Reis Uzbekistan en Kyrgyzstan 2026

8 juni: Tashkent

Vandaag is een bezoek aan de miljoenenstad Tashkent gepland. Om 9:00 is Mahmud op het appel. Hij is de lokale expert van Better Places die de hele reis in elkaar gestoken heeft. Hij heeft Abdullah met zich meegebracht want hij zal ons vandaag begeleiden. Abdullah zegt niet veel zolang Mahmud in de buurt is maar de terughoudendheid is van voorbijgaande aard. Een chauffeur met een busje staat ons op te wachten maar de file ook. Die zijn er tegenwoordig regelmatig omdat steeds meer mensen naar de stad (= auto’s in het verkeer) komen en de weginfrastructuur niet kan volgen. Een eerste bezienswaardigheid is het Khast complex met een madrassa, een mausoleum en een bibliotheek waar een eerste kopie van de oorspronkelijke Koran ligt. Alles van het complex ziet er nieuwbouw uit en dat is het ook want veel moest herbouwd worden na de aardbeving van 1966 die veel mensen het dak boven het hoofd kostte. Abdullah vertelt het verhaal van de heropbouw van 2 minaretten van meer dan 50 m hoog. Er werd een competitie gehouden tussen bouwers van Samarkand en die van Khiva. Die van Samarkand wonnen omdat ze in 26 dagen klaar waren. Die van Khiva deden er 2 dagen langer over. Ik ben geen specialist maar dat lijkt me onwaarschijnlijk snel.


Onze volgende stop is het Islam Civilisation Center. Dit centrum is het grootste in zijn soort ter wereld en werd pas dit jaar geopend. Er is echter jammer genoeg geen plaats voor een man op gezegende leeftijd in shorts en we kunnen dus niet binnen. Geen nood echter: Abdullah kan het programma zo herschikken dat we eerst een paar andere zaken bezoeken en na de siësta in lange broek terugkomen.

Onze volgende stop is de Chorzu bazaar. Daar verkoopt men zoals gebruikelijk van alles en nog wat. Dat “nog wat” is in ons geval een paar bananen. Onze darmen stellen het relatief goed (ik wil jullie niet overladen met details hierover) en we willen dat zo houden. Bananen zijn hiertoe een veilige aanpak.


Het voordeel om naar de Bazaar te gaan is dat daar twee stops van de metro zijn en laat de metro nu net de volgende bezienswaardigheid zijn. Ik moet wel toegeven dat ik een beetje underwhelmed ben van de metro. Ik had vooraf gelezen dat de metrostations echte pareltjes waren. Wel, ik vind dat niet. Ze zijn proper, er is geen graffiti maar ze doen andere stations van andere plaatsen (Singapore, Shanghai, New York, Londen, Parijs misschien zelfs Brussel) niet in het niet verdwijnen. Wat wel impressionant is, is de prijs. Iedere keer dat men met de creditcard tikt is men slechts 1500 sum (= 0.13 €) lichter en daarvoor mag men zolang men wil rijden en overstappen. Bovendien is het hier lekker fris en kan men als toerist (of is het onze gevorderde leeftijd?) altijd zitten want er staat altijd wel iemand op om zijn plaats af te staan. Goed opgevoed die Uzbeken.


We rijden eerst naar het station der Kosmonauten met fresco’s van onder andere Gagarin en van de eerste vrouwelijke kosmonaute, Valentina Tereshkova. Laika heeft geen plaatsje kunnen veroveren en daarom wist onze gids niet dat er ooit een hond in de ruimte geschoten geweest was. We rijden nadien via het station gewijd aan de Uzbeekse Shakespeare naar het station van Independence square. Daar komen we weer boven grond om het grote park gewijd aan de onafhankelijkheid te bezoeken. Hier kan Abdullah het niet meer wegsteken dat hij het aflopen van de sovjet tijd niet betreurt. Stalin stuurde 2 miljoen Uzbeken als kanonnenvlees naar het front. Amper 600’000 kwamen terug. De gesneuvelden worden nu herinnerd door hun namen op koperen platen te tonen. Het zijn 2 impressionante galerijen en dan ontbreken er nog namen zoals bv de naam van de overgrootvader van Abdullah. Aan het einde van de galerij is er ook een eeuwige vlam en een zeer mooi standbeeld van een rouwende moeder die 5 zonen verloren heeft. In het park staat ook het parlement maar daar kunnen we om veiligheidsredenen niet dichtbij komen.


Nadien brengt de chauffeur ons naar een wereldberoemd restaurant dat alleen maar pilav serveert. Er worden een 15-tal verschillende recepten klaargemaakt maar de hoeveelheden zijn fenomenaal: 1.5 ton rijst ,wortelen, ajuinen ,rozijnen, vlees etc. worden hier per dag verwerkt in rijen ingemetselde woks. In de keuken lopen (naast veel toeristen) een veertigtal “koks” (= roerders). Het is hier dan ook enorm heet, maar de geur van de olie, het vlees, de groenten en de specerijen is intens en fantastisch. Na dit bezoek rijden we via een moskee (waar we niet binnen kunnen omdat het gebed aan de gang is) terug naar het hotel voor de welverdiende siësta en de lange broek.


Gewapend met een lange broek trekken we samen met Abdullah naar het museum van de Islam civilisation. Het is een eindje stappen ondanks het feit dat we eerst een stuk metro nemen. Hierdoor zweten we als een os maar nu mogen we zonder problemen maar met veel zweet binnen. De toegangsprijs is met zijn 300’000 sum per persoon niet goedkoop (in vergelijking met gangbare toegangsprijzen hier ten lande) maar het museum is dan ook zeer groot en zeer nieuw met allerlei interactieve snufjes. We worden samen met een zestal andere “engelstaligen” door een gids rondgeleid gedurende bijna 2 uur. De historiek van Uzbekistan passeert de revue. Van het neoliticum tot de cultuur in Samarkand’s Afrosyiop, een eerste renaissance in de 8ste eeuw onder de Samanieten die in Bukhara baasje speelden en wetenschap op een hoger niveau tilden, de tweede renaissance rond Mr. T en zijn nakomelingen die een nieuwe boost gaven en de derde renaissance die nu volop aan het gebeuren is met een president die graag in beeld komt en de plannen voor dit museum heeft goedgekeurd en bekostigd… met taks geld … tot meerdere glorie van hemzelf. Hij staat zelfs op de foto met Donald Trump.


We hadden het plan om na de rondleiding, de lichtshow op de façade van het museum te volgen maar vandaag is er geen en dus gaan we rechtstreeks naar het restaurant .We nodigen Abdullah uit die graag op onze uitnodiging ingaat en een “Uber made in Uzbekistan” taxi bestelt. Hij brengt ons naar restaurant Sim Sim dat de reisorganisatie regelmatig gebruikt. We eten een lekkere mastava soep (met rijst, groenten, stukjes vlees, allerlei kruiden en room). Ze hebben hier gelukkig wel bier wat na een lange warme dag erg welkom is. We hebben een interessant gesprek over allerlei onderwerpen. Albullah is met zijn 20 jaar duidelijk iemand met veel potentieel. Rond 10 uur is het tijd om naar het hotel terug te keren. We doen dit opnieuw met een Uber like systeem waardoor we voor een rit van toch minstens 15 minuten 30’000 sum (= een goede 2 €) lichter zijn. Bovendien zijn we nu met zijn allen mee met de verwachtingen voor het WK voetbal. Zowel Abdullah als de chauffeur kennen de namen van alle vroegere en huidige rode duivels met naam en voornaam. We komen overeen dat Frankrijk en Spanje de meeste kans hebben maar dat Engeland, Portugal en Turkije de te duchten outsiders zijn.


Met deze conclusie sluiten we onze openbare dag af. Nu kunnen we ons toeleggen op ons verslag en de trouwe lezersschare een goede nacht toewensen. Slaapwel.

7 juni: Samarkand en transfer naar Tashkent

Deze morgen is een vrije morgen omdat we om 1 uur opgepikt worden om de laatste bezienswaardigheden van Samarkand te bezoeken. Nadien worden we naar het station gebracht van waar de hogesnelheidstrein ons naar Tashkent (de hoofdstad) zal brengen. We nemen dus de tijd om vanzelf wakker te worden (dat gebeurt automatisch op hetzelfde uur als altijd omwille van het interne wekkertje) en om iets meer tijd dan gewoonlijk te nemen voor het ontbijt, voor de douche en voor het nakijken van de wereldgebeurtenissen. Zodra dat allemaal gebeurd is, kunnen wij met een gerust gemoed de omgeving van het hotel verkennen. In de onmiddellijke omgeving stoten we op een katholieke kerk (met een buste van paus Johannes Paulus II in de voortuin). Als we dicht genoeg zijn horen we een orgel en besluiten we ook eens de binnenkant van het kerkje te bekijken. De mis gaat net beginnen want de priester staat met zijn 4 misdienaars (op veilige afstand) al klaar in de startblokken. We schatten dat het kerkje zo’n 100 gelovigen kan bevatten en er zijn toch minstens de helft van de plaatsen bezet … door mensen met een gemiddelde leeftijd van maximum 30 jaar. Daar kan de westerse katholieke kerk een puntje aan zuigen.


Na 5 minuten houden we ons kerkbezoek voor bekeken en stappen we langs de boulevard tot aan het standbeeld en (in de onmiddellijke omgeving van)het mausoleum van Timur lenk. We genieten nog 10 minuutjes van de omgeving en het sierlijke bouwwerk en wandelen dan via het park terug naar het hotel. Daar worden we netjes op tijd door onze gidse en de chauffeur opgepikt om naar de eerste bestemming te rijden. Onderweg zien we 3 Rolls Royce Phantoms en 1 Maybach. Er wonen hier waarschijnlijk een paar welstellende mensen. Enfin, met onze Chevrolet zullen we ook wel tot in Silk Road City = The Eternal City complex geraken. Dit complex met een namaak klein Samarkand, een podium voor allerlei optredens, een kabelbaan, een paar kanaaltjes waarop men met een bootje kan varen en drie mastodonten van hotels (1 van een Amerikaanse keten = Hilton, 1 van een Chinese en 1 van een Uzbeekse keten) werd opgetrokken om in 2022 een vergadering van de Shanghai groep te ontvangen. Delegaties van alle landen van die groep hebben hier dan 1 week vergaderd en dat was het. Het complex wordt onderhouden maar de bezetting lijkt quasi nul.


De volgende bestemming is Bokrijk in Samarkand. We worden verteld hoe vroeger papier van de binnenkant van de schors van de moerbeiboom gemaakt werd. De moerbeiboom wordt hier voor alles gebruikt. Voor de vruchten die erg lekker zijn, om zijdewormen mee te voeren en nu ook al om papier te maken. Leve de moerbeiboom. Na veel schrapen, koken, stampen, zeven, drogen en polieren bekomt men het beroemde Samarkand papier dat voor allerlei toepassingen gebruikt kan worden. Buiten papierproductie zien we ook de productie van olie op basis van lijn -, sesam -, katoen – en meloenzaad. Net zoals bij de papierproductie wordt voor het malen van de zaden gebruik gemaakt van waterkracht. We zien ook een keramiek master aan het werk maar dat hebben we eergisteren ook al gezien.


Rond 3 uur laten we Bokrijk voor wat het is en rijden we naar de laatste bezienswaardigheid in Samarkand, nl. het observatorium. Dit observatorium werd door de kleinzoon van Timur lenk, Ulug Beg, opgericht. Die brave borst zat 40 jaar op de troon, een prestatie in die tijd waarin nogal gemoord werd. De verklaring was misschien dat hij zich weinig met staatszaken bezig hield maar veel met al de rest (poëzie, wiskunde, aardrijkskunde, sterrenkunde, enz.). In verband met zijn interesse voor sterrenkunde liet hij dit observatorium bouwen wat hem toeliet de lengte van 1 jaar tot op een fractie van een seconde juist te bepalen (iets waar het Westen nog jaren over zou doen). Vooraleer Ulug Beg door zijn zoon vermoord werd (het moest er uiteindelijk toch eens van komen) schreef de man een aantal boeken die na een paar honderd jaar als baanbrekend werden beschouwd. Van het bovenaardse deel van het observatorium (dat een 40-tal meter hoog was) blijft niets over omdat de omwonenden de stenen van het gebouw na de dood van Ulug Bek gebruikten om hun huizen te bouwen. Er blijft nu alleen nog een diepe sleuf in de grond over waarin de zonnestralen opgevangen werden om de stand van de zon nauwkeurig te bepalen.


Na het observatorium worden we naar het station gebracht waar we om 5:40 onze trein naar Tashkent moeten nemen. Om het station binnen te gaan moeten we alles door de scanner sturen. De controle is echter erg laks. Ik hou bijvoorbeeld mijn GSM in mijn hand omdat er geen bakjes zijn om klein gerief te scannen. Het alarm van het portaal gaat dus af maar niemand die de moeite doet om zelfs maar op te kijken. Binnen in het station is alles wat chaotisch, ook al omdat er geen aankondigingsbord met alle treinen erop voorhanden is. Na wat navragen bij mensen die er vrij officieel uitzien, geraken we toch op de juiste trein en die vertrekt netjes op tijd. Wat moet een mens meer hebben?


De service op de Afrosyiop hogesnelheidstrein (ik weet niet hoe snel hij eigenlijk rijdt) is zeer goed. Er is veel plaats, de vering is zeer goed, de wagon is erg net, men komt rond met fruitsap, daarna met kersen, dan met een lunchpakketje, dan met een kar met allerlei snacks. Enfin, dik in orde.

Kort na 8 uur komen we in Tashkent aan, waar we opgepikt worden door de baas van Mahmud (de lokale expert van Better Places die de reis voor ons georganiseerd heeft). De man spreekt Engels maar vooral zeer goed Duits. Tijd om onze talenkennis af te stoffen. De man vertelt dat hij al veel in Europa geweest is, ook in België. Aan Brussel heeft hij zelfs een “speciale” herinnering. Hij is er namelijk eens voor 20 € opgelegd door een migrant die hem zou helpen met de aankoop van een biljet voor de metro. Hij noemt dan ook Brussel een zwarte vlek (dit is nog eleganter dan de naam die Donald T opdiste. Na het inchecken in het hotel gaan we nog snel iets eten. Het eten is lekker maar wat ik me niet gerealiseerd had, was dat een “family restaurant” betekent dat er veel lawaai van spelende kinderen is en dat men er geen bier schenkt. Morgen let ik beter op.


Dat is het voor vandaag. Slaapwel

6 juni: Samarkand

We hebben vanmorgen weer om 9 uur afgesproken. Dat geeft ons voldoende tijd om ons relax klaar te maken en het is dan nog niet overdreven warm. Vanmorgen is er nog een extra reden: de bank, rechtover ons hotel, is om 9 uur open. We kunnen inderdaad in het bankgebouw binnen maar de bankbedienden zijn nog “druk” in de weer met de voorbereiding om de klanten van dienst te zijn. Na 10 minuten zijn ze nog altijd even druk in de weer zonder enige positieve impact op de klanten waardoor we besluiten ergens anders aansluiting met het miljonairschap te zoeken. Dat doen we in een postkantoor (ergens verscholen achter in een souvenirwinkeltje). Voor 200 € krijgen we 2’700’000 Sum waardoor we ons duidelijk weer als miljonair kunnen laten aanspreken.


Nu dit geregeld is, kunnen we op weg naar de eerste bezienswaardigheid. We rijden door een grote (400’000 inwoners), bedrijvige stad die duidelijk welstellend is. Samarkand is niet alleen afhankelijk van toerisme (zoals Khiva waarschijnlijk wel is). De gidse legt uit dat hier de textielnijverheid, het tapijt weven, de landbouw voor groenten en fruit, het bouwen van MAN vrachtwagens, de mijnbouw van goud maar ook van allerlei mineralen bedreven wordt. Samarkand bestaat al meer dan 2500 jaar en heeft al vele fases doorlopen. De oudste nederzetting noemt men Afrosyiop waar een Zoroastrische stam, die heerste over de streken ten Oosten en ten Westen van Samarkand, een fort gebouwd had. De heersers ontvingen delegaties van China, Iran, Korea, Tibet enz. Dat konden Sovjet archeologen samen met Europese collega’s afleiden uit vondsten van artefacten en van zeer goed bewaarde muurschilderingen die nu in een mooi museum zijn ondergebracht … althans die zaken die niet in St Petersburg of Londen staan. Afrosyiop werd totaal vernietigd door Genghis Kahn (hoe die man de tijd vond om ook nog voor nakomelingen te zorgen is mij een raadsel). Het Mongoolse liedje duurde echter ook niet zo lang toen Timur er een einde aan stelde. Op dat moment bereikte Samarkand een hoogtepunt met het relatief vredevol samenleven van de Timurieden met Joden (die waren toen met 20’000, nu nog met een paar tientallen) en met Zigeuners die uit India door Timur en de zijnen “meegebracht” waren. Die bevolkingsgroepen deden toen wat ze nu nog dikwijls doen (= geldzaken, de enen als een officiële business, de anderen met veel minder officiële le zaakjes of bedelaars)


De tweede bezienswaardigheid is het mausoleum van de profeet Daniël (jullie weten wel die van de leeuwenkuil). Het mausoleum werd door de Timurieden opgericht in de 15de eeuw nadat Mr T de hand van Daniël, die in de 4de eeuw in Suza (in de buurt van het huidige Mossul in Irak) begraven was, had meegebracht van een speciale militaire operatie! Het verhaal van deze operatie moeten jullie zelf maar eens opzoeken. Het zou me te veel slaap kosten


Na Daniel gaan we naar de necropolis waar de neef van de profeet Mohamed begraven ligt nadat hij bij een eerste poging (710 AD) om de Islam in de streek te introduceren vermoord werd. De necropolis zelf bestaat uit mausolea voor allerlei familieleden van Mr. T, hoogwaardigheidsbekleders en concubines van Mr T. Het ene mausoleum is al meer versierd dan het andere, het een is al mooier dan het andere, maar ze zijn allen de moeite waard om eens goed te bekijken. Het selecteren van de beste foto’s wordt een nachtmerrie.


Na het mausoleum van de profeet Daniel en het complex rond het mausoleum van de neef van de profeet Mohamed is het tijd om iets luchtigers te bekijken. We gaan naar een tapijten workshop. Opnieuw zijn beide delen van de term van toepassing: er wordt gewerkt maar er wordt ook geshopt … gelukkig niet door ons omdat we onmiddellijk bij de start van ons bezoek uitleggen dat we thuis al tapijten onder zetels en bedden moeten bewaren. De dochter van de eigenaar die de rondleiding doet vindt dat geen probleem. We moeten alleen onze kinderen overtuigen dat handgeweven tapijten alleen maar in waarde zullen stijgen. Om haar punt te bewijzen zegt ze dat de prijs van de handgeweven tapijten de laatste 10 jaar verdubbeld is. Het bezoek is echter ook interessant, ook zonder iets te kopen omdat we leren hoe we het verschil tussen een handgeweven en een machinaal geweven tapijt kunnen zien (= machinaal als men bij openplooien geen knopen ziet). Verder lijken de meeste van onze weetjes toch een basis van waarheid te hebben. We vertrekken gerustgesteld wanneer de dame ons zegt dat de meeste tapijten die ouder zijn dan 20 jaar nog idd handgeweven zijn. We besluiten al onze tapijten eens grondig te bekijken met onze vers opgedane kennis.


Nu is het tijd om terug naar het hotel te gaan om eerst van een welverdiende siësta te genieten. Het plan is om daarna terug naar de Registan square te wandelen. Het is een goed halfuurtje stappen van het hotel. We willen daar in de buurt vanavond eten en daarna naar een lichtshow op de gebouwen van de Registan kijken. Rond 5 uur zetten we ons, met Google Maps in aanslag, in beweging. De gidse heeft ons twee namen van restaurants gegeven. Eén ligt aan de boulevard een eindje voor de Registan. Er is daar nogal wat verkeer (en de Uzbeken kennen wat van snel optrekken en claxonneren) dus besluiten we naar het tweede restaurant te gaan. Dat zou, als mijn interpretatie van de ligging op de kaart klopt, een behoorlijk uitzicht op de gebouwen rond Registan moeten hebben. Ik blijk gelijk te hebben. Het dakterras biedt een mooi uitzicht op de moskee en langs de andere kant op een (opnieuw volgens Google Maps) een mooie koepel van een mausoleum. Dat hebben we nog niet bezocht. Een mens vraagt zich af hoe dat nog kan.


Na ons avondmaal trekken we naar de trappen aan de voorkant van de Registan square. De lichtshow begint in principe om 8.30 en we vleien ons ruim op tijd gracieus neer op de (veel te lage) marmeren treden. Iedereen die onze leeftijd benadert zal wel begrijpen dat de bovenstaande beschrijving niet 100% de werkelijke beweging onder woorden brengt maar ik hoop dat de lezers dit als een literaire vrijheid erbij nemen. Het neervleien is trouwens niet het enige probleem. De show begint met een dik half uur vertraging (of wij zijn slecht geïnformeerd ) waardoor het marmer erg hard begint aan te voelen … er scheelt nochtans niets aan ons zitvlak️. Na de lichtshow is er soms nog een lasershow maar die gaat alleen door als een welwillende weldoener bereid is 3000 $ te betalen en dan kan iedereen meegenieten. Vandaag is er echter geen weldoener aan het werk geweest en vatten we dus de terugweg met alleen een lichtshow en geen lasershow aan.


Nu nog mijn schrijfsel laten censureren en we kunnen weer onder de dekentjes (want we laten de airconditioning de hele nacht, op een laag pitje weliswaar, verder zijn werk doen).

Slaapwel

5 juni: Van Bukhara naar Samarkand

We vertrekken vandaag om 9 uur omdat we een vrij lange rit voor de boeg hebben. Onze eerste stop is nog in een van de voorsteden van Bukhara. Daar staat een, qua afmetingen, indrukwekkende minaret. Ze is ook mooi afgewerkt met gemetselde versieringen, maar lijkt veel te nieuw om historisch belangrijk te zijn. De tweede stop is een workshop voor keramiek. Gelukkig krijgen we bij de obligate shop ook work te zien en een zeer degelijke uitleg van heel het proces door de eigenaar (al 5 generaties) zelf. Eerst komt het pottendraaien zelf aan de beurt. Na een dag drogen komt een grondlaag van rode klei waarop de tekening uit de losse hand aangebracht wordt. Eens dat ingedroogd is, komt de glazuurlaag. Deze bestaat uit: quartz, kaolien, gewoon glas en de asrest, na verhitten tot 1400 °C, van een lokale plant (100 kg plant geeft 4 kg geelachtige kristallen). Dit alles wordt met een, door een ezel aangedreven molensteen, fijn gemalen en op de tekening aangebracht . Als de potten nu gebakken worden wordt het glazuur transparant bij 1050 ° C. Voila, nu kunnen jullie het ook allemaal.


Wat verder stoppen we nog eens bij een Sardoba (bron / cisterne uit de 11de eeuw) en bijhorende caravanserai die tot de 19de eeuw operationeel geweest is maar er nu als een ruĂŻne bij ligt. Verdere bezienswaardigheden beperken zich tot een enorm zonnepanelenpark dat de weg gedurende minstens 1 km volgt en een gasleiding die her en der opduikt. De leiding is volgens mij een staaltje van Sovjet engineering. Ieder huis wordt bereikt, maar hoe? Nu eens als een portaal over een zijweg, dan weer tussen de bomen, dan vastgemaakt aan de gevel van een huis om dan weer te verdwijnen onder een oprit. Rare jongens die Sovjets maar toch bedankt om een al bij al vrij saaie rit wat op te beuren.


Iets voor 3 komen we aan hotel meridian by reikartz aan. De gidse zit al te wachten en moet dit nog 5 minuten extra doen omdat we onze valiezen in de kamer willen zetten en omdat we een extra laagje factor 50 willen aanbrengen! Nu zijn we klaar om de eerste bezienswaardigheid van Samarkand te bezichtigen. Het bezoek aan het mausoleum van Amir Timur (= Timur lenk = de stichter van de dynastie der Timurieden) begint met een uitleg over hoe de Timurieden vanuit Samarkand alles van Iran tot Noord Indië onder hun heerschappij kregen. Het mausoleum zelf is zeer mooi zowel langs de binnen – als langs de buitenkant. Er staan tombes voor de leermeester van Timur lenk, Timur zelf en een paar van zijn kinderen en kleinkinderen. Voor meer nazaten was er geen plaats noch tijd omdat ze elkaar sneller vermoordden dan dat ze zich konden voortplanten ondanks de 4 officiële echtgenotes en de veertigtal “diensters”. De laatste overlevende telg vluchtte naar India waar hij zich omschoolde tot Moghul.


Van het mausoleum rijden we langs een mooie laan naar Registan square. Daar staan recht tegenover elkaar 2 madrassas en aan de derde zijde één moskee. De tweede madrassa werd kort na de eerste gebouwd omdat de eerste zo succesvol was dat de campus moest uitgebreid worden. Er startten namelijk ieder jaar 1000 leerlingen die het volledige curriculum (religie maar ook wiskunde, sterrenkunde, kalligrafie, poëzie , enz.) moesten doorlopen. Daarvan bleven er uiteindelijk maar 100 over omdat men erg streng was (bv driemaal te laat zijn voor het eerste morgengebed = 4 ’s morgens betekende de uitsluiting).

De madrassa was gratis voor studenten van Samarkand maar studenten van buiten Samarkand woonden in de madrassa en moesten dus huur betalen. De tweede madrassa kan niet bezocht worden omdat daar nu concerten in gegeven worden en dus gaan we vervolgens naar de moskee.


Die is ook zeer mooi met rijkelijke versieringen in lichte kleuren en bladgoud over de papier mache stalactieten die de verschillende nissen versieren. Ook het plafond is knap met een trompe l’oeil waardoor het vlakke plafond een koepel lijkt. Na het bezoek van de moskee verlaten we de Registan square om naar de moskee van Bibi Khanim te gaan. Bibi maakte deel uit van de harem van een van de rechtstreekse afstammelingen van Genghis Khan. Timur liet de brave man executeren en nam de harem (en derhalve Bibi) over. Daarna huwde Mr. T met Bibi waardoor hij een koninklijke titel in de wacht sleepte. Enfin, eens Bibi the first lady van Timur was, werd ze ook zijn raadgeefster. Zij gaf onder andere de opdracht om deze moskee voor Mr T te bouwen terwijl hij een of andere speciale militaire operatie aan het uitvoeren was. Die moest de grootste van het rijk worden om te bevestigen dat T de grootste van allemaal was. Mr. T vond de moskee echter nog te klein en wilde hem daarom laten afbreken. Zover is het echter niet gekomen, omdat T bij zijn volgende veldslag het onderspit dolf en in een kist terug naar Samarkand kwam. Niet getreurd echter, de tand des tijds en een occasionele aardbeving deden waar T geen tijd voor gehad had, waardoor het hele bouwsel tot een ruïne verging. Bij de onafhankelijkheid van Uzbekistan (1991) werd de ruïne grotendeels heropgebouwd waardoor men zich nu rekenschap kan geven dat T ongelijk had en dat die moskee best heel groot was. Een voorbeeld van hoe hoogmoed voor de val komt.


Afsluiten doen we met een bezoek aan de bazaar. Hier is alles, food en non food te vinden. We lopen er gewoon eens door om de sfeer op te snuiven waardoor we ons meer en meer realiseren dat we niet alleen geen siësta gehad hebben vandaag maar ook geen lunch. We laten ons dan ook onverwijld afzetten aan een restaurant op wandelafstand van ons hotel. Het ziet er allemaal erg chic uit waardoor Gertrude begint te denken dat we de afwas zullen moeten doen aangezien we stilletjes onze miljonair status (in Uzbeekse Sum) verloren hebben. Alles komt echter goed. Gertrude’s stukjes lam zijn lekker en mijn kip julienne met champignons moet er zeker niet voor onderdoen al is de room en de kaas er misschien wat te veel aan. Ook de financiële kant van de zaak komt goed omdat we met de kaart kunnen betalen. Morgen pikken we een paar verse miljoenen op en dan lacht de toekomst ons weer toe. Slaapwel

4 juni 2026: Bukhara en omstreken

Het is vandaag de bedoeling iets vroeger te vertrekken om de hitte (toch een beetje) voor te blijven. Er staat namelijk heel wat op het programma. Gisteren werd besloten een paar monumenten naar vandaag te verschuiven. Die kwamen bovenop de bezoeken van vandaag. Om 8:30 zitten Yulia en Yacoub al op een bankje te wachten en vertrekken we naar een eerste bezienswaardigheid: het zomerpaleis dat in een goed onderhouden park buiten het stadscentrum gelegen is. Alle gebouwen zijn van de late 19de tot vroege 20ste eeuw en de architectuur is duidelijk beĂŻnvloed door wie toen hier de werkelijke baas was = de Russen. Het zomerpaleis werd gebruikt om bezoekers te ontvangen en is nu ingericht als museum voor klederen en decoratief textiel.


Na het zomerpaleis voert Yacoub ons naar het Sufi Center. De oorsprong van het centrum is de begraafplaats van een beroemde sufi aanhanger (= darwish = mensen met een zeer ascetische levensstijl). In de loop van de eeuwen is rond zijn begraafplaats een kerkhof van nobelen, die ook graag in het paradijs wilden belanden, ontstaan. Verdere uitbreiding van dit kerkhof is echter niet mogelijk en dus moest men een andere manier bedenken om in het paradijs te komen. De creatie van een sufi center op deze plaats is de oplossing voor hun probleem. Ik hoop voor hen dat ze gelijk krijgen. Om hun kansen nog te vergroten hebben ze ook nog één moskee voor mannen en één voor vrouwen gebouwd. Vrouwen mogen toch ook naar het paradijs … en ik ga me hier niet laten verleiden tot een seksistische opmerking waardoor ik de helft van de lezersschare tegen mij in het harnas zou jagen.


Na de sufi gaat het naar de Chor Minor. Dit is een madrassaatje voor lager onderwijs in een voorstadje van Bukhara dat ’s avonds, als de kinderen naar huis waren, omgevormd werd tot caravanserraitje. Het specifieke aan dit bouwwerk is dat het 4 minaretjes heeft (Chor = 4 en Minor = minaret, voilà nu kennen jullie allemaal evenveel Uzbeeks als ons). De bouwheer was een trader die regelmatig naar Hyderabad ging waar ook een gebouw stond met 4 minaretten. Aangezien de trader 4 dochters had, kreeg de architect een voor de hand liggende opdracht.


Een paar foto’s later voert Yacoub ons naar de plaats waar we ons gisteren als groenten in de Hypercor voelden (onder een waternevel). Deze keer hebben we onze gidse mee en die legt uit dat deze plaats met een vijver in het midden het oorspronkelijke centrum van Bukhara was. Twee van de vier zijden zijn ingenomen door madrassas, één zijde was de Joodse wijk en de 4de zijde is een heel grote moskee. Aan één van de madrassas hangt een interessant verhaal vast. Oorspronkelijk (17de eeuw) was het plan om hier een caravanserai te bouwen (op een bepaald moment waren er 60 in Bukhara). Toen het project officieel geopend moest worden mocht de eerste minister van het emiraat van Bukhara het lintje doorknippen. De brave man had niet goed opgelet tijdens de briefing en benoemde het gebouw in zijn speech een madrassa waardoor het gebouw nooit als caravanserai dienst heeft kunnen doen. Het gebouw uitbaten als caravanserai (wat heel wat lucratiever was) zou betekend hebben dat de eerste minister als leugenaar bestempeld werd, wat dan weer zeer slecht zou zijn voor de nekwervels van de uitbater. Op die manier kwam er nog een madrassa extra alsof daar nog nood aan was.


De Joodse wijk aan de andere kant van de vijver heeft ook zijn verhaal. Op het hoogtepunt van hun aanwezigheid waren de Joden met een paar duizend (men kon ze goed gebruiken als bankiers omdat moslims geen winst mogen maken op leningen). Toen de Uzbeken zagen dat de Joden het financieel erg goed deden, besloten ze deze sterkste schouders een beetje meer belastingen te laten betalen. Ze konden deze belasting vermijden door zich tot de Islam te bekeren. Sommigen deden dit (althans in het openbaar), anderen vertrokken uit Bukhara. Van een paar duizend Joden op het hoogtepunt is men nu teruggevallen op een paar tientallen. Men moet geen Nobelprijs Economie hebben om te bedenken wat er met de verhoopte extra inkomsten gebeurde. Misschien moet ik deze aflevering van de blog doorsturen naar Conner R en Raoul H zodat ze ook op reis naar Uzbekistan willen gaan. Misschien kunnen ze in Bukhara iets leren.


Genoeg politieke bedenkingen en terug naar het meer neutrale speelveld van de reisverslagen. Van de Joodse wijk “stappen” we (het kwik is ondertussen weer boven de 30°C gestegen) via een archeologische site richting hotel. We zien de funderingen van een (nog een) caravanserai, een hammam en een tot de Islam “bekeerde” Zoroaster tempel. Dit is het oudste gebouw van Bukhara en nog vrij goed bewaard omdat het onder het zand bedolven is geraakt! We gaan niet binnen omdat er binnen, volgens Yulia, niets speciaals te zien is


We zijn bijna aan het einde van ons latijn (jullie waarschijnlijk ook) als we de dubbel madrassa (= twee madrassas, één aan elke kant van een plein) bereiken. We bezoeken er maar één (Alhamdoelillah = God zij dank) ondanks het feit dat een renovatie erg nodig is. Speciaal aan deze madrassa is dat de moskee Shiite geïnspireerd is (90% van de gelovigen zijn hier Suni), waardoor de versieringen nadrukkelijker aanwezig zijn dan bij de andere gebouwen. Er wordt gebruik gemaakt van andere kleuren zoals roze en geel / goud en de plafonds hebben dikwijls de typische stalagtietstrukturen.


Het laatste wapenfeit voor Yulia is ons de geheimen van de drie handels koepels (= trading domes) uit de doeken te doen. Het eerste bakstenen complex met verschillende koepels was bedoeld voor de hoedenmakers. Het tweede (200 m verder) was vooral voor de metaalbewerkers en juweliers en het derde (nog eens een paar honderd m verder) was bestemd voor de bankiers en de handelaren. Nu zijn al deze trading domes zoals langs alle straatkanten gevuld met kraampjes die sjaals, T-shirts, hoedjes , juwelen, popjes en allerlei prullaria verkopen. We vragen ons af hoe die mensen aan het einde van de maand de huur van hun standplaats betalen maar dat is gelukkig hun probleem niet het onze.


Als we ons na de siësta weer naar buiten wagen valt het op dat de luchtvochtigheid hoger is, de wind gaan liggen is en dreigende wolken zich boven de stad samenpakken. We slenteren nog eens langs een aantal bezienswaardigheden die Bukhara rijk is. Die liggen iets verder uit elkaar dan in Khiva maar zijn toch gemakkelijk te bereiken. Tijdens ons avondmaal horen we een paar grote druppels op het dak van het restaurant vallen maar als we terug buiten komen is de straat weer poederdroog. We stappen op weg naar ons hotel langs een schaaktoernooi op de binnenplaats van de een of andere madrassa en langs de gevel van een andere madrassa die in een rode gloed van de ondergaande zon baadt. We kunnen weer op een mooie dag terugblikken en pakken alles zoveel mogelijk in. Dit zal het ons morgen gemakkelijk maken.

3 juni 2026: Bukhara

Het begin van de dag is vergelijkbaar met gisteren. Wekker op 7:30, langzaam op gang komen omwille van de benen (ja meervoud want één van Gertrude en één van mij ten gevolge van de minaret beklimming), ontwijkend ontbijt waarbij het schil- en kookadagio gevolgd wordt, tandjes poetsen met flessenwater en insmeren met factor 50. Het vervolg is heel anders. Yacoub, onze chauffeur, voert ons en onze gidse naar een park aan de rand van de stad en daarmee zit zijn taak erop. Gisteren had hij meer dan 400 km voor de boeg van de Chevrolet, nu mag hij aan een zeer vroege siesta beginnen. Wij beginnen aan een “lange” wandeling terug naar het hotel. Echt lang is de wandeling niet maar bij 40° C lijkt 1 km al vlug 10 km. Wij beginnen in dat park, dat door de Sovjets aangelegd werd om de bewoners van Bukhara wat schaduwplekjes te geven, omdat daar het oudste bouwwerk van Bukhara staat. Het is een mausoleum uit de 14de eeuw dat niet met de typische kleuren versierd is maar enkel door creatief gebruik te maken van metselwerk dat erg mooi oogt. Bovendien is het mausoleum perfect bewaard omdat het grotendeels onder zand van de woestijn gezeten heeft.

Na dit bezoek gaan we naar het volgende bouwsel aan de andere kant van het park. Daar bezoeken we een klein museumgebouwtje dat over een bron geplaatst werd. Het museumpje heeft een aantal kaarten die uitleggen hoe de waterhuishouding van Bukhara in elkaar zit. Bij het buitengaan ligt een toeriste op de grond, geveld door de warmte. Gelukkig ligt ze in het gebouwtje waar een airconditioning zijn best doet om de temperatuur redelijk te houden. Er is voldoende volk aanwezig om de vrouw te helpen dus blijven we niet meer om de ramptoeristen te spelen. De scène herinnert er ons wel aan dat we zoveel mogelijk in de schaduw moeten blijven en dat we voldoende moeten drinken. Hoe moet het hier zijn in de zomer wanneer de temperaturen kunnen oplopen tot 50°C … en meer.


Aan dezelfde kant van het park is ook een overdekte markt. We kopen er een paar bananen (veilig om te eten want “peelable” en bovendien ook “stopperig” wat ook van pas kan komen bij hyperactieve darmen) en lopen door de markt die zich blijkbaar vooral toelegt op kruiden in allerlei geuren en kleuren. Daarna slenteren we langs de moskee van de 40 kolommen. Dit is nog een actieve moskee waarbij men slechts aan 40 kolommen komt als men de weerspiegeling van de 20 echte kolommen in het vijvertje voor de moskee meetelt. Van daar lopen we langs de Eiffeltoren van Bukhara (= een ijzeren watertoren van de Sovjets die maar een paar jaar in dienst geweest is en nu uitgerust werd met een lift zodat hij als uitkijktoren kan gebruikt worden) richting Registan (= betekent “zand” = het plein voor de ingang van het impressionante fort = de ark). Het fort werd bewoond door de heersers van Bukhara, de ene al wreedaardiger dan de andere. Van de laatste vier bestaan foto’s en ze zagen er inderdaad duidelijk niet de zachtaardigste uit.


Om over een andere onzachtaardige man te spreken kuieren we verder tot aan het Poi Kalyon plein, maar niet zonder eerst op een terrasje een banaan op te eten en een flesje fris water te drinken. Op dit plein staan drie impressionante gebouwen. Een 48 m hoge minaret (die we niet kunnen en niet willen beklimmen); een grote madrassa (die we niet kunnen bezoeken omdat er nog altijd in onderwezen wordt) en een moskee (de tweede grootste van Uzbekistan alleen voorafgegaan door die van Samarkand). Vooraleer we de moskee bezoeken, krijgen we nog een verhaal over Genghis Khan, niet direct de meest zachtaardige historische figuur. Het is niet zonder reden dat men vastgesteld heeft dat 0.5% van de mannen op de hele wereld een Y chromosoom heeft dat naar Genghis Kahn verwijst. Als men alleen naar de bevolking van Mongolië kijkt zijn dat er 8%. Het kan niet zijn dat zoveel vrouwen verliefd waren op de man. Enfin, we wijken af, nu het lang beloofde verhaal. Het verhaal gaat dat Genghis Khan in de 13de eeuw naar Bukhara trok om te doen waar hij goed in was: steden afbranden en nakomelingen (met of zonder toestemming) verwekken. Aan de minaret gekomen keek hij vanop zijn paard omhoog naar de spits van de minaret waardoor zijn petje op de grond viel. Om zijn petje op te rapen moest de grote Genghis zich buigen waardoor hij zich rekenschap gaf dat Allah de grootste was en dat het dus voor zijn verdere aardse bestaan beter was de minaret die voor Allah gebouwd was, niet te vernietigen. Als dat geen mooi verhaal is, nietwaar? En als jullie dat niet geloven, dan laat ik me wel iets anders wijsmaken … misschien voor de volgende blog.


Het laatste wapenfeit samen met onze gidse vandaag is een bezoek aan de moskee waar ik voor de eerste keer op deze reis een schaamrokje aangebonden krijg … omdat mijn knieën onder de afgeritste broek komen piepen en omdat mijn tenen door de Teva sandalen zichtbaar zijn. We maken ons daar allemaal al lang niet meer druk over en bezoeken het enorme en zeer mooie binnenplein van de moskee. De moskee zelf kunnen we niet bezoeken omdat het gebed aan de gang is. Nu vinden we dat het tijd is om de resterende banaan op te eten, van een welverdiende siësta in de airconditioning te genieten en ons bezoek van deze voormiddag voor het nageslacht (en vooral voor onszelf) vast te leggen.


Onze na siësta activiteit beperkt zich tot het zoeken van een gezellig restaurant met een (dak)terras voor de avond, het verorberen van een aperitief, het avondeten en het wat slenteren onder het mensen kijken. Het zoeken naar een restaurant dat aan al onze criteria voldoet, blijkt moeilijker dan verwacht. Het aperitief is een typisch broodje van Bukhara met een groene thee (die er roze uitziet door het toegevoegde fruit … en kleurstoffen?). We nuttigen dit alles op een terrasje waarop water verneveld wordt. Het is verfrissend (wat erg welkom is want het is nog steeds 35° C) maar ik voel me toch een beetje zoals de groenten en de vis in de Hypercor van Puerto Banus. Dat belet ons niet een stukje te eten op een gezellig terrasje van waar het plezant is “speciale” voorbijgangers stilletjes te becommentariëren.

Eens dat allemaal achter de rug is, kunnen we met een gerust hart het tweede deel van de blog van vandaag schrijven. Hopelijk is en blijft het interessant. Slaapwel

2 juni 2026: Van Khiva naar Bukhara

Dat we vandaag van Khiva naar Bukhara rijden betekent dat er veel minder foto’s zullen genomen worden maar niet dat er niets te melden valt. Zet jullie dus maar schrap. Hier gaan we.

De wekker staat zoals altijd op 7:30 maar deze keer wacht geen mooi ontbijtbuffet op ons. Wel staan allerlei lekkernijen op onze tafel uitgestald. Jammer genoeg zijn veel van die lekkernijen (tomaatjes, kersen, iets yohurtachtigs, meloen, …) geen spek voor onze bek omwille van het adagio if you can’t peel it, if you can’t boil it, you can’t eat it. De zoete gebakjes gaan er echter in als … zoete gebakjes. Om 9:00 staan we gepakt en gezakt en ontmoeten we Yacoub onze chauffeur voor vandaag en de rest van de week. Hij ziet er een aangename man uit maar zijn taalkennis lijkt grotendeels bij het Uzbeeks te liggen. Hij rijdt met een Chevrolet zoals 90% van zijn medeburgers. Chevrolet is namelijk voor de Uzbeken wat Mercedes voor de Albanezen is. De verklaring is de aanwezigheid van een Chevrolet fabriek in Uzbekistan.


We vatten onze tocht naar Bukhara aan via dezelfde weg als de eerste dag wanneer we van de luchthaven van Urgench kwamen. Ik stel de vraag die toen ook al op mijn lippen lag: waartoe dient die blauwe pijplijn langs de weg? Het antwoord dat de pijplijn voor drinkwater dient komt na heen en weer gefoefel met een vertaalprogramma op Yacoub’s GSM. Grondwater is namelijk te ziltig. Na het goede stuk weg tot aan de luchthaven komt een strook van 100 km zeer slechte weg. Die weg doet ons denken aan de wegen die we bij de reizen door “ons Azie” onder de wielen geschoven kregen. Chaotische “voortuintjes”, kleine winkeltjes die alles verkochten, veel stof, slechte wegen en bandenreparatieateliers … misschien hadden die twee laatste wel iets met elkaar te maken


De slechte weg zou ook te maken kunnen hebben met het feit dat we ondertussen in de autonome republiek van Karakalpakstan aanbeland zijn. Deze republiek is deel van Uzbekistan op gebied van politie, defensie enz maar staat politiek op eigen benen en dus ook voor de wegen. Eens we weer in Uzbekistan zijn verandert de weg mirakuleus in een heuse snelweg waarop 100 mag (en kan) gereden worden. Nog vlug eens voltanken met LPG (alle brandstof kost hier 1/3de van de prijs in Belgie) en we zijn klaar voor een 5 uur durende rit door de woestijn. Dit kan echter niet zonder eerst een panoramische foto van de Amu Darya rivier genomen te hebben. Deze rivier vormt de grens tussen Turkmenistan en Uzbekistan. Deze foto is één van de drie foto’s die ik in de loop van de dag zal trekken en is eigenlijk meer om Yacoub terwille te zijn dan omwille van het mooie uitzicht.


De Kyzyl Kum is namelijk een woestijn met weinig fenomenale uitzichten (zoals veel woestijnen, denk ik). By the way, woestijn is in het Uzbeeks ”safari”. We zijn dus op safari zonder het te weten en by the way # 2 de schrijfwijze van de naam van deze woestijn en van alle steden en spullen vindt men hier op allerlei manieren. De verklaring hiervan is simpel. Er zijn hier niet minder dan 4 lettertypes gangbaar: cyrillische, arabische, farsi en latijnse letters. Op onze rit door de safari komen we regelmatig een kleine nederzetting tegen. Die bestaat altijd uit een tankstation, een restaurant, een tuaolet en een parking. Ongeveer midway is voor ons de tijd gekomen om iets te eten. We bestellen 4 spiesen met lam en kip, frieten en thee voor ons drieën. Rauwe ajuin is het enige dat we vertrouwen want die zijn niet gespoeld, alleen gepeld. We moeten voor dit festijn 92’000 sum neertellen. In een bui van ongebreidelde vrijgevigheid rond ik de rekening af tot 100’000 sum (7.14 €)


Daarna zetten we onze weg vlotjes verder alhoewel vlotjes de 4 verplichte pauzes niet in rekening brengt. Op bepaalde plaatsen staan namelijk 2 politieagenten (1 voor iedere rijrichting) die alle verkeer doen stoppen voor een (theoretische) 5 minuten rustpauze. Er wordt echter niet op de duur van de pauze gecontrolleerd waardoor iedere chauffeur na 30 seconden weer doorrijdt. Een mooi initiatief om de verkeersveiligheid te bevorderen dat op niets uitdraait. Vrij kort voor Bukhara passeren we het plaatsje Gazli. Het is geen oase, het is geen stadje of dorpje, het is zelfs geen nederzetting van enige betekenis. Het is gewoon de plaats waar de Chinese mijnheer Li een concessie heeft om gaz naar de oppervlakte te halen. Nog een plaats waar onze Chinese broeders een vinger in de pap hebben.


Om 4:30 staan we na onze tocht door de safari voor het boetiek hotel Imperial waar we de volgende paar dagen gaan verblijven. Het eerste dat ik moet doen na het inchecken is de Telenet SIM kaarten uit Gertrude’s en mijn GSM halen. Ik heb namelijk van Telenet een SMS gekregen waarbij ik verwittigd wordt dat ik op 2 dagen al 50€ boven mijn abonnement gespendeerd heb (ondanks het op vliegtuigmodus overschakelen vooraleer ik de Uzbeekse SIM kaart had en ondanks de Uzbeekse SIM kaart Nadien). Dus vanaf nu zijn we alleen nog bereikbaar op het Uzbeekse nummer dat ik doorgaf of via e.mail (WiFi lijkt hier goed te werken). De tweede (een fotofinish was nodig) prioriteit is hydratatie zoeken. We hebben dit met een rit door de woestijn aan teperaturen van 40° C dubbel en dik verdiend. Om hydratatie op te zoeken wandelen we een paar 100 m tot wanneer we een schaduwrijk terrasje met een mooi zicht op een paar moskees vinden. Na de frisse pint is het tijd om de hongerigen te spijzen. We doen dit op het dakterras rechtover een andere moskee (of is het een paleis of een madrassa ???? We horen het morgen). Het voedsel was lekker, het zicht fantastisch met een mooie zonsondergang er gratis bij, de bediening was attent. Wat moet een mens meer hebben? Misschien een iPad om dit allemaal op te schrijven en een bedje om voorbereid te zijn voor morgen

Slaapwel

1 juni 2026: Vrije dag in Khiva

We hebben de wekker op 7:30 gezet omdat we gelezen hadden dat het op bepaalde plaatsen erg druk kan worden en omdat het vroeg op de dag nog relatief fris is. Na een ontbijt waarbij we voorzichtig omspringen met wat we eten (= if you can’t peel it and you can’t cook it, then you can’t eat it) zijn we klaar om onze vrije dag in Khiva aan te vatten. Eerst gaan we naar de hoogste (57 m) minaret omdat er nu nog niet veel waaghalzen klaar staan om de beklimming te beginnen … of om terug naar beneden te komen en laat dat nu net het probleem zijn. Kruisen op de erg smalle wenteltrap met ongelijke en dikwijls zeer hoge treden en zonder leuning is geen sinecure. Gelukkig moeten wij die oefening maar één keer doen. Conclusie: de inspanning is niet min en de beloning is bwah. Het uitzicht is OK maar niet overweldigend … zeker niet voor de 200’000 Sum die we moeten neertellen hebben. Een entree voor twee dagen tot bijna alles in Khiva (met uitzondering van deze minaret en het mausoleum dat we straks bezoeken) kostte maar 250’000 Sum voor ons twee.


Na de minaret trekken we naar het mausoleum van de “Worstelaar”. De worstelaar was in zijn tijd (14de eeuw) veel meer dan een worstelaar. Hij was een ambachtsman, wetenschapper, religieuze autoriteit en waarschijnlijk nog een paar zaken. Na zijn dood werd hij begraven in zijn atelier maar een paar honderd jaar later begon men zich te realiseren wat voor een speciaal iemand hij geweest was en wou ieder met naam en faam (tot koningen toe) zich naast de worstelaar laten begraven waardoor een complex ontstaan is met straatjes tussen de graftombes. De moeite … voor slechts 100’000 Sum … wat een peulschil is voor miljonairs als ons.


Na een paar museums die we meer voor de koelte dan voor de bezienswaardigheden doen gaan we nog eens naar de tot hotel omgevormde madrassa. Een madrassa was vroeger een school zonder de exclusieve connotatie van koranschool. Zowat alles werd er onderwezen: literatuur, aardrijkskunde, muziek, poëzie … en de koran. Later is de madrassa geëvolueerd naar louter koran studie voor mensen die als imam door het leven willen gaan. Deze specifieke madrassa is een van de vele maar is met zijn 210 kamers de grootste van Khiva. Iedereen die voldoende bemiddeld was en voldoende drang voelde om in het paradijs te belanden, liet een madrassa of een moskee bouwen om zo een voucher voor het paradijs te krijgen. Dat is in ieder geval minder pijnlijk dan een carrière van martelaar palhoewel dat met het bijkomende voordeel van de 72 maagden komt. Enfin, ze zoeken het maar uit, ik ben geen specialist maar ik denk dat de huidige hoteleigenaars geen voucher voor het hiernamaals gekregen hebben omwille van een verbouwing / herbestemming die ze deden.


Na de madrassa gaan we naar de Juma moskee. Dat is de moskee die ons gisteren aan de kathedraal van Cordoba deed denken. Die kathedraal was immers initieel ook een moskee. Alleen zijn de pilaren hier van hout en niet van marmer zoals in Cordoba en is de reconquista niet ver genoeg Oostwaarts gegaan om ook deze moskee te transformeren tot kathedraal. We genieten wat van de koelte in de moskee en slenteren daarna verder tot het Zindal paleis. Het is hier veel drukker dan gisteren omdat een Vlaamse en een Franse groep alleen al een goede 40 personen uitmaken. Op zoveel volk had de koning vanop zijn zilveren audiëntie troon (die nu in de Hermitage in St Petersburg staat) niet gerekend. We besluiten dat het voor deze voormiddag genoeg geweest is en wandelen eerst voorbij La Terrassa waar we een tafeltje voor vanavond reserveren om dan naar het pleintje naast ons hotel te gaan. We eten iets klein (met een frisse Uzbeekse pint = geen Sportzot of dergelijke) en gaan het heetste van de dag in onze kamer met airconditioning doorbrengen.


Om 4 uur hervatten we onze activiteiten = straatje in, straatje uit slenteren waarbij we bouwsels die we gisteren ook zagen, herbezoeken maar waarbij we zo nu en dan toch weer op een andere madrassa, een ander paleis, een andere toegangspoort of een andere moskee botsen. De vraag die zich blijft opdringen is: waar woonden de gewone mensen? Een vraag die we aan de volgende gids zeker zullen stellen, want we vermoeden dat de volgende UNESCO steden niet anders zullen zijn.


Omdat het toch nog redelijk warm is, lassen we in onze slentertocht regelmatige (drink)pauzes in op de vele lommerrijke bankjes die her en der opgesteld staan. Dat is ook goed voor Gertrude’s been. Rond 7:30 is het tijd om naar La Terrassa te gaan waar de luxe tafel (zo heet de tafel met het beste uitzicht op de zonsondergang) voor ons gereserveerd werd. Voor 300’000 Sum (21.4 €) eten we met z'n tweeën zeer lekker met een grote pint (over de lokale wijn gisteren heb ik niet naar huis geschreven) en met een mooie zonsondergang over de museumstad Khiva. Morgen op naar Bukhara, een stad die Khiva naar de kroon zou kunnen steken maar eerst nog mijn verslag posten terwijl de proeflezer nog wakker is en haar been niet opspeelt. Polé Polé evolueert dat hopelijk verder in de goede richting. Merci Big Pharma.