12 juni: van Cholpon Ata naar Karakol
Gisteren hebben we in het restaurant gevraagd waar het ontbijt zou geserveerd worden. Men verzekerde ons dat dit in hetzelfde restaurant zou zijn. Dat lijkt plausibel aangezien allerlei bains marie verdekt opgesteld zijn. Wanneer we deze morgen in het restaurant aankomen is er buiten de 8 obers en obressen nog niemand. Daar schrikken we al niet meer van maar wat verontrustender is, is dat de bains marie nog altijd even verdekt opgesteld staan. Er wordt ons bij monde van Google Translate meegedeeld dat het “today a personal breakfast” is. Wat dit voor ons betekent is ons een raadsel. Er wordt ons wel gevraagd of we een omelet willen. We nemen het zekere voor het onzekere en zeggen ja. Eerst krijgen we een halve emmer havermout die ik bijna tot de bodem ledig … men weet maar nooit, maar Gertrude is wijzer en haakt halverwege af. Plots komt de personal breakfast ten berde. Een bord bomvol allerlei lekkernijen (salade, pannenkoeken, 4 soorten worst, kaas en de gevraagde omelet) plus een potje yoghurt wordt op onze tafel gezet. We doen ons best om flink te eten maar dat volstaat niet om dit alles het hoofd te bieden. Gelukkig is er de thee om alles naar een veiliger plaats door te spoelen en is er het gezondheidswandelingetje terug naar onze kamer om de vertering op gang te brengen.
Om 9 uur is Sanjar er om ons op te pikken maar voor we vertrekken moeten we beslissen of we naar Song Köl gaan of niet. We weten dat er geen sneeuw meer ligt, maar als het regent heeft het geen zin om tot ginder boven te rijden. Als het mooi weer is dan zou deze uitbreiding van onze route de moeite moeten zijn. Het probleem is echter bepalen hoe het weer ginder binnen drie dagen zal zijn. De ene website voorspelt zon, de andere regen en een derde een beetje van alles. Wat ze allen gemeenschappelijk hebben is dat, als regen voorspeld wordt, de volumes zeer laag zijn. We besluiten dus de extra tocht te maken en de 2 x 150 € extra te betalen.
Nu deze beslissing achter de rug is, kunnen we de tocht van vandaag aanvatten. Vandaag is een vrij lichte dag (behalve wat mijn maag betreft. Die is nog in een verbeten strijd met de havermout en de rest van het personal breakfast). Het zou ook een mooie dag moeten worden want er staat een stralende zon tegen een helblauwe lucht met wat witte wolken (die jammer genoeg aan de bergtoppen blijven haperen). Het is voorlopig vooraan in de 20 graden, wat perfect is. Ook de weg ligt er goed bij, want nog maar pas hersteld door Chinese arbeiders die volgens Sanjar beter werken dan de Kirgiziërs.
Op een bepaald ogenblik komen we een tiental politie auto’s tegen met elk een aanhangwagen met een jetski. Volgens Sanjar gaat de politie hun jetskis aan toeristen verhuren om een extra inkomen te hebben. Zijn grap wordt minder waarschijnlijk wanneer we ook politie voertuigen met aanhangwagen met motorboten zien. Iets later komen we aan de hippodroom van Issyk Köl waar we politie te paard zien en nog allerlei andere militaire groepen. Nu denkt Sanjar (deze keer ernstig) dat dit allemaal voorbereiding van de Nomad Games in augustus is. We denken dat ze die voorbereiding aankunnen zonder onze hulp en jetskis huren zijn we ook niet van plan, dus rijden we verder naar Karakol. Dit stadje van 70’000 inwoners werd door de Russen een goede 100 jaar geleden opgestart en naar een officier, Przhevalsk (= ook gekend van de paarden) genoemd. Bij de onafhankelijkheid werd het stadje op zijn Kyrillisch Karakol genoemd. Wat ook de naam weze, het stadje ligt op het meest oostelijke puntje van het meer.
Onderweg ontwikkelt zich een interessant gesprek met Sanjar over Rusland’s rol in de geopolitiek. Putin heeft dan wel Oekraïne aangevallen (en dat is niet goed) maar waarom moest de NAVO zo nodig dichter bij Rusland komen (dat was voor niets nodig), Kyrgyzstan wil duidelijk onafhankelijk (sinds 1992) blijven , maar in 1926 en nadien in 1936 zijn ze wel vrijwillig lid van de Sovjet Unie geworden. Ze hebben wel schrik van China en willen dus liefst aanschurken tegen een (krijgs)macht die hen kan verdedigen … en dat zal niet Europa of de USA zijn. De meeste Kyrgyzen spreken trouwens Russisch als hun eerste taal en Kyrgysisch pas als tweede taal. Een eye opener voor ons.
Deze gesprekken worden onderbroken door een paar bezoeken die niet veel om het lijf hebben zoals de volledig in hout opgetrokken, speciale maar vrij lelijke moskee. Nochtans (of misschien net daardoor?) werd hiervoor tussen 1907 en 1910 een Chinese architect aangetrokken. Nadien rijden we naar een orthodoxe kathedraal. Die is ook volledig in hout opgetrokken nadat de oorspronkelijke stenen versie bij een aardbeving vernield was geraakt. Langs de buitenkant ziet de kathedraal er best OK uit maar de binnenkant is niet veel soeps. Van soep gesproken, na de twee religieuze bezoeken is het tijd om de hongerigen te spijzen. Gertrude en ik beperken ons tot ravioli’s gevuld met ui en kleine stukjes schapenvlees. Redelijk lekker en veilig in omgekeerde volgorde van belangrijkheid. Voor het hele gelag (inclusief Sanjar’s eten) betalen we 16 €, dat valt nog mee.
We rijden naar ons guesthouse en zijn wat teleurgesteld door de buitenkant. We zijn al in fancier plaatsen geherbergd geweest. Langs binnen valt alles echter reuze mee, ook al omdat de Japanse eigenaars alles super netjes houden. Onze stapschoenen moeten we dan ook buiten aantrekken. We rijden naar de buitenkant van de stad waar Sanjar ons een wandeling van een 5-tal kilometer langs een bergrivier voorschotelt. Vanop het pad zien we het skistation van Karakol liggen. Het is met zijn 1 lift en 3 pistes (alle kleuren van de skiregenboog zijn vertegenwoordigd) niet vergelijkbaar met de bekende skioorden van de Alpen maar gaat wel hoog (dalstation 2600 m, bergstation 3040 m) en heeft bomen tot 3000 m hoogte. We moeten nog eens uitzoeken waarom bomen in de Alpen maar tot 2000 m groeien (de mietjes) en op andere plaatsen tot 3000 m of nog hoger.
Na onze 10’000 stappen voor vandaag lopen we nog eens door de bazaar. Volgens Sanjar wordt die met de dag groter maar verandert er niets in het aanbod, alles komt van China en is en blijft zo fake als maar kan! We kopen wel een paar echte bananen en wat gedroogd fruit wat voor avondmaal kan dienst doen (zeker als er een frisse pint bij komt). Dat was het voor vandaag, weer een mooie dag gehad. We kijken uit naar morgen want dan doen we de zuidelijke kust van het Issyk Köl meer.
11 juni: Bishkek naar Cholpon-Ata area van Isyk Köl meer
Gisteravond hebben we nog een stevig onweer gehoord. Daardoor is het nu een stuk koeler. We schatten dat het zo’n 20 ° C is. Dat is welkom zelfs wanneer we in een air-conditioned auto zitten die ons langzaam maar zeker buiten Biskek brengt. Het verkeer is veel vlotter dan gisteren omdat deze keer geen straten afgezet zijn. Wel valt de prominente aanwezigheid van geüniformeerde politiemannen op. Als we geen politie om de km gezien hebben, hebben we er geen gezien. Bovendien zijn ze uitgerust met de nieuwste gadgets, zoals drones en auto’s met “iets” op dak waarmee ze tot op 800 m afstand kunnen checken of de autogordel gedragen wordt, of (niet) te snel gereden wordt en of the GSM (niet) gebruikt wordt.
Als we zo ongeveer een uurtje gereden hebben, nemen we in Tokmok een zijweg. Die leidt naar de Burana Toren, een minaret van ongeveer 25 m hoog (de bovenste 25 m zijn er bij een aardbeving, een paar eeuwen geleden, afgetuimeld). De minaret, die zowel een religieuze als een militaire bestemming had, is beklimbaar. Omwille van onze negatieve ervaring in Khiva (= een aantal dagen pijnlijke dijen) beginnen we er met lange tanden aan. Het is hier pikdonker maar de treden zijn gelukkig min of meer gelijkmatig waardoor we op goed geluk en goed met de voeten tasten, kunnen klimmen (en afdalen). Allerbelangrijkst is dat we geen tegenliggers hebben want kruisen is totaal onmogelijk. Enfin, we brengen het er levend van af waardoor we de necropolis naast de toren kunnen bezoeken … en erover rapporteren. De necropolis staat vol balbals. Balbals zijn rechtopstaande grafstenen die hun oorsprong vonden in de Turkse tradities. Hier dateren ze van een beetje voor Jezuske tot de 14de eeuw. Van de rest van de nederzetting blijft weinig of niets over.
Na de Burana toren en de necropolis gaat de rit verder richting Issyk Köl. Eerst gaat het door een vrij nauwe vallei waar zich een raar en zeer uitzonderlijk fenomeen voordoet. Het water van de rivier stroomt namelijk omhoog. De stroming is duidelijk in de richting van waar we komen terwijl de weg, die de bedding van de rivier volgt, duidelijk bergaf gaat. Nou breekt mijn klomp bijna maar gelukkig denk ik terug aan een andere plek op deze wereldbol waar we ook auto’s omhoog zien rollen hebben. We weten niet meer waar we het gezien hebben, maar ook daar speelde een optische illusie, waarbij een afdalende weg eruit zag als een oplopende weg, ons parten. Bovendien, hoe zou het ook anders kunnen? Bishkek ligt op 600 meter en het Issyk Köl meer ligt op 1600 m. De weg moet dus (gemiddeld) omhoog lopen en het water kan dus doen wat het meestal doet: naar beneden lopen.
Nu dit vraagstuk opgelost is, kunnen we rond 2 uur aan een restaurant stoppen. We worden met de dag slimmer en bestellen 1 schotel voor ons twee. De Gitgi Laghman (of zoiets) is lekker en veilig. Wat kan men meer willen? Wanneer we uit het restaurant komen vallen 25 grote druppels (= een schatting, ik heb ze niet geteld). In de bergen (met pieken stevig boven de 3500 m) pakken dondere wolken samen. We hopen dat de druppels nog een uurtje de zwaartekracht tarten want we willen nog een site met petroglyphen bezoeken. Het is een terrein van 45 ha dat vol ligt met zeer grote keien (sommige zijn 2 m bij 2 m). Op die keien zijn primitieve tekeningen van jagers met pijl en boog, kamelen en berggeiten aangebracht. De tekeningen dateren van 2000 voor tot 200 na Jezuske. Er wordt aangenomen dat de site een soort Neolithische openlucht tempel was.
Het is nu ongeveer 4 uur, dus tijd om naar het hotel te gaan. Het hotel, de Carven Four Seasons, is eigenlijk meer een vakantieresort met kamers, appartementen en villa’s aan de rand van het meer. Het Issyk Kul meer is 250 km lang en 50 km breed en op de diepste plaats 700 m diep. Een meer om U tegen te zeggen met andere woorden. Het meer is al groter geweest (dat is te zien aan de zeer brede zandstrook tussen de weg en het meer) maar is ook al kleiner geweest in het verleden. Getuige daarvan de vondst door sovjet archeologen van een dorp onder water. Die fluctuaties nemen wel niet de proporties aan van het Aral meer (dat nu maar 10% meer is van wat het eens was, maar de laatste paar jaar weer wat groter geworden is). Ik denk een pint te kunnen gaan drinken langs de waterkant maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. De kaart van het resort is alles behalve behulpzaam in het vinden van de restaurant / bar. Maar zoals altijd wint de aanhouder. Geen wonder dat we helemaal alleen in de bar zitten, niet iedereen legt dezelfde wilskracht aan de dag. Na de pint waarvoor we een vrij stevige wandeling moeten doen hebben keren we terug naar ons kamer om het eerste deel van het verslag te schrijven. Het ziet er erg donker uit langs de kant van de bergen en het rommelt serieus maar we blijven gespaard van regen (een geluk want de twee paraplu's die we al sinds het begin van de reis meezeulen hebben we nu in de auto achtergelaten). We hopen dat het weer zich morgen even goed gedraagt als vandaag: geen regen en zelfs zon bij iedere stop aan een bezienswaardigheid.
Rond half acht wandelen we terug naar het restaurant. We hebben niets gereserveerd maar dat blijkt niet echt nodig aangezien we helemaal alleen zijn met 7 garçons en garceuzes. De Kyrgizische horeca kampt duidelijk niet met dezelfde problemen als de Belgische. Op de menukaart hebben we een paar Westerse gerechten gevonden. Gertrude bestelt kip met pureepatatjes en ik beef Stroganoff met rijst. Dat hebben we na bijna anderhalve week lokale gerechten wel eens verdiend. Nu nog het tweede deel van het rapport en we kunnen ons weer mentaal voorbereiden op morgen
10 juni: Bishkek
Vandaag is een speciale ochtend. De vele verjaardagsgelukwensen herinneren eraan dat we weer een tramlijn opschuiven maar ook een minder positief bericht over het overlijden van een vriend herinnert ons aan het feit dat we hier allemaal een vervaldatum hebben. Gelukkig kunnen we die niet ontcijferen. Genoeg van die gedachten en over naar de orde van de dag en dat is dat we om 10 uur met de chauffeur / gids afgesproken hebben. We zijn allemaal netjes op tijd en toch begint het onmiddellijk fout te lopen. Het verkeer in Bishkek loopt totaal in de war. Volgens Sanjar zou het nochtans OK moeten zijn want het is schoolvakantie en geen piekuur meer. De enige verklaring waarop hij kan komen is dat een aantal straten (en daarmee ook parkeerplaatsen) afgesloten zijn omwille van een bijeenkomst van hoge piefen. We blijven bijna 1 uur rondjes draaien tot we uiteindelijk een plaatsje bemachtigen. Hierdoor moeten we een heel eind te voet tot het grote plein met het standbeeld van Manas (de lokale versie van Jacob van Artevelde).
Op dat plein legt Sanjar uit hoe er in Kyrgyzstan sinds de onafhankelijkheid al twee revoluties geweest zijn. De eerste president werd door een volksopstand (er is een parlement van ja-knikkers) verdreven omwille van corruptie en zelfverrijking. De tweede president werd ook door een volksopstand verdreven omwille van … nog meer … corruptie en zelfverrijking. Bij die tweede revolutie vertelt Sanjar dat hij bijna het slachtoffer was van de snipers op het dak van het presidentieel paleis. Enfin, nu is men toch al tot president # 6 geraakt en worden volgend jaar nieuwe verkiezingen gehouden. Het is in Belgie niet allemaal perfect maar het kan erger. Van het Manas plein keren we terug naar het museum of fine arts. Daar hadden we een afspraak met een gids om 11 uur, die afspraak werd 1 uur verlegd. De rondleiding is erg interessant, niet zozeer om de werken maar omwille van de commentaar. De gids vertelt onder andere hoe kunstenaars onder Stalin in het beste geval in een keurslijf geduwd werden en in het slechtste geval naar Siberië geduwd werden.
Na het museum for Fine Arts gaat het naar het museum of History (dat is weer richting Manas plein stappen). Dit museum is veel nieuwer (na de onafhankelijkheid) en beter onderhouden dan Fine Arts. Het gaat over allerlei archeologische vondsten en kledij en leefgewoontes van Kirgizië en zijn nomadische bewoners. Het is pas onder de Sovjets dat meer en meer mensen naar steden kwamen. Na dit museum vraag ik Sanjar of hij ergens een postkantoor weet zijn omdat we geïnteresseerd zijn in postzegels met “peten” erop. Dat kan geen probleem zijn, zegt hij. Hij onderschat de opdracht echter schromelijk. We rijden driemaal rond Bishkek, Sanjar pleegt een miljoen telefoontjes, we moeten vier maal (dit is niet overdreven) een parkeerplaats zoeken en hebben na dit nog altijd geen postkantoor gevonden.
Misschien ligt het ondertussen wel aan een te lage glucosespiegel dat we geen postkantoor vinden want Sanjar vergist zich nu ook van restaurant. We moeten dus terug naar onze zuurverdiende parkeerplaats om naar het andere restaurant te rijden. Het is ondertussen al bijna 4 uur maar lunch is hier gelukkig een erg rekbaar begrip. We bestellen iets veiligs. Eerder vandaag heb ik al een risico genomen door op een straathoek een glas gefermenteerde koemelk en een glas vloeistof op basis van gefermenteerde bloem te drinken. Nu houden we het veilig door bouillon met pastabladen en stukjes lamsvlees en worst van paardenvlees voor Gertrude en voor mij een soort stoofvlees met gebakken patatjes te bestellen. Dat wordt vrij snel opgediend maar Sanjar moet uren (dat is lichtjes overdreven) wachten op zijn bestelling. Uiteindelijk is het al na 5 uur als we het restaurant verlaten. We zeggen dat we onze zoektocht naar een postkantoor opgeven, maar daar wil Sanjar niet van horen. Hij heeft nog een laatste plaats in gedachten. Een van zijn vrienden heeft hem gezegd dat een winkel in een shopping mall postzegels heeft. We gaan op zoek naar die winkel (er zijn duizenden winkels en winkeltjes in de bewuste shopping mall en aan iedere winkeldochter vraagt Sanjar of ze postzegels verkopen). De meeste mensen hebben zelfs geen idee van wat een postzegel is … ver van postzegels te verkopen. Tot uiteindelijk iemand in een souvenirwinkeltje zegt dat ze postzegels heeft … als daar nu maar minstens één bij is met een “peet” erop.
Genoeg over de postkantooravonturen nu. We rijden terug naar ons hotel waar we ons om 7 uur aan de dagelijkse schrijvelarijen kunnen zetten. Gisteren zei Sanjar dat we vandaag 3 Ă 4 uur bezoeken voor de boeg hadden. Dat is lichtjes uit de hand gelopen door allerlei verkeer - , parkeer -, restaurant - en postkantoorperikelen maar: Eind goed, al goed. Nu alleen nog de valiezen wat herschikken en een frisse pint is ons welverdiende loon.
9 juni: Tasjkent en Bishkek
We worden deze middag om 1 uur opgepikt om naar de luchthaven gebracht te worden dus hebben we de voormiddag vrij om Tashkent nog wat verder te verkennen. We zijn van plan de suggestie van Abdullah te volgen en de Art Gallery te bezoeken. We moeten ons absoluut niet opjagen aangezien de tentoonstelling pas om 10 uur opengaat. We zijn stoer geweest en hebben Abdullah verzekerd dat we zelfstandig onze weg met de metro zullen vinden. En waarachtig, onze expeditie via de blauwe en de rode lijn verloopt vlekkeloos waardoor we zelfs nog 10 minuten aan de deur van de galerij (de vroegere woning van de een of andere hoge Russische pief) moeten wachten. Tijdens onze trip valt het op hoeveel jonge mensen hier rondlopen. De gemiddelde leeftijd moet zo rond de 25 á 30 jaar liggen. Dat is natuurlijk geen wonder als men weet dat er, sinds de onafhankelijkheid, ieder jaar 1 miljoen Uzbeekskes bijkomen. De totale bevolking is ongeveer 38 miljoen (ik heb ze niet geteld).
Het bezoek aan de galerij is echt de moeite want het merendeel van de tentoongestelde werken vallen in onze smaak. Op het gelijkvloers zijn een aantal schilder – en beeldhouwwerken van hedendaagse signatuur. In de monumentale centrale traphal zijn honderden “kunstwerkjes” van kinderen die soms erg en soms een ietsje minder getalenteerd lijken te zijn. Op de bovenverdieping zijn in verschillende kamers installaties te bewonderen, maar er zijn ook kamers met schilderijen uit de 20ste eeuw. Al met al was dit een zeer goede suggestie. Na het bezoek keren we (opnieuw met de metro, want we voelen ons echte “metrologen”) terug naar het hotel. Alles verloopt vlotjes tot in het laatste station. We nemen de verkeerde uitgang en stappen dan ook zonder verpinken in de foute richting. Gelukkig merken we dit relatief snel op en keren op onze stappen terug. We hebben een geluk bij een ongeluk want door onze vergissing zien we een kraampje met bananen. Bananen zijn nog altijd ons geliefkoosd fruit en dus kopen we 4 stuks om de middag te overbruggen. We maken gebruik van onze “conversatie” met de kraampjeseigenaar om hem te vragen in welke richting we moeten voor ons hotel. Hij kan uit het blote hoofd niet helpen ondanks het feit dat het hotel hoogstens 500 m van zijn kraampje kan zijn. Geen nood echter, hij haalt er Mr. Google bij maar die brengt ook geen soelaas. Alweer niet getreurd want er is een man gearriveerd die redelijk goed Engels spreekt. Hij kent het hotel (zegt hij) en bevestigt de richting die wij ook dachten. Wel zegt hij erbij dat het minstens 25 minuten stappen is … voor mensen van onze leeftijd. Gertrude voelt zich in het (figuurlijke) kruis getast maar houdt haar reactie voor haar (en later voor mij). Om zijn standpunt kracht bij te zetten geeft de man ons twee pruimen … voor het geval we op onze 25 minuten lange tocht een slag van de hamer zouden krijgen. Hierop vindt de kraampjeseigenaar dat hij zich niet onbetuigd kan laten en sleurt me naar zijn kraam waar hij me een paar perziken, abrikozen en rode en gele pruimen toe stopt. Straks kan ik zelf een fruitkraam beginnen … voor de prijs van 4 bananen. Toch wel erg vriendelijke en gastvrije mensen die Uzbeken.
We nemen afscheid van de twee brave mannen en komen een paar minuten later aan ons hotel waar we een deel van onze fruithandel opeten (de gele pruim is mogelijks de lekkerste die ik al ooit gegeten heb) en de rest aan de receptionist geven die er gelukkig met lijkt. Om 1 uur worden we naar de luchthaven gebracht door dezelfde Duits sprekende man van eergisteren. Hij heeft weer een aantal goede onderwerpen. Deze keer gaat het bijvoorbeeld over hoe hier in Tasjkent ten tijde van de Russen een derde soort thee ontwikkeld werd. Zwarte en groene thee bestonden al, maar witte (= wodka) was nieuw. Hij legt ook uit hoe ten tijde van Peter de Grote het brengen van de duim naar de nek het signaal werd om witte thee te bestellen. Als we de volgende keer samen zitten leg ik het allemaal weleens uit. Het inchecken verloopt wat geaccidenteerd omdat ik blijkbaar geen bagage geboekt heb. Dat is wel het geval bij Turkish Airlines maar voor de korte vlucht met Uzbekistan Airways blijkbaar niet. 25 € aan een apart loket brengt de oplossing voor dit probleempje. Het enige andere probleem dat we nog hebben is dat we nog de luttele som van 300’000 sum moeten kwijtspelen. We kopen een Cola en wat koeken maar slagen er niet in de laatste 62’000 sum (= 4€) te spenderen. We zien wel wat we ermee doen.
In Bishkek staat Sanjar, onze gids / chauffeur ons netjes op te wachten. Met zijn Engels zal hij nooit de Kyrgyzische Shakespeare worden maar het is goed genoeg om gesprekken te voeren en het lijkt een sympathieke knol en een voorzichtige chauffeur en dat zijn ook belangrijke kenmerken. Hij rijdt met een Toyota Landcruiser en in zijn koffer is naast de vele flesjes water ook een telescopische ladder aanwezig. Misschien is dit wel om 70 plussers in en uit de Landcruiser te helpen. We praten wat over koetjes en kalfjes en minder dan een half uur later staan we, ondanks het vrij drukke verkeer, in centrum Bishkek. Onze eerste taak is de Uzbeekse SIM kaartjes vervangen door de Kyrgyzische variant. De gids schiet de nodige 320 Kyrgyzische sum (= delen door 100 voor Euro = 3.2 € voor 2 SIM kaarten met onbeperkte spraak en 1.5 Gb data) voor. Nadien gaan we een goede 40’000 Kyrgyzische sum in cash ophalen zodat we een tijdje gerust zijn. Vier miljoen Uzbeekse sum was indrukwekkender maar wie het kleine niet begeert, is het grote niet weerd, nietwaar?
Na het inchecken (het is hier ondertussen al 7 uur omdat we weer een tijdzone opgeschoven zijn) mogen de bergschoenen uit en kunnen we van een frisse pint genieten. Dit is de perfecte voorbereiding voor de blog van vandaag. Morgen komt het bezoek aan Bishkek eraan. We denken dat het allemaal een stapje minder spectaculair zal zijn dan wat we tot nu toe gezien hebben, maar wie weet? Misschien verrast Bishkek ons … en jullie
8 juni: Tashkent
Vandaag is een bezoek aan de miljoenenstad Tashkent gepland. Om 9:00 is Mahmud op het appel. Hij is de lokale expert van Better Places die de hele reis in elkaar gestoken heeft. Hij heeft Abdullah met zich meegebracht want hij zal ons vandaag begeleiden. Abdullah zegt niet veel zolang Mahmud in de buurt is maar de terughoudendheid is van voorbijgaande aard. Een chauffeur met een busje staat ons op te wachten maar de file ook. Die zijn er tegenwoordig regelmatig omdat steeds meer mensen naar de stad (= auto’s in het verkeer) komen en de weginfrastructuur niet kan volgen. Een eerste bezienswaardigheid is het Khast complex met een madrassa, een mausoleum en een bibliotheek waar een eerste kopie van de oorspronkelijke Koran ligt. Alles van het complex ziet er nieuwbouw uit en dat is het ook want veel moest herbouwd worden na de aardbeving van 1966 die veel mensen het dak boven het hoofd kostte. Abdullah vertelt het verhaal van de heropbouw van 2 minaretten van meer dan 50 m hoog. Er werd een competitie gehouden tussen bouwers van Samarkand en die van Khiva. Die van Samarkand wonnen omdat ze in 26 dagen klaar waren. Die van Khiva deden er 2 dagen langer over. Ik ben geen specialist maar dat lijkt me onwaarschijnlijk snel.
Onze volgende stop is het Islam Civilisation Center. Dit centrum is het grootste in zijn soort ter wereld en werd pas dit jaar geopend. Er is echter jammer genoeg geen plaats voor een man op gezegende leeftijd in shorts en we kunnen dus niet binnen. Geen nood echter: Abdullah kan het programma zo herschikken dat we eerst een paar andere zaken bezoeken en na de siësta in lange broek terugkomen.
Onze volgende stop is de Chorzu bazaar. Daar verkoopt men zoals gebruikelijk van alles en nog wat. Dat “nog wat” is in ons geval een paar bananen. Onze darmen stellen het relatief goed (ik wil jullie niet overladen met details hierover) en we willen dat zo houden. Bananen zijn hiertoe een veilige aanpak.
Het voordeel om naar de Bazaar te gaan is dat daar twee stops van de metro zijn en laat de metro nu net de volgende bezienswaardigheid zijn. Ik moet wel toegeven dat ik een beetje underwhelmed ben van de metro. Ik had vooraf gelezen dat de metrostations echte pareltjes waren. Wel, ik vind dat niet. Ze zijn proper, er is geen graffiti maar ze doen andere stations van andere plaatsen (Singapore, Shanghai, New York, Londen, Parijs misschien zelfs Brussel) niet in het niet verdwijnen. Wat wel impressionant is, is de prijs. Iedere keer dat men met de creditcard tikt is men slechts 1500 sum (= 0.13 €) lichter en daarvoor mag men zolang men wil rijden en overstappen. Bovendien is het hier lekker fris en kan men als toerist (of is het onze gevorderde leeftijd?) altijd zitten want er staat altijd wel iemand op om zijn plaats af te staan. Goed opgevoed die Uzbeken.
We rijden eerst naar het station der Kosmonauten met fresco’s van onder andere Gagarin en van de eerste vrouwelijke kosmonaute, Valentina Tereshkova. Laika heeft geen plaatsje kunnen veroveren en daarom wist onze gids niet dat er ooit een hond in de ruimte geschoten geweest was. We rijden nadien via het station gewijd aan de Uzbeekse Shakespeare naar het station van Independence square. Daar komen we weer boven grond om het grote park gewijd aan de onafhankelijkheid te bezoeken. Hier kan Abdullah het niet meer wegsteken dat hij het aflopen van de sovjet tijd niet betreurt. Stalin stuurde 2 miljoen Uzbeken als kanonnenvlees naar het front. Amper 600’000 kwamen terug. De gesneuvelden worden nu herinnerd door hun namen op koperen platen te tonen. Het zijn 2 impressionante galerijen en dan ontbreken er nog namen zoals bv de naam van de overgrootvader van Abdullah. Aan het einde van de galerij is er ook een eeuwige vlam en een zeer mooi standbeeld van een rouwende moeder die 5 zonen verloren heeft. In het park staat ook het parlement maar daar kunnen we om veiligheidsredenen niet dichtbij komen.
Nadien brengt de chauffeur ons naar een wereldberoemd restaurant dat alleen maar pilav serveert. Er worden een 15-tal verschillende recepten klaargemaakt maar de hoeveelheden zijn fenomenaal: 1.5 ton rijst ,wortelen, ajuinen ,rozijnen, vlees etc. worden hier per dag verwerkt in rijen ingemetselde woks. In de keuken lopen (naast veel toeristen) een veertigtal “koks” (= roerders). Het is hier dan ook enorm heet, maar de geur van de olie, het vlees, de groenten en de specerijen is intens en fantastisch. Na dit bezoek rijden we via een moskee (waar we niet binnen kunnen omdat het gebed aan de gang is) terug naar het hotel voor de welverdiende siësta en de lange broek.
Gewapend met een lange broek trekken we samen met Abdullah naar het museum van de Islam civilisation. Het is een eindje stappen ondanks het feit dat we eerst een stuk metro nemen. Hierdoor zweten we als een os maar nu mogen we zonder problemen maar met veel zweet binnen. De toegangsprijs is met zijn 300’000 sum per persoon niet goedkoop (in vergelijking met gangbare toegangsprijzen hier ten lande) maar het museum is dan ook zeer groot en zeer nieuw met allerlei interactieve snufjes. We worden samen met een zestal andere “engelstaligen” door een gids rondgeleid gedurende bijna 2 uur. De historiek van Uzbekistan passeert de revue. Van het neoliticum tot de cultuur in Samarkand’s Afrosyiop, een eerste renaissance in de 8ste eeuw onder de Samanieten die in Bukhara baasje speelden en wetenschap op een hoger niveau tilden, de tweede renaissance rond Mr. T en zijn nakomelingen die een nieuwe boost gaven en de derde renaissance die nu volop aan het gebeuren is met een president die graag in beeld komt en de plannen voor dit museum heeft goedgekeurd en bekostigd… met taks geld … tot meerdere glorie van hemzelf. Hij staat zelfs op de foto met Donald Trump.
We hadden het plan om na de rondleiding, de lichtshow op de façade van het museum te volgen maar vandaag is er geen en dus gaan we rechtstreeks naar het restaurant .We nodigen Abdullah uit die graag op onze uitnodiging ingaat en een “Uber made in Uzbekistan” taxi bestelt. Hij brengt ons naar restaurant Sim Sim dat de reisorganisatie regelmatig gebruikt. We eten een lekkere mastava soep (met rijst, groenten, stukjes vlees, allerlei kruiden en room). Ze hebben hier gelukkig wel bier wat na een lange warme dag erg welkom is. We hebben een interessant gesprek over allerlei onderwerpen. Albullah is met zijn 20 jaar duidelijk iemand met veel potentieel. Rond 10 uur is het tijd om naar het hotel terug te keren. We doen dit opnieuw met een Uber like systeem waardoor we voor een rit van toch minstens 15 minuten 30’000 sum (= een goede 2 €) lichter zijn. Bovendien zijn we nu met zijn allen mee met de verwachtingen voor het WK voetbal. Zowel Abdullah als de chauffeur kennen de namen van alle vroegere en huidige rode duivels met naam en voornaam. We komen overeen dat Frankrijk en Spanje de meeste kans hebben maar dat Engeland, Portugal en Turkije de te duchten outsiders zijn.
Met deze conclusie sluiten we onze openbare dag af. Nu kunnen we ons toeleggen op ons verslag en de trouwe lezersschare een goede nacht toewensen. Slaapwel.
7 juni: Samarkand en transfer naar Tashkent
Deze morgen is een vrije morgen omdat we om 1 uur opgepikt worden om de laatste bezienswaardigheden van Samarkand te bezoeken. Nadien worden we naar het station gebracht van waar de hogesnelheidstrein ons naar Tashkent (de hoofdstad) zal brengen. We nemen dus de tijd om vanzelf wakker te worden (dat gebeurt automatisch op hetzelfde uur als altijd omwille van het interne wekkertje) en om iets meer tijd dan gewoonlijk te nemen voor het ontbijt, voor de douche en voor het nakijken van de wereldgebeurtenissen. Zodra dat allemaal gebeurd is, kunnen wij met een gerust gemoed de omgeving van het hotel verkennen. In de onmiddellijke omgeving stoten we op een katholieke kerk (met een buste van paus Johannes Paulus II in de voortuin). Als we dicht genoeg zijn horen we een orgel en besluiten we ook eens de binnenkant van het kerkje te bekijken. De mis gaat net beginnen want de priester staat met zijn 4 misdienaars (op veilige afstand) al klaar in de startblokken. We schatten dat het kerkje zo’n 100 gelovigen kan bevatten en er zijn toch minstens de helft van de plaatsen bezet … door mensen met een gemiddelde leeftijd van maximum 30 jaar. Daar kan de westerse katholieke kerk een puntje aan zuigen.
Na 5 minuten houden we ons kerkbezoek voor bekeken en stappen we langs de boulevard tot aan het standbeeld en (in de onmiddellijke omgeving van)het mausoleum van Timur lenk. We genieten nog 10 minuutjes van de omgeving en het sierlijke bouwwerk en wandelen dan via het park terug naar het hotel. Daar worden we netjes op tijd door onze gidse en de chauffeur opgepikt om naar de eerste bestemming te rijden. Onderweg zien we 3 Rolls Royce Phantoms en 1 Maybach. Er wonen hier waarschijnlijk een paar welstellende mensen. Enfin, met onze Chevrolet zullen we ook wel tot in Silk Road City = The Eternal City complex geraken. Dit complex met een namaak klein Samarkand, een podium voor allerlei optredens, een kabelbaan, een paar kanaaltjes waarop men met een bootje kan varen en drie mastodonten van hotels (1 van een Amerikaanse keten = Hilton, 1 van een Chinese en 1 van een Uzbeekse keten) werd opgetrokken om in 2022 een vergadering van de Shanghai groep te ontvangen. Delegaties van alle landen van die groep hebben hier dan 1 week vergaderd en dat was het. Het complex wordt onderhouden maar de bezetting lijkt quasi nul.
De volgende bestemming is Bokrijk in Samarkand. We worden verteld hoe vroeger papier van de binnenkant van de schors van de moerbeiboom gemaakt werd. De moerbeiboom wordt hier voor alles gebruikt. Voor de vruchten die erg lekker zijn, om zijdewormen mee te voeren en nu ook al om papier te maken. Leve de moerbeiboom. Na veel schrapen, koken, stampen, zeven, drogen en polieren bekomt men het beroemde Samarkand papier dat voor allerlei toepassingen gebruikt kan worden. Buiten papierproductie zien we ook de productie van olie op basis van lijn -, sesam -, katoen – en meloenzaad. Net zoals bij de papierproductie wordt voor het malen van de zaden gebruik gemaakt van waterkracht. We zien ook een keramiek master aan het werk maar dat hebben we eergisteren ook al gezien.
Rond 3 uur laten we Bokrijk voor wat het is en rijden we naar de laatste bezienswaardigheid in Samarkand, nl. het observatorium. Dit observatorium werd door de kleinzoon van Timur lenk, Ulug Beg, opgericht. Die brave borst zat 40 jaar op de troon, een prestatie in die tijd waarin nogal gemoord werd. De verklaring was misschien dat hij zich weinig met staatszaken bezig hield maar veel met al de rest (poëzie, wiskunde, aardrijkskunde, sterrenkunde, enz.). In verband met zijn interesse voor sterrenkunde liet hij dit observatorium bouwen wat hem toeliet de lengte van 1 jaar tot op een fractie van een seconde juist te bepalen (iets waar het Westen nog jaren over zou doen). Vooraleer Ulug Beg door zijn zoon vermoord werd (het moest er uiteindelijk toch eens van komen) schreef de man een aantal boeken die na een paar honderd jaar als baanbrekend werden beschouwd. Van het bovenaardse deel van het observatorium (dat een 40-tal meter hoog was) blijft niets over omdat de omwonenden de stenen van het gebouw na de dood van Ulug Bek gebruikten om hun huizen te bouwen. Er blijft nu alleen nog een diepe sleuf in de grond over waarin de zonnestralen opgevangen werden om de stand van de zon nauwkeurig te bepalen.
Na het observatorium worden we naar het station gebracht waar we om 5:40 onze trein naar Tashkent moeten nemen. Om het station binnen te gaan moeten we alles door de scanner sturen. De controle is echter erg laks. Ik hou bijvoorbeeld mijn GSM in mijn hand omdat er geen bakjes zijn om klein gerief te scannen. Het alarm van het portaal gaat dus af maar niemand die de moeite doet om zelfs maar op te kijken. Binnen in het station is alles wat chaotisch, ook al omdat er geen aankondigingsbord met alle treinen erop voorhanden is. Na wat navragen bij mensen die er vrij officieel uitzien, geraken we toch op de juiste trein en die vertrekt netjes op tijd. Wat moet een mens meer hebben?
De service op de Afrosyiop hogesnelheidstrein (ik weet niet hoe snel hij eigenlijk rijdt) is zeer goed. Er is veel plaats, de vering is zeer goed, de wagon is erg net, men komt rond met fruitsap, daarna met kersen, dan met een lunchpakketje, dan met een kar met allerlei snacks. Enfin, dik in orde.
Kort na 8 uur komen we in Tashkent aan, waar we opgepikt worden door de baas van Mahmud (de lokale expert van Better Places die de reis voor ons georganiseerd heeft). De man spreekt Engels maar vooral zeer goed Duits. Tijd om onze talenkennis af te stoffen. De man vertelt dat hij al veel in Europa geweest is, ook in België. Aan Brussel heeft hij zelfs een “speciale” herinnering. Hij is er namelijk eens voor 20 € opgelegd door een migrant die hem zou helpen met de aankoop van een biljet voor de metro. Hij noemt dan ook Brussel een zwarte vlek (dit is nog eleganter dan de naam die Donald T opdiste. Na het inchecken in het hotel gaan we nog snel iets eten. Het eten is lekker maar wat ik me niet gerealiseerd had, was dat een “family restaurant” betekent dat er veel lawaai van spelende kinderen is en dat men er geen bier schenkt. Morgen let ik beter op.
Dat is het voor vandaag. Slaapwel
6 juni: Samarkand
We hebben vanmorgen weer om 9 uur afgesproken. Dat geeft ons voldoende tijd om ons relax klaar te maken en het is dan nog niet overdreven warm. Vanmorgen is er nog een extra reden: de bank, rechtover ons hotel, is om 9 uur open. We kunnen inderdaad in het bankgebouw binnen maar de bankbedienden zijn nog “druk” in de weer met de voorbereiding om de klanten van dienst te zijn. Na 10 minuten zijn ze nog altijd even druk in de weer zonder enige positieve impact op de klanten waardoor we besluiten ergens anders aansluiting met het miljonairschap te zoeken. Dat doen we in een postkantoor (ergens verscholen achter in een souvenirwinkeltje). Voor 200 € krijgen we 2’700’000 Sum waardoor we ons duidelijk weer als miljonair kunnen laten aanspreken.
Nu dit geregeld is, kunnen we op weg naar de eerste bezienswaardigheid. We rijden door een grote (400’000 inwoners), bedrijvige stad die duidelijk welstellend is. Samarkand is niet alleen afhankelijk van toerisme (zoals Khiva waarschijnlijk wel is). De gidse legt uit dat hier de textielnijverheid, het tapijt weven, de landbouw voor groenten en fruit, het bouwen van MAN vrachtwagens, de mijnbouw van goud maar ook van allerlei mineralen bedreven wordt. Samarkand bestaat al meer dan 2500 jaar en heeft al vele fases doorlopen. De oudste nederzetting noemt men Afrosyiop waar een Zoroastrische stam, die heerste over de streken ten Oosten en ten Westen van Samarkand, een fort gebouwd had. De heersers ontvingen delegaties van China, Iran, Korea, Tibet enz. Dat konden Sovjet archeologen samen met Europese collega’s afleiden uit vondsten van artefacten en van zeer goed bewaarde muurschilderingen die nu in een mooi museum zijn ondergebracht … althans die zaken die niet in St Petersburg of Londen staan. Afrosyiop werd totaal vernietigd door Genghis Kahn (hoe die man de tijd vond om ook nog voor nakomelingen te zorgen is mij een raadsel). Het Mongoolse liedje duurde echter ook niet zo lang toen Timur er een einde aan stelde. Op dat moment bereikte Samarkand een hoogtepunt met het relatief vredevol samenleven van de Timurieden met Joden (die waren toen met 20’000, nu nog met een paar tientallen) en met Zigeuners die uit India door Timur en de zijnen “meegebracht” waren. Die bevolkingsgroepen deden toen wat ze nu nog dikwijls doen (= geldzaken, de enen als een officiële business, de anderen met veel minder officiële le zaakjes of bedelaars)
De tweede bezienswaardigheid is het mausoleum van de profeet Daniël (jullie weten wel die van de leeuwenkuil). Het mausoleum werd door de Timurieden opgericht in de 15de eeuw nadat Mr T de hand van Daniël, die in de 4de eeuw in Suza (in de buurt van het huidige Mossul in Irak) begraven was, had meegebracht van een speciale militaire operatie! Het verhaal van deze operatie moeten jullie zelf maar eens opzoeken. Het zou me te veel slaap kosten
Na Daniel gaan we naar de necropolis waar de neef van de profeet Mohamed begraven ligt nadat hij bij een eerste poging (710 AD) om de Islam in de streek te introduceren vermoord werd. De necropolis zelf bestaat uit mausolea voor allerlei familieleden van Mr. T, hoogwaardigheidsbekleders en concubines van Mr T. Het ene mausoleum is al meer versierd dan het andere, het een is al mooier dan het andere, maar ze zijn allen de moeite waard om eens goed te bekijken. Het selecteren van de beste foto’s wordt een nachtmerrie.
Na het mausoleum van de profeet Daniel en het complex rond het mausoleum van de neef van de profeet Mohamed is het tijd om iets luchtigers te bekijken. We gaan naar een tapijten workshop. Opnieuw zijn beide delen van de term van toepassing: er wordt gewerkt maar er wordt ook geshopt … gelukkig niet door ons omdat we onmiddellijk bij de start van ons bezoek uitleggen dat we thuis al tapijten onder zetels en bedden moeten bewaren. De dochter van de eigenaar die de rondleiding doet vindt dat geen probleem. We moeten alleen onze kinderen overtuigen dat handgeweven tapijten alleen maar in waarde zullen stijgen. Om haar punt te bewijzen zegt ze dat de prijs van de handgeweven tapijten de laatste 10 jaar verdubbeld is. Het bezoek is echter ook interessant, ook zonder iets te kopen omdat we leren hoe we het verschil tussen een handgeweven en een machinaal geweven tapijt kunnen zien (= machinaal als men bij openplooien geen knopen ziet). Verder lijken de meeste van onze weetjes toch een basis van waarheid te hebben. We vertrekken gerustgesteld wanneer de dame ons zegt dat de meeste tapijten die ouder zijn dan 20 jaar nog idd handgeweven zijn. We besluiten al onze tapijten eens grondig te bekijken met onze vers opgedane kennis.
Nu is het tijd om terug naar het hotel te gaan om eerst van een welverdiende siësta te genieten. Het plan is om daarna terug naar de Registan square te wandelen. Het is een goed halfuurtje stappen van het hotel. We willen daar in de buurt vanavond eten en daarna naar een lichtshow op de gebouwen van de Registan kijken. Rond 5 uur zetten we ons, met Google Maps in aanslag, in beweging. De gidse heeft ons twee namen van restaurants gegeven. Eén ligt aan de boulevard een eindje voor de Registan. Er is daar nogal wat verkeer (en de Uzbeken kennen wat van snel optrekken en claxonneren) dus besluiten we naar het tweede restaurant te gaan. Dat zou, als mijn interpretatie van de ligging op de kaart klopt, een behoorlijk uitzicht op de gebouwen rond Registan moeten hebben. Ik blijk gelijk te hebben. Het dakterras biedt een mooi uitzicht op de moskee en langs de andere kant op een (opnieuw volgens Google Maps) een mooie koepel van een mausoleum. Dat hebben we nog niet bezocht. Een mens vraagt zich af hoe dat nog kan.
Na ons avondmaal trekken we naar de trappen aan de voorkant van de Registan square. De lichtshow begint in principe om 8.30 en we vleien ons ruim op tijd gracieus neer op de (veel te lage) marmeren treden. Iedereen die onze leeftijd benadert zal wel begrijpen dat de bovenstaande beschrijving niet 100% de werkelijke beweging onder woorden brengt maar ik hoop dat de lezers dit als een literaire vrijheid erbij nemen. Het neervleien is trouwens niet het enige probleem. De show begint met een dik half uur vertraging (of wij zijn slecht geïnformeerd ) waardoor het marmer erg hard begint aan te voelen … er scheelt nochtans niets aan ons zitvlak️. Na de lichtshow is er soms nog een lasershow maar die gaat alleen door als een welwillende weldoener bereid is 3000 $ te betalen en dan kan iedereen meegenieten. Vandaag is er echter geen weldoener aan het werk geweest en vatten we dus de terugweg met alleen een lichtshow en geen lasershow aan.
Nu nog mijn schrijfsel laten censureren en we kunnen weer onder de dekentjes (want we laten de airconditioning de hele nacht, op een laag pitje weliswaar, verder zijn werk doen).
Slaapwel
5 juni: Van Bukhara naar Samarkand
Wat verder stoppen we nog eens bij een Sardoba (bron / cisterne uit de 11de eeuw) en bijhorende caravanserai die tot de 19de eeuw operationeel geweest is maar er nu als een ruĂŻne bij ligt. Verdere bezienswaardigheden beperken zich tot een enorm zonnepanelenpark dat de weg gedurende minstens 1 km volgt en een gasleiding die her en der opduikt. De leiding is volgens mij een staaltje van Sovjet engineering. Ieder huis wordt bereikt, maar hoe? Nu eens als een portaal over een zijweg, dan weer tussen de bomen, dan vastgemaakt aan de gevel van een huis om dan weer te verdwijnen onder een oprit. Rare jongens die Sovjets maar toch bedankt om een al bij al vrij saaie rit wat op te beuren.
Iets voor 3 komen we aan hotel meridian by reikartz aan. De gidse zit al te wachten en moet dit nog 5 minuten extra doen omdat we onze valiezen in de kamer willen zetten en omdat we een extra laagje factor 50 willen aanbrengen! Nu zijn we klaar om de eerste bezienswaardigheid van Samarkand te bezichtigen. Het bezoek aan het mausoleum van Amir Timur (= Timur lenk = de stichter van de dynastie der Timurieden) begint met een uitleg over hoe de Timurieden vanuit Samarkand alles van Iran tot Noord Indië onder hun heerschappij kregen. Het mausoleum zelf is zeer mooi zowel langs de binnen – als langs de buitenkant. Er staan tombes voor de leermeester van Timur lenk, Timur zelf en een paar van zijn kinderen en kleinkinderen. Voor meer nazaten was er geen plaats noch tijd omdat ze elkaar sneller vermoordden dan dat ze zich konden voortplanten ondanks de 4 officiële echtgenotes en de veertigtal “diensters”. De laatste overlevende telg vluchtte naar India waar hij zich omschoolde tot Moghul.
Van het mausoleum rijden we langs een mooie laan naar Registan square. Daar staan recht tegenover elkaar 2 madrassas en aan de derde zijde één moskee. De tweede madrassa werd kort na de eerste gebouwd omdat de eerste zo succesvol was dat de campus moest uitgebreid worden. Er startten namelijk ieder jaar 1000 leerlingen die het volledige curriculum (religie maar ook wiskunde, sterrenkunde, kalligrafie, poëzie , enz.) moesten doorlopen. Daarvan bleven er uiteindelijk maar 100 over omdat men erg streng was (bv driemaal te laat zijn voor het eerste morgengebed = 4 ’s morgens betekende de uitsluiting).
De madrassa was gratis voor studenten van Samarkand maar studenten van buiten Samarkand woonden in de madrassa en moesten dus huur betalen. De tweede madrassa kan niet bezocht worden omdat daar nu concerten in gegeven worden en dus gaan we vervolgens naar de moskee.
Die is ook zeer mooi met rijkelijke versieringen in lichte kleuren en bladgoud over de papier mache stalactieten die de verschillende nissen versieren. Ook het plafond is knap met een trompe l’oeil waardoor het vlakke plafond een koepel lijkt. Na het bezoek van de moskee verlaten we de Registan square om naar de moskee van Bibi Khanim te gaan. Bibi maakte deel uit van de harem van een van de rechtstreekse afstammelingen van Genghis Khan. Timur liet de brave man executeren en nam de harem (en derhalve Bibi) over. Daarna huwde Mr. T met Bibi waardoor hij een koninklijke titel in de wacht sleepte. Enfin, eens Bibi the first lady van Timur was, werd ze ook zijn raadgeefster. Zij gaf onder andere de opdracht om deze moskee voor Mr T te bouwen terwijl hij een of andere speciale militaire operatie aan het uitvoeren was. Die moest de grootste van het rijk worden om te bevestigen dat T de grootste van allemaal was. Mr. T vond de moskee echter nog te klein en wilde hem daarom laten afbreken. Zover is het echter niet gekomen, omdat T bij zijn volgende veldslag het onderspit dolf en in een kist terug naar Samarkand kwam. Niet getreurd echter, de tand des tijds en een occasionele aardbeving deden waar T geen tijd voor gehad had, waardoor het hele bouwsel tot een ruïne verging. Bij de onafhankelijkheid van Uzbekistan (1991) werd de ruïne grotendeels heropgebouwd waardoor men zich nu rekenschap kan geven dat T ongelijk had en dat die moskee best heel groot was. Een voorbeeld van hoe hoogmoed voor de val komt.
Afsluiten doen we met een bezoek aan de bazaar. Hier is alles, food en non food te vinden. We lopen er gewoon eens door om de sfeer op te snuiven waardoor we ons meer en meer realiseren dat we niet alleen geen siësta gehad hebben vandaag maar ook geen lunch. We laten ons dan ook onverwijld afzetten aan een restaurant op wandelafstand van ons hotel. Het ziet er allemaal erg chic uit waardoor Gertrude begint te denken dat we de afwas zullen moeten doen aangezien we stilletjes onze miljonair status (in Uzbeekse Sum) verloren hebben. Alles komt echter goed. Gertrude’s stukjes lam zijn lekker en mijn kip julienne met champignons moet er zeker niet voor onderdoen al is de room en de kaas er misschien wat te veel aan. Ook de financiële kant van de zaak komt goed omdat we met de kaart kunnen betalen. Morgen pikken we een paar verse miljoenen op en dan lacht de toekomst ons weer toe. Slaapwel