Reis Uzbekistan en Kyrgyzstan 2026

Dag 2 Van Tarvisio nr Trasaghis

We zijn om 6:30 op omdat we om 7:30 voor het ontbijt afgesproken hebben en we heel wat “valies herschikkingswerk” te doen hebben. Een eerste blik van achter de gordijnen leert dat het deze nacht geregend heeft maar dat het dat nu niet meer doet. Zo willen we het zien. Alles geraakt weer in de valies en na een vrij stevig ontbijt (met keuze uit wel een tiental verschillende soorten taart / cake) is het 8:40 wanneer we onder een mooi zonnetje de eerste pedaalslagen doen. Tot ieders verbazing doen zelfs Lies en Jonas geen pulletje aan…. dat wil toch wat zeggen. Nu nog op de Ciclovia Alps2Adria geraken en we zijn helemaal gelukkig. Het probleem is dat sommige paadjes van op de stafkaart trappen blijken te zijn wat voor fietsers met andere kwaliteiten dan ons weggelegd is. Na meer dan 1 km in Tarvisio rondzwerven is het uiteindelijk zo ver.

Eerste 6 km lopen lichtjes op (voldoende om me in de achterste gelederen van het peloton te doen belanden). In het vakjargon noemt men dit "de bus", denk ik, maar ik vrees dat dit hier niet zo zou heten aangezien ik alleen in de bus zou zitten. Enfin, de tarmac is mooi, het weer is mooi en de omgeving nog mooier. Wat kan men nog meer willen? Zeker wanneer we een soort pas(je) bereiken waardoor het vals plat bergop de plaats ruimt voor vals plat bergaf. Dat is nog eens fietsen, zie. Het tarmac baantje blijft altijd in de buurt van grote weg / autostrade zonder dat die storend zijn omdat bomen en struiken meestal de grote weg visueel en akoestisch verstoppen.

De volgende 30 à 40 km zijn voor Hanne de mooiste die ze in heel haar leven al gedaan heeft. Het gestage bergaf lopen van de weg speelt hierin een doorslaggevende rol maar het feit dat we wel 30 tunnels met automatische verlichting passeren maakt de rit avontuurlijk. De tunnels op deze Ravel-achtige weg variëren in lengte tussen 100 en 1000 m en zijn pas echt “leuk” wanneer de verlichting te laat aanspringt waardoor we verplicht worden te stoppen en te voet een paar meter te stappen (= tot de sensor ons in de mot heeft).

In de buurt van Moggio Udinese is het plezier over. Een man legt ons uit dat nog gewerkt wordt om de Ciclovia verder over de vroegere spoorwegberm te laten lopen. Die werken zijn nog aan de gang en we moeten dus verder via de Strada Statale. Op dit punt zien we het mooie dorpje Moggio Alto op de helling liggen en “we” besluiten de berg naar Moggio Alto, als toemaatje, te beklimmen. “We” vermoeden namelijk dat het uitzicht van daar mooi is en dat er wel restaurantjes met terrasjes met een mooi uitzicht zullen zijn. Het uitzicht is idd mooi maar restaurantjes met terrasjes vinden we er jammer genoeg niet. Tom vindt op zijn smartphone dat er verschillende restaurantjes een paar km verder zijn. Dat klopt alleen moet men er bij nemen dat men daarvoor naar Moggio Udinese moet rijden en dat is weer de berg helemaal naar beneden. Niet getreurd echter. We vinden een mooi terrasje (zonder uitzicht weliswaar omdat we weer beneden in het dal zijn) waar we allemaal een of andere soort lekkere pasta eten Dat is het voedsel voor coureurs, nietwaar?

Na Moggio gaat het verder op de Strada Statale tot we die na een 3-tal km terug kunnen verlaten. Dit betekent dat we nu de tarmac verlaten en op een tamelijk ruw stuk Strade Bianche zitten. Hopelijk zijn onze banden daartegen opgewassen. We vrezen vooral voor de dunne bandjes van de koersfietsen van Lies en Jasper maar uiteindelijk valt alles goed mee en komen we de passage zonder bandscheuren door. Nadien krijgen we nog een paar stroken Strade Verde (= gras en modder, wat ook weer voor de koersfietsen sub-optimaal is) voorgeschoteld maar uiteindelijk komen we zonder grote problemen in Venzone toe. Dit is een klein maar mooi stadje dat zijn omwallingen grotendeels kunnen bewaren heeft. Ons blitsbezoek levert hopelijk een paar mooie kiekjes op. In afwachting geeft de bovenstaande hyperlink waarschijnlijk een veel beter idee.

Na Venzone begint het op te vallen dat in zuidelijke richting de bergen geleidelijk aan minder hoog en afgeronder worden terwijl in noordelijke richting nog altijd bergen van boven de 2000 m zichtbaar zijn. Om naar ons hotel te fietsen moeten we hier afwijken van de Ciclovia en een klein valleitje induiken. Ik zou hier eigenlijk opduiken moeten schrijven want we moeten over een pas(je) om aan de andere kant in een ander valleitje (waarin de Lago dei Tre Communi ligt) te geraken. Aan dit meer ligt ons hotel dat, zoals kon verwacht worden, Hotel Trilago heet. Zowel het meer als het hotel zien er zeer goed uit. Het ene is turquoise gekleurd, wat mooi contrasteert met het groen van de omliggende bossen, Het andere is schittered wit (geen wonder want het werd pas vorig jaar in dienst genomen) en contrasteert ook mooi met het meer en de bossen.

Het is nu 3 uur in de namiidag en we besluiten een duik in het zwembad van het hotel te wagen. Het is erg verfrissend maar dat zou het ook geweest zijn mocht het water 10° warmer geweest zijn. De extra verfrissing die de duik ons geeft is niet van aard Tom en mij weg te houden van een (nog) frisse(re) pint en Gertrude van een paar bolletjes ijscreme. Na deze geneugtes is het tijd om een korte wandeling langs het meer te doen. Die wandeling houden we kort want we moeten verder strijden om de wisselbeker “Mensen Pesten” onder het genieten van het aperitief  Ik stond in de rangschikking voor de wisselbeker voor vandaag comfortabel aan de leiding. Na vandaag is dit jammer genoeg niet meer het geval. Er zit dus voor mij niets anders op dan mijn medekaarters te overtuigen dat het tijd is om de pizza’s te bestellen. Geluukig zijn er een paar erg hongerige medemensen die gehoor geven aan mijn smeekbede. Hierdoor wordt de schade in de rangschikking beperkt. De pizza’s zijn op een twee drie klaar en zijn erg lekker maar de hoofdverdienste voor het slagen van de avond ligt bij de kleinkinderen. Hun gebrabbel in allerlei talen drijft de hilariteit ten top. Ze zijn onbetaalbaar en worden derhalve niet betaald

Dit brengt ons (na)lachend aan het einde van weer een mooie dag in / op het zadel. Morgen komt weer een nieuwe dag. Hopelijk bljft het weer zich gedragen zoals het de afgelopen twee dagen gedaan heeft en dan komt alles goed.

Dag 2: Tarvisio naar Trasaghis

We zijn om 6:30 op omdat we om 7:30 voor het ontbijt afgesproken hebben en we heel wat “valies herschikkingswerk” te doen hebben. Een eerste blik van achter de gordijnen leert dat het deze nacht geregend heeft maar dat het dat nu niet meer doet. Zo willen we het zien. Alles geraakt weer in de valies en na een vrij stevig ontbijt (met keuze uit wel een tiental verschillende soorten taart / cake) is het 8:40 wanneer we onder een mooi zonnetje de eerste pedaalslagen doen. Tot ieders verbazing doen zelfs Lies en Jonas geen pulletje aan…. dat wil toch wat zeggen. Nu nog op de Ciclovia Alps2Adria geraken en we zijn helemaal gelukkig. Het probleem is dat sommige paadjes van op de stafkaart trappen blijken te zijn wat voor fietsers met andere kwaliteiten dan ons weggelegd is. Na meer dan 1 km in Tarvisio rondzwerven is het uiteindelijk zo ver.

Eerste 6 km lopen lichtjes op (voldoende om me in de achterste gelederen van het peloton te doen belanden). In het vakjargon noemt men dit "de bus", denk ik, maar ik vrees dat dit hier niet zo zou heten aangezien ik alleen in de bus zou zitten. Enfin, de tarmac is mooi, het weer is mooi en de omgeving nog mooier. Wat kan men nog meer willen? Zeker wanneer we een soort pas(je) bereiken waardoor het vals plat bergop de plaats ruimt voor vals plat bergaf. Dat is nog eens fietsen, zie. Het tarmac baantje blijft altijd in de buurt van grote weg / autostrade zonder dat die storend zijn omdat bomen en struiken meestal de grote weg visueel en akoestisch verstoppen.

De volgende 30 à 40 km zijn voor Hanne de mooiste die ze in heel haar leven al gedaan heeft. Het gestage bergaf lopen van de weg speelt hierin een doorslaggevende rol maar het feit dat we wel 30 tunnels met automatische verlichting passeren maakt de rit avontuurlijk. De tunnels op deze Ravel-achtige weg variëren in lengte tussen 100 en 1000 m en zijn pas echt “leuk” wanneer de verlichting te laat aanspringt waardoor we verplicht worden te stoppen en te voet een paar meter te stappen (= tot de sensor ons in de mot heeft).

In de buurt van Moggio Udinese is het plezier over. Een man legt ons uit dat nog gewerkt wordt om de Ciclovia verder over de vroegere spoorwegberm te laten lopen. Die werken zijn nog aan de gang en we moeten dus verder via de Strada Statale. Op dit punt zien we het mooie dorpje Moggio Alto op de helling liggen en “we” besluiten de berg naar Moggio Alto, als toemaatje, te beklimmen. “We” vermoeden namelijk dat het uitzicht van daar mooi is en dat er wel restaurantjes met terrasjes met een mooi uitzicht zullen zijn. Het uitzicht is idd mooi maar restaurantjes met terrasjes vinden we er jammer genoeg niet. Tom vindt op zijn smartphone dat er verschillende restaurantjes een paar km verder zijn. Dat klopt alleen moet men er bij nemen dat men daarvoor naar Moggio Udinese moet rijden en dat is weer de berg helemaal naar beneden. Niet getreurd echter. We vinden een mooi terrasje (zonder uitzicht weliswaar omdat we weer beneden in het dal zijn) waar we allemaal een of andere soort lekkere pasta eten Dat is het voedsel voor coureurs, nietwaar?

Na Moggio gaat het verder op de Strada Statale tot we die na een 3-tal km terug kunnen verlaten. Dit betekent dat we nu de tarmac verlaten en op een tamelijk ruw stuk Strade Bianche zitten. Hopelijk zijn onze banden daartegen opgewassen. We vrezen vooral voor de dunne bandjes van de koersfietsen van Lies en Jasper maar uiteindelijk valt alles goed mee en komen we de passage zonder bandscheuren door. Nadien krijgen we nog een paar stroken Strade Verde (= gras en modder, wat ook weer voor de koersfietsen sub-optimaal is) voorgeschoteld maar uiteindelijk komen we zonder grote problemen in Venzone toe. Dit is een klein maar mooi stadje dat zijn omwallingen grotendeels kunnen bewaren heeft. Ons blitsbezoek levert hopelijk een paar mooie kiekjes op. In afwachting geeft de bovenstaande hyperlink waarschijnlijk een veel beter idee.

Na Venzone begint het op te vallen dat in zuidelijke richting de bergen geleidelijk aan minder hoog en afgeronder worden terwijl in noordelijke richting nog altijd bergen van boven de 2000 m zichtbaar zijn. Om naar ons hotel te fietsen moeten we hier afwijken van de Ciclovia en een klein valleitje induiken. Ik zou hier eigenlijk opduiken moeten schrijven want we moeten over een pas(je) om aan de andere kant in een ander valleitje (waarin de Lago dei Tre Communi ligt) te geraken. Aan dit meer ligt ons hotel dat, zoals kon verwacht worden, Hotel Trilago heet. Zowel het meer als het hotel zien er zeer goed uit. Het ene is turquoise gekleurd, wat mooi contrasteert met het groen van de omliggende bossen, Het andere is schittered wit (geen wonder want het werd pas vorig jaar in dienst genomen) en contrasteert ook mooi met het meer en de bossen.

Het is nu 3 uur in de namiidag en we besluiten een duik in het zwembad van het hotel te wagen. Het is erg verfrissend maar dat zou het ook geweest zijn mocht het water 10° warmer geweest zijn. De extra verfrissing die de duik ons geeft is niet van aard Tom en mij weg te houden van een (nog) frisse(re) pint en Gertrude van een paar bolletjes ijscreme. Na deze geneugtes is het tijd om een korte wandeling langs het meer te doen. Die wandeling houden we kort want we moeten verder strijden om de wisselbeker “Mensen Pesten” onder het genieten van het aperitief Ik stond in de rangschikking voor de wisselbeker voor vandaag comfortabel aan de leiding. Na vandaag is dit jammer genoeg niet meer het geval. Er zit dus voor mij niets anders op dan mijn medekaarters te overtuigen dat het tijd is om de pizza’s te bestellen. Geluukig zijn er een paar erg hongerige medemensen die gehoor geven aan mijn smeekbede. Hierdoor wordt de schade in de rangschikking beperkt. De pizza’s zijn op een twee drie klaar en zijn erg lekker maar de hoofdverdienste voor het slagen van de avond ligt bij de kleinkinderen. Hun gebrabbel in allerlei talen drijft de hilariteit ten top. Ze zijn onbetaalbaar en worden derhalve niet betaald

Dit brengt ons (na)lachend aan het einde van weer een mooie dag in / op het zadel. Morgen komt weer een nieuwe dag. Hopelijk bljft het weer zich gedragen zoals het de afgelopen twee dagen gedaan heeft en dan komt alles goed.

Dag 1: Villach naar Tarvisio

We zijn beiden reeds rond 6:30 wakker. Misschien is het door de opwinding die de eerste etappe voorafgaat (zoals met de kleine kinderen die opgewonden zijn over de eerste dag naar school) ofwel heeft het te maken met het feit dat ik met een dubbel gevoel over de Gantoise de nacht begonnen was. Ik had namelijk op Sports Late Night gezien dat AA Gent 1 goal gemaakt had en 25 kansen de nek omgewrongen had. Meestal eindigt zo’n scenario met het deksel op de neus. Voor ik de hele samenvatting kunnen bekijken had gaf de batterij van mijn laptop de geest waardoor ik pas ’s morgens wist dat mijn Gantoise idd (weer eens) het deksel op de neus gekregen had.

Enfin, laat ons concentreren op de Alps2Adria tocht. Die mannen van de Gantoise zullen het ook nooit leren. Ik piep eens buiten en kan tot mijn genoegen vaststellen dat het niet regent en, meer nog, dat hier en daar een blauwe vlek in het wolkendek te bespeuren valt. Dat ziet er goed uit. We maken ons klaar en rond 7:45 kunnen we met z’n zevenen beginnen ontbijten. Er is een beetje van alles, niets is fantastisch maar er zijn ook geen zware opmerkingen te maken. Na het ontbijt rijden Tom en Hanne naar de sportwinkel waar ze een mountainbike voor Hanne gehuurd hebben.

Ondertussen wordt alles in gereedheid gebracht om te vertrekken. De valiezen worden afgegeven aan de receptie zodat de bagagetransportdienst vlekkeloos kan verlopen en de 5 fietstassen worden aan onze fietsen gehangen. Ah ja, die jonkies moeten toch licht door het leven kunnen gaan en de oldies hebben toch elektrische fietsen met van die handige bagagedragers. Kortom, de oldies schikken zich in hun lot van volleerde sherpa’s en kunnen de extra (boven hun eigen overgewicht) last als excuus aangrijpen voor het achterblijven bij iedere helling.

Gedurende de eerste paar km voelt het frisjes aan (nooit echt koud, zelfs niet voor de allerkoudelijkste van het hele gezelschap) maar dat went en wanneer de zon zo nu en dan door het wolkendek priemt voelt het goed aan. Na een paar km zijn we uit de bebouwing van Villach en komen we op relatief rustige weggetjes die grotendeels geasfalteerd zijn. Van de hele etappe van 36 km zijn hooguit een paar km niet geasfalteerd. Die stroken zijn van een zeer geciviliseerde soort gravel. Als het zo blijft zitten we zowel met de koersfietsen als met de mountainbikes (en alles daartussen) goed.

Na een 20-tal km komen we op het drielandenpunt tussen Oostenrijk, Slovenië en Italië. Aan de grensovergang wordt geen enkele controle (identiteit noch Corona want Corona is in het Schengen gebied, dus ....) doorgevoerd. Wel heeft Italië direct een zeer pittige helling (15%) voor ons in petto. Dit kan als begroeting tellen. Gelukkig is de helling kort waardoor de oldies de achterstand kunnen beperken … ook al omdat de elektrische ondersteuning van “Eco” naar “Sport” of zelfs “Turbo” veranderd wordt. Vanavond de batterijen 5 minuten langer opladen en het leed is geleden.

Rond 12:30 komen we toe in Tarvisio in het Hotel Il Cervo. We zijn net op tijd aan het hotel want het begint plots te regenen. Na de fietsen in de skiberging gestald te hebben is het tijd voor het middageten in het bijna volledig lege restaurant. Het grote voordeel van het middageten in de overnachtingsplaats te hebben is dat men nadien een siësta kan doen. En het is deze keer voor iedereen een echte siësta want de bagage is nog niet geleverd waardoor geen laptops of iPads voor de siësta kunnen “gebruikt” worden.

Na de siësta gaan de jonkies bobsleeën en lopen de oldies eens rond in het stadje. Veel, buiten de talrijke sporen van zijn Oostenrijks / Italiaans verleden, valt er niet te beleven in Tarvisio. Dit is duidelijk een stadje dat het moet hebben van het toerisme (zowel in de zomer als in de winter) en dat dus veel hotels, restaurants en sport en kledingwinkels heeft. Om 4 uur zijn we allemaal terug in het hotel want we hebben van 4 tot 6 een plaatsje in de wellness gereserveerd. In de wellness worden vrij strikte regels qua gedrag en kledij (of afwezigheid daarvan) gehanteerd (en door een drilsergeant gehandhaafd). Klagen doen we niet, want op die manier dragen we ons klein steentje in de bestrijding van de pandemie bij.

De avond wordt ingeleid met een aperitief bij een rondje “Mensen Pesten” en afgewerkt met een keuze uit het erg verwarrende menu dat de keuken voor de gasten heeft klaargestoomd. Die verwarring is uiteindelijk niet dramatisch gezien iedereen voldaan van tafel kan gaan. Het is ondertussen bijna 9 uur en dus tijd om de dag te beëindigen … en ik doe dit op mijn traditionele manier … met stuntelig typen van onze blog. De blog posten zal jammer genoeg voor morgen zijn want mijn corrector ligt al in de armen van Morpheus op het moment dat ik dit typ.

Dag 0: Blanden naar Villach (met de auto)

Ik was van plan op een redelijk uur (rond 7 am) te vertrekken maar ik liet me op de valreep overtuigen de tocht toch maar vroeger (om 5:30 am) te beginnen kwestie van te anticiperen op mogelijke files. Door een samenloop van omstandigheden was de week van 1 tot 8 augustus de enige mogelijkheid gebleken toen we deze fietstocht in februari bedisselden en op dat moment hadden we er ons geen rekenschap van gegeven dat de 1ste augustus in het zwartste der zwarte weekends van het jaar viel. Gisteren waren er in Frankrijk op bepaalde momenten 1000 km files en ook Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland bleven niet gespaard. Files zouden er dus onvermijdelijk komen (alhoewel waarschijnlijk minder erg dan gisteren). En de files die kwamen inderdaad en wel van zodra we in de buurt van Würzburg / Nürnberg waren. Daar verschenen plots meer en meer aankondigingen met de slogan: “Wir bauen fuer Sie”. We voelden ons hierdoor natuurlijk wel vereerd maar de slogan had jammer genoeg ook consequenties. De wegenwerken (voor ons) zorgden voor een voortdurende overschakeling van 120 km/h (= jammer genoeg het maximum dat ik mag doen met de fietsen op het rek achteraan de auto) naar 100, 80 en zelfs 60 km/h. Dit resulteerde in een paar honderd kilometer “Stockendes Verkehr” zoals ze dat hier zo mooi zeggen op de radio. Eigenlijk betekent dit in de praktijk een snelheid die schommelt tussen 120 en 0 km/h waardoor ons gemiddelde ver beneden de beoogde 100 km/h zakte. Hierdoor arriveerden we pas rond 6:30 pm in Villach. Tom had de aanwijzingen van Waze gevolgd waardoor hij langs Ulm gereden was en een dik uur sneller ter plaatse was dan ons. Moge het een les voor de toekomst zijn.

We moeten in het hotel (en later in het restaurant) geen mondmasker dragen op voorwaarde dat we ons Corona certificaat tonen en men controleert ook daadwerkelijk . Men lijkt hier dus een goed compromis tussen efficientie, comfort en aanwenden van bestaande middelen gevonden te hebben waardoor alles vlotjes verloopt en dat is mooi meegenomen. Zodra de fietsen een plaatsje in een ruimte, die op slot kan gedaan worden, gekregen hebben en de valies op de kamer gedeponeerd is, kunnen we zonder verder getalm naar een restaurant op wandelafstand gaan. Daar genieten we van een welverdiende Weizen bier bij een giga Wiener Schnitzel maar niet vooraleer de tafelverantwoordelijke zich (en onze bubbel) geregistreerd heeft en zijn registratie aan de dienster getoond heeft. Als we zo verder doen met spijs en drank zullen we veel hoogtemeters moeten verwerken om ons gewicht op peil te houden, is een bedenking die me door mijn gedachten flitst ... maar dat zijn zorgen voor morgen.

Tijdens de rit vandaag kregen we een afwisseling van gemiezer en iets steviger buien op de voorruit gegooid maar dat doet niets aan onze rotsvaste overtuiging dat het morgen fantastisch weer zal zijn. In die overtuiging wens ik jullie een goede nacht en ga ik in afwachting nog vlug eens kijken of de Gantoise gewonnen heeft van den Beerschot

Slaap wel

Proloog van de Alps2Adria fietstocht

Beste lezers,

Na een weekje fietsen door het Oostelijk deel van Vlaanderen in juni, na een weekje met 6 kleinkinderen in Spanje en na een weekje met drie koppels waarvan de mannelijke leden samen vijftig jaar geleden van het St Lievenscollege afgezwaaid zijn in juli, is het de 1ste augustus tijd om er weer eens met de (elektrische) fiets op uit te trekken.

In 2020 fietsten we gedurende een weekje samen met Tom en zijn gezin in het departement Ardèche en dat was (zeker voor ons) zo goed meegevallen dat we besloten dat zo’n expeditie in familieverband voor herhaling vatbaar was. Deze keer viel ons oog op de Alps2Adria fietstocht. Die tocht vertrekt normaal uit Salzburg en trekt over 415 km, 5410 hoogtemeters en 8 fietsdagen over de Alpen tot aan de Adriatische kust naar het stadje Grado (= een klein broertje van Venetië een 100-tal km ten Oosten van Venetië). Om allerlei redenen zagen wij ons verplicht de tocht tot 5 fietsdagen in te korten. We hadden dus twee opties: ofwel fietsten we sneller en derhalve verder en hoger per dag ofwel knipten we een stukje van de totale afstand en hielden we ons bij behapbare afstanden. Gezien onze beperkte fysieke ambities (voor Tokyo waren we toch te laat) was de keuze in het voordeel van de tweede optie snel gemaakt. We besloten dus in plaats van in Salzburg te vertrekken, in Villach op onze stalen rossen te springen. Hierdoor wordt de afstand herleid tot 286 km, vermijden we de hoogtemeters van de etappes tussen Salzburg en Villach en kunnen we de laatste dag in plaats van naar Grado naar Trieste fietsen. Hierdoor kunnen we Trieste bezoeken en bovendien kunnen we vanuit Trietse makkelijker dan vanuit Grado met de trein (en onze fietsen) naar Villach terugkeren. Niets dan voordelen dus.

Deze zondag zullen we, als ’t God belieft, met de auto (en onze fietsen plus de koersfiets van Jasper) tot in Villach rijden om maandagmorgen onze eerste etappe, die ons over de grens tot in Italië zal brengen, aan te vatten. We hopen dat het voor ons en voor jullie een mooie ervaring wordt.

Lectori salutem

Epiloog van onze fietstocht (0 km)

Alles wat laten bezinken is een goede zaak maar te lang wachten is niet goed. Daarom is het nu tijd om een paar slotbedenkingen aan cyberspace toe te vertrouwen.

Waar beter beginnen dan met een paar statistieken over onze tocht?


Totale


Afstand

Zadeltijd

Hoogtemeter

8/06/2021

64

4:32

157

9/06/2021

68

5:59

104

10/06/2021

92

8:14

175

11/06/2021

67

6:31

217

12/06/2021

36

2:33

185

13/06/2021

53

5:39

429

14/06/2021

74

6:03

617

Totaal

455

39:31

1884


In het totaal deden we dus 455 km in bijna 40 uur in het zadel (of is het “op het zadel” voor een fiets?). Dé grootste schrik die we hadden vooraleer aan de tocht te beginnen was de confrontatie met onze bloedeigen zitknobbels. We vreesden dat die zitknobbels onze Achillesknobbels zouden worden. Andere ongemakken konden opgevangen worden door bv meer ondersteuning te vragen van ons motortje. Maar zowel de Achillesknobbels als de ondersteuning door het motortje vielen reuze mee. Ik neem aan dat onze koersbroeken met ingewerkte zeem een belangrijke rol gespeeld hebben in het draaglijk houden van de zadelpijn. Het relatief vlakke profiel van de meeste ritten (op uitzondering van dag 6 en 7) speelde dan weer een rol in de relatief beperkte nood aan ondersteuning. Het feit dat iedere avond nog vrij veel jus in onze batterijen zat is hier een bewijs van ... of waren het toch onze atletische kwaliteiten? Wie zal het zeggen?

Een ander element dat een doorslaggevende rol gespeeld heeft in het welslagen van onze tocht was zeker het weer. We hadden fantastisch veel geluk met het weer. Men zegt altijd dat men niet mooi moet zijn om geluk te hebben. Ik weet niet of iedere deelnemer hier achter staat maar ik denk dat het waar is. Van dag 1 tot dag 7 hebben we zeer mooi weer gehad. Het is waar dat het in de voormiddag van dag 5 bewolkt was en er zelfs 28 (of waren het er 29??) druppeltjes regen gevallen zijn, het is waar dat het op dag 7 wel erg warm begon te worden maar alles bij elkaar genomen was het fantastisch om op de goed berijdbare paden afgezoomd met kleurrijke bloemen onder een blauwe lucht met een stralend zonnetje te fietsen.

Dat we iedere avond lekker (zij het soms een beetje te veel) konden eten was een andere zeer positieve factor. Iedere avond werd een culinair hoogstandje geserveerd en over de laatste avond zult ge ons al zeker niet horen klagen aangezien we die avond zelf moesten BBQen. Die gastronomische geneugten hebben zich wel een beetje gereflecteerd op de weegschaal maar de schade viel al bij al nog mee door het dagelijkse gepedaleer.

Maar het allerbelangrijkst in het welslagen van “onze expeditie in het Oostelijke deel van Vlaanderen” heb ik tot het laatste gehouden en dat is de compagnie. De homogeniteit van het gezelschap zowel in culturele interesses, gastronomische voorkeuren, atletisch vermogen en zitknobbelresistentie (dit woord moet ge niet opzoeken, waarde lezers, want het wordt maar pas volgend jaar opgenomen in de Dikke Van Daele) zorgde voor een smetteloos verloop van de tocht. Een eerste bevraging in het peloton bracht dan ook aan het licht dat iedereen zo'n fietstocht voor herhaling vatbaar vindt.

De conclusie is dus dat dit een fantastische week geweest is en ik hoop dat de dagelijkse blogs en de foto’s die met deze epiloog gepost werden de lezersschare hiervan overtuigd hebben.

Tot de volgende keer

Lectori salutem

Dag 7: Van Borgloon naar Blanden (72 km)

Aangezien het ontbijt in de Romeinse Katzei normalerwijze maar om 8:30 begint, hebben we een half uurtje meer om te slapen (of in mijn geval om de blog te schrijven). Dat half uurtje volstaat niet om tot een afgewerkt product te komen vandaar dat de blog voor Dag 6 maar gisterenavond in cyberspace gelanceerd werd en dat ik nu (na een goed nachtje in ons eigen bedje) het verslag van Dag 7 zit te tokkelen. De eigenaar van de Romeinse Katzei heeft een paar tafeltjes in de schaduw gedekt met allerlei lekkers dikwijls van eigen makelij. We krijgen ook eitjes aangeboden (die zijn niet van eigen makelij) maar daarvoor bedanken we (toch) omdat het verdict van onze bloedeigen weegschaal wel eens vernietigend zou kunnen zijn. We vragen of we een broodje voor deze middag mogen klaarmaken met wat nog overschiet na ons ontbijt, omdat ik op de kaart gezien heb dat we op weg naar Blanden bijna geen dorpjes van enige grootte tegenkomen. Veel afwijken van de geplande route lijkt ook geen goed idee aangezien we sowieso al 72 km voorgeschoteld krijgen. De eigenaar stribbelt wel tegen, maar geeft zich al vlug gewonnen waarschijnlijk wanneer hij bedenkt dat er inderdaad niet zo veel mogelijkheden onderweg zijn. Hij is al helemaal gewonnen voor het idee wanneer Gertrude bij het uitchecken hem wat extra Euro’s geeft.

Om 9:30 staat onze bagage netjes aan de deur, waar Wilfried ze later vandaag zal komen oppikken en zijn wij klaar om de laatste rit (van deze tocht) aan te vatten. Het is nu al behoorlijk warm dus zullen we het water uit onze frigobox waarschijnlijk goed kunnen gebruiken. Het stevige ontbijt zullen we waarschijnlijk ook goed kunnen gebruiken want we krijgen de hele dag de ene heuvel na het volgende vals plat voorgeschoteld. De goesting om hierbij een standje meer ondersteuning te schakelen, bekruipt me meermaals (zeker iedere keer wanneer ik moeiteloos door de rest van ons pelotonneke voorbij gesneld wordt) maar ik blijf volharden. Ik kan nu zeggen dat ik de hele tocht op “Eco ondersteuning” (= de laagste van de drie ondersteuningsgraden) gereden heb zonder tijdens de laatste km van de tocht die “Claim to Fame” naar de knoppen te helpen ! We rijden constant op goed aangelegde betonnen landbouwwegen met op de zijbermen een feest aan wilde bloemen (klaprozen, korenbloemen, margrieten, boterbloemen, enz, enz). We rijden door boomgaarden en langs velden met allerlei gewassen in allerlei graden van rijpheid. Allermooist zijn de velden met vlas met de mooie blauwe bloemetjes. We bedenken ook dat het nog niet zo lang geleden is dat we hier op diezelfde wegen fietsten om de bloesems te bewonderen en dat hier nu al kersjes, appeltjes en peertjes te zien zijn. De natuur is zeer snel geëvolueerd (en dan is het nog zeer koud geweest); wij zijn waarschijnlijk met een even grote snelheid ouder geworden maar aan ons is dit natuurlijk niet te zien … of te voelen ... of toch??

We hadden verwacht dat het moeilijk zou zijn een terrasje te vinden maar de zoektocht naar een goede picknickplaats blijkt al even moeilijk. We zien wel een paar bankjes maar die lijken altijd pal in de zon te staan en naar een beetje extra zon en warmte zijn we vandaag echt niet op zoek. Uiteindelijk hebben we al meer dan 50 km afgelegd vooraleer we de geschikte plaats vinden. In Hoegaarden zien we verschillende terrasjes maar uiteindelijk kiezen we voor de tuin van het Kapittelhuys. We verkiezen het spuitwater dat de naam Spa wereldwijde verspreiding gegeven heeft boven het versterkte water dat de naam Hoegaarden een wereldwijde verspreiding gegeven heeft om onze dorst te lessen. Twee spaghetti 's, een croque monsieur en een paar garnaalcroquetten geven het peloton de nodige energie om de laatste 20 km te verwerken. De omgeving wordt voor ons steeds bekender wanneer bordjes als Meldert, Willebringen, Neervelp en Bierbeek verschijnen. Uiteindelijk duiken we in “ons” Meerdaalwoud om dan, 470 km en 7 dagen na ons vertrek, de laatste helling van de tocht (de Parijs - Roubaix waardige Bovenbosstraat) te verwerken.

We zijn fier op onszelf en op ons gezelschap en hebben een frisse pint verdiend. Nog voor we tot de actie kunnen overgaan, draait Wilfried met onze bagage de oprit op. Voor iedereen van perfecte timing gesproken. Voor Erik & Mien omdat die nu een goede douche kunnen nemen en verse kleren aantrekken en voor Wilfried omdat hij deel kan uitmaken van onze plannen om een frisse pint te nuttigen. Hij heeft er naast de autorit naar en van Borgloon ook een fietsrit van 50 km in de Haspengouwse fruitstreek opzitten. Dus hij heeft de pint ook dubbel en dik verdiend.

Ziezo, dat is het dan voor de laatste dag. Een epiloog volgt gewoontegetrouw binnen een paar dagen als alles wat bezonken is. Nog een mooie (en warme) dag gewenst.

Dag 6: Van Maastricht naar Borgloon (52 km)

We hebben vannacht goed geslapen. Misschien komt dit wel door de mooie overwinning van de Rode Duivels, maar het is nog waarschijnlijker dat de reden dient gezocht te worden bij de optimale dosis van spijs en drank. We piepen eens naar buiten en het is onmiddellijk duidelijk dat het vandaag weer een mooie dag wordt. Het zonnetje staat al te blinken tegen een diepblauwe achtergrond. Naar goede gewoonte hebben we rond 8 uur voor het ontbijt afgesproken. We mogen dit zowel op het terras als binnen doen, maar het lijkt toch nog net iets te fris om buiten te eten. Na een alweer stevig ontbijt wordt de kamer ontruimd en blijkt Patrick (van taxibedrijf Maud & Patrick) er al te zijn om onze bagage van Maastricht naar Borgloon te transporteren. Na wat babbelen met Patrick kunnen de fietsen van stal gehaald worden om bepakt en bezakt te worden en rond 9:30 beginnen we onze dagtocht. Het verlaten van Maastricht richting België verloopt veel vlotter dan gisteren richting Valkenburg. Dat is maar goed ook want we zullen sowieso al een beetje te laat zijn voor ons tijdslot in het belevingscentrum in de Brug van Vroenhoven.

Het is opvallend hoe veel meer reliëf we in de Maasvallei voorgeschoteld krijgen in vergelijking met een paar dagen geleden in de Antwerpse Kempen of Limburg. Een mooi voorbeeld hiervan is de “beklimming van de Muur van Kanne”. Dit is toch wel een pittig klimmetje en omdat ik mordicus weiger de ondersteuning van mijn motortje hoger dan de Eco stand te schakelen, rijdt gans het peloton me meedogenloos voorbij. Hierdoor kunnen we geen tijd goedmaken maar dat is geen groot probleem aangezien we de enige bezoekers van het belevingscentrum zijn. Het eerste deel van het belevingscentrum is gewijd aan de rol die de brug van Vroenhoven gespeeld heeft in de eerste dagen van WO II. We hebben niet de tijd om alles tot in het laatste detail te lezen, maar krijgen toch een idee van de militaire acties in de buurt (bv de val van het, oninneembaar geachte, fort van Eben Emael) en van de zinloosheid van die militaire acties. Het tweede deel gaat over de binnenscheepvaart op de verschillende kanalen hier in de streek. Er staat ook een vaarsimulator waarmee ik erin slaag binnen de 2 minuten een tegenliggend schip te rammen en tot zinken te brengen (ik heb altijd graag Zeeslag gespeeld) en Erik erin slaagt 2 containers zo labiel te laden dat de derde fataal is voor zijn schip (of noemt men dit een boot?).

Na Vroenhoven gaat het een eindje terug langs het Albertkanaal en krijgen we een tweede klim voorgeschoteld. Hier zijn zelfs heuse haarspeldbochten waardoor ik weer door het hele peloton voorbij gesneld wordt. Bovenaan de helling wordt ik door mijn maten opgewacht … omdat ik de GPS heb … en omdat ze compassie met mij hebben, hoop ik. Dit geeft hen (en mij een beetje) de tijd om de waterscheiding tussen het Schelde en het Maasbekken nog eens te bewonderen. Van hier gaat het nu verder richting Tongeren waar we rond 1 uur arriveren. We kunnen nog de laatste restanten op de antiek & brocante zondagsmarkt bewonderen vooraleer we ons neervlijen op een terrasje aan de kathedraal. We trakteren onszelf op een kleinigheid (het is een eeuwigheid geleden dat ik nog eens een toast Hawaiien gegeten heb) en gaan dan naar het Gallo Romeins museum waar de tentoonstelling “Oog in oog met de Romeinen” loopt. Ik hoop dat dit de lezers ervan overtuigt dat we hier niet zo maar bezig zijn met het tentoonspreiden van onze atletische kwaliteiten maar dat we ook plaats maken voor de ontwikkeling van onze culturele kant.

En het is nog niet gedaan. Na het Gallo Romeins museum gaat het richting Maud & Patrick waar we ons verdiepen in de studie van de Limburgse taarten. Patrick heeft zelfs een fles sportdrank uit de streek van Reims klaar gezet. De bubbels van deze sportdrank dringen ontegensprekelijk dieper tot iedere vezel van ons afgetraind lichaam door dan dat het geval is voor de bubbels van Spa bruis (zelfs al zou het de “Intense” versie zijn). Na dit aangename intermezzo is het tijd om de laatste 15 km van onze dagtocht te verwerken. Dit verloopt vrij rimpelloos op uitzondering van een klein stukje bospad dat er erg slecht en erg steil bij ligt waardoor ik moet afstappen. Gelukkig is het maar hooguit 100 m … en gelukkig heb ik de GPS als klantenbinding. Rond 6 uur komen we toe in De Romeinse Katzei, een B&B die nog maar 1 jaar bestaat in een gerenoveerde hoeve. De gastheer legt alles, van naaldje tot draadje uit en … we krijgen een welkomstdrank (Wilderen goud voor de “mannen”) aangeboden. Die man kent zijn wereld.

Vanavond staat een BBQ op het programma. Ik dacht de gastheer dat voor ons ging doen maar niets is minder waar. De gastheer bereidt twee tafel BBQ’s van Barbecook voor en dan is het aan ons. We krijgen twee kippenborsten waarvan ik zeker ben dat ze menig hanengevecht doen ontstaan hebben, 4 sneden spek, 2 reuze varkenbrochetten en 2 al even reuze kalfsbrochetten en nog 4 chipolata en merguez voorgeschoteld en dan is het aan ons. Die tafel BBQ’s werken heel behoorlijk (alhoewel die van ons iets sneller lijkt te bakken dan die van Mien & Erik) en we smullen alles met uitzondering van 1 sneetje spek en 1 blokje brochette alles op. We genieten niet alleen van spijs en drank maar ook van de zeer aangename temperatuur. Hoe dikwijls gebeurt het dat men in België tot na 9 uur in korte mouwtjes buiten kan zitten? Pas rond 10 uur wordt het iets frisser en besluiten we de nacht stede te vervoegen. Net op tijd om nog 5 goals te zien scoren in de match tussen Nederland en Oekraïne. De Gantoise kan tevreden zijn met het feit dat Yaremchuk 1 van die goals scoorde. Dat zal zijn marktwaarde doen stijgen.
Na de match heb ik niet veel zin meer in het schrijven van de blog waardoor die uiteindelijk maar deze avond kan gepost worden. De blog van vandaag zal derhalve voor morgen worden.

Beste groeten