Dag 9: La Salvetat s Agout naar Anglès (18.3 km, 486 hm)
Goed geslapen en mij deze keer niet laten verschalken door de volle maan maar ik ben al om 6:00 wakker. Dat komt ervan als men ’s avond redelijk vroeg gaat slapen. Ik sta dus op en begin ijverig op de iPad te tokkelen. Guy en ik hebben om 7:30 aan het ontbijt afgesproken. Er is alles wat men van een ontbijt in Frankrijk kan verwachten, niet meer maar ook niet minder. We eten beiden flink en wanneer Guy zegt dat hij goed ontbijt omdat hij ’s middags niet eet, valt mijn frank dat ik geen picknick gevraagd heb en dat we onderweg geen stadje of dorpje tegenkomen. Ik denk dat ik ongeveer tussen 1 en 2 in Anglès zal toekomen en dus zou een Lu koekje (of twee) moeten volstaan. Tijdens het ontbijt wordt het misterie van het verschil in km tussen de topogids en mijn GPS door de eigenares verklaard. De GR route is vorig jaar aangepast waardoor het pad nu niet meer langs het hotel loopt en we dus gisteren meer km moesten doen (en vandaag minder).
Na het ontbijt wordt alles netjes ingepakt en rond 8:30 vetrek ik met, naast de gebruikelijke zaken zoals de GPS, de GSM en het dictafoontje nu ook twee Lu koekjes binnen handbereik.
Het weer is weer zeer mooi met een helder blauwe lucht boven mij en … voor het eerst op deze tocht een grote mistlaag die zich in alle valleitjes geaccumuleerd heeft, voor mij. Het is mooi om zien maar ik hoop dat het een soort “hochnebbel” is waar ik binnenkort geen last zal van hebben.
De eerste twee km verlopen langs de departementale weg waarop tamelijk wat verkeer is, zelfs op een zaterdagmorgen. Ik begrijp dus wel waarom GR hier de weg verlegd heeft.
Na de eerste twee km duik ik het bos in. Wat een verademing. Terwijl ik een foto sta te nemen komt Guy ook aangestapt en we stappen een paar km samen. Na een tijdje vind ik de tijd gekomen om weer wat apart te stappen. Ik voel namelijk dat hij wel een stapje sneller wil vonderen om in zijn ritme te zitten wat misschien wat te snel voor mij zou zijn. Bovendien zullen we volgens mij al kort na de middag in Anglès toekomen als we te rap blijven gaan. Elk op zijn eigen ritme werkt best (zeker wanneer het omhoog gaat) en we zien mekaar deze namiddag wel voor de aperitief.
Om halfelf zie ik het eerste levend wezen na Guy. Het is dan nog een levend wezen op 4 wielen. De chauffeur stopt omdat hij vindt dat het wegje te smal is voor een jeep en een stapper. Hij is zeer voorzichtig maar blijkt dan ook een soort opzichter van het bos en de jacht en de wegen en van alles te zijn. De brave man is duidelijk aan een babbeltje toe en ik heb veel tijd. Hij legt uit hoe lokaal die onweders vorige week geweest zijn (hier is geen druppel gevallen) en hoe de waterscheiding tussen de Middellandse zee en de Atlantische oceaan hier een km verder loopt
Nog geen 10 minuten na het eerste levende wezen, kom ik een tweede tegen. Deze heeft wel geen 4 wielen maar 4 poten. Een vrij grote hond komt helemaal alleen recht op me afgelopen. Hij beschouwt me duidelijk als een nieuw speelkameraatje en springt als een “jonge hond” tegen me aan. Ik apprecieer dat maar matig en duw hem tamelijk energiek af waardoor hij duidelijk in zijn eer gekrenkt is en wat mokkend in het struikgewas gaat rondlopen. In de verte hoor ik iemand roepen. Ik denk dat het zijn baasje (een herder?) is die misschien zijn schapen of zijn hond of beiden kwijt is. Uiteindelijk komt alles echter in orde wanneer de hond plots zin lijkt te hebben om naar zijn baasje terug te lopen. Nog eens 10 minuten later zijn er weer andere levende wezens. Deze keer zijn het drie man op 2 gemotoriseerde wielen die door het bos snorren. Wat jammer voor de rust maar ieder zijn meug zeker? Na die verschijning is de stilte weer aan de beurt en dat blijft zo tot een paar km voor Anglès.
De laatste paar km moet ik op de départementale af.leggen. Dat is minder mooi en vervelend. Het zou me niet verwonderen mocht GR een alternatief voor dit stukje zoeken.
Eens in Anglès vind ik Guy terug op een terrasje. Echt moeilijk is dat niet want Anglès is maar een voorschoot groot en er is maar één terrasje. Hij heeft net een quiche gegeten en dat lijkt me een goed idee. Jammer genoeg zijn de quiches op, zegt de patron. Dan iets anders, misschien? Ik ben niet kieskeurig. Maar neen, de patron kan mij niets eetbaar aandieden. Er zit dus niets anders op dan naar de ingang van het dorp terug te keren waar de enige andere eetgelegenheid is. Daar kan ik een lekkere salade met geitenkaas en spek bestellen. Die valt zo goed mee (en er is geen andere keuze) dat ik onmiddellijk voor vanavond reserveer.
Vandaar gaat het terug naar de Bastide de St Paul waar ik een douche kan nemen en mijn kleren kan uitwassen. Er is een droogrek aanwezig waardoor alles snel kan drogen. Ondertussen is ook Lasse komen opdagen. Hij ziet er erg moe uit ondanks het feit dat hij een vrij athletische jongeman is. Hij bewijst dat hij moe is door als een blok in slaap te vallen binnen de 5 minuten van zijn aankomst. Ondertussen is het 4 uur geworden en is de boulangerie weer open. Ik stap er naartoe om een broodje voor morgenmiddag te bestellen. Dat kan vanaf 6:00 afgehaald worden dus dat komt snor.
Ondertussen zijn de 4 Esten ook komen opdagen. Ik heb ze bij hun aankomst niet gezien maar blijkbaar waren zij ook afgepeigerd. Misschien door de warmte, misschien door het gewijzigde circuit (dat Guy en ik niet gevolgd hebben omdat wij de dag voordien wat extra km op de teller hadden), we hebben geen verklaring. Wat er ook van zij, de 4 Esten slapen niet op de slaapzaal. Zij hebben de twee tweepersoonskamers via Booking.com besteld. Belgie 2 – Estland 1 in de tweede helft.
Opeens komen de drie dames in onze slaapzaal binnenstormen. Ze zijn op zoek naar een keuken (onze keuken is beperkt tot een waterkoker wat hen niet verder helpt) en naar iemand met een Compostella stempel (de madam heeft proberen uitleggen dat ze dat morgen zal doen maar dat is blijkbaar “lost in translation”).
Dan is het tijd geworden om een aperitiefje te drinken op de dorpsterras. Misschien als we te lang wachten heeft hij dat ook niet meer. Een biertje lukt echter wel nog en vandaar kunnen we weer naar het restaurant wandelen. Straks zullen we hier in Anglès zelf al meer km gestapt hebben dan tussen La Salvetat en Anglès!!
Het restaurant is echter de moeite waard. Voor 31 € krijgen we een bord salade met feuilleté van escargots, een entrecôte van Limousin met een Roquefort saus en een sorbet als dessert. Neem daarbij nog een half litertje rode wijn voor 4 € en de wereld kan niet mooier zijn. Lasse en de 4 Esten zullen nooit weten wat ze gemankeerd hebben. Belgie 3 – Estand 1 in de verlengingen.
Slaapwel maar ik zal dit niet kunnen posten omdat er geen internet op de slaapzaal is.
Dag 8: Murat sur Vèdre naar La Salvetat sur Agout (24.3 km, 543 hm)
Ik heb vrij goed geslapen. Tussen een onder- en een bovenlaken slapen is toch makkelijker dan in een sac à viande. Om te draaien in die spullen moet men toch een beetje een Houdini zijn. Hoe dan ook, ik word maar éénmaal wakker en dan wel omdat ik dacht dat het al bijna tijd was om op te staan. Ik ben echter om de tuin geleid door de volle maan maar kan toch weer inslapen tot net voor de wekker. Die is weer geklopt. Guy, mijn appartementgenoot, is ook om 7 uur wakker maar we interfereren noch voor de badkamer noch voor de WC met elkaar. Voor ontbijt hebben we een halve baguette en elk twee pannekoeken. De patron brengt ook de picknick (brood met kaas en sla en … weer een zakje chips. Straks kan ik een chips winkeltje openen)
Om 8:15 zijn Guy en ik klaar en gaan we op stap. De patron heeft ons goede moed ingesproken door te zeggen dat het een korte (22 km) en gemakkelijke (veel vlak en zelfs beetje dalend en meestal in de schaduw) etappe is. De Letse Esten zijn al voor ons vertrokken en Lasse en zijn vriendin ontbreken nog op het appel. Al snel voel ik dat Guy veel sneller stapt dan ik en ik zeg hem dan ook dat we mekaar vanavond wel zien (hij logeert ook in de Auberge de Resse). Het weer is weer zeer mooi maar het is wel fris. De patron zei dat het 11 ° C was maar dat het vorige week nog veel kouder was (2 ° C). Voor een plaats op 850 m hoogte en eind september is dat natuurlijk geen wonder.
Bij het buitengaan van Murat is het geitenkeutels à gogo. Eerst probeer ik er nog wat tussen te stappen maar op de duur worden de keutels zo overvloedig dat ik gewoon stap waar mijn voeten het goed vinden. Binnen 22 km zal alles er wel weer afgevallen zijn, denk ik. Dat hier zoveel geiten lopen heeft blijkbaar te maken met het feit dat hun melk gebruikt wordt om Roquefort kaas te maken en er wordt duidelijk zeer veel Roquefort gegeten.
Naast de geitenmelk (en vanaf nu, voor mij, ook het andere bijproduct van de geiten) is de streek ook gekend voor de veelheid aan menhirs en dolmens. Langs de GR passeer ik er een kleintje die onder een afdakje geplaatst werd (ik vraag mij af waarom men een grote steen onder een afdakje plaatst). Er zijn er echter ook die heel wat groter zijn. De grootste in de streek is 4.5 m hoog en heeft inscripties. Hoe ze die in de tijd recht gekregen hebben is een raadsel.
Voorlopig gaat alles OK met de voeten (nu er alleen maar een dunne Compeed over quasi de totale oppervlakte van mijn voetzool geplakt is) en de rug (nu ik de dag met een krak krak aioei momentje begonnen ben en de rugzak zo evenwichtig mogelijk gepakt is). Ik denk / hoop dat mijn voetzool nog altijd vasthangt alhoewel dat voor een stijve hark als ik moeilijk te controleren is. De voeten en de rug zijn de belangrijkste elementen om op schema voor een volle aflaat te blijven. Verdere autostop fratsen kan ik me niet permitteren.
Om 10:30 bots ik op de vier Letse Esten. Zij waren vroeger dan ons vertrokken maar hebben hier wat gerust en staan nu startensklaar. We wisselen een paar diepzinnige gedachten zoals “bonjour”, “da”, “nastrovje”, “pravda”, “soyus” en “njet” en zetten de colonne in gang. Ze laten mij voorgaan alhoewel ik er niet van overtuigd ben dat ik sneller dan hen stap maar een eerste test komt er snel aan. We moeten op een bergje van hooguit 50 m maar het is ontzettend steil. Ik hou een pittig tempo aan om te zien wat er gebeurt en ja ze lossen. Dat brengt de stand op Belgie 1 – Estland 0. Dat is minder goed dan de 0 – 3 en de 5 – 0 van de Rode Duivels maar zij hadden hiervoor 90 minuten nodig, ik maar 1 minuut. De dames blijken echter hun adem niet alleen voor het beklimmen van dat bergje nodig gehad te hebben want ze kunnen ook nog kwetteren. Een tweede (minder steil) bergje brengt me niet buiten kwetterbereik al zeker niet wanneer ik een paar foto’s van het wondermooie meer wil nemen. Ze komen weer binnen kwetterafstand en willen me met vragen als “mogen we in dit meer zwemmen?” bij hun kwetterkransje betrekken. Dat is lief van hen maar ik pas en raad hen aan niet te vragen of ze mogen zwemmen zodat ze zeker mogen. Ik moedig hen dus aan toch minstens pootje te baden en vertrek gezwind. Belgie 2 – Estland 0 uit een stilstaande fase.
Ik kan nu mijn tocht in alle stilte voortzetten en kom rond 11:30 in Villelongue. Veel “ville” is er niet want er zijn hooguit een twintigtal huizen en zo longue is het stadje nu ook weer niet. Interessant is wel dat Villelongue exact halverwege Murat en La Salvetat ligt met 11 km in beide richtingen.
Rond de middag zijn mijn baguette en mijn pannenkoekjes verteerd en is het tijd om het ideale plekje te vinden. Ik passeer aan de Jasse de Baccut. Jasse betekent blijkbaar schuilplaats of zo. Deze plaats beantwoordt voor 3.5 van de vier criteria voor een goede picknickplaats. Er is schaduw, ik,heb al 15 km afgelegd, er zijn overal zitstenen en het uitzicht is OK maar niet schitterend! De picknick is niet zo gesofistikeerd als de vorige dagen maar de pain rustique is volgepropt met dikke plakken camembert en sla. Dat is ook niet slecht en mijn rug zal blij zijn als dit allemaal in mijn maag zal zitten in plaats van in de rugzak. Terwijl ik op mijn gemakje mijn brood aan het verorberen ben komt zowaar een koppel “echte stappers” uit de richting waar ik naartoe ga. Het is duidelijk dat ze het noorden kwijt zijn want ze stappen richting Arles en verwijderen zich van Compostella.
Na het eten wordt ik inhaald door Lasse. Met zijn lange benen stapt hij bij een gelijk tempo zeker 20 % sneller. Toch blijven we een km of twee bij elkaar om over koetjes en kalfjes te babbelen. Plots verschijnt een dier dat niet in de verhaallijn past 20 m voor ons op het pad. Het is een tamelijk groot ree. Dit is het eerste wilde dier dat ik (en ook Lasse) op deze tocht zie. Daarna stapt Lasse weer op zijn ritme door en blijf ik op het mijne. Dat is rap genoeg want ik voorzie een tamelijk snelle aankomst in La Salvetat en bovendien is het weer behoorlijk warm. Niet te geloven dat het bijna oktober is.
La Salvetat is een ambetante aankomst. Men stapt eerst naar beneden tot op de bodem van de vallei die de Agout hier uitgekerfd heeft, daarna moet men naar boven als men het historisch centrum dat op een “eilandje” dat tussen de Agout en een ander riviertje ligt, wil bezoeken. Daarna moet men weer naar beneden, naar een brug over het tweede riviertje en dan weer naar boven tot aan de Auberge de Resse, 1 km voorbij de brug. Na 24 km zijn er leukere dingen maar de gedachte aan een pintje doet wonderen. Bovendien nemen mijn kleren en ik een magische douche waardoor het niet meer stuk kan. Ik installeer me op het terrasje en begin mijn blog te schrijven. Erg ver geraak ik echter niet want Guy blijkt ook op zoek te zijn naar een pintje en de koetjes en kalfjes worden weer ten tonele gebracht. Hij is net op pensioen (63) en vertelt over de administratieve mallemolen waarin hij zit om tot een exact pensioen te komen. Hij heeft voor Bull en Atos zowat overal in Europa gewerkt en ook 2 jaar in Jakarta gewoond. Hij heeft twee dochters waarvan er één met een Leuvenaar getrouwd is. Ik kan zo nog een tijdje doorgaan maar ga dat niet doen omdat ik alleen maar een idee wil geven van de verschillende runderrassen die aan bod zijn gekomen.
We spreken om 19:30 af voor het avondmaal. Voor ons, “les pélerins”, is een vast menu klaargemaakt. Eerst een groot bord groene sla met een grote bol aardappelsalade met blokjes hesp in de mayonnaise, daarna een zeer lekkere èmincè de boeuf met frietjes en tot slot een stuk citroen meringue taart. Dat laatste is er voor mij eigenlijk wat te veel aan (ik begin boven op mijn hoofd te zweten) maar met wilskracht komt men ver.
Na dit alles is het tijd geworden om verder te bloggen maar het dagje stappen, het eten en de drank eisen hun tol en ik besluit mijn wekker een uurtje vroeger te zetten om morgenvroeg verder te doen.
Als dat geen sterk plan is.
Slaapwel
Dag 7: St Gervais sur Mare naar Murat sur Vèdre (ong 14 km en 292 hm)
Het nagenieten van de maaltijd van gisteren was vooral tijdens de periodes dat ik wakker werd … en dat was jammer genoeg toch een paar keer, waarschijnlijk omdat ik er niet gerust in was dat de wekker ging doen wat wekkers horen te doen (hij lag ver weg op te laden).
Vandaag zou normaal de koninginnentocht moeten zijn met 24 km en 1200 hm. Iedereen die ik hierover aansprak had me gezegd dat de eerste 10 km zeer lastig waren dus had ik besloten die eerste kilometers gemotoriseerd aan te pakken. Daarom wilde ik wat vroeger dan normaal opstaan om zo om 8:00 te kunnen beginnen liften op de RD 922. Men heeft me in de Maison Cevenolle gezegd dat er vanaf 9:00 minder verkeer is en dus minder kans om een lift te krijgen. Vandaar.
De chef van gisteren is echter zeer stipt en om 7:00 zet hij een zeer mooi ontbijt voor mij klaar. Hij heeft ook een zakje met een broodje en wat fruit klaargemaakt. Alles loopt zo vlotjes dat ik de tijd heb om hem nog te complimenteren met zijn kookkunst van gisteren en ook zelfs naar de uitslag van de Gantoise te kijken. Het is een klein kwartiertje stappen van het hotel naar de plaats waar men mij aangeraden heeft te gaan liften. Die plaats is idd strategisch want de chauffeurs van de auto’s die daar de RD 922 opdraaien moeten stoppen en kunnen bijna niet anders dan oogcontact maken met die oude duts die aan de overkant van de straat daar, gelijk een jonge gast met een grote rugzak, staat. Iets voor 8:00 begin ik het voor mij ongewoon taakje: autostoppen. Ik gooi er me echter met de obligatoire glimlach op en toch duurt het een half uurtje vooraleer ik kan meerijden. Dit komt natuurlijk niet door mijn gebrek aan autostop appeal maar door het gebrek aan auto’s. Ik heb ze niet geteld maar ik denk dat er per uur niet meer dan 100 auto’s passeren. Bovendien heb ik er nog twee geweigerd omdat ze maar 3 km verder reden. Als men iets doet moet men het ineens goed doen, nietwaar?
Ik rijd uiteindelijk, na een half uur autostoppen, mee met een Corsicaan die pellet kachels verkoopt in gans Europa en die ook het onderhoud ervan doet. Hij moet nu naar Murat zo’n onderhoud gaan doen en wil me dus aan de gite afzetten. Ik antwoord echter dat het de bedoeling is dat er ook nog gestapt wordt. Dat lijkt hem aannemelijk en begint direct reclame te maken voor de GR 20 in Corsica. De temperatuur in de auto geeft aan dat hij in de verwarmingsbranche werkt. Het is zeker 30° C in de auto wat gecombineerd met de bochtige weg en zijn rijstijl een onmiddellijke impact heeft op mijn innerlijke mens. Gelukkig kan ik na 10 km zeggen dat hij er me mag uitgooien. We wensen elkaar nog veel geluk en het stappen kan beginnen.
Vanop dit punt moet ik een 3-tal km stappen om de GR 653 weer op te pikken in Ginestet. Onderweg geraak ik in een babbel met een toerfietser die in de Gites des Menhirs in Murat overnacht heeft. Hij zegt er niets slechts over dus is dit geruststellend. Het weer lijkt iets minder goed dan de voorbije dagen. De zon zit weliswaar uit maar minder hevig dan tevoren omdat er wat hoge sluierwolken zijn. Misschien is dit net goed want het is toch wel al erg warm geweest.
Ginestet ligt op een 900 meter boven de zeespiegel. Het half uurtje autostop heeft me dus 600 hoogtemeters uitgespaard (zeker 3 uur op de manier dat ik maar stap en als het terrein moeilijk begankelijk was waarschijnlijk zelfs meer). Er resten me slechts 100 hm naar het dak van deze tocht (1019 m). Dat zijn allemaal voordelen maar er is toch ook één (maar groot) nadeel en dat is of ik nog een volle aflaat zal krijgen met al dat autostop gedoe. Ik kan me al gelukkig prijzen dat [email protected] niet op de distributielijst van mijn blog staat want anders zou hij nu al moeilijk over de volle aflaat kunnen beginnen doen.
Op een bepaald moment wordt ik weer voor de keuze geplaatst, ofwel de GR tekens op de bomen volgen ofwel de track op de GPS volgen. Ik besluit voor de merktekens op de bomen omdat de verf toch vrij nieuw lijkt. Ik hoop dus dat deze aanduidingen recenter zijn en dat er dus verbeteringen gemaakt zijn. Bovendien hebben die GR tekens wel iets. Ze lijken iedere keer te roepen “Kom aan, ge zijt er bijna”. Dat is juist maar dan is er weer het volgende teken, en het volgende (zoals Jacques Brel zong “Au suivant, et au suivant, et au suivant”). Jacques Brel is hier echter niet te horen. Wel integendeel, het is hier oorverdovend stil met alleen natuurlijke geluiden, een klein diertje in het struikgewas, het zachte geruis van een beekje, de wind in de bomen, de vogeltjes die fluiten, de eigen stappen in de bladeren en het eigen gezucht als het steil omhoog gaat en, soms, het kwaad gekrijs van een vogel die vindt dat gij zijn stilte komt schenden.
Ondertussen is het 11 uur en is de lucht helemaal uitgeklaard en schijnt het zonnetje staalhard iedere keer men uit de schaduw komt. Wanneer ik om half één in Murat sur Vèbre aankom is het weer erg warm en ben ik, ondanks de korte afstand, helemaal niet kwaad aangekomen te zijn.
Murat is een tamelijk dorp met zowat alles wat een stapper nodig heeft: een apotheek, een winkeltje en een gite. Dat valt dus goed mee. Wat minder meevalt is dat de apotheek een stockbreuk van Compeed heeft. Ik zal het dus moeten doen met wat nu al onder mijn voeten plakt en stilaan aan het loskomen is.
De gite des Menhirs is gevestigd in een vroeger klooster / meisjesschool. Ik krijg een kamer met 2 éénpersoonsbedden toebedeeld. Er is nog een andere kamer met een tweepersoonsbed en ook nog een vergelijkbaar appartement op de verdieping. Ieder appartement heeft een WC, badkamer en keuken bovenop de twee slaapkamers. Veder is er nog een gite (vraag me niet wat het verschil is) voor nog eens 4 personen waardoor de capaciteit ongeveer 12 personen is. De eigenaar zegt me dat hij het ontbijt rond 6 uur brengt en dat rond 7 uur zal gegeten worden. Hij verwacht namelijk nog een stapper die rond 7 uur met de bus toekomt. Die gaat morgen verder trekken richting Compostella vanop de plaats waar hij vorig jaar stopte. Verder zijn er nog 4 Letten (3 dames en 1 man van Letland) en nog een stapster van Frankrijk die samen met een Noor op stap is. Hopelijk maakt het avondeten de tongen wat losser want buiten de Francaise lijkt niemand veel te zeggen.
Bij het avondeten komen (althans sommige) tongen los maar dit resulteert in een Babelse spraakverwarring. De 3 vrouwelijke Letten (die Esten blijken te zijn) spreken naast hun moedertaal (= Russisch) een heel klein beetje frans (ééntje zegt heel fier de dagen van de week in het frans op) en een al even klein beetje engels (niemand begrijpt wat ze willen zeggen en de anderen klikken dus goedkeurend). De mannelijke Let / Est zegt de hele avond niets. Ik neem aan dat hij niets van alle gesprekken begrijpt maar dat maakt hem geen uitzondering. De Noor heeft frans gestudeerd en dan een jaar extra frans in Brussel gespecialiseerd. Zijn frans is echter tamelijk gelabberd in die mate dat ik echt een inspanning moet doen om te begrijpen wat hij zegt. Zijn engels is OK maar niet om over naar huis te schrijven. Dan is er nog op het laatste moment een fransman bij gekomen (die met de bus). Zijn frans is uitstekend (zegt hij zelf omdat hij van Nantes komt en in de Loirestreek wordt het puurste frans gesproken). Over zijn engels zullen we het niet hebben. Dan is er nog de Française die hier met de Noor toegekomen is. Zij kookt haar eigen potje in haar keukentje omdat ze bepaalde allergieën heeft. Zij heeft dus niet kunnen bijdragen tot de spraakverwarring maar ze brengt ons wel bij het volgende hoofdstuk. Twee van de zeven aan tafel zijn lactose intolerant. Eén van de twee kan niet tegen gluten en nog een andere is vegetarier. Zit daar eens als Belgische omnivoor zonder lactose en gluten intolerantie tussen en tracht eens een gesprek te voeren. Ik kan u zeggen dat mijn tweede klomp ook gebroken is. De gite eigenaars hebben pompoensoep klaargemaakt maar de vegetarier wil er niet van eten omdat hij niet weet of er geen vleesbouillon in zit. Er is ook omelette voor de lactose intoleranten en voor de vegetarier. Dat is OK maar te veel. Worst met een pasta gratin is er voor diegenen die nog niet bediend zijn. Voor dessert is er kaas. Twee van de drie soorten bevat lactose maar in de geitenkaas niet, leer ik. Dus dat is wel OK. De yohurt daarentegen bevat dan weer wel lactose. Het is een wonder dat we hieruit geraakt zijn zonder de hulp en aanwijzingen (wat voor wie was) van de eigenaars. Die hebben zich wijselijk teruggetrokken en denken waarschijnlijk: “et pour les Flamands la même chose”. Mijn honger is gestild, ik kan mijn blog schrijven, nalezen en posten (met een beetje geluk) dus ben ik gelukkig. Morgen zien we wel elkaar terug in La Salvetat sur Agout (22 km verder).
Slaapwel
Dag 6: Serviès naar Saint Gervais sur Mare (15.7 km en 330 hm)
Al met al goed geslapen zij het met twee onderbrekingen. De eerste gans in het begin van de nacht omdat ik het wat frisjes vond met alleen mijn “sac a viande” en een dekentje. Ik heb lang liggen twijfelen of ik uit mijn sac ging kruipen om een tweede dekentje te nemen. Het namelijk allesbehalve simpel om uit en weer in zo’n sac te kruipen. Men moet een halve Houdini zijn. Bovendien heeft de elektrieker die de installatie gedaan heeft er niet aan gedacht een schakelaar dicht bij het bed te plaatsen waardoor Houdini alles in het donker moet doen. De tweede onderbreking had ook weer met de temperatuur te maken. Deze keer werd ik nat van het zweet wakker. Reden: twee dekentjes maar ook het feit dat de matras in een plastiek omhulsel zit. Dat is proper maar ook vocht ondoorlatend. Enfin voor 47 € kan men niet alles willen als men weet dat ik daarvoor slaping, avondeten, ontbijt , picknick en 3 pintjes gekregen heb. Na het rugzak vullen moest ik voor die prijs wel nog zelf de afwas doen maar diegenen die me goed kennen weten dat ik geen onnodige vaat vuil maak, dus dat viel nog mee. Bovendien was ik niet erg gehaast want vandaag staat de kortste etappe van de tocht geprogrammeerd. Dus Pollé, Pollé.
Om 9:30 trek ik de deur van 1664 (ja juist, hetzelfde jaar dat Kronenbourg het levenslicht zag) achter mij dicht om weer eens op stap te gaan en opnieuw gebeurt dit onder een stralend zonnetje. Ik heb als picknick alleen de (zeer grote) croque monsieur mee en heb de pasta salade in de frigo achtergelaten. Niet alleen omdat het te veel woog, niet alleen omdat ik schrik had dat het pastiek potje het zou begeven en alle pasta over mijn kleren zou gaan, zelfs niet omdat er ansjovisfilets bij zaten maar gewoon omdat het veel te veel was. En wat moest ik er dan mee doen? Nu kan misschien de een of andere stapper er zijn gading mee vinden.
De gite wordt niet alleen door stappers gebruikt maar ook door dames die te paard de streek doorkruisen (zei de dame van de gite met de neus in de lucht) en zelfs door speleologen die de streek verkennen. De grote meerderheid zijn echter stappers maar de bezetting van de gite is tamelijk matig omdat de gite niet op de GR ligt en men dus van 800 m naar 500 m moet afdalen om ’s anderendaags weer naar 800 m te klefferen. De meesten proberen dit te vermijden. Ik ook, maar er was in andere herbergen geen plaats meer voor mij.
Onder het stappen in een rustige omgeving zonder veel spectaculaire zaken komen gedachten op en ik loop me dus af te vragen welke mensen in Servies wonen (ik heb niemand onder de pensioengerechtigde leeftijd gezien) en wat ze hele dagen doen (buiten de tijd zien voorbij tikken). Er is in Serviès niets, geen bakker, geen beenhouwer, geen cinema, geen bar, en ga zo maar door. Mij lijkt zo’n dorpje een rust - en verzorgingsinstelling waar ieder kamer hier een huisje is maar dan wel zonder verzorgers. En dat is niet alleen in Serviès het geval maar in veel dorpjes in Frankrijk en in gans Europa. Werkgelegenheid is er voor jonge mensen niet buiten misschien een klein beetje landbouw / houtvesterij. Misschien is het tourisme een oplossing en dat is wat het departement hier probeert met deze gite maar de verantwoordelijke is ook een gepensioneerde dame!
Gedurende het anderhalf uur dat ik op de weg van Serviès naar de col stap rijdt me één auto voorbij. De chauffeur is dusdanig geschrokken dat hij vertraagt, zijn venstertje opent en “Bonjours” roept. Ja, van een grote drukte kan men hier niet spreken. Hier niet maar ook gisteren niet. Gisteren heb ik tussen Pont d’Orb en Serviès helemaal niemand gezien en de dag daarvoor heb ik alleen Tattoo-man gezien. Als men dat vergelijkt met Le Puy naar Coques of al zeker met de Camino Frances, die over de jaren een autostrade geworden is, dan is het verschil enorm.
In Mècle (na ongeveer 9 km) moet ik door een paar smalle straatjes. In één van die straatjes heeft iemand die aan zijn huis aan het werken is een klein bulldozertje geparkeerd. Ik kan er alleen maar door na mijn rugzak uitgedaan te hebben. De man komt net op dat moment, samen met zijn zoontje, aan en excuseert zich uitvoerig. Zij zijn de twee eerste levende zielen na de col en dus onstaat een gesprekje. Het zoontje wil weten waar ik zo naartoe ga en wanneer ik Toulouse antwoord zegt hij “Eh bien, vous n’êtes pas encore arrivé”. Dat weten we dan ook weer, al had ik wel al een vermoeden!
Kort voor St Gervais hoor ik plots geritsel achter mij. Ik denk eerst aan een everzwijn maar bij nader inzien blijkt het een stapper (of eerder een loper?) te zijn. Hij nadert razensnel, steekt me voorbij, zegt bonjours en is binnen de twee minuten weer uit het zicht verdwenen. Hij ziet er nochtans ook niet meer van de jongsten uit (maar jonger dan mij), hij heeft ook een rugzak mee (maar kleiner dan de mijne). Enfin, ik moet toegeven dat hij een veel betere conditie heeft dan mij want hij stapt zeker 6 km per uur en ik hooguit de helft. Misschien wil hij vanavond nog ergens zijn of misschien wil hij gewoon mij impressioneren. In dat geval is hij gelukt. Een beetje verder wijk ik af van de GR om de ruines van het kasteel van Neyran te bezoeken. Erg veel is er niet te zien buiten het uitzicht op Saint Gervais. Ik loop nog altijd aan die rappe stapper te denken en bedenk dat hij wel een betere conditie heeft maar heeft hij die ruines bezocht of zelfs maar gezien? Ik wel. Of heeft hij 6 lieve kleinkinderen? Ik wel. Ahha, daar moet hij Dolf onderspitten.
Saint Gervais is een mooi stadje. Het begint al met een mooie, middeleeuwse boogbrug over de Mare. Over de brug komt men in een wirwar van smalle straatjes waar de koelte opvalt na wat toch weer een warme dag geweest is. Ik geraak aan de babbel met iemand die me vraagt waar ik morgen naartoe ga. Wanneer ik Murat zegt wenst hij me veel moed want de col is steil zegt hij … maar nadien wordt het veel makkelijker. Dit sterkt me in het idee dat ik misschien een manier moet vinden om de moeilijkste etappe van de hele tocht wat vriendelijker te maken. Ik besluit eerst in te checken en dan de zaken eens te bestuderen. L’Ortensia is een zeer mooi hotel een beetje boven St Gervais. Een schril contrast met de gite van gisteren. Hier kan ik mijn croque monsieur opeten met een pintje (dat smaakt beter dan met water). Men heeft hier ook een magische douche die me volledig opknapt. Nadien ga ik naar La Maison Cevenolle waar men me goede ideeen geeft over hoe ik de etappe van morgen zou kunnen makkelijker maken.
Tijdens het aperitief kan ik aan de blog van vandaag werken en mijn keuze uit de mooie menukaart maken. De blog zal ik straks posten (na die nagelezen te hebben) en het avondeten zal ik zeer lekker vinden want ik heb meer dan een klein hongertje. Het eten is erg lekker met eerst een mollet d’oeuf met wilde champignons, daarna een witte vis met een sausje op basis van grijze garnalen en tot slot een kaaschotel. Daar zal van nagenieten in een bedje op de juiste temperatuur met lakens boven en onder. Slaapwel
Dag 4: Soumont naar Joncels (27.a km, 828 hm)
Ik ben vannacht weer laat gaan slapen omdat ik na de blog nog naar Sports Late Night wou kijken. Om de Gantoise met 10 man te zien winnen moet men iets over hebben, nietwaar? Dat de nacht kort is doet er niet toe wanneer men maar goed slaapt, en dat is het geval. Misschien omwille van de zijden sac à viande, of misschien door de halve fles Cotes du Rhone, of omdat ik bij Gentenaars slaap. Hoe dan ook, ik wordt rond 6 uur wakker waardoor ik de wekker deze keer met een straatlengte klop. Ik wil vandaag vroeg vertrekken want vandaag staat de tot nu toe langse etappe met veel hoogte meters geprogrammeerd. Ik heb gisteren al met Tom Gysel (de eigenaar van de gite afgerekend (50 € voor de overnachting en alles wat ze voor mij gekocht hebben voor gisteren avond en deze morgen … en dan wou Tom me nog 10 € teruggeven. Ik eet niet veel van het ontbijt en zeg Veerle wanneer ik afscheid neem dat ik alles voor hen achter laat ook de halve fles wijn. Meenemen is te zwaar en uitdrinken is te vroeg. Tom zal zich moeten opofferen.
Om 7:45 beginnen we te stappen. Het is nog frisjes (10 à 12 ° C, schat ik) maar het zonnetje komt al piepen en er is zelfs geen half wolkje te zien. Het gaat constant naar beneden waardoor ik na een uurtje in Lodève sta. Dat is een klein stadje waardoor het makkelijk is hier inkopen te doen. Eerst ga ik naar de apotheek om het grootst mogelijke formaat van Compeed te kopen. Voor zeer grote blaren raadt de apothekeres aan een speciaal pansement van de firma van Compeed te kopen. In één verakking zitten 10 vellen van 6 bij 11 cm. Dat zou moeten volstaan. Daarna ga ik nog een sandwich kopen en dan zijn we gesteld om de vallei waarin Lodève ligt uit te klefferen. Jammer genoeg stemmen de GR signalisatietekens weer niet overeen met het traject dat downloade. Ik kies op basis van de ervaringen van de voorbije dagen voor de rood / witte streepjes. Dat betekent dat men goed uit zijn doppen moet kijken want één teken missen kan heel wat tijdsverlies meebrengen. Het duurt ongeveer 1 uur om weer op het niveau van Soumont te komen … maar dan aan de andere kant van de vallei. Hier kan ik ook vaststellen dat de GR bordjes weer overeenstemmen met de GPS informatie.
Op die plaats laat men het bos achter zich en moet ik via een strada biancha een vrij kale berg op. Die strada bianccha werd waarschijnlijk aangelegd om de hoogspanningslijn te kontrueren en te onderhouden. Het gevolg is dat het stappen vrij vlotjes verloopt (= een egaal en niet al te stevig stijgingspercentage is goed voor de adem) maar is ook tamelijk saai. Gelukkig zijn de zichten over de omgeving spectaculair. Een dikke 4 uur na vertrek realiseer ik me dat ik nog niemand gezien heb. Ik heb nog maar net die bedenking gemaakt of ik hoor iemand achter mij komen. Een “stevig gebouwde” jongeman in bloot bovenlijf ( als men de borstbrede en nek to navel hoge tattoo niet als alternatieve kleren beschouwt). De jongeman vraagt me of ik ook naar Lodève ga. Als ik zeg dat ik daarvan kom is zijn enige reactie “ah, mince” en keert hij terug om na 1 minuut weer van gedacht te veranderen. Hij zegt dat hij gaat stappen tot hij een echte weg tegenkomt waar hij naar Lodève kan liften. Dat is voor allemaal OK . Mijn prioriteit ligt bij het vinden van een schaduwrijk plaatsje waar men makkelijk kan zitten terwijl men het uitzicht kan bewonderen. Dat laatste is geen probleem want die uitzichten liggen hier om iedere hoek. Schaduw vinden met een bankje of zelfs met een paar grote stenen is echter een ander paar mouwen. Uiteindelijk lukt het toch enigszins en kan ik een deel van de sandwich opeten. Hij is ten eerste veel te groot en ten tweede veel eten met deze hitte wanneer nog 18 km moet afgelegd worden is waarschijnlijk niet het allerbeste idee. Ik eet wel nog een Lu koekje maar door alle suiker plakt dit de hele mond toe. Gelukkig heb ik deze morgen 3 l water meegenomen.
Rond 13:00 sta ik op een col van 865 m. Ik hoop dat dit het dak van dag zal zijn want ik vind dat ik voldoende naar boven en naar beneden gestapt ben. Een col die zichzelf respecteert heeft een opgaande en een afdalende kant. Het gaat idd naar beneden maar daar moet men ook niet overdrijven. Al de hoogtemeters die we vandaag naar beneden gaan moeten we morgen in het zweet onzer aanschijns terugverdienen. Het GR pad gaat enthousiast naar beneden maar doet me langs de weg over een 200 m supersteil weer omhoog klimmen. Op dat moment heb ik nog 10 km te stappen. Dat breekt bij mij de veer die dan ook onmiddellijk in mijn schoenen zakt … of zoiets. Uit mijn schoenen stijgt de approach van Mr Tattoo op. Eigenlijk is het nog niet zo’n slecht idee om autostop te doen wanneer de kapotte veer in de schoenen gezakt is. Ik heb geen kort rokje mee dus rol ik mijn broek wat omhoog in de hoop snel een chauffeur te laten stoppen. Een tiental auto’s rijden voorbij maar dan is er toch één jongedame die berouw krijgt en achteruit rijdt om me op te pikken. Ze gaat niet naar Joncels maar kan me afzetten op de afslag naar Joncels. Dat lijkt me een goed idee. Terwijl we naar zo’n plaats rijden (10 km) vertelt ze me dat ze educatrice voor speciale gevallen tussen 5 en 21 jaar is. Ik,ben wel ouder dan 21 maar denk toch dat ik in goede handen ben. Eén ding is wel jammer: het is nu 11 km naar Joncels en waar ik afgezet wordt komt gedurende de eerste 15 minuten geen enkele auto voorbij. Ik besluit daarom te beginnen stappen en teken te doen als er toch een auto zou passeren. Na een km of twee is het zo ver. De man stopt … om te zeggen dat hij mij niet kan meepakken maar dat Joncels maar 10 km ver is. Ja dat weet ik en ik weet ook dat dit 2 à 2.5 uur is in dit weer. Hijngeeft me ook de raad een wit T shirtje aan te doen. Dat is minder warm zegt hij, alsof ik mijn hele kleerkast op mijn rug draag. Onmiddellijk na hem stopt een bestelwagen van de SNCF. Ze moeten niet naar Joncels maar kunnen me een paar km (tot een splitsing) meenemen. Ik moet wel in de ruimte, zonder vensters maar met veel gereedschap, kruipen. Alles is OK voor mij op dit moment. Bovendien is het ritje te kort om me toe te laten kots te produceren. Ik kom dus nog redelijk OK uit het bestelwagentje, dannbegin ik weer te stappen. Het is maar een 5-tal km meer maar als ik aan de afslag kom zie ik dat de weg onderbroken is. Nu is niet alleen de veer maar ook mijn klomp gebroken.
Ik spreek de bestuurder van een auto die ook langs die onderbroken weg wou rijden aan en zet mijn triestigste gezicht op (= een combinatie van Nicholas Cage en Harrison Ford met een vleugje Liam Neeson) …. En het lukt. Ik wordt naar Joncels gevoerd waarbij we weer passeren op de plaats waar de ducatrice mij oppikte.
Na al die avonturen is het perfecte onthaal een ware verademing. Ik krijg zelfs een biertje als welkom! Ik krijg ook een kamer voor mij alleen …. omdat ik de eerste ben en mag ook kiezen wanneer het te eten zal zijn … omdat ik de eerste ben. Ik krijg ook de raad morgen vroeg de bus naar Pont d’Orb te nemen om zo wat tijd en km te sparen en omdat de GR toch de hele tijd de weg voor de auto’s volgt
Na de douche zijn de meeste problemen vergeten en is het tijd om een gezellige maaltijd met 5 andere stappers (een nieuwe GR in de buurt) te hebben. Ik reken ook af zodat we morgen geen administratie moeten doen. Voor verblijf, avondmaal met wijn inbegrepen, ontbijt en picknick vraagt de eigenaar 46 €. Ik denk dat mijn Ministerie van Financien hier geen probleem mee zal hebben.
Slaapwel
Dag 3: Van Montpeyroux naar Soumont (25.63 km en 852 hm)
Eerst en vooral een verontschuldiging voor de soms gebrekkige blog. Mijn normale corrector is er niet bij en soms geef ik de voorkeur aan iets doorzenden dat niet tweemaal herlezen is boven iets dat doorwrocht is maar twee dagen later verzonden wordt. Dit alles om te zeggen dat ge op de pianist moogt schieten, hij zal de partituur, eens thuis, herlezen.
De bedoeling was gisteren de kernpunten te noteren en deze morgen die in een leesbare blog te gieten. Mijn (over)slapen heeft er echter voor gezorgd dat het allemaal chaotisch gelopen is. Ik dacht de wekker om 6:00 gezet te hebben en ik dacht de wekker weer op de fotofinish geklopt te hebben … maar ik had de wekker niet echt gezet en ik had de wekker dus ook niet geklopt wel integendeel. Ik was op mijn gewoon uur (7:00) automatisch wakker geworden en moest dan nog beginnen met de blog en de normale zaken … tot spijt van wie het benijt.
Ik ben dus stram uit het bed geklauterd en langzaam in beweging moeten komen maar na een paar minuutjes ging het beter … zeker om een blog te schrijven.
Kwart voor negen dus ontbijt genomen ipv om kwart voor acht. Wel een mooi ontbijt. De B&B eigenaar maakt er echt werk van om de Dolce Vita te creëren voor zijn klanten met allerlei spullen die hij zelf groeit of maakt (3 confituren, yoghurt van soya melk, brood, enz.) Alleen de bananen zijn niet door hemzelf gekweekt. Ik smeer me nog twee extra boterhammen voor deze middag want ik vrees dat veel winkeltjes op zondag zouden kunnen gesloten zijn.
De eigenaar van de B&B excuseert zich nog voor het lawaai van vannacht. Het was blijkbaar het feest van de fin de vendange. Ik heb me aan dat lawaai niet gestoord en heb zoals gezegd zeer goed (te goed) geslapen. Ik maak me wel de bedenking dat het goed is dat ik mijn (kleine) bijdrage tot de vendange geleverd heb want anders was hun feest te vroeg geweest.
Maar retournons a nos moutons: het gaat hier over stappen en in Aboras stond ik voor de keuze: ofwel de signalisatie borden van GR volgen ofwel de track die ik op mijn GPS downloade volgen. Ik besloot mijn GPS te volgen omdat ik dan tenminste altijd wist hoe ver het nog was en omdat ik dan niet weer naar beneden moest wanneer ik nog maar juist naar boven geklauterd was. Dit bleek achteraf niet de opperbeste keuze te zijn aangezien mijn GPS me altijd maar hoger deed klimmen terwijl (zo bleek later) de signalisatie een gemoedelijker traject aanhield. Na de hele beklimming van de een of andere berg, sprak ik twee lokale mensen aan die me de raad gaven gewoon terug naar beneden, de weg naar Saint Jean de la Blanquière te volgen. Dat was volgens hen misschien wat verder in km maar ook mooi en geen druk verkeer op die weg, zeggen ze. Op dat moment was ik dus weg van de nieuwe GR signalisatie en weg van de track op mijn GPS om een paar km te veel te stappen en bovedien op een asfalt weg wat tegen alle regels van de wandelkunst is. Met andere woorden geen goede deal. Wat hebben we dus vandaag geleerd? zou SOS Piet zeggen. Dat een kort gewin (niet moeten dalen voor een korte afstand) op de lange termijn soms minder goed is. En ten tweede, dat het goed is een eigen gedacht te hebben maar dat het soms nuttig is na te gaan waarom anderen een alternatief hebben.
Enfin, het lijkt er dus op dat ik een hele omweg tov de nieuwe GR bewegwijzering aan het stappen ben. Dat is jammer voor het dutje dat ik iedere dag weer ambieer maar goed om bedenkingen te maken. Eén van die bedenkingen is dat ik iedere dag trouw over mijn rugpijn en mijn heuppijn rapporteer en dat ik over mijn blaren op mijn voeten zaag maar dat het enige dat echt ernstig is (= mijn tikker) onvermeld verder gaat. Ik word van die tikker, ondanks de recent vastgestelde kleine nieuwe vernauwing, niets gewaar … zelfs niet bij de steilste helling …maar dat was voor de operatie ook zo dus blijft ik bij mijn stelling dat mijn coronairen misschien wel hun nauwe kantjes hebben maar dat er misschien veel mensen rondlopen met vergelijkbare problemen maar dat zij het niet weten omdat zij niet zo nauwkeurig onderzocht worden als ik.
Terwijl ik op de weg naar beneden richting Saint Jean de Blaquieres wandel kom ik een eenzame fietser, die kromgebogen over zijn stuur de wedstrijd aan het verliezen is, tegen. Hij stopt en vraagt of ik een “pélerin” ben. Dat is een eufemisme voor “mijn beste, zijt ge verloren gelopen?”. Ik antwoord “ja” op beide vragen en een interessant gesprek ontspint zich over het feit dat hij ooit 10 jaar geleden naar Compostela gestapt is, hoe veel water ik moet meenemen tussen St Gervais en Murat, hoe het nu niet meer mogelijk is tussen Menton en Aix en Provence te stappen omdat de paden afgesloten worden om branden te vermijden, enz.. Kortom, een interessante ontmoeting.
Om kwart voor één kom ik in Saint Jean de la Blaquetiere. Hier had ik al vroeger kunnen staan maar geen getreur want het is hier feest. De markt is hierdoor afgesloten en er staan allerlei standjes. De meest spectaculaire is die van de jagersclub. Die hebben een enorme schaal (2 à 3 vierkante meter) op een vuur dat nog eens dubbel zo groot is om mossels te koken. Op mijn vraag waarom ze geen everzwijn roosteren antwoorden ze dat het seizoen niet juist valt. Ze zijn dus nu op mosselen gaan jagen! Ik loop nog wat rond in het stadje en ga dan, na veel raaadgevingen van de verenigde jagersclub in ontvangst genomen te hebben, verder en wordt opnieuw met een dilemma geconfronteerd: zal ik mijn GPS of de signalisatie volgen? Met mijn ervaring van deze voormiddag kies ik voor de signalisatie maar wordt onmiddellijk met de nadelen van die keuze geconfronteerd nl. als men een teken mist, is men “den bos in” zonder aanwijzing waar het fout ging en dus moet men weer op zoek naar het laatste duidelijke teken. Dat doe ik omdat er geen alternatief is.
Na een km of twee komt, wonder boven wonder, de signalisatie van de GR en de track op de GPS weer overeen. Dit geeft een goed gevoel omdat men dan onmiddellijk ziet als er iets mis is en omdat men dan ook altijd weet hoeveel km er nog te gaan zijn.
Tijdens het stappen loop ik te mijmeren over de naam Soumont. Ik hoop dat ze bij de naamgeving beide elementen van de naam evenwichtig bekeken hebben. Mont dat is te begrijpen met het aantal monts die hier in de buurt zijn, maar sous betekent bij mij toch onder en niet bovenop. Ik hoop dus dat het dorpje tegen de heuvel ligt en niet erop. In Uscas du Bosc stelt een dame me gerust ivm de etymologie van het woord Soumont. Ze zegt dat er eerst “une grande montée” komt maar dat het daarna, tot in Soumont, plat is. De dame is ook zo vriendelijk me te wijzen op een kraantje met drinkbaar water op het “dorpspleintje”. Terwijl ik me sta te verfrissen realiseer ik me dat het eigenlijk te warm is om te wandelen. Het is waarschijnlijk 28 ° C en dit maakt het lastig, maar wat moet het dan zijn als men hier wil stappen in juli of augustus. Ondertussen bedenk ik ook dat ik vandaag geen serieuse klachten heb over mijn rug. Ik heb de indruk dat die geleerd heeft dat hij slechts om de zoveel uur of om de zoveel kilometer recht heeft op een krak krak, ai oei, ai behandeling. Hij kan dus niet verder dan ook “nie neute, nie pleue”, zoals zijn baasje.
Een beetje voor vier ben ik in de Prieuré de Grandmont. Van buiten ziet het er niet spectaculair uit dus zet ik me 10 minuutjes op een bankje op de binnenkoer maar doe niet mee aan de self guided tour omdat ik op een redelijk uur in Soumont wil zijn. Ik weiger ook een foldertje omdat dat te veel weegt. Van de Prieuré is het nog iets meer dan drie km naar Soumont maar het gaat weer langs paadjes met veel losse stenen, zoals ge weet niet mijn favoriete ondergrond en reden van de blaren op mijn voetzolen. Uiteindelijk kom ik in de buurt van Soumont. Ik blijf de GR signalisatie volgen omdat ik het adres van de gite niet heb maar ik weet wel dat de gite op de GR ligt. Ik besluit dus op de brievenbussen te kijken en bij de tweede brievenbus is het al prijs. Het moet niet altijd tegen zitten. Nele is samen met haar echtgenoot Tom Gysel (= bijna Tom Gyselinck) de eigenares. Ze hebben voor mij naar de winkel geweest en hebben twee soorten brood, een pakje boter, een yohurtje, wat kaas en honig, een lassagne uit de diepries, een fles wijn en een biertje gekocht. Wat kan een mens (en al zeker een pelgrim) meer wensen?. Ik neem een douche, plak wat Compeed, was mijn kleren, laadt de batterijen op en warm de lassagne ondertussen op. Dat duurt langer dan al de rest dus drink ik ondertussen ook het biertje en een glas wijn op het terras met een schiiterend zicht op de ruime omgeving. Wat een voorrecht dit allemaal te kunnen meemaken.
Nu nog de blog posten, nog een slokje wijn drinken, naar Sports Late Night kijken en dodo tot morgen 6:15 want er staat een lange dag op het programma
Slaapwel
Dag 2: van Aniane naar Montpeyroux (24.4 km, 973 hm)
Goed geslapen na eerst na 5 minuutjes een T-shirt aangedaan te hebben en 5 minuutjes later de verwarming in de kamer aangezet te hebben. Het was duidelijk dat een laken alleen niet voldoende was. Mogelijks omdat het ’s nachts frisjes is maar mogelijks ook omdat ik overdag zoveel energie verbruik dat er ’s avonds geen meer over is om mij warm te houden. War er ook van zij, ik heb goed geslapen en de wekker maar in een fotofinish geklopt om het eerst 7:00 te zien worden.
De wachter die hier manusje van alles is, heeft voor een mooi buffet ontbijt gezorgd. Het is al na het seizoen en hij moet hier alles alleen doen want de eigenaars zijn op vakantie.
Om 8:20 begin ik te stappen en de rug lijkt de ergste averij opgelost te hebben of misschien heeft het herschikken van de rugzak de oplossing geboden. Er staat al een mooi zonnetje tegen een wolkenloze blauwe hemel. Dat ziet er goed uit ondanks het feit dat het nog tamelijk frisjes is (ik schat een 15-tal graden). De zon staat nog laag wat me de gelegenheid mijn compagnon de route (= mijn schaduw) te fotograferen, binnen een paar uur zal hij zich niet zo makkelijk meer laten vastleggen op de chip omdat hij veel kleiner zal geworden zijn.Ondertussen worden de eerste paar km afgehaspeld. Die zijn nog relatief vlak maar in de richting van Saint Guilhem le Desert doemen echte bergen op. Die boezemen toch wel wat schrik in. Voorlopig kan ik echter nog genieten van wat de omgeving te bieden heeft = mooie uitzichten en trossen druiven. De vendange heeft in de meest wijngaarden al plaatsgevonden maar in sommige hangen de druiven nog te wachten op de wijnboer … of op mij.
Na een 5-tal km kom ik aan de pont du diable. De legende gaat dat de paters van Saint Guilhem hier verschillende keren geprobeerd hebben over de Herault een brug te bouwen. Het waren waarschijnlijk burgerlijke ir’s en geen industriele ing’s want de brug stortte keer na keer in. Ze riepen dus de hulp van de duivel in en die wilde in ruil van het zieltje van het wezen dat het eerst over de brug kwam zijn bouwtechnisch vernuft inzetten. Zo gezegd zo gedaan maar het eerste wezen was een hond waarop de duivel zo kwaad werd dathij de hond en zichzelf in de diepte wierp. Een mooi verhaaltje en een diepe kloof maar anders niet veel speciaals want de ondertussen twee bruggen zijn niet zo oud als het verhaal en bovendien poeplelijk.
Ik kom nu wel dicht in de buurt van Saint Guilhem waar ik voor het betreden van het stadje eens op een bank ga liggen om mijn rug weer in de plooi te leggen voor hij echt begint op te spelen. Een paar krakkraks en aiai’s later lijkt alles weer op zijn plaats te zitten en kan het bezoek aan het stadje beginnen. Het stadje is een wirwar van straatjes en steegjes tussen middeleeuwse huizen en huisjes die allemaal rond het klooster kitten. Het doet me een beetje denken aan Conques alhoewel de kloosterkerk daar veel impressionanter is. Het is in het stadje een gezellige drukt zonder een overompelling te zijn Een bezoek aan de kerk en het museum is gratis (waar vindt men dat nog?) en het museum heeft een filmpje waarin de geschiedenis van het klooster die teruggaat tot 804 getoond wordt. Er wordt ook zelfs uitgelegd hoe delen van het klooster nu te bewonderen zijn in het door Rockefeller gesponsorde Cloisters museum van New York. Op die manier krijgen jullie bij iedere blog wel iets mee over (zeer) rijke Amerikaanse mannen (Alaska ging over Guggenheim en JP Morgan, nu over Rockefeller)
Na het bezoek aan het klooster dwaal ik nog wat rond in het stadje en besluit ik iets te ten vooralleer de bergen achter het stadje moeten beklommen worden. Op het binnenpleintje van een microbrouwerijtje eet ik een zeer mooie en lekkere schotel met paté, zongedroogde tomaten en artichokbodems, rauwe hesp, geitekaasjes en twee soorten tapenades. Nu zal ik al zeker geen Evenepoeleke kunnen doen. En maar goed ook want het gaat echt heel steil naar boven, zo voelt het toch met bijna 11 kg op de rug. Ik,heb dan ook geen andere keuze dan voetje voor voetje op mijn eigen tempo verder te klimmen. Waar gisteren op uitzondering van de twee madammekes niemand te zien was is dit hier niet het geval. Het is natuurlijk weekend maar er zijn ook “veel” stappers voor een paar uur. Voor mijnduurt het ook een kleine twee uur vooraleer ik uit de kom waarin St Guilhem ligt geklommen ben en een kleine 500 m hoger sta. De rug is nog OK maar de adem is het probleem. Zo is er altijd wel iets. Gelukkig zijn langs alle kanten fantastische uitzichten te bewonderen. In die mate zelfs dat ik besluit nog een klein zijsprongetje erbij te doen. Dat zijsprongetje heeft in deze Woke tijden een wat rare naam (= Max Nègre) maar we zullen het maar op de paters van in de tijd steken. Die wisten nog niet dat het N woord niet mocht.
Plots is er goed nieuws. In tegenstelling tot mijn GPS die nog 7.8 km te stappen aangeeft staat hier een bordje van GR dat nog 2.5 km te gaan aangeeft. Het lijkt erop dat een nieuw en korter pad richting Montpeyroux gemaakt is. Die nieuwe route loopt langs een impressionante muur van het kasteel van Castellas naar Barry vanwaar men naar Montpeyroux (net buiten de GR) kan. Ik,had het kunnen weten dat Montpeyroux op een berg ligt dus moeten we nog een laatste keer voor vandaag een berg op. Met een rug die de laatste paar km weer aan het opspelen is, valt dat niet mee maar een sessie plat op de grond en een douche doen weer wonderen. Ik doe daarna mijn dagelijks wasje en vraag de eigenaar van de zeer mooie B&B La Dolce Vita of ik mijn kleren kan buiten hangen maar hij heeft een beter voorstel: hij zal alles snel in de droogkast steken. Ik,hou hem niet tegen en dus kan ik welgezind naar het restaurant. Een is een brasserie op 500 m de ander is een semi gastronomisch restaurant op 50 m. Jullie mogen twee keer raden wat het geworden is en ik denk dat mijn Minister van Financien geen problemen zal hebben met de rekening.
Na al dat lekkers ontbreekt de motivatie om de blog te schrijven en ik beperk me dus tot het noteren van de gedachten op het dictafoontje. Morgen sta ik een uurtje vroeger op om alles netjes te iPadden.