en de vrouw gebracht worden.
Na de innerlijke mens versterkt te hebben zetten we onze weg naar Maaseik verder. Een tiental km voor Maaseik wijken we een beetje van ons parcours af om Thorn te bezoeken. Het historisch centrum van dit Nederlands stadje is, met zijn witgeverfde huizen, nog volledig intact gebleven en biedt een grote hoeveelheid terrasjes aan. Zo'n gelegenheid kunnen we niet laten schieten. We nuttigen een lekker lokaal biertje (Mien probeert een Heineken te bestellen maar slaagt er niet in omdat de Nederlanders van dit deel van Nederland wel beter weten) en zetten daarna de weg verder naar Maaseik waar we rond 5 uur van onze fietsen stappen. We zijn allemaal zo fier op onszelf en op elkaar dat we besluiten de douche nog even te laten wachten en ons te trakteren op nog een lokaal biertje.
De plat de résistance van de dag moet echter nog (na de douche) komen. Voor ons verblijf hebben we een gastronomisch arrangement genomen en dat begint met een glaasje bubbels van de wijnboer om de hoek (= Chateau Aldeneyck), nadien krijgen we een paar amuses bouche (mousse van bloemkool en een krokantje met geitenkaas. Als voorgerecht krijgen we St Jacobsvruchten met allerlei groentenafgeleiden en als hoofdgerecht krijgen we een mooi stukje kalfsvlees. Als dessert krijgen we ijscrème met fruit. Dit alles wordt geserveerd met aangepaste wijnen (een witte van Veneto, een rode van Toledo en 10 jaar oude Tawny) die erg gul geschonken (en gedronken) wordt. Het voedsel en het gezelschap zorgt voor een fantastische avond waarbij regelmatig zeer hard gelachen wordt (misschien heeft de wijn een impact op onze stembanden en nabijgelegen lachspieren).
Na dit alles staat de motivatie om aan deze blog te werken op een laag pitje. Ik hoop dat jullie daar begrip kunnen voor opbrengen
Tot binnenkort
Dag 2: Van Waarloos naar Dessel (68 km)
Onze wekker begin om 7 uur te kraaien. Ik lig al een tijdje wakker, Gertrude is net weer in slaap gevallen. Met andere woorden, we hebben beiden niet fantastisch geslapen. Een drama is dit niet en dus is er ook geen reden om oorzaken te gaan zoeken. We hebben tegen 8 uur met Erik & Mien voor het ontbijt afgesproken, waardoor er voldoende tijd overblijft voor allerlei rituelen en om de (ondertussen nu ook geposte) blog nog te vervolledigen met een beschrijving van het avondeten.
Om 8:00 uur staan we met zijn vieren (zelfs Erik die normaal geen ontbijt neemt) al te trappelen om de voetjes onder tafel te schuiven. Het aanbod is overweldigend. Twee soorten zelf gebakken brood, allerlei ontbijtkoeken van de bakker om de hoek, allerlei zelfgemaakte confituren van exotische samenstelling, artisanaal gemaakte Griekse yoghurt, hapjes quiche, lekker krokant gebakken pancetta, chocolade, ei en krab salade, appelstukjes in een lekker sausje, enz. etc. usw. Wanneer dan ook nog een eitje aangeboden wordt bedanken we beleefd … ge weet allemaal hoe beleefd we kunnen zijn.
Rond 9:15 is alles wat kan opgegeten worden ook daadwerkelijk gegeten, zijn de tandjes gepoetst, zijn de valiezen klaar gezet voor het oppikken, is de rekening vereffend en zijn de stalen rossen klaar voor een nieuwe rit. Het weer valt weer enorm mee en de rit gaat vlotjes richting Lier. Werken aan de dijk van de Nete in het kader van het Sigma gecontroleerde overstromings project verplichten ons eventjes uit te wijken naar een vrij drukke weg; maar gelukkig kunnen we snel terugkeren naar de rust van de dijk.
Even na 10 uur zijn we in Lier waar we aan de voet van de Zimmer toren beslissen dat we onze zigzag door Lier gaan verder zetten met de bedoeling in Herentals iets te gaan eten. Daarvoor zullen we even van het geplande parcours moeten afwijken maar wie kijkt er nu naar een extra kilometerke?? In Herentals vinden we een Bistro (Le Paige) waar het goed toeven is en het eten lekker is. Na de innerlijke mens gesterkt te hebben zetten we koers richting Dessel waar we om 15:30 toekomen. Hotel Alauda ligt aan een vrij drukke weg en maakt daarom geen fantastische eerste indruk. Die indruk verbetert naarmate we iets verder in het hotel binnengaan. De man die ons ontvangt heeft het bagagetransport al voor onze aankomst getelefoneerd om te vragen waar onze bagage zit en is erg vriendelijk, de kamers vallen heel goed mee, we krijgen een apart schuurtje om te fietsen in te stallen, de pintjes vers van het vat smaken erg lekker, enz. Kortom we beginnen Hotel Alauda meer en meer te appreciëren.
Na de douche is het tijd om aan het gastronomisch arrangement te beginnen. Dit arrangement begint met een glas bubbels, wordt gevolgd door 3 amuses bouche (aspergesoepje, carpaccio en scampi) daarna volgt een stukje gerookte wilde zalm en gerookte makreel; daarna krijgen we een bintjes prei soepje met gegrilde Sint Jacobsvruchten. Na dit alles is het de beurt aan een stukje zeebaarsfilet op het vel gegrild met een paar asperges in een appelsiensaus gevolgd door een paar stukjes kalfsvlees met Vadouvansaus (exotisch kruidenmengsel) en erwtjes. Het sluitstuk … om echt te zorgen dat er echt geen enkel gaatje over blijft … is ofwel een kaasassortiment ofwel een bol ijs crème met wat fruit in een lekker sausje. Dit alles wordt begeleid met aangepaste (Italiaanse en Spaanse) wijnen.
Na dit alles zijn we tamelijk “puf” en besluiten we de nachtstede op te zoeken zodat we morgen in optima forma de weg naar Maaseik kunnen verwerken.
Slaapwel
Dag 1: Van Blanden over Leuven en Mechelen naar Waarloos (70 km)
Laat mij beginnen met iedereen die tips voor het welslagen van onze tocht gegeven heeft te bedanken. We zijn ervan overtuigd dat nu niets meer mis kan lopen … denken we.
Erik en Mien, die van Gent moeten komen, zijn deze morgen al vroeg uit de veren gemoeten. We willen namelijk al om 9 uur vertrekken, want vandaag liggen zowel Leuven als Mechelen op het 70 km lange parcours en we willen ter hoogte van die steden afwijken van de officiële langeafstandsfietsroute die we voor de rest van de dag volgen. In Leuven zullen Erik en Mien het met ons als gids moeten stellen en in Mechelen zullen we zelfs helemaal geen gids hebben maar alles is beter dan gewoon langs die steden te “schuren” zonder enige aandacht voor de rijke geschiedenis ervan. We zijn aan deze fietstocht toch niet begonnen als ware het een koerske en niets meer.
Erik en Mien hebben echter tegenslag. In Affligem is blijkbaar een groot accident gebeurd waardoor ze via Antwerpen omgeleid worden. Daardoor worden de geëlektrificeerde stalen rossen iets later dan gepland van stal gehaald en opgetuigd. Dat is echter geen groot probleem aangezien de hele dag de onze is. Om 9:30 gaan we van start, de weersomstandigheden zijn perfect en we prijzen ons nu al gelukkig met onze beslissing om de bagage niet op de fiets mee te nemen. Els komt in de loop van de dag de bagage oppikken om ze naar B&B Koken & Co te Waarloos (Kontich) te brengen. Voor drie andere etappes hebben we beroep gedaan op een taxi service en voor de laatste en de voorlaatste etappe hebben Wilfried en Nelly en Patrick en Maud zich als vrijwilligers aangediend. Dat zit dus snor.
Iets na 10 uur rijden we Leuven binnen. Het stadsbestuur had gevraagd dat we hiervoor de Blijde Inkomststraat zouden gebruiken maar we verkiezen de achterdeur (= van het kasteel van Arenberg naar het begijnhof) om zo langs de langste toog via de Grote Markt met het stadhuis naar het Ladeuzeplein met de Universiteitsbibliotheek en vandaar naar de vaartkom te rijden. Dit blitzbezoek aan Leuven geeft Erik en Mien toch enigszins een idee van wat Leuven te bieden heeft.
Van Leuven gaat het langs de vaart in noordelijke richting om via Planckendael naar Mechelen te rijden. Dit loopt allemaal op wieltjes en zo belanden we rond 12:30 in Mechelen. Nog net iets te vroeg om iets te eten (ook al omdat we onderweg met vereende krachten de boterhammetjes van Erik en Mien opgepeuzeld hebben). We besluiten daarom eerst het parcours in Mechelen af te werken vooraleer we ons neervlijen op het terrasje van Poule & Poulette (Ijzerenleen). We krijgen daar een lekkere Caesar Salad met spuitwater geserveerd. Wat kan men beter hebben voor de lijn en de conditie? We beloven onszelf vanavond ons quotum aan proteĂŻnen en alcohol aan te vullen.
Na Mechelen gaat het verder in noordelijke richting eerst langs de Dijle. Daarna wordt het gecompliceerd want de Dijle vloeit samen met de Zenne die dan samenvloeit met de Rupel de we een eindje volgen tot ook de Nete zijn duit in het zakje komt doen. Kortom een kluifje voor de samenvloeingsspecialisten maar voor ons lijkt het ene water verdacht veel op het andere en dwalen onze gedachten wanneer we Waarloos in het vizier krijgen meer en meer in de richting van met alcohol versterkt water.
Om 15:30 worden we begroet door de gastvrouw van onze B&B Koken & Co. We worden doeltreffend naar onze kamers geleid en uitgenodigd om van een verfrissing te genieten in de stoeltjes die al voor ons klaar staan in de tuin. Ondertussen is Els ook op het toneel verschenen waardoor we al onze eigendommen weer in ons bezit hebben. Hierdoor zouden we theoretisch eerst een douche kunnen nemen, maar de lokroep van een frisse pint is sterker dan het geluid van water uit de douchekop. De pint van dienst is een “Kontje” een lokaal brouwsel van Kontich van 6% maar met een lekkere hoptoets. Bij dit pintje krijgen we enkele eigen artisanale producten. De B&B maakt namelijk sinds de pandemie allerlei artisanale produkten zoals allerlei edikken (= groentenextracten met 50% azijn), relishes, chutneys, pickles, … die aan delicatessenzaken e.d. aangeboden worden.
Na het fris kontje en de bijkomende versnaperingen is het tijd om te douchen en ons te beginnen voorbereiden op het avondmaal. De stoeltjes in de tuin staan na de douche nog altijd op ons te wachten wanneer we ons tot Portugese bubbels laten verleiden. De gastheer (die een geschoolde chef kok is maar nu met een gebroken knieschijf aan zijn stoel gekluisterd zit) legt uit dat zijn broer met een Portugese schone (dat vermoeden wij) getrouwd is en in Portugal woont. Daar heeft de broer zich toegelegd op de wijnbouw en de vrucht van zijn arbeid wordt nu onder andere in Waarloos aan de man (en de vrouw) gebracht. De rosé bubbels zijn zo lekker dat we besluiten ook een Portugese rode wijn van dezelfde wijnmaker te proberen.
Niet alleen de wijn is lekker. Wat we voorgeschoteld krijgen is van een zeer hoog niveau. Eerst krijgen we huisgerookte zalm op een bedje van allerlei verse en gefermenteerde groenten. Daarna krijgen we een soepje van bloemkool met bieslookbloemetjes en limoen en de kroon op het werk is een vol au vent van kip, fazant en parelhoen met pureepatatjes. De chefs van de volgende overnachtingsplaatsen zijn verwittigd. Het niveau ligt zeer hoog en onze verwachtingen zijn hooggespannen
Om 10 uur vinden we het wat frisjes geworden en is onze fles leeg en dus besluiten we dat het tijd is om in onze bedjes te kruipen. In conclusie: het was een mooie dag en we hopen dat we morgen hetzelfde niveau kunnen halen.
Slaapwel / Goede morgen
Proloog tot fietstocht door Oostelijk Vlaanderen
Trouwe lezers,
We hopen dat onze blog zwaar gemist werd gedurende de voorbije maanden. Het is inderdaad alweer van september vorig jaar geleden dat jullie op regelmatige basis het relaas van onze dagelijkse avonturen (en avontuurtjes) voorgeschoteld kregen. Veel meer dan plannen maken en plannen weer opbergen (plus, voor mij persoonlijk, continu ploeteren door een moeras van meer dan 50’000 gedigitaliseerde dia’s en digitale foto’s) is er de voorbije maanden niet gebeurd.
Het grote opgeborgen plan van 2021 is de afgelasting (de tweede keer ondertussen) van de Alaska reis. Die vier Russen hebben echt al een en ander op hun kerfstok. Een ander gemaakt plan was een fietstocht met Erik en Mien in Tsjechië. We zouden gedurende een paar dagen eerst de Eger stroomafwaarts, dan de Elbe stroomopwaarts en ten slotte de Moldau stroomopwaarts tot in Praag volgen. Daar zouden we dan een paar dagen “uitrusten”. Het hele Corona gedoe (vaccinaties, allerlei beperkingen, gesloten bezienswaardigheden, quarantaine maatregelen, enz.) zorgden er, een maand geleden, voor dat we die plannen ook afbliezen en naar een alternatief op zoek gingen. Dat alternatief moest zich, om de zaken simpel te houden, binnen de Vaderlandse grenzen afspelen.
Wat gesnuister op het Internet leverde onmiddellijk een massa aan mogelijkheden op. Niets was echter perfect naar onze smaak en dus beslisten we om zelf nog een extra mogelijkheid te creëren. Men kan zich toch niet zomaar tevreden stellen met iets voorgekauwd, nietwaar? Stukjes van de Lange Afstand Fietsroutes LF 5, LF 6 en LF 7 werden met behulp van de fietsroute door de Antwerpse Kempen aan elkaar geknoopt met de bedoeling een lus van 400 a 500 km te bekomen. De gecreëerde lus blijft in het Oostelijke deel van Vlaanderen wat ons toelaat in de toekomst een lus in het Westelijke deel van Vlaanderen uit te werken. Op die manier zorgen we voor perspectief. Dat is trouwens tegenwoordig een erg gesmaakte term. In marketing noemt men dit klantenbinding met de lezersschare. Hoe het geknutsel zal meevallen zullen wij volgende week aan den lijve ondervinden. Voor jullie, trouwe lezers, zullen de effecten beperkt blijven tot het niet lijfelijke. Voor ons daarentegen, zouden er wel eens lijfelijke onderdelen kunnen opspelen.
Dat zien we dan wel en in afwachting van het verslag van de verschillende etappes wens ik jullie allemaal een aangenaam uitkijken naar onze blog.
Lectori salutem
Epiloog bij onze staptocht langs de GR 129 van Dinant naar Arlon.
Eindelijk met de juiste afbeelding bovenaan de blog omdat de Reis Mee website een oplossing gevonden heeft voor het probleem dat ik twee maand geleden al aankaartte.
Na een tiental dagverslagen rest mij nu alleen nog een sluitstuk met een aantal conclusies te breien. Misschien moet ik echter vooraleer conclusies te trekken jullie eerst en vooral gerust stellen. Jullie hebben in een tijdsspanne van twee maand twee blogs te verwerken gekregen en ik kan me voorstellen dat het nu voor een tijdje wel geweest is. Als alles volgens plan loopt (en ik realiseer me dat het woord “plan” in Coronatijden misschien raar klinkt) zijn jullie voor minstens een half jaar vrijgesteld. Beloofd.
Wat nu de conclusies betreft: Onze tocht langs het zuidelijke deel van de GR 129 was om verschillende redenen mooi. De GR brengt de wandelaar langs zeer mooie natuur (alhoewel er soms zeer grote bos partijen te verwerken vielen) en we hadden ongelooflijk geluk met het weer. Geen druppeltje regen in België gedurende een periode van 10 dagen in de tweede helft van september is tamelijk uitzonderlijk. Alle overnachtingsplaatsen vielen zeer goed mee met een aantal die er nog bovenuit staken. Sommige van die plaatsen lagen dan wel niet direct op de GR, maar dan hadden we steeds de chauffeur van de bezemwagen stipt op tijd op de afspraakplaats om ons van daar naar de frisse pint, het lekkere etentje en het zachte bed te brengen. Het eten en drinken was trouwens altijd van uitmuntende kwaliteit die iedere vergelijking met vroegere tochten kon doorstaan en er was overal Orval beschikbaar. Wat kan men nog meer vragen?
Het plan om de GR 129 te stappen was een back up plan nadat quasi heel zuidelijk Frankrijk door de Corona pandemie ontoegankelijk gebied was verklaard. Dit betekent dat we bepaalde toegevingen moeten doen. In vergelijking met de Camino stukken, die we in het verleden deden, was de GR 129 hoofdzakelijk (bijna uitsluitend) wandelen door de natuur zonder de culturele pareltjes in de stijl van Conques, Cannes, St Jean de Pied de Port, Bilbao, Mougins, San Sebastian, enz, enz. Omdat we pas zeer laat aan de voorbereiding van de tocht langs de GR 129 konden beginnen en omdat veel hotelletjes en B&B’s door de Corona (nog of al) gesloten waren, moesten we soms wat verder van het GR pad overnachten. Geen onoverkomelijk probleem voor ons, omdat we over een bezemwagen konden beschikken maar toch net iets minder echt. Samenvattend de GR129 was een goed Plan B maar toch een Plan B en dat liet zich in een aantal elementen voelen
In een van de vorige blogs heb ik geschreven dat ik me tijdens de tocht vrij regelmatig de vraag lopen stellen heb: “Moeder, waarom doe ik (doen wij) dat allemaal?”. Ik had beloofd een aantal redenen die mogelijks voor mij van toepassing waren op te lijsten. Ik heb dit hieronder (in alfabetische volgorde) gedaan. Het is aan mij (en jullie) om te bepalen welke redenen mogelijks (meest) van toepassing zijn. Misschien zet de lectuur van al deze mogelijke redenen jullie ook aan het stappen. Wie weet?!
We doen het om de camaraderie te beleven
We willen het doen voor onze gezondheid
We willen een deeltje van de wereld langzaam en in detail leren kennen
We willen de mid (2/3 of 3/4 of 4/5 of 5/6 of 6/7 … 9/10) life crisis te lijf gaan
We willen een tijdje in de natuur verblijven
We willen onthaasten
We kunnen niet meer aan de drang om een blog te schrijven weerstaan
We willen een sportieve prestatie leveren
We willen van de stilte genieten
We willen kunnen stoefen op café
We willen onszelf de tijd geven om tot rust / denken te komen
We willen een volle aflaat verdienen
Ik hoop dat jullie er, in afwachting dat ge zelf gaat stappen, iets aan gehad hebben en tot een volgende keer (beloofd niet voor 6 maand)
Het allerbeste en hou de 4 russen buiten
Dag # 10: Messancy – Arlon
De blog van de voorlaatste stapdag was gisteren wel geschreven, maar kon niet gepost worden omdat de eigenares van het hotel waar we overnachtten wel een papiertje met een wachtwoord erop gekribbeld had, maar ons niet verder kon helpen toen bleek dat niets van wat ook maar enigszins geleek op het gekribbelde wachtwoord wou werken. Enfin, die blog hebt ge ondertussen doorgekregen van zodra we gisteren in Blanden arriveerden en nu kan ik dan aan het verslag van de laatste dag beginnen. We hadden opnieuw gevraagd om 7:30 te kunnen ontbijten omdat we niet te laat wilden vertrekken. De weersvoorspellingen voor de laatste dag waren niet zo goed (buien vanaf de middag) dus wilden we zoveel mogelijk van de tocht gedaan hebben op het moment dat de voorspellingen zouden uitkomen;
Om 8:30 zet Nelly ons af waar ze ons eergisteren oppikte en op dat moment voorspelt de lucht inderdaad niet veel goeds. We zien voor het eerst sinds we in Dinant vertrokken donkere wolken aan de grijze lucht. Na een half uurtje lijkt een waterzonnetje de lucht wat te willen opklaren en nog een half uurtje later kunnen we zelfs hier en daar (met een beetje goede wil) een blauwe schijn waarnemen. Zouden we er dan toch in slagen Arlon zonder regen te bereiken? We houden er een stevige pas op na (gemiddeld doen we gedurende de eerste paar uur net geen 5 km per uur wat voor ons, niet geselecteerden voor de Olympische Spelen, meer dan respectabel is). Rond 10 uur heeft een (soms vrij stevige) wind de meeste wolken weggeblazen en kunnen we weer onder een blauwe lucht met hier en daar wat schapenwolkjes stappen. In Autelbas (dat, ge zult het niet kunnen geloven, naast Autelhaut ligt) kruisen we de E411. Het lawaai valt ons alle drie op. Er is op de brug over de autostrade waarschijnlijk niet meer lawaai dan “normaal” maar 10 dagen in de stilte hebben ons gevoeliger gemaakt. Niet ver voorbij de E411, op een klein wegje, komen we Nelly tegen. Zij is op weg naar het klooster van Clairfontaine. Wij ook, maar bij ons gaat het nog een beetje duren vooraleer we er zijn, want de GR gaat langs allerlei omwegen. Van omwegen gesproken, om tot aan de abdij te geraken moeten we een beetje van de GR afwijken. Als we op de plaats komen, waar ik het zijsprongetje naar de abdij uitgetekend heb, blijkt het padje niet (meer??) te bestaan. We kunnen natuurlijk over het veld gaan maar het ziet ernaar uit dat we na een honderd meter richting bos moeten afbuigen en dat doet me direct denken aan vorig jaar toen we ook vruchteloos op zoek waren naar een pad dat wel op de stafkaarten / GPS maar niet meer in de realiteit bestond. Het komt echter niet zover, want het veld doorsteken is een fluitje van een cent en in het bos vinden we eerst een, zij het, onduidelijk pad en daarna een grote stenen muur. Ik vermoed dat dit de muur van het klooster is en dat we, als we die volgen, wel ergens aan een poort zullen komen. Het eerste is juist … het tweede iets minder. In plaats van een poort vinden we een plaats waar de muur ingestort is maar het is op die plaats zo steil dat we een afdaling door deze opening in de muur minder opportuun vinden. Nog wat verder vinden we een tweede ingestort deel van de muur. Deze opening is vlakker maar afgesloten door een omgevallen boom en wat roest ijzerwerk. Door de opening zien we echter Nelly’s auto staan en dus besluiten we ons niet te laten tegenhouden door wat ijzeren brol dat hier duidelijk niet in 1247 is achtergelaten door de Cistercienzeninnekes.
In de tuin van het klooster vinden we Nelly en een drie sterren plaats voor de picknick. Wat moet een mens nog meer hebben om gelukkig te zijn? Na de picknick trekken we richting het Corona rode Luxemburg. Veel kan er met ons niet mis gaan, aangezien we onderweg geen mens zien, aangezien we toch uit het Corona (donker)rode België komen en aangezien we maar welgeteld 6 minuten in het Groothertogdom vertoeven.. Ik denk dus niet dat we de Passenger Locator Form zullen moeten invullen. Na de 6 minuten beproeving komen we een grenspaal met het embleem van Luxemburg erop tegen. De grenspaal lijkt dan wel erg beschoten geweest te zijn, maar hij ziet er nog steeds stevig genoeg uit om iedere Corona virus de daver op het lijf te jagen. Met deze geruststelling in het achterhoofd zetten we nu volop koers naar Arlon waar we rond half vier aankomen op de afspraakplaats. Dat laat ons genoeg tijd om iets te drinken vooraleer we terug naar Blanden rijden. Om dit te doen belanden we in het waarschijnlijk meest marginale café van de stad. Twee klanten zitten elk aan hun eigen tafeltje over hun eigen pint gebogen en de eigenaar en eigenares van het café zitten elk over hun tablet één of andere spelletje te spelen terwijl een erg lelijke hond in het zog van een rosse en een grijze kat rondloopt. Ik denk dat de hond een kruising van een of andere stratier met één van de katten is. Gertrude en Nelly wagen het erop naar het toilet te gaan. Wilfried en ik besluiten ons te concentreren op onze Orval (die gelukkig uit een goed gesloten flesje komt). Het café staat vol rommel in dozen en zakken en het feit dat tussen de rommel ook drie grote flessen Dettol staan geeft ook al geen goed gevoel. De overmaatse scooter van de patron (en zijn madam, neem ik aan) staat ook in het café. Hoe ze daar met zijn tweeën op kunnen, blijft mij een raadsel zeker nadat ik de patron zijn bril heb zien “schoon” poetsen met zijn marcelleke waardoor dat laatste naar boven schoof en zijn pens in zijn volle glorie boven zijn broeksband en onder zijn marcelleke liet prijken. Gelukkig begint het plots te regenen waardoor de aandacht van de pens en de rommel kan verschuiven naar hoe gelukkig we ons wel kunnen prijzen. 10 dagen door de Ardennen trekken in de tweede helft van september en geen druppel regen zien. Het is niet aan iedereen gegeven. Men moet niet schoon zijn om chance te hebben, nietwaar?
De dag wordt afgesloten met een enorme maaltijd in Brasserie 500 waarna ik de opname van de Gantoise tegen Dynamo Kiev bekijk. Ik versta nog altijd niet hoe ik gedurende 90 minuten zo’n droevig schouwspel heb kunnen bekijken. Ik moet de laatste paar dagen veel wilskracht bijgewonnen hebben.. Misschien moet Ivan De Witte nog maar eens op zoek naar een andere trainer.