Dag 3: Epernay – Reims
Vannacht hebben we auto’s op een nat wegdek horen rijden. Het zal dus wel geregend hebben maar van het voorspelde onweer is toch niet veel in huis gekomen. Dat is voor ons geen probleem als “ze” het maar niet opgespaard hebben voor vandaag (= onze tweede fietsdag). We hebben vanmorgen wat later dan gisteren voor het ontbijt afgesproken omdat we maar 57 km en 568 hoogtemeters te verwerken hebben. Rond 9:30 zijn de stalen rossen bepakt en bezakt en zijn wij klaar voor de nieuwe uitdaging. Uit een stad(je) vertrekken is altijd wat ingewikkeld omwille van éénrichtingsstraten, maar alles verloopt vrij rimpeloos waardoor we al snel tussen de wijngaarden belanden. Daar heerst een grote bedrijvigheid. Enerzijds rijdt men met kleine traktors tussen de wijnranken om de ondergrond los te maken en anderzijds rijdt men met kleine sproei installaties tussen de planten, we nemen aan om allerlei ziektes te bestrijden of te voorkomen. Bovendien snoeien mensen gezeten op stoeltjes met wieltjes aberrante loten manueel bij.
Het is niet erg koud (ik rijd met alleen een T-shirt met lange mouwen en in korte broek) maar de donkere bewolking aan de horizon voorspelt niet veel goed. Onze vrees wordt rond 10:30 in de buurt van Bouzy bewaarheid. Eerst begint het wat te miezeren en dus doen we onze regenjassen aan en kort nadien krijgen we een flinke bui over ons heen! Die duurt niet langer dan een kwartiertje en dat valt dus al met al nog mee. We zouden direct tekenen mocht het gans de week zo zijn.
Rond 11:30 passeren we een mooie bakkerij waar we een belegd broodje kunnen kopen. Het is nog te vroeg om nu al te eten, maar we zijn nu tenminste al gerust dat we niet zullen verhongeren. Vooraleer picknicken een hoofdbekommernis wordt, moeten we eerst nog een wannabee Strade Bianche het hoofd bieden. Een stoflong zullen we niet opdoen dankzij de regen van daarnet, maar de beklimming doorheen de Forret Dominiale de Vezy is best pittig zowel omwille van de hellingsgraad als van de losse ondergrond. Helemaal boven blijkt dat we van ongeveer 100 m tot 305 m geklommen zijn. Nu is het tijd om van onze inspanning te profiteren. We kunnen in gestrekte draf de helling weer naar beneden snorren …. Plezant, maar jammer genoeg van korte duur.
Aan het einde van de afdaling zien we een paar bankjes aan een kerkje waardoor we besluiten de baguette met kip of met hesp en kaas boven te halen. Ondertussen is de zon ook tussen de wolken komen piepen. Wat moet een mens meer hebben? Na het eten is het tijd voor de siësta. Die lijkt op deze tocht steevast de vorm van een vlak deel van de tocht aan te nemen. Ook deze keer kunnen we een kleine 15 km langs een kanaal fietsen. Een goed surrogaat voor de siësta.
Na die 15 km komen we in de voorsteden van Reims waar de Basiliek van St Remy staat. Dit is een vrij groot gebouw dat grotendeels zijn romaanse soberheid behouden heeft ondanks een aantal Gotische uitbreidingen die er door de eeuwen heen bijgebouwd zijn. Na het bezoek aan de Basiliek rijden we verder naar het hotel. De kathedraal van Onze Lieve Vrouw laten we rechts liggen omdat onze route links afdraait en omdat we van plan zijn, na het inchecken en voor het eten, de stad nog wat te voet te verkennen (het is amper 15:30).
Twee van onze fietsen vinden een plaats in de wasplaats van het hotel en de twee andere in de zithoek van de ontbijtruimte. Dat is wat eigenaardig, maar voor ons niet gelaten. Veel veiliger kan waarschijnlijk niet. Terwijl we nog wat aan het rondlopen zijn, komt onze bagage ook toe. Nu wordt duidelijk hoe luxueus onze bagage vervoerd wordt. De chauffeur van Groom taxis in grijs kostuum met vlinderstrikje in een zwarte Mercedes EQE brengt de bagage binnen. Wij moeten meer doen om van Punt A naar Punt B te geraken dan onze bagage! en dan te bedenken dat Groom Taxi de goedkoopste oplossing van alle gecontacteerde taxibedrijven was. Het is niet te begrijpen.
Na onze opfrissende douche is het tijd om de inwendige mens te versterken (eerst met vloeistof en dan met vast materiaal). Het eerste doen we in de brede voetgangerszone, die het station met de buurt van de kathedraal verbindt. Voor het tweede vertrouwen we op het opzoekingswerk van Anne. Anne heeft een lijstje van interessante restaurants, die op maandag open zijn, opgesteld. Als bij wonder zit aan het tafeltje naast ons een meisje met een poloshirt van Le Petit Comptoir. Georges spreekt haar aan en zorgt er dan ook voor dat een reservering snel gemaakt is.
Nu ontbreekt alleen nog een snel bezoek aan de kathedraal en het bezichtigen van een aantal Art Nouveau gevels in de omgeving vooraleer we naar Le Petit Comptoir gaan. Als aanloop naar de maaltijd bestellen we een fles van het lokale wijntje. Gisteren was de aanleiding moederdag, vandaag nemen we een voorafname op vaderdag. Na een lekkere maaltijd slenteren we terug naar het hotel. De blog moet namelijk nog geschreven worden en misschien kijken we nog naar De Mol. Het eerste gebeurt (al zal de corrector morgenochtend nog zijn werk moeten doen), van het tweede komt al helemaal niets in huis (omdat de corrector druk de binnenkant van haar oogleden aan het bestuderen is).
Ik ga dus ook maar slapen met als laatste bedenking dat we al twee mooie dagen gehad hebben. Daar kan een klein regenbuitje niets aan veranderen.
Slaapwel allemaal,
Dag 2: Montmirail – Epernay
Dag 2 is eigenlijk maar Dag 1 want het is vandaag de eerste dag dat we op onze stalen rossen stijgen. Al bij het opstaan hebben we gemerkt dat het mooi weer zal worden. Het zonnetje staat in een helder blauwe hemel. Mochten lange termijn weersvoorspellingen niet bestaan, dan zouden we ons perfect gelukkig voelen. We hebben om 8:00 uur aan het ontbijt afgesproken en iedereen is netjes op tijd om het lekkere ontbijt met het nodige zoet en hartige naar binnen te werken.
Alles verloopt vlotjes zodat we om 08:45 de poort van de Demeure de la Garenne achter ons kunnen sluiten. Hierbij moeten we wel opletten dat Anne er niet tussen zit. Anne heeft namelijk vergeten haar motortje aan te zetten en daardoor is de helling van de oprit net iets te steil. Het blijft bij hier en daar een blauwe plek maar verder geen erg, verzekert Anne ons. Eens iedereen weer vast in het zadel zit doen we een blitzbezoek aan Montmirail en zijn “remparts” alvorens de tocht richting Epernay aan te vatten. Ik heb mijn ondersteuning op “Eco” en heb de intentie dit de volgende 80 km zo te houden, maar op de eerste helling word ik vlotjes voorbijgestoken door Gertrude. Op de tweede helling steekt Georges mij ook voorbij en op de derde bengel ik al gauw een paar tientallen meters achter het peloton. Gelukkig heb ik de GPS op mijn stuur en dat is een serieuze verzekering tegen snoodaards die willen demarreren .
Rond 10:00 komen we in Orbais l’Abbaye met zijn mooie hybride Romaanse en Gotische kerk en kapel. We lopen er eens rond en vertrekken rond 10:30 richting Dormans waar in het park van het kasteel een enorm gedenkteken voor alle gesneuvelden van de Eerste Wereldoorlog staat. Rond het kasteel is een evenement van motards gaande. In allerlei tentjes worden allerlei prullaria die iets met het motarddom te maken hebben te koop aangeboden. De vele Harley Davidsons die hier staan te blinken geven het geheel een Americana gevoel zeker als dan nog massaal aan line dancing gedaan wordt. Wij maken gebruik van deze organisatie om niet naar een picknick op zoek te moeten gaan.
Uiteindelijk is het bijna 14:00 wanneer we de line dancers en de metalheads achter ons laten om de resterende kleine 40 km af te haspelen. Dit lijkt nog veel (zeker wanneer men bedenkt dat het onweer rond 16:00 voorspeld is. Gelukkig stoten we snel na Dormans op de Marne die we voor een tiental (vlakke) kilometers volgen. Vlak rijden is een goed surrogaat voor siësta als een echte siesta niet mogelijk is.
Dat geluk kan natuurlijk niet blijven duren. Tenslotte moeten we toch aan 1000 hoogtemeters geraken. Door het park van de Montagne de Reims gaat het een paar km vrij stevig omhoog waardoor we weer tweehonderd hoogtemeters kunnen bijschrijven. Een kleine onoplettendheid doet Anne tijdens de beklimming in de zijberm belanden waardoor ze wat schrammen op de knie heeft verdiend. Na de top komen we buiten het bos en hebben we een mooi zicht op Hautvillers. Deze plaats heeft Dom Perignon als ereburger aangesteld nadat hij de befaamde Methode Champenoise op punt stelde en de hele streek de rijkdom schonk die ze nu steeds kent. De kloosterkerk waar Dom P. begraven ligt is niet erg mooi maar geeft ons de gelegenheid toch eens rond te lopen en de hechte band tussen achterwerk en zadel eens te breken.
Na Hautvillers zijn we nu echt heel dicht bij Epernay. Nog een laatste helling en we zijn er. Het is nu 17:15 en we komen toe in het hotel. Het laatste dat we moeten doen is de fietsen stallen en allerlei batterijen opladen (fietsen, GPS, GSM en (vooral) de inwendige mens te versterken door eerst een frisse pint en nadien een deugddoende douche te nemen. Na al dit is het stilaan tijd om naar de Brasserie La Banque te gaan. Van dit zeer grote ex bankgebouw heeft men een gezellig restaurant gemaakt. Een brasserie met 36 champagnes die men per glas kan bestellen komt men niet zo gauw tegen. Wij (de mannen) springen op de gelegenheid om de echtgenotes voor hun moederdag te trakteren. Er moet wel bijgezegd worden dat de echtgenotes een niet te missen voorzet moeten geven vooraleer wij het helemaal doorhebben. Volgend jaar hebben we een nieuwe kans. We delen wel erg genereus ons dessertje met hen, waardoor we op een mooie dag en een mooie avond kunnen terugblikken.
Nu nog de blog sturen, naar Sports Late Night kijken en dodo doen want morgen is een nieuwe dag met gelukkig heel wat minder kilometers.
Slaapwel
Dag 1: Blanden naar Montmirail
We beslisten er een vrij gewone dag van te maken en stonden dus maar rond 7:30 op. Tijd genoeg om de bagage te pakken, de fietsen op de auto te monteren en nog een paar laatste schikkingen te treffen. Om 11:30 was het dan tijd om een lichte maaltijd naar binnen te werken zodat we iets voor 12:00 de tocht naar Montmirail (zo’n kleine 50 km ten zuiden van Epernay) konden aanvatten. Drie en een half uur nadien staan we (zonder file problemen en derhalve exact op tijd) voor de poorten van het Champagne domein waar we met Anne en Georges afgesproken hebben.
G X Chrochet is een van de ongeveer 300 champagne huizen (er zijn ongeveer 16000 wijnboeren maar velen produceren druiven voor de “Grandes Maisons”). G X Crochet doet alles zelf: (de wijngaarden verspreid over de hele streek, de pers- en fermentatiecapaciteit , de bottelarij en de stockage). Dat gebeurt in Bergères en niet in Montmirail. Hier is alleen de degustatieruimte en de privéwoning. De woning is een zeer grote vierkantshoeve die van de 16de eeuw dateert. We worden ontvangen door Gaelle (zie de G in G X Crochet) die ons een zeer deskundige uitleg over de Champagnestreek en zijn product geeft (zowel Gaëlle als haar echtgenoot Xavier hebben oenologie gestudeerd.
Naast deskundige uitleg over Champagne geeft ze ons ook de raad een restaurant te reserveren. Het aantal mogelijkheden in Montmirail is namelijk tamelijk beperkt, en dan nog op een zaterdagavond. Na mislukte pogingen in een paar restaurants kunnen we toch een tafeltje in “La roue libre” vastkrijgen. Het zal geen haute cuisine zijn maar wel voedzaam en, zo blijkt later, ze hebben La Chouffe (van het vat). Dat is alvast beter dan tweemaal een klein half uur naar een ander dorp te moeten rijden of een Lu koekje met een glas water op onze kamer.
We hebben vannacht gereserveerd in La Demeure de la Garenne. Een mooi gerestaureerde klassieke woning met een viertal zeer ruime kamers op het gelijkvloers die over het grote gazon en de vallei uitkijken. Gans achteraan in de tuin, voorbij het openluchtzwembad, staan ook nog 3 “speciale” overnachtingsplaatsen: een cabane, een tipi en een dôme. Wij houden het op een normale kamer. Na ons geïnstalleerd te hebben stallen we de stalen rossen en gaan we de auto parkeren aan de sportterreinen die Montmirail rijk is. Dit is net naast de Gendarmerie wat in principe toch wat extra veiligheid brengt (hopen we)
We wandelen van daar 5 minuutjes tot aan de “roue libre” waar we voor een zeer schappelijke prijs de honger stillen en de dorst lessen. Na het eten is het een perfecte avond voor een wandelingetje. We hopen dat het morgen ook zo blijft want we moeten morgen 81 km en 1031 hoogtemeters verwerken en dat zouden we, als het enigszins kan, liefst droog doen. Het is dan ook nu tijd om de blog af te sluiten zodat we morgen , fris als een hoentje, aan de opdracht kunnen beginnen.
Slaapwel
Epiloog (0.0 km)
Meestal geef ik de epiloog een paar dagen de tijd om te kristalliseren. Deze keer zal dit enigszins anders uitpakken omdat ik gisteren quasi de hele dag op de trein zat. Na een aantal doorreis opties naar Malaga bekeken te hebben hadden we ervoor gekozen dat ik met de trein van Toulouse naar Malaga zou reizen. De trein geeft mooie uitzichten, is veel comfortabeler (veel meer beenruimte, makkelijk eens rondlopen, toiletten die geen schoenlepel vergen, Wifi beschikbaar, enz.) bijna even snel als men “door to door” bekijkt (verplaatsing van hotel naar luchthaven buiten de stad ipv wandelafstand naar station, 2 uur op voorhand inchecken, lay-over in Madrid want geen rechtstreekse vlucht van Toulouse naar Malaga, enz.), minder duur (159 €, in eerste klasse, dat heeft de Groot Corrector voor mij gedaan) en ecologischer want geen CO2 uitstoot (omdat die ergens anders al gedaan is). Eén minpuntje: door werken op de lijn was er 40 minuten vertraging.
Ik zal, vooraleer te posten, de tekst wel door de Groot Corrector laten bekijken zodat de grootste stommiteiten eruit gehaald zijn. Dit is op deze tocht niet altijd het geval geweest, waarvoor nogmaals mijn excuses. Ik zal ook één van deze dagen een paar foto’s posten zodat het allemaal wat visueler wordt.
Wat de epiloog zelf betreft, ik vraag me af of ik de epiloog niet makkelijkst in een paar vragen samenvat. Bijvoorbeeld:
Zijt ge blij dat ge deze tocht gedaan hebt? Ja, ik ben zeer blij dat ik het gedaan heb maar ben ook blij dat het gedaan is. Twaalf dagen is OK want ik denk niet dat de twee of drie maand die nodig zijn om tot in Compostella te komen noodzakelijkerwijze in vijf of zesmaal meer ervaringen zouden resulteren. Zoals altijd geldt, in mijn opinie, hier ook de wet van de diminishing returns.
Zoudt ge de tocht herdoen? Dezelfde tocht al zeker niet. Over een andere, vergelijkbare, tocht op dezelfde manier zou ik eens moeten nadenken. Het is duidelijk dat wat mispeuterd werd al tamelijk straf moet zijn om als zeventigjarige de penitentie te krijgen dat men 300 km, in de brandende hitte, met een zak van 11 kg op de rug, gans alleen over berg en dal moet klefferen. Men zou iets guller met de volle aflaten kunnen zijn.
Wat hebt ge het meest gemankeerd? Een betere conditie was nuttig geweest maar niet absoluut noodzakelijk aangezien ik wel over iedere heuvel geraakt ben. Sterkere voetzolen waren zeer goed van pas gekomen, maar die kilometers en kilometers losliggende keien zouden waarschijnlijk vroeg of laat toch hun tol geëist hebben. Een betere rug zou ook goed van pas gekomen zijn, maar na een paar dagen wist ik wel wat nodig was om de rug in toom te houden. Meer comfort in sommige overnachtingsplaatsen heb ik daarentegen niet gemist omdat het uiteindelijk overal zeer goed meeviel en omdat er na een mindere overnachtingsplaats wel weer een betere kwam. Wat misschien nog het meeste ontbrak was het gezelschap maar dat is dan weer dubbel. Enerzijds verlangt men naar gezelschap maar anderzijds is de hele ervaring gebaseerd op alleen zijn met uw schaduw en zijn gezucht en gepuf. Bovendien sluit men ook makkelijker aan ( of wordt men makkelijker opgenomen) bij anderen als men alleen is.
Wat hebt ge meest geapprecieerd? Dat zijn veel elementen. Zeker de stilte en de mooie natuur maar ook de mooie ontmoetingen met andere stappers en met mensen in de rand van het stapgebeuren (een boer op zijn veld, een gitehouder, een man met een petje op overschot, …). Ook het voor alles zelf moeten instaan gaf veel voldoening en natuurlijk het gevoel van overwinning bij het vervolledigen van het plan.
Hebt ge nooit gedacht aan opgeven? Niet echt maar ik heb me toch wel een aantal keer afgevraagd waaraan ik begonnen was. Momenten waarop het erg heet was of erg steil of wanneer mijn rug door een “scheve rugzak” in kramp ging waardoor ik nog schever ging en mijn rug nog meer in kramp ging. Wie zegt dat perpetuum mobiles niet bestaan?
Om te eindigen, de SOS Piet vraag: wat hebben we de afgelopen twee weken geleerd?
1.na iedere beproeving is er altijd wel een magische douche die de situatie weer helemaal opklaart of na iedere mindere ervaring bestaat weer de kans op een betere.
2.Men moet nederig de eigen beperkingen aanvaarden. De autostop in de richting van Murat haalde de angel uit deze etappe waardoor een mogelijke hel een “walk in the park” werd.
3.Festina lente, Pollé, Pollé en vergelijkbare uitdrukkingen bestaan in zoveel verschillende talen dat het niet anders kan dan dat ze een grond van waarheid bevatten. … en bovendien kom ik zo aan 3 lessen zoals Piet in hoogst eigen persoon.
Samenvattend, het is op alle gebied zeer mooi geweest en het lichaam heeft zich gedragen. Ook de tikker (die maar zelden vermeld werd) bleef ondanks de soms hoge vereisten zonder verpinken tikken zoals hij thuis tikt.
Mij rest nu alleen nog iedereen te bedanken voor het aan de dag gelegde doorzettingsvermogen bij het lezen van en reageren op de blog. Jullie hebben veel (alles wordt moeilijk naarmate ik steeds langdradiger word) gelezen en erop gereageerd. Dat heeft geholpen. Bedankt.
Lectori salutem.
Dag 12: Dourgne naar Revel (21 km ongeveer)
Michel wil deze morgen, na de vespers en de mis gisteren, nu ook naar de lauden van de monikken gaan (10 min stappen en nog donker want om 06:00). Ik ben genoeg misdienaar geweest om deze kelk aan mij te kunnen laten voorbijgaan
Ik opteer gewoon voor ontbijt om 7:00 uur zodat ik vroeg kan vertrekken. Het is wel een korte etappe maar als ik vroeg genoeg vertrek kan ik de grootste hitte vermijden en kan ik misschien een vroegere bus dan die van 16:50 nemen en zo de stationsbuurt van Toulouse beter verkennen.
Ik ben om 7:30 op stap en het begint duidelijk te worden dat de zon niet van de partij zal zijn … toch niet op korte termijn. Straffer zelfs het begint binnen de 5 minuten dat ik stap sub-Alaskaans te miezeren (= niet genoeg om iets aan de vestimentaire uitrusting te moeten doen maar te veel om droog te blijven). Ik ga eerst naar de beste (en enige) bakker van Dourgne om een belegd broodje te kopen. Deze keer wordt het kip met sla en tomaatjes. Op die manier moet ik me geen zorgen meer maken over de inwendige mens.
Om halfnegen begint dan het echte stappen. GR lijkt hier wat minder zorgvuldig om te springen met de aanduidingen dan in het begin van de tocht. Ik besluit mijn GPS zoveel mogelijk te volgen omdat ik dan altijd weet waar ik ben en hoe ver het nog is. De kronkelige smalle paadjes van het begin van de tocht hebben ondertussen ook plaats gemaakt voor rechte wegen (al dan niet geasfalteerd) langs weiden en akkers want hier wordt relatief intensief aan landbouw en veeteelt gedaan. Dat in tegenstelling met het eerste deel van de tocht waar naast toerisme alleen bosbouw een mogelijke economische aktiviteit van enig belang lijkt te zijn..
Rond halftien heeft het miezeren plaats gemaakt voor fantastisch wandelweer. Iedereen lijkt blij met de paar druppeltjes hemelwater. Ik ook want gisteren en eergisteren was het werkelijk veel te warm om lange tochten te stappen.
Rond 11 uur ben ik in Sorèze en is het tijd voor een koekje. Vanop een afstand zie ik twee kerken. Achteraf blijkt dat het oudste gebouw van de twee alleen maar een toren meer is. De rest van de kerk is gesneuveld tijdens de godsdienstoorlogen tussen de protestanten en de katholieken. Dat is blijkbaar toch heftiger geweest dan ik me kon voorstellen. In de andere kerk zit een organist te oefenen voor een concert dat geprogrammeerd staat. Heel alleen in een kerk met licht dat door moderne glasramen gefilterd wordt en met mooie orgelmuziek. Wat moet een mens meer hebben? Ik blijf een tijdje luisteren.
Na Sorèze ben ik Revel tot op 5 km genaderd. Net voor Revel staan er een paar picknick tafeltjes. Die hadden op andere plaatsen nuttiger geweest. Verder, tegen de vestingsmuren van Revel zijn er nog picknicktafels maar die zijn allemaal bezet door jonge mensen die, over de middag, hun ondervraging nu nog moeten leren, hun huiswerk nog moeten maken of gewoon wat aan het flikflooien zijn. Niets nieuws onder de zon die er nu helemaal doorgekomen is, baai de weei.
Als ik aankom in Revel steek ik niet het vingertje in de hoogte zoals Wout Van Aert dat doet als hij wint (of in zijn geval meestal als hij tweede is) om één of andere vriend of familielid te gedenken maar ik heb toch wel een beetje hetzelfde gevoel. Ik beschouw aankomen in Revel toch ook wel een beetje een overwinning die ik aan een aantal mensen wil opdragen. Ik ga hier niet beginnen met een opsomming van namen want dan zijn er altijd wel mensen die zich verongelijkt voelen en trouwens zijn er ook velen die niet op de kleine distributielijst van deze blog staan of, veel erger, die er niet meer kunnen op staan. Aan allen die zich aangesproken voelen en zelfs diegenen die niet weten dat ik hen dankbaar ben, mijn welgemeende dank.
Ik ben ruim op tijd om een vroegere bus te nemen dus ga ik in een parkje mijn “sandwich” opeten en kan ik in Revel nog eens rondlopen. Revel werd oorspronkelijk als vesterkte stad gebouwd en heeft daarom een dambord lay-out. Alleen het historische centrum lijkt de moeite waard met als pronkstuk de hallen met een volledig houten gebinte.
Om 14:30 vertrekt de bus naar Toulouse. De bijna 50 km busrit kost me 2€. Daar kunnen we mee leven en in Belgie van dromen. Een goed uur later stap ik uit aan het station van Toulouse waar ik morgen zal vertrekken. Ik wil de plaats eens verkennen zodat ik morgen voor geen verrassing kom te staan. Alles lijkt zoals verwacht zodat ik morgen op mijn gemak kan gaan ontbijten.
De avond wordt afgesloten met een artisanaal biertje om het pallet voor te bereiden en met een paar glazen wijn om eerst de Thaise Humus met pitta brood en daarna de gerijpte steak met chimichurri saus te begeleiden. Dat is, vind ik zelf, verdiend.
Dan is het tijd om in het bedje te kruipen en voldaan terug te denken aan wat toch wel een memorabele tocht geweest is. Meer daarover echter in de epiloog (ik denk dat men dit, in marketing termen, klantenbinding noemt).
Slaapwel en tot epiloogs
Dag 11: Boissezon naar Dourgne (25.3 km en 344 hm stijgen en dalen)
De blog van deze etappe (en de volgende) komt met vertraging omdat er in het klooster van Dourgne geen Wifi is. De zusters hebben om geconecteerd te blijven een richtstreekse verbinding met de hogere machten en die is niet beschikbaar voor gewone stervelingen. Totale onthechting voor wie hier komt overnachten … zelfs van het Internet. Nu terug naar de blog zelf.
Na een goede nacht sta ik om 5:45 op omdat ik gepakt en gezakt om 6:30 wil ontbijten. Dat zal mij (met een stevige veiligheidsmarge) op tijd aan de busstop brengen. Dat lukt allemaal opperbest en ik stap minder dan 100 m naar de busstop in komplete duisternis. Er staat een stevig windje maar het us absoluut niet koud. Ik kom aan de bushalte aan en net op dat moment komen er nog twee mensen aan. Dat sterkt me in het idee dat er idd om 7:05 een bus is en dat ik niet tot 7:50 moet wachten zoals op het tijdschema vermeld staat. Stipt op tijd verschijnt de bus maar als ik wil opstappen zegt de chauffeur dat hij mij niet mag meenemen. Ik denk eerst dat hij een grapje maakt omdat ik de enige oude duts tussen allemaal jongeren ben. Het is echter geen grap. Dit is een schoolbus en dus mag ik “eigenlijk” niet mee. De chauffeur toont echter zijn goed hart en neemt me mee tot waar ik wil (Place Drouot in Castres).
Ik doe een, 3 km lang, blitzbezoek van Castres waarbij ik de belangrijkste bezienswaardigheden (huizenrij langs de Agout, Pélerin d’Autan) zie en ook een broodje voor vanmiddag koop.
Om 8:30 vertrek ik dan voor echt. De zon staat nog laag en dat is maar goed ook want ik ben in Boissezon aan de bus mijn hoed vergeten. Ik denk dat de zon, op basis van vroegere observaties, niet laag zal blijven staan en er zal dus niets anders opzitten dan de hele dag mijn “hele voorhoofd” regelmatig in te smeren.
De onmiddellijke omgeving van Castres is niet erg goed voor een stapper met hele stukken langs drukke wegen. Eens wat buiten de agglomeratie wordt het beter met meer grintwegen of asfaltwegen zonder veel verkeer. GR slaagt er darentegen wel in om ieder heuveltopje dat in de buurt te vinden is te beklimmen. Zo zullen we natuurlijk wel aan onze km’s en hoogtemeters geraken.
Het feit dat ik mijn hoed niet meer heb blijft echter door mijn hoofd spelen. Ik herinner me dat ik een zakdoek in de rugzak heb. Misschien kan ik met 4 knoopjes een hoedje maken. Ik besluit dit als laatste mogelijkheid te gebruiken omdat ik anders het risico loop door mijn kinderen onterft te worden. Als alternatief spreek ik een stadswerker die met een bosmaaier bezig is aan. Ik vraag hem of hij misschien een extra petje in zijn bestelauto liggen heeft. Dat is niet het geval dus stap ik verder. Daarna vraag ik iemand van DHL. Daar vang ik ook bot en schik me in het lot van regelmatig het hele voorhoofd in te smeren. In Vivier les Montagnes heb ik dat juist gedaan als iemand me vraagt of ik misschien een koffie wil. We geraken in gesprek over Compostella en aanverwanten en op het einde (want ik wil verder voor het al te heet wordt) vraag ik de man of hij mischien een petje op overschot heeft. De man gaat direkt op zoek en komt met een petje aandraven. Ik krijg het mee omdat ik het kan weergeven als we mekaar hierboven weerzien. Dat zou moeten lukken want ik ben aan het stappen voor een volle aflaat en hij is met de bus naar Compostella geweest. Dat ik geen plannen op korte termijn heb houd ik voor mezelf.
Na Vivier les Montagnes krijg ik weer grotere wegen voorgeschoteld en bovendien is het nu ondertussen middag en zeker 30° C. Het zoeken voor een goed picknick plaatsje wordt dus een uitdaging. Om half één kan ik neerzitten op een muurtje van een klein bruggetje dat in de schaduw staat. Het uitzicht is op een paar koeien in de wei. Dat zou beter kunnen zijn maar daar kunnen die beesten ook niet aan doen.
Er rest nog 9 km wat onder normale omstandigheden minder dan 2 uur zou moeten zijn … maar … de omstandigheden zijn niet normaal. Ik,heb al 10 zware dagen op de teller en, nog belangrijker, het is zeer warm. Ongelooflijk hoe lang ik de weersvoorspellingen gevolgd heb alvorens te beslissen de tocht te doen maar nu krijg ik meer dan ik gewenst had en zou ik geld geven voor een bewolkte dag. De zaken kunnen keren, nietwaar?
Uiteindelijk komt Dourgne dan toch in zicht
Ik,ontmoet 2 Japanse dames. De één is zeer goed in het Frans (later blijkt dat ze twee jaar frans gestudeerd heeft in Bessançon), de andere spreekt een aardig mondje Duits..
Ze weten, ondanks hun talenkennis, niet waar ze naartoe moeten dus neem ik ze op sleeptouw. We kunnen wel in de abdij binnen maar vinden, waar we ook gaan, geen levende ziel. Misschien moeten zieltjes ook siësta nemen. Uiteindelijk vinden we toch iemand die Zuster Odile Benoit (heten alle zusters in een Benedictijnen klooster allemaal Benoit met hun achternaam?) kan oproepen. Zij leidt ons rond in het enorme klooster (de paters van Vaalbeek hun doening verdwijnt in het niets in vergelijking met deze dubbel abdij: één voor de mannen (waar nu geen gasten meer ontvangen worden) en één voor de vrouwen (waar nu alle gasten ontvangen worden). Beide abdijen werden tegelijkertijd in de vorige eeuw gebouwd en men zou eigenlijk een GPS nodig hebben om alle plaatsen die Zuster Odile ons toont terug te vinden
Het 1.5 m kleine Japannertje van 80 jaar vertelt hoe ze de voorbije 8 jaar iedere morgen een wandeling van 2 uur gedaan heeft met een rugzak van 5 kg om klaar te zijn voor deze tocht waar ze heel haar leven van droomt. Ik blijf het straf vinden dat ze met haar korte beentjes de heuvels achter Saint Guilhem bv opgeraakt is. In Hokkaido zijn ze natuurlijk wel iets gewoon. Het blijft jammer dat ze met haar talenkennis niets meer gedaan heeft dan helpen in de ryokan van de familie.
Vrouwelijke gasten slapen op het gelijkvloers terwijl de mannelijke gasten op de vierde verdieping slapen. Op die manier lopen de mannen geen gevaar want na 4 verdiepingen geklommen te hebben is de uitputting nabij.
Ik intalleer me, neem een welverdiende douche en doe een wasje en een plasje en leg alles op een droogrek achter een haag zodat het zicht op de ingang van de kerk niet naar de knoppen geholpen wordt. Ondertussen is ook Michel (mijn kamergenoot) opgedoken. Hij is 60 en net op pensioen en heeft net 1000 km achter de rug (hij is op weg van Vezelay naar Compostella). Hij lijkt nogal een flapuit maar is OK denk ik.
Om 18:00 is het tijd voor de Vespers. Dat lijkt me wel wat dus ga ik luisteren naar 30 zusters die eigenlijk wel mooi zingen onder een zeer sobere begeleiding van het orgel. Jammer dat de akoestiek niet beter is. Om 19:00 is het tijd voor het avonmaal. Eén van de zusters heeft soep van groenten uit de tuin gemaakt, daarna is er een ovenschotel met andijvie en daarna is er een yohurt als dessert. Dat alles wordt doorgespoeld met water en rode wijn. Dat (overnachting, eten en drinken, vespers, ontbijt) is allemaal standaard voor 30 €. En toch zijn we maar met 6. Twee Japanners, een Fransman en een Belg en twee “speciallekes”. Amandine die in het klooster “Wooft” (https://wwoof.net/) is lactose en glusten intolerant. Cecile die in het klooster op retraite is, is zoals Amandine maar ook nog vegetarier. Ik wil maar zeggen dat in onze maatschappij op de duur meer “speciallekes” (30%) zijn dan anderen. Over de hele tocht waren er mensen die allerlei intoleranties ontwikkeld hebben (of denken te hebben). Straks voel ik me als tolerante omnivoor de uitzondering … of is de groep van stappers geen representatief staal van de hele maatschappij? Misschien begrijp ik het allemaal niet. Ik ben natuurlijk maar een boomer die nog maar net wokeness begin te begrijpen en die in een huis woont ipv in een yurt mongolien zoals Amandine …. met haar vriend, zijn broer en hun moeder. Geen wonder dat ze heel Frankrijk door wooft.
Michel heeft echter net zoals de Japanners en mij een gezonde eetlust waardoor toch één van de overschotels op geraakt.
Na het eten moeten we de vaat doen en de tafel voor morgen middag dekken. Het ontbijt wordt door ieder individueel verzorgd. Ik schrijf aan mijn blog terwijl Michel nog eens naar de mis gaat. Die moet heel wat op zijn kerfstok hebben!
Dag 10: Anglès nr Boissezon (23 km, 350 hm gestegen, 804 gedaald)
Gisteravond zeer lekker gegeten en op een redelijk uur thuisgekomen (10 uur) maar Lasse slaapt al dus duiken we in het donker in bed met alles wat nog in de rugzak moet op één warrige hoop. Morgenvroeg zal er dus veel werk zijn. Ik ben om 6:00 wakker en tokkel in het half duister op de iPad. Guy is ook al wakker maar Lasse slaapt nog. Om 7:30 ontbijten Guy en ik want Lasse slaapt nog en de 4 Esten hebben al ontbeten en zijn al startensklaar. De stoere mannelijke Est lijkt echter buiten strijd met een sterk gezwollen en pijnlijke knie. Hij gaat door de patron van de gite naar Boissezon gebracht worden. Dat brengt de stand op Belgie 4 – Estland 1. We hopen natuurlijk dat de stille man morgen weer de strijd kan aanbinden maar vrezen er toch wat voor. Om 8:15 zijn wij met het ontbijt klaar en is Lasse nu al zo dikwijls gestoord dat hij wel niet anders kan dan opstaan.
Ik pak alles in de rugzak en ga mijn broodje bij de bakker halen waardoor het uiteindelijk 9:00 is wanneer ik echt begin te stappen. Met de hitte die ik vandaag weer verwacht is dat eigenlijk wat laat maar gedane zaken nemen geen keer.
Bovendien loopt het na 2 km mis. Plots valt het mij op dat ik al lang geen GR tekens meer gezien heb. Ik controleer mijn GPS en die zegt dat ik lang voordien al had moeten afslaan. Ik besluit dus dat ik misgelopen ben en keer op mijn stappen terug. De plaats waar ik volgens de GPS moet afslaan ziet er niet overtuigend uit en wanneer ik nog verder terugkeer zie ik nergens een aanduiding dat ik moet afslaan. Ik doe het toch omdat ik geen andere oplossing zie en stap een vrij steil pad naar beneden. Na een halve kilometer of zo loopt het pad echter dood waardoor ik geen andere mogelijkheid zie dan terug te keren en gewoon verder te stappen zoals ik een kwartier geleden aan het doen was. Dat lijkt de juiste oplossing want plots lijkt er weer witte en rode verf beschikbaar geweest te zijn. We zijn nu nog steeds niet op de weg die mijn GPS aangeeft maar de merktekens zijn er tenminste weer. Ik voel me met al dat rondgeloop nog altijd niet 100% en de zekerheid wordt niet verhoogd door twee wandelbomen die schuin tegen een boom gezet zijn. Ze zijn blijkbaar recent met beton voetstuk en al uit de grond gegraven. Het is pas, een paar km later, wanneer de merktekens en de GPS hetzelfde aanwijzen dat ik me 100% zeker voel. Jammer genoeg heb ik een 2 à 3 km te veel gestapt. Dit zal zich deze namiddag wreken.
Ondertussen hoor ik ook voortdurend schoten van zondagsjagers. Ik heb nergens waarschuwingsborden van een lopende jacht gezien maar het laatste dat ik nodig heb is beschoten worden. Ik bedenk me dat ik jammer genoeg mijn zwarte T shirt ipv mijn rood polootje aanheb. Er zijn namelijk bitter weinig everzwijnen en herten die met een rood polootje aan lopen. Zwart darentegenis een camouflagekleur. Enfin, ik geraak zonder kleerscheuren door het gebied waarin ik geweerschoten hoor. Weeral iets waar we ons niet druk in hoeven te maken. Ondertussen krijg ik stilaan honger en beloof ik mezelf voor 12:30 een picknick plaats te vinden. Ik kom langs een fantastisch uitzicht over de vallei waarin Castres ligt maar jammer genoeg is dit in de zon en kan ik nergens gaan zitten. Om kwart voor één is er dan toch een plaats met 3 van de 4 criteria voldaan. Alleen kon het uitzicht beter maar als men moet kiezen tussen uitzicht en kunnen zitten of schaduw dan is de keuze snel gemaakt.
De bakker heeft me een baguette met hesp en boter klaargemaakt. De boter werd echter niet gesmeerd maar in plakken schaliegewijs gelegd boven op de hesp. Dat geeft een zeer goede smaak en vergemakkelijkt het slikken. Welgekomen als men vlug verder wilt.
1 km voor Boissezon zitten de 3 Estse dames op een bankje. Ik probeer een klein gesprekje aan te gaan maar het blijft moeilijk. Hun Russisch is zeer goed en het mijne niet.
Ik kom wel te weten dat ze om 8 uur vertrokken zijn, terwijl ik maar om 9 uur vertrokken ben. Ik heb dus één uur ingewonnen wat de stand Belgie 5 – Estland 1 justifieert in de verlengingen.
De gite communal,ligt net bijnhet binnenkomen van Boissezon. Wanneer ik daar passeer (rond 3:00) zit Guy te wachten. Hij heeft het avondeten bij een traiteur besteld en heeft er ook 4 biertjes bij besteld. Hij vraagt me of ik hem eventueel met die biertjes kan helpen. Ik zeg dat ik er onder de douche eens diep zal over nadenken. Na rijp overleg besluit ik dat het erg onbeleefd zou zijn niet op de apéro uitnodiging in te gaan.
Met elk vier (halve) artisanale biertjes achter de kiezen moet Guy zijn avondmaaltijd opwarmen en mag ik terug naar PadmaHome waar Lasse ook verblijft. De eigenares heeft voor Lasse (en dus ook voor mij) vegetarisch en glutenvrij gekookt. Er is eerst een salade van wortelen (die moeten zeer goedkoop zijn als men de hoeveelheid bekijkt) met wat broccoli en mais, daarna een butternut gevuld met iets min of meer lekker maar ondefinieerbaar en daarna een appel in de oven met een bolletje ijscrème. Dat heeft gesmaakt maar mijn beefsteak met Roquefort saus van gisteren heeft ook zeer goed gesmaakt.
Er blijft verwarring bestaan over het uur van de bus morgen vroeg. Op het Internet vind ik 7:05 (voor een directe bus) maar op het tidsschema aan de bushalte staat 7:50 (voor een bus met overstap in Autan). Ik spreek nog eens met de eigenares en we besluiten het veilig te spelen en ontbijt te organiseren om 6:30 zodat ik de 7:05 bus zou kunnen hebben als die er toch zou zijn
Slaapwel