Reis Uzbekistan en Kyrgyzstan 2026

Dit verhaal is gemarkeerd als spam en is daarom niet zichtbaar voor bezoekers.

Dag # 8: Rouvroy – Buzenol

Het begint een traditie te worden om te ontbijten om 7:30. Dit geeft ons de gelegenheid de zaken rustig aan te pakken en toch voor 9 uur op stap te zijn, zelfs als we eerst een eindje met de auto moeten rijden (om de GR weer op te pikken waar we hem verlaten hebben). Vanmorgen is het tamelijk fris (9°C om 9:00) maar er staat weer een heldere blauwe hemel. Als het waar is dat men niet mooi moet zijn om chance te hebben dan moeten wij wel erg lelijk zijn. Als we dan The Good, the Bad and the Ugly zouden zijn dan wordt het hoog tijd dat we bepalen wie de Ugly is. We houden dit in een binnenskamerse discussie. De eerste paar km van de tocht vanuit Rouvroy zijn op een vroegere spoorwegbedding (RAVeL in Wallonie genoemd als afkorting van Réseau Autonome de Voies Lentes) maar al snel laten we de relatief vlakke spoorwegbedding achter ons en beklimmen een helling waar de trein zou op staan kijken als op een koe (het moet niet altijd de koe zijn die naar de trein staat te kijken). Tijdens de beklimming valt ons ook een zure geur die in de lucht hangt op. Die was gisteren ook al opgevallen, maar deze morgen denken we een verklaring gevonden te hebben. In de vallei staat een groot (volgens Mr Google 360’000 ton cellulose pulp per jaar)houtverwerkend bedrijf (Burgo Ardennes). Mr Google weet ook dat er veel te doen is in de streek over geurhinder veroorzaakt door het bedrijf. Dat weten we dus nu ook weer en bovendien weten we nu ook dat we geen Covid-19 hebben want anders hadden we waarschijnlijk niets geroken.

Deze helling omhoog en afdaling achteraf brengt ons in het mooie Torgny, het meest zuidelijke dorpje (van 200 inwoners) van België. Alle huizen zijn min of meer in dezelfde stijl gebouwd met iedere keer het bouwjaar in het linteel boven de voordeur. De oudste huizen (in het centrum van het dorp) dateren van eind 18de eeuw en gaan zo verder tot midden 19de eeuw voor de huizen ietwat meer in de periferie van het dorp. Het dorpje kan, naast mooie huisjes / boerderijtjes ook bogen op drie wijngaarden waarvan de grootste 5 a 7000 flessen per jaar (!!!) produceert. Wereldspelers kunnen ze op gebied van kwantiteit niet genoemd worden, maar misschien op gebied van kwaliteit wel???

Na het bezoek aan Torgny keren we (via een andere weg) weer naar het noorden om zo uiteindelijk in St Mard (een stadje in de “agglomeratie” van Virton, hoofdplaats van de Gaume streek met ook maar een 3000 inwoners) aan te belanden. Het is half een en dus besluiten we een picknickplaats te zoeken. We hebben geluk deze keer want we vinden een parkje met een kiosk in het midden en errond een paar banken waarvan er één beschikbaar is en bovendien in de schaduw. Dit is dus een drie sterren picknickplaats voor een warme dag die het ondertussen weer geworden is. Na de picknick steken we de samenvloeiing van de riviertjes de Virre en de Tonne over waardoor we ook weer weten waar de naam Virton vandaan komt. Reizen om te leren heet dat!. Nadat Wilfried nog een kaartje of twee van Virton gekocht heeft beginnen we aan de laatste 11 km van de dag. We laten (met wat tegenzin) weer de wijdse landschappen achter ons om weer meer in het bos te stappen. Het voordeel hiervan is dat we wat beschut zijn tegen de warmte maar het nadeel is dat de uitzichten beperkt zijn tot bomen en nog eens bomen.

Op een bepaalde plaats zien we een aanduiding “Sentier des Songes”. Dat hebben we aan het begin van onze tocht aan de oevers van de Lesse ook al eens gezien. Toen waren het een aantal beeldhouwwerken die aan de oevers van de Lesse opgesteld stonden om de tocht iets extra te geven. Nu is dat niet anders. Bovendien blijken we in de Vallei van de Zigomars aanbeland te zijn. De Zigomars zijn een broederschap die een chalet uitbaten in het vallei waarin we lopen. Boven de deur van de chalet staat een grote Z gekerfd (ik dacht eerst dat Zorro hier langs geweest was maar gelukkig staan er informatieborden die een en ander wat duidelijker (???) maken). De Zigomars organiseren iedere 1ste Mei een groot bosfeest waarin bosfeeen en trollen ten tonele gevoerd worden en Maitrank (witte wijn geparfumeerd met Onze Lieve Vrouw bedstro) gedronken wordt. Een paar km voorbij de Zigomars vinden we onze eigen bosfee = de “chauffeuse van de bezemwagen” terug die ons veilig naar het terrasje van La Sapiniere brengt waar we niet met maitrank maar met Orval onze dorst kunnen lessen. We reserveren er ook een tafeltje voor vanavond want de keuken van het hotel waar we deze nacht verblijven is op maandag gesloten.

Na een deugddoende douche gaan we eten in La Sapiniere om daarna naar Terzake en de Afspraak te kijken. We willen namelijk op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen in de Wetstraat. Benieuwd wat daarvan komt (of meer waarschijnlijk: niet komt)

Dag # 7: Valansart – Rouvroy

We hebben gevraagd of we om 7:30 kunnen ontbijten. Op die manier kunnen we een beetje vroeger vertrekken en dus een beetje de grote hitte van de middag / namiddag vermijden. Dat kan en we mogen van het madammeke ook onze boterhammetjes voor deze middag samenstellen (want we betrouwen het niet om onderweg iets te kunnen kopen, zeker niet op een zondag). Om 9:00 zet Nelly ons af op de plaats waar ze ons gisteren oppikte. Het is opnieuw (nu al de 7de dag op rij) een helder blauwe hemel en een beetje fris maar absoluut niet koud wanneer we beginnen stappen. De voormiddag bestaat hoofdzakelijk uit bossen, meestal wel mooie loofbossen maar toch bossen en we hebben al veel bossen en bomen gezien. Met andere woorden we hopen alle drie op een verandering van scenery. Die verandering komt er rond de middag, meer en meer open plekken geven zicht op de wijde omgeving en dat brengt wat afwisseling.

Na een tijdje zien we drie stappers vanuit de verte naar ons toekomen. Ze hebben alle drie dezelfde witte T-shirt aan en twee van de drie hebben een witte vlag boven hun rugzak uitsteken. Gertrude begint met hen te babbelen en komt zo te weten dat ze deelnemen aan een tocht langs de Belgische staatsgrenzen met de bedoeling geld in te zamelen voor onderzoek naar de ziekte van Parkinson. Hiervoor hebben ze 30 km per dag veil wat hen een “Chapeau” van ons en ons een “bonne continuation” van hen oplevert. We stappen verder maar deze ontmoeting doet mij weer denken aan gedachten die ik al sinds het begin van onze tocht heb, namelijk waarom stappen wij hier? Ik besluit alle mogelijke motivaties op te lijsten in mijn epiloog en het aan jullie, mijn gewaardeerde lezers over te laten er één of meerdere motivaties uit te pikken waarvan jullie denken dat ze van toepassing zijn. Jullie mogen absoluut ook bijkomende motivaties aanbrengen. Ik ben geïnteresseerd in jullie publieke (reis mee web site) of private (e.mail) reacties.

Na dit filosofisch intermezzo schakelen we opnieuw over naar een prozaïsch verslag van de gebeurtenissen van de dag. In ons geval is dit een passage in de Ferme de Hayon. Deze oude boerderij wordt opgeknapt door een coöperatieve van een 200 mensen die weinig of veel geïnvesteerd hebben in het reilen en zeilen van de renovatie van de boerderij. Ondertussen zijn 4 mensen (gezinnen?) hier gedomicilieerd en die runnen een boerderij oude stijl met kippen op het erf en koeien in de wei en patatjes en oude granen en hennep (chanvre, hemp) op de velden. Alleen dat laatste lijkt een toevoeging van meer recente datum zij het voor toepassingen in de textiel of als THC olie.

Rond 12:30 zijn we in Sommethonne en Gertrude heeft honger dus gaan we op zoek naar een picknickplaats. Een plaats vinden die aan de drie criteria (die jullie ondertussen kennen) beantwoordt is niet eenvoudig dus settlen we voor een plaats met twee sterren (kunnen zitten …. Op de trappen van de kerk en in de schaduw zitten … in de schaduw van de kerktoren). Het uitzicht moeten we opgeven. Dat is echter geen ramp vooral omdat we alle drie al een stevig hongertje hebben en uitzicht op rangorde drie komt. Na het eten klimmen we stevig omhoog en passeren na minder dan 1 km een picknickplaats van 3 sterren. Dit doet ons tot de conclusie komen dat de GR organisatie de stappers een enorme dienst zou kunnen bewijzen door in hun topo-gidsen mooie picknickplaatsen te vermelden. Enfin, we trekken verder door een nu steeds mooier wordend landschap. We krijgen vergezichten zowel richting Belgie als richting Frankrijk want we lopen letterlijk op de grens tussen de twee landen. Het toetje op de taart is een bezoek aan Montquintin. We moeten er wel eerst helemaal voor naar beneden tot in Couvreux afdalen om dan zeer steil tot in Montquintin weer op te klimmen. De beloning is een vergezicht in de vier windrichtingen vanop een plaats waar sinds de 12de eeuw een versterkte burcht / kasteel gestaan heeft. Van het kasteel schieten nu maar een aantal muren meer over, maar een blijkbaar erg actieve groep enthousiastelingen stellen alles in het werk om het kasteel zoveel mogelijk te restaureren en te herbestemmen voor allerlei festiviteiten

Vandaar gaat het rechtstreeks naar beneden waar we Nelly om 4:15 ontmoeten zodat we snel naar de eerste pint van de dag kunnen rijden.. We logeren in het chateau de Latour in het dorpje Latour, kwestie van het makkelijk te maken voor de GPS. Ik bestel een “wiite Chimay” en Wilfried een “jonge Orval” maar we worden beiden beleefd maar gedecideerd door de ober op het matje geroepen. De eigenaar van de Chateau de Latour heeft namelijk één of andere functie in de abdij van Orval waardoor hij Orval tot 30 jaar oud in de kelder liggen heeft. Die is echter niet voor routinematige verkoop bestemd. Een bijna 4 jaar oude Orval kan men echter krijgen voor 5 Euro terwijl een jonge Orval ook 4 Euro kost. De ober raadt ons dus aan eens goed na te denken. Onze berekening is snel gemaakt en we volgen het advies van de ober … met zeer goed gevolg. Deze 4 jaar oude Orval is idd stukken zachter / beter dan een jonge Orval en de extra 1 Euro meer dan waard. Zo erg zelfs dat we er een tweede van bestellen.

Na de douche hebben we een tafel in het restaurant gereserveerd. We beperken ons tot de hoofdschotel. We hebben sinds het begin van de tocht meestal een menu met voor-, hoofd- en nagerecht gegeten en beginnen ons, ondanks het vele stappen, serieuze zorgen te maken over ons gewicht. Enfin, dat zijn zorgen voor donderdag als we voor het eerst weer op de “enige echte en betrouwbare weegschaal” moeten verschijnen. Ondertussen gaan we goed slapen, denk ik, maar niet zonder eerst naar Sports Late Night te kijken

Dag # 6: Chassepierre – Valansart

Deze morgen staan we voor een etappe van ongeveer 20 km omdat we niet dezelfde 3 km tussen het hotel in Chassepierre en de splitsing naar Florenville opnieuw willen stappen. We hebben dit gisteren al eens gedaan en één keer volstaat. Het binnenkomen van Chassepierre was dan wel mooi maar de weg zelf was tamelijk saai en redelijk druk (zeker voor de standaarden die we de laatste paar dagen mogen hanteren hebben). Samenvattend: er is geen goede reden om dezelfde weg nog eens te doen dus doen we beroep op onze bezemwagen om ons naar de splitsing naar Florenville te brengen. Na een mooi ontbijt dat in stukjes en beetjes naar onze tafel gebracht wordt (omwille van de strenge Corona maatregelen in La Vieille Ferme) beginnen we onze tocht aan de splitsing naar Florenville. Het is nu al de 6de dag een mooie blauwe lucht. Het is fris maar niet koud en dus perfect stapweer. Florenville is een klein stadje van 3000 inwoners dat wat hoger ligt en daarom een mooi uitzicht biedt over de omgeving. Florenville is veruit het grootst van de hele streek en daarom denken we dat we hier zonder problemen een sandwich voor de picknick zullen kunnen versieren. Dat is wat optimistisch geredeneerd, want we moeten eerst verschillende mensen (waaronder twee mannen die op een terrasje al hun eerste Chimay Bleue van de dag aan het verorberen zijn) aanspreken om een bakker te vinden. We vinden er zelfs twee maar die hebben (nog?) geen sandwiches. Ze hebben alleen koffiekoeken en dus leggen we ons bij deze situatie neer en kopen een paar koeken voor vanmiddag.

We stappen van Florenville richting Chameleux. Dit plaatsje is niet veel meer dan een herberg en een paar huisjes en dat is exact wat de plaats 2000 jaar geleden ook was. Een Gallo Romeinse nederzetting op de weg van Reims naar Trier. Zo’n nederzettingen hadden ze blijkbaar om de 15 km. Wij kunnen trots zijn, want wij kunnen 25 km aan voor we een afspanning nodig hebben. Onderweg zien we veel geëlektrificeerde afsluitingen met een vermelding in verband met de heersende varkenspest. Wandelaars / mountain bikers worden verzocht bij het buitentreden van een gebied met varkenspest hun schoenen / wielen te wassen. Dergelijke maatregelen hebben we nog niet dikwijls gezien. Misschien moet hier een extra contact tracing systeem voor opgezet worden, nu we daar toch goed in aan het worden zijn althans als we Wouter Beke en zijn gevolg mogen geloven.

Nadien komen we in Orval, onder andere omwille van religieuze redenen een hoogtepunt van onze GR129 tocht. Het is er een drukte van jewelste. Auto’s staan tot 1 km van de ingang van de abdij geparkeerd en mensen lopen af en aan met pakketjes van 6 flesjes van het gegeerde gerstenat. Sommigen hebben zelfs duveltjes die volgeladen zijn met pakketjes Orval. Wij nemen niet de tijd om de abdij en de brouwerij te bezoeken. Het is namelijk al na 1 uur, hebben nog niet gegeten en hebben nog een dikke 10 km voor de boeg. Na een snel bezoek in het voorportaal van het abdijcomplex trekken we verder langs de GR die de omheining van het klooster volgt. We moeten nog een paar kilometer stappen vooraleer we een drie criteria picknickplaats vinden. Dat we daarvoor op de toegangsweg van een privé woning moeten gaan lijkt ons geen groot probleem omdat we sinds de abdij zelf hooguit 2 auto’s gezien hebben. We installeren ons dus in de schaduw (1) op een muurtje (2) aan een meertje (3) en beginnen aan onze koffiekoeken. Plots komt een autootje aangereden. De dame aan het stuur vraagt ons of we iemand toestemming gevraagd hebben om op dat muurtje onze koffiekoeken op te eten. Gertrude antwoordt dat we geen toestemming gevraagd hebben (aan wie zou dat moeten geweest zijn?) maar dat we binnen 5 minuten verdwenen zullen zijn. De dame lacht eens (duidelijk niet erg gemeend) en zegt, terwijl ze wegrijdt, dat het niet “grave” is. Dat vinden we ook en eten dus rustig verder.

Na de picknick stappen we verder tot aan de afspreekplaats in Valansart waar we rond 3:45 toekomen. Onze bedenkingen zijn dat het een mooie tocht was met veel afwisseling maar dat er een beetje te veel verharde stukken tussen zaten. Er waren vandaag minstens 50% van de wegen geasfalteerd en dass ist des Gutes etwas zu viel, vinden onze voeten. Nelly is netjes op post (na haar bezoek aan de abdij / brouwerij van Orval) en brengt ons al even netjes naar de Moulin Gourmand in St Vincent. We zetten de bagage in de kamer en spoeden ons naar het terras waar Wilfried en ik, als boetedoening, twee Orvals verwerken. Het leven kan hard zijn maar men gotta do what a man gotta do, niet waar?

Na een douche, een wasje en een plasje (ik moet dit vermelden om te vermijden dat jullie zouden denken dat we iedere dag met steeds vuilere en stinkendere kleren rondlopen) en een paar gerichte aanvallen op teken die zich proberen in te nestelen, is het tijd om de voetjes onder tafel te schuiven. We hebben ons eerder al akkoord verklaard met een menu van 22 Euro waarvoor we een viertal amuses, een gerookte forel pastei met garnalen en twee rundswangetjes in Navarin krijgen. Voor 4 Euro extra hadden we er ook nog eens een kaasassortiment of een duo van desserts bijgekregen maar gelukkig hebben we die kat uit de boom willen kijken. We zitten nu al paf. Met nog een laagje dessert waren we nog paffer en was deze blog waarschijnlijk tot morgen uitgesteld geworden.

Nu, zonder dessert, kan de blog nog aan de censor voorgelegd worden en we kunnen kijken wat de Gantoise ervan terecht gebracht heeft tegen Moeskroen.

Dag # 4: Mortehan – Chassepierre

Onder het geblaat van een geit onder ons venster neem ik de laptop ter hand om jullie te melden de goede staat van onze gezondheid en wat er vandaag zoal gebeurd is. Deze ochtend konden we al om 7:30 ontbijten ook al omdat dit de eigenaar van de chambre d’hote goed uitkwam. Op die manier kon hij namelijk makkelijk de bubbel van het andere koppel dat er ook logeert en maar om 9 uur wou ontbijten van onze bubbel gescheiden houden. Het ontbijt is er (opnieuw) een om u tegen te zeggen. De (grote) tafel staat vol met allerlei soorten brood, vlees, confituur, kaas, cake, chocolade, enz en we krijgen ook nog eens een pannetje met een spiegeleitje. Onder andere daarom zijn we een beetje te laat op de afspraak met Koen maar hij heeft maar 10 minuten moeten wachten en denkt dat zijn ouders gecumuleerd nog steeds langer op hem moeten wachten hebben dan hij op hen.

Met deze ingesteldheid kan iedereen leven en beginnen we onze tocht om 8:45. Een blauwe hemel staat boven ons maar aangezien het nog vroeg is voelt het nog frisjes aan. Na een paar minuten stappen voelt het minder fris. De tocht loopt op een zacht hellend terrein tot aan de Semois die we rond 11 uur bereiken. De omstandigheden zijn ondertussen perfect geworden: een mooi zonnetje en temperaturen rond de 20°C. Hoe fantastisch zou het zijn mocht het zo tot het einde blijven? Verschillende websites hebben hierover een verschillende mening dus besluiten we dat we het dag bij dag zullen nemen.

Na een paar foto’s van de Semois genomen te hebben, beginnen we aan een gestage maar eindeloos lijkende klim uit de vallei. Dit kunnen we alle vier, zonder te veel ademverlies, te boven komen en komen rond 12 uur aan het Chateau de Epioux, een kasteel uit de 16de eeuw (met latere restauraties en uitbreidingen). In die tijd lag deze streek in het centrum van de metallurgie maar onder andere de aanleg van de spoorweg bracht deze industrie in de streek tot verval. Voor het kasteel ligt een groot meer en rond dit meer staan bankjes die in de schaduw van eeuwenoude bomen staan. Ik weet dat jullie nu weten wat er kwam: idd picknick op een plaats die aan de drie criteria beantwoorden. De inwendige mens wordt hiermee op ideale wijze versterkt wat ons in staat stelt flink verder te stappen richting Lacuisine waar we vergast worden op een paar mooie uitzichten op de Semois en de rond liggende heuvels. Dit mooie uitzicht bevestigd nog maar eens wat we reeds de hele tocht mekaar lopen te vertellen: de herfstkleuren beginnen erg nadrukkelijk aanwezig te zijn. Dit geeft nog een beetje extra schoonheid aan de vergezichten over de Semois die we voorgeschoteld krijgen..

Na de vergezichten gaat het naar Martué waar we boven de deur van een kapelletje, gewijd aan de Heilige Rochus, een zeer oud bas reliëf voor St Jacob zien. Dit wijst erop dat hier ooit pelgrims gepasseerd zijn die naar Santiago de Compostela trokken. Misschien kunnen we op deze tocht (die eigenlijk een last minute Plan B is) dan toch nog een volle aflaat in de wacht slepen. Na Matué steken we de Semois over en slaan we van de GR129 die naar Florenville verder loopt af om richting Chassepierre te gaan. Die laatste 3 km zijn een beetje een smet op het blazoen van een zeer mooie dag omdat de weg tot Chassepierre langs een vrij drukke straat loopt. Chassepierre is dan weer een erg mooi dorpje (niet voor niets uitgeroepen tot “Un des plus beaux villages de la Wallonie”) en dat terwijl het dorp bijna van de aardbol verdwenen was. In 1963 was namelijk beslist een stuwdam te bouwen op de Semois waardoor het stuwbekken het dorpje zou overspoeld hebben. In de vroege jaren ’70 was er echter zoveel protest dat de plannen afgevoerd werd (meer uitleg over Chassepierre) en Chassepiere één van de mooiste dorpen van Wallonie werd..

Op het terras van La Vieille Ferme (waar we deze nacht onze tenten zullen opslaan) drinken we een welverdiende pint van de lokale brouwerij. Die pint valt zo goed mee dat we er ons nog een tweede bestellen. Dit geeft ons voldoende tijd om eens lang onder de douche te staan en klaar te zijn om 7:00 voor het avondeten. Daarmee kan weer een mooie dag netjes neergelegd worden, kunnen we ons verslag schrijven en kunnen we nog eens naar De afspraak op vrijdag kijken om te weten te komen wat onze politiekers ervan gebakken hebben tijdens onze afwezigheid.

Dag # 4: Maissin – Mortehan

Het ontbijt staat deze morgen, met dank aan Corona, op kleine bordjes uitgestald. Men kan kiezen tussen een bordje met twee sneetjes kaas of een bordje met een sneetje kaas en een sneetje hesp of een bordje met een sneetje salami en een blokje smeerkaas of … enfin, ik denk dat jullie het wel doorhebben. Om 9:15 staan we klaar om de tocht van vandaag aan te vatten. Het is een blauwe hemel maar wel tamelijk fris. Dit zal meer dan waarschijnlijk resulteren in de perfecte omstandigheden om te stappen later op de dag. Dit betekent dat we al 4 dagen zeer mooi weer hebben, in België … in midden september. Men moet toch echt niet mooi zijn om geluk te hebben, hoor ik jullie tot hier denken. Ik kan niet anders dan jullie gelijk geven en hopen dat het zo nog een paar dagen blijft.

Het ganse dorp van Maissin is bezaaid met parkjes waarin een aantal witte kruisen met de tekst “Passant, souvenez vous” erop staan.. Deze parkjes herdenken zowel Duitse, Franse als Belgische militairen die tijdens 3 dagen in Augustus 1914 mekaar tot de dood bestookt hebben en met bajonetten aangevallen hebben met als enige bedoeling het boerengat Maissin te veroveren / te behouden. Ik ben ervan overtuigd dat zelfs God niet weet waarom ze hier zo’n bloedige veldslag vochten. Laat ons hopen dat de verantwoordelijke militaire hiërarchie het wel wist.

Voor ons is het allemaal veel simpeler. Het reliëf is hier duidelijk liefelijker dan wat we de eerste dagen van de tocht meemaakten en wat aanvallen afslaan betreft kunnen we ons beperken tot attent zijn voor teken. De laatste twee dagen heb ik 3 teken en Gertrude 1 teek naar de eeuwige teken-jachtvelden geholpen. Verder zijn er bitter weinig wespen, muggen, dazen of andere ambetanteriken. Dit heeft misschien te maken met de natuur waarin we voor het ogenblik rond lopen. 90% van de voormiddag lopen we in bossen (meer bepaald, sparrenbossen). Dit levert niet direct spectaculaire vergezichten op maar heeft misschien het voordeel dat het ongedierte ook niet erg gemotiveerd is om hier aanwezig te zijn.

Met ons stappen gaat alles behoorlijk. We voelen allemaal wel hier en daar een pijn of pijntje maar grosso modo kunnen we niet klagen. Ik zelf heb wat pijn in mijn rug (maar dat heb ik al 2 jaar), aan mijn schouders (maar dat is door de rugzak), aan mijn heupen (maar dat is ook door de rugzak), aan mijn dijen (dat is vooral door hellingen naar beneden te komen), aan de pezen in mijn knieholtes (die zijn wat te kort denk ik), aan mijn schenen (ik wist tot zeer recent zelfs niet dat daar spieren zaten), aan mijn hielen (en dan heb ik nog geen hielspoor) en aan mijn voetzolen (misschien zou ik beter wat minder wegen) maar zoals gezegd kan ik niet klagen en moet ik geen beroep doen op extra farmaceutische producten.

Na het overgrote deel van de voormiddag in de bossen doorgebracht te hebben (= goed voor de voeten want zachte ondergrond) komen we rond de middag in een meer open landschap. Tijd om een picknickplaats te zoeken. We vinden welgeteld één mogelijke plaats die aan twee van de drie criteria beantwoordt. Het uitzicht op Offrange is erg mooi en er is iets dat voor een bank zou kunnen doorgaan. Schaduw is er niet maar dat is geen ramp omdat het niet meer dezelfde hitte van een tweetal dagen geleden is. Later, na de picknick, blijkt dat we er goed aan deden content te zijn met de twee criteria want we zien geen enkele plaats meer die aan de drie criteria voldoet. Men zou toch wel wat bankjes langs de GR 129 mogen plaatsen. Misschien zouden de organisatoren van GR mijn blog moeten lezen zodat ze aan een aantal praktische aspecten van het stappen denken (waar picknicken? Waar naar het toilet? Waar inkopen voor de picknick doen? Waar drinkbaar water bijtanken? Enz)

Na het middagmaal trekken we verder door meer open landschappen met hier en daar toch nog grote bospartijen. Al bij al een OK tocht vandaag maar minder spectaculair dan de 3 eerste dagen. We zien morgen wel wat dag 5 in petto heeft. Rond half vijf komen we op de afgesproken plaats aan waar Nelly ons al staat op te wachten. We gaan rechtstreeks naar de Chambre d’Hotes in Mortehan (gebouwd in 1725) want onderweg lijkt geen enkel terrasje open te zijn. Gelukkig heeft onze hote (hij blijkt een Nederlandstalige, alternatieve geneesheer te zijn die er dan ook meer dan een beetje excentriek uitziet en zijn huis volgehangen heeft met Boeddha referenties) een uitgebreid assortiment lekkere bieren. Wilfried neemt een Chimay Bleu en ik een Orval. Nelly en Gertrude beperken zich tot een Schweppes Lime en Munt. Gertrude vindt al van bij het eerste proefje dat dat ze Fa (met de wilde frisheid van limoenen) aan het drinken is. Ik kan hier alleen maar van denken dat het niet onlogisch is dat die Schweppes naar Fa shampoo ruikt als beiden op basis van hetzelfde zijn. Met Orval of Chimay komt men dergelijke toeren niet tegen.

Na deze dorstlesser is het tijd voor een wasje en een plasje van de bezweette spullen en van onszelf en daarna gaan we naar een restaurant in Herbeumont. Het eten is er erg lekker maar de bediening is tergend traag. Zo traag zelfs dat we besluiten geen dessert meer te nemen. Dit is OK voor mij want ik was toch niet van plan een dessert te eten en dit geeft me iets meer tijd om aan de blog te werken. Jammer genoeg is de censor echter al in dromenland dus zal ik mijn verhaal morgen vroeg moeten voorleggen.

Wat we al weten over morgen is dat we om 7:30 zullen ontbijten en dat we morgen weer een special guest star luisterend naar de naam Koen Van Tulder in onze rangen hebben en dat de totale lengte op algemene aanvraag van bijna 29 km naar bijna 25 km teruggebracht is (niet omwille van de special guest star maar wel omwille van de 3 habitués die alles boven de 25 km toch iets te stevig beginnen te vinden).

Tot morgen

Dag # 3: Resteigne - Maissin

We hebben gevraagd om rond 8:00 te ontbijten. Dat is geen probleem en de eigenaars hebben een fantastisch ontbijt voor ons klaar gezet. Er zijn niet alleen de traditionele zaken die men op een ontbijt graag vindt (brood, hesp, kaas, confituur, croissants, enz enz) maar er zijn ook een aantal speciallekes zoals suiker met vanille stokjes voor het zoeten van de yoghurt of thee bereid door blaadjes gedurende exact 4 minuten in water van 85°C te laten trekken of koffie te maken met water van 90°C of zelfgeperst appelsap van zelfgeplukte appels, enz. Over al deze (en nog veel andere onderwerpen) zitten we te babbelen alsof dit onze hoofdtaak is. Ook het koppel van Urbanus-city neemt vrolijk deel aan het gesprek. We belanden zelfs op de top van de Kilimanjaro die de eigenaar twee jaar geleden samen met drie vrienden waaronder Alain Hubert bedwongen heeft. De eigenaar heeft er twee erg mooie fotoalbums aan overgehouden. Alain Hubert wellicht meer. Allemaal erg interessant maar het is ondertussen alweer 9:30 geworden vooraleer we onze dagtocht beginnen (en dan stappen we de eerste 50 meter nog in de verkeerde richting !!!).

Niet getreurd, we maken een bocht van 180°, het is een blauwe lucht en het is (nog) fris dus stappen we vrolijk richting onze tweede navigatiefout van de dag. De oorzaak hiervoor is dat we lopen te tateren als drie viswijven en niet voldoende aandacht schenken aan de GR aanduidingen en de GPS. Wij besluiten dat het niet ons getater meer de signalisatie van GR is die ons liet verkeerd lopen. Er zijn wel veel GR aanduidingen maar die zijn soms niet hyper-opvallend aangebracht. Als slechte leerlingen leren we niet uit onze fouten en lopen we een uurtje verder in onze tocht weer fout. Deze keer moeten we echter niet een paar honderd meter op onze stappen terugkeren maar kunnen we een alternatief pad volgen dat na een tijdje weer op de GR 129 uitkomt. Misschien omwille van het feit dat we op een alternatief pad lopen, misschien louter toevallig doen we een paar observaties. Eerst hoor ik gebrom in de struiken naast het pad, daarna hoor ik zeer luid geritsel van droge bladeren en daarna zie ik een rotte (dit is de naam voor een hele bende, ik heb het opgezocht) met (minstens) 20 jonge en volwassen everzwijnen die blijkbaar mijn aanwezigheid niet apprecieren. Dat is OK voor mij want ik zie me niet in dialoog treden met die beesten; Een paar tientallen meter verder zien we op een paar meter van ons twee reekalfjes. Geen wonder dat hier veel gejaagd wordt.

Na de lokale fauna bewonderd te hebben gaat onze tocht verder richting Daverdisse. We komen er rond 1 uur toe en vinden onmiddellijk een picknick plaats die alle criteria kan aantikken.We knabbelen onze picknick die we van de moulin de Resteigne meegekregen hebben op en zetten daarna de tocht verder, want in Daverdisse is verder niet veel te doen. Terrasjes zijn niet te bespeuren. De tocht in de namiddag loopt grotendeels langs de Lesse wat de navigatie vergemakkelijkt. We zien meer wandelaars / stappers dan de vorige dagen. Misschien is dit louter toeval of misschien zijn hier gewoon meer toeristen of misschien zijn nu meer mensen op stap omdat het vandaag minder heet is dan de afgelopen dagen. Hoe dan ook , we komen rond 5 uur aan op de afspreekplaats waar Nelly ons staat op te wachten. Ze brengt ons naar ons Hotel (Chalets de la Lesse in Maissin is een tamelijk groot hotel) waar we ons direct achter een frisse pint scharen, we hebben het verdiend.

Het hotel heeft in Corona tijden geen restaurant dus maken we gebruik van de bezemwagen om een restaurant in de buurt met ons bezoek te vereren. Nelly heeft een grondige studie van de horeca van Maissin en Redu gedaan en is tot het besluit gekomen dat we de beste kansen hebben in de Auberge Gourmande in Redu … en ze heeft gelijk. De keuze van de maaltijden is dan wel tamelijk beperkt (steak of escalope of wat kleine keuken) maar alles is lekker klaar gemaakt door de dame des huizes en vrolijk opgediend door de heer des huizes.Bovendien heeft de brave borst alle trappistenbieren die er op de wereld bestaan (dus ook Verenigde Staten, Italië en Oostenrijk (!!)) in huis. Hij heeft zelfs een Chimay Tripel en La Trappe Quadrupple op vat.. Al met al een mooi einde van de dag en nog een beetje tijd om de blog te schrijven.

Dit verhaal is gemarkeerd als spam en is daarom niet zichtbaar voor bezoekers.