Dag # 1: Van Blanden naar Lezhe
Daar gaan we dan. Onze dag begint op een vrij normaal uur omdat we pas om 9:00 bij Dries afgesproken hebben; Dries en Els zijn namelijk van plan onze auto als tweede auto te gebruiken tijdens onze trip en als pasmunt voor het gebruik van onze auto voert Dries ons naar de luchthaven van Charleroi. Dit komt voor ons zeer goed uit want die luchthaven is moeilijk te bereiken met het openbaar vervoer en de auto drie weken in een parking laten staan kost ook een niet te versmaden duit. We zijn goed op tijd in Charleroi maar de vlucht vertrekt toch met een half uurtje vertraging. Aan ons was het niet gelegen, maar we hebben het al erger meegemaakt. De vlucht verloopt zonder noemenswaardige gebeurtenissen en we landen met slechts een 15-tal minuten vertraging. Dat is dus dik in orde, merci Ryanair.
De eerste indrukken van Albanië en Tirana airport in het bijzonder zijn positief. Vanuit het vliegtuig ziet het land en de woningen er “onderhouden” uit. Bovendien is het goed weer (24°C). De luchthaven is modern en lijkt vrij efficiënt te werken (in tegenstelling met Charleroi waar men, zo leek het althans, de lay-out tijdens de bouw regelmatig herbekeken had). We halen bij Vodafone in de aankomsthal, zonder problemen, 2 prepaid SIM kaartjes op. Hierdoor hopen we roamingkosten te vermijden. Een ander bewijs van efficiëntie is dat 1 van de 2 valiezen al aan de transportband op ons ligt te wachten als we daar aankomen. Daar kan Zaventem iets van leren. Ook het contract van de huurauto is in een wip geregeld. Kortom alles loopt vlot, met uitzondering van de aflevering van de huurauto zelf. Daar verliezen we ondanks het vele volk dat hier “bezig” is, wat tijd mee, maar wie geeft daar wat om? We zijn gepensioneerden op vakantie.
Het valt op dat er hier voor alles veel volk gemobiliseerd wordt. Zowel bij de luchthaven zelf als bij Vodafone als bij de auto verhuurfirma lijken de personeelsleden elkaar de kop in te lopen. Wij zijn niet meer zo veel volk in België gewoon.
Om 16:30 zitten we achter het stuur van onze bijna nieuwe Polo (9000 km) en wagen we ons in het Tiranese verkeer. Het is hier vrij druk en niet alleen van oude tweedehandse Mercedessen (zoals vermeld in de 15 jaar oude reisgids die de ex-ambassadeur van Belgie in Albanië mij opstuurde) maar ook zeer veel nieuwe auto’s en autootjes. Het is duidelijk dat het kapitalisme hier ook toegeslagen heeft, want naast de Polootjes, Toyotaatjes en Fiatjes rijden hier vrij veel spiksplinternieuwe Mercedessen, Landrovers en zelfs een regelrechte Lamborghini rond. Good old Enver Hoxha moet zich regelmatig in zijn graf omdraaien, denk ik. Al die auto’s met interne verbrandingsmotoren (ik heb nog geen enkele elektrische gezien) hebben benzine nodig en die wordt hier op iedere straathoek aangeboden. Om hier zonder benzine te vallen moet men waarschijnlijk erg getalenteerd zijn. Waar men gaat langs Albanese wegen komt men u, het benzinestation, tegen. We hebben hier wel nog geen enkele Shell, BP of Esso gezien. Wel Alphet of Gegoil of zelfs Kastrati (die ga ik proberen te mijden). De prijs per liter is vergelijkbaar met die in het vaderland (1.80 €)
Rond 18:30 checken we in bij Mrizi I Zanave Agritoerisme. Het hele complex schurkt aan tegen de eerste heuvels / bergen die we sinds Tirana tegenkomen. Alles (of toch bijna) , zowel van het dieren -als van het plantenrijk wordt hier lokaal (op het domein of in het nabijgelegen dorp) geproduceerd. Ondanks het feit dat we al honger hebben brengen we toch eerst een bezoek aan de kaas- en aan de wijnmakerij. Allerlei soorten kaas worden gemaakt van de melk van de geiten die hier welig lijken te tieren. Op basis van het aantal ganzen dat hier rondloopt denk ik dat we foie gras gaan voorgeschoteld krijgen (dat blijkt achteraf een foute veronderstelling te zijn waarvoor de geiten opdraaien). Na het vrij snelle bezoek aan de kaasmakerij dalen we af in de wijnkelder voor een minder snel bezoek. Dat dit bezoek langer duurt heeft alleen te maken met het feit dat het madammeke ons willens nillens 5 wijnen (2 witte; 1 rose en 2 rode) wil laten proeven. Uit beleefdheid geven we haar zin. En alsof dat nog niet volstaat moeten we ook nog van de huisgemaakte raki proeven. Dat kan als aperitief tellen (45°). De wijnen en de raki zijn degelijk zonder van uitzonderlijke kwaliteit te zijn. De geproduceerde volumes volstaan trouwens alleen maar voor eigen gebruik in het restaurant en de verkoop hier en daar van de kelderrestjes.
De raki, die hier zowel als aperitief als digestief gedronken wordt, moet ons door de maaltijd helpen. We begrijpen de uitleg over de maaltijd niet goed en vragen 1 schotel met voorgerecht om te delen en 1 hoofdgerecht (ook om te delen). Daarna zullen we wel bijbestellen als we nog honger hebben. Ik kan jullie verzekeren dat we niets meer bij besteld hebben na het bord geitenkaas in een vruchtencoulis, de gebakken champignons, de vleesschotel van rauwe hesp en droge worst, de 4 stukken quiche, het bord pickles en olijven, de kom tomaten en het bord groenten (bonen, gefrituurde zucchini bloemen en gebakken courgettes). Dit voorgerecht was niet voor 1 persoon maar voor 1 bus met zeer veel personen en dan moest de piece de resistance nog komen: een voorpoot en twee rugstukken van een jong geitje. Natuurlijk konden we niet eindigen zonder dessert dus bracht de ober (die overduidelijk plezier beleefde aan ons beleefd zoveel mogelijk opeten) nog voor elk, twee kommetjes lokaal fruit (aardbei, kers, moerbei, framboos, mirabelle, pruim, enz). Gelukkig bracht de ober, ondanks mijn geveinsd tegenstribbelen, ook nog een glaasje raki om de vertering te faciliteren. Dit alles (inclusief de wijndegustatie, een glas rode wijn, een fles spuit en een fles plat water) maakte ons 52 € lichter. Ik hoor Tom en Els al een zucht van verlichting slaken.
Nu is het tijd om te slapen en de vertering in horizontale positie verder te zetten. De corrector zal alles morgen nog eens bekijken en dan stuur ik Dag # 1 door.
Slaapwel.
Proloog reis naar Albanië (Griekenland en Noord- Macedonië)
Het idee voor deze reis ontsproot in november 2023 in Spanje. Het was niet een plotse bekering tot de doctrine van de communistische dictator en grote vriend van Stalin, Enver Hoxha die ons deed besluiten naar Albanië te gaan. De aanleiding tot ons besluit kwam er tijdens een activiteit van Belgen in Andalusië (in Manilva meer specifiek). Daar geraakten we in gesprek met een landgenoot die voor zijn pensionering ambassadeur van Belgie in Albanië geweest was. Hij en zijn echtgenote spraken erg lovend over het land en zijn mensen en we hadden niet de indruk dat zij dat niet deden uit hoofde van hun vroegere job en dus besloten we wat verdere research te doen.
Een aantal reisbureaus die zich specialiseren in Albanië werden benaderd en uiteindelijk werd een vrij klein bureau, maar met een sterke lokale kennis, uitgekozen om de praktische aspecten van de reis uit te werken. Gewoontegetrouw vond ik één bestemming niet voldoende en vroeg ik het reisbureau een stukje van Griekenland en van Noord- Macedonie erbij te nemen. Dat kon allemaal en zo komt het dat we dinsdag met Ryanair vanuit Charleroi (= de enige directe vlucht) naar Tirana vertrekken.
In Tirana zullen we een huurauto oppikken om richting de noordelijke grens (met Kosovo en Montenegro) te rijden. Daar, in de Albanese Alpen, zullen we een paar dagen blijven om staptochten te doen. Nadien zullen we in relatief korte etappes (Albanië is maar ongeveer 350 km in noord – zuidelijke richting en ongeveer 150 km van West naar Oost en is daarmee zelfs kleiner dan België) tot het uiterste zuiden rijden. Vanaf de zuidelijke kust zullen we een dagje Corfu (Griekenland) bezoeken om daarna meer dan 50 jaar oude herinneringen (althans voor mij) in de Meteoren (noordelijk Griekenland) op te frissen. Daarna gaat het stilletjes aan terug naar Tirana, niet echter zonder een bezoekje te brengen aan de streek rond Ohrid in Noord- Macedonie. Na nog een tweetal dagen in de omgeving van Tirana zal op 17 juni de tijd gekomen zijn om de compressiekousen weer aan te trekken en naar het Vaderland terug te keren.
We hopen in Albanië voor de verandering eens met goed weer te maken te krijgen waardoor de kans op een mooie reis aanzienlijk zal stijgen. We hopen ook dat jullie, via deze blog, een beetje in ons spoor zullen volgen.
Lectori salutem
Post Scriptum
In mijn haast om gisteren het gras te maaien voor het weer begon te regenen ben ik nog de dagelijkse statistieken van onze tocht vergeten.
Hier zijn ze (per dag):
Dag 1: 80.3 km en 894 hoogtemeters
Dag 2: 57.4 km en 513 hoogtemeters
Dag 3: 68.1 km en 635 hoogtemeters
Dag 4: 83.7 km en 800 hoogtemeters
Dag 5: 74.5 km en 253 hoogtemeters
Dag 1: 57.7 km en 692 hoogtemeters
Of in het totaal 421.7 km en 3787 hoogtemeters
Geen wonder dat ik iedere dag vol overtuiging "Slaapwel" geschreven heb
Epiloog van de fietstocht door de Champagne en Argonne
Terugkijken op een weekje is altijd makkelijker nadat wat tijd verstreken is. Ik zal van deze traditie afwijken omdat we binnen een week al weer vertrekken. Een overload zou meer dan waarschijnlijk onvermijdelijk zijn.
In het algemeen kan gesteld worden dat alles zeer vlot verlopen is. Alle overnachtingsplaatsen hadden plaats in de herberg voor ons, we hebben ons nergens dramatisch misreden, de bagagetransporten verliepen betrouwbaar en de stalen rossen (en vooral hun batterijen) hielden zich stevig en iedereen was tegen het soms stevige werk opgewassen.
Over het weer kunnen we kort zijn: we hebben ongelooflijk veel geluk gehad. Het was natuurlijk niet het prachtige lenteweer dat men zou kunnen verwachten in de maand mei maar we hebben maar éénmaal op de hele tocht regen gehad terwijl de weersvoorspelling gewoonweg desastreus was … voor de ganse week. Het zag er zelfs zo slecht uit dat er een last minute crisisberaad aan te pas kwam om te beslissen of we de hele onderneming niet beter annuleerden. Dat hebben we gelukkig niet gedaan. We moeten derhalve de weermaker op onze blote knietjes bedanken terwijl ik niet anders kan doen dan mijn adagio herhalen: “Men moet niet schoon zijn om geluk te hebben”.
Het weer, de streek, de bezoeken, de accommodaties, het eten en drinken, enz. enz. spelen allemaal een rol bij het welslagen van een tocht, zoals die van de afgelopen week, maar het allerbelangrijkste is en blijft toch het gezelschap en daarmee zat alles snor. Zowel tijdens het fietsen als ervoor en erna liep alles gesmeerd (zelfs zonder WD40). Alleen moest het peloton na ieder bergopske op de top wat wachten op één fietser die obstinaat boven wilde geraken op “Eco”. Die éne fietser maakte hierbij misbruik van het feit dat hij het monopolie van de GPS had, waardoor de rest van het peloton geen andere keuze had dan te wachten.
Kortom, deze editie van de jaarlijkse fietstocht was, in mijn opinie, een succes. Zonder grote tegenslagen zou ik dan ook voorstellen dat we volgend jaar dezelfde criteria blijven hanteren om een nieuwe bestemming te identificeren. Hopelijk kunnen Mien en Erik dan weer het peloton vervolledigen. Ik heb gezien dat suggesties voor bestemmingen binnenstromen. Laat maar komen.
Tot de volgende keer
PS Foto’s volgen zo snel mogelijk
Dag 7: Vertus – Montmirail
Vandaag is het de laatste (= 6de) fietsdag. Ongelooflijk hoe snel dit weer allemaal gelopen is (al zijn er bepaalde onderdelen van ons aller lichamen die daar misschien anders over denken). Het is een relatief korte rit (58 km) maar met toch weer 688 hoogtemeters die ons terug naar ons vertrekpunt zal brengen. Rond 9:15, na een stevig ontbijt, laten we de bagage een laatste maal achter en vertrekken we richting Montmirail. Het heeft tijdens het ontbijt wat gemiezerd maar op het moment dat we alles op de fietsen gemonteerd hebben, is het alweer opgehouden. Het is wel tamelijk fris waardoor iedereen wijselijk een jasje aantrekt.
De eerste hindernis, reeds in het centrum van Vertus, zijn de hellingen van de Coteaux Blancs. Gisteren bij onze aankomst in Vertus zagen we Coteaux Blancs, nu voelen we ze. Het gaat hier werkelijk stevig omhoog. De voor de hand liggende verklaring voor de naam Coteaux Blancs is het hoge kalkgehalte van de aarde hier, maar een andere verklaring zou wel eens kunnen zijn dat de wielertoeristen helemaal wit worden van de inspanning die nodig is om boven te geraken. Met wat Eco plus plus ondersteuning lukt het echter wel en kunnen we, boven gekomen op het plateau, genieten van het mooie uitzicht. Dat is bovendien goed om op adem te komen. Aan de horizon merkt Georges zelfs een lichtblauwe band op. Dat belooft, hopen we met zijn allen.
Na 28 km komen we in Mondemont Montgivroux aan waar een zeer merkwaardig oorlogsmonument van rood beton staat. De vorm en de kleur hebben het monument de bijnaam “De Wortel” opgeleverd. Met zijn 35 m hoogte is het wel wat groot voor een wortel, maar om de heldendaden van de generaals Foch en Joffre tijdens de eerste slag van de Grote Oorlog te herdenken,mag het wel wat “oversized” zijn. Vier jaar later liepen, omwille van deze waanzin, 1 miljoen minder jonge mannen op deze wereldbol rond. Die verdienen meer een monument dan een paar generaals, mijn gedacht !!
Ondertussen is het waterzonnetje permanent aanwezig. Nu eens met een beetje meer water, dan eens met een beetje meer zon maar toch altijd aanwezig. Ideaal om de laatste 30 km af te haspelen. We komen rond 13:45 in Montmirail aan waar we, voor alles sluit, de inwendige mens versterken. Een burger met een berg frieten en een frisse pint zijn daar perfect voor. Daarna fietsen we naar de auto’s die, onder het waakzame oog van de Gendarmerie, op ons staan te wachten. Met de fietsen op de auto’s rijden we tot aan de Demeure de la Garenne waar we de bagage oppikken. Voor ons rest nu nog een laatste (maar aangename) taak. We hebben besloten een paar dozen Champagne bij G & X Crochet te halen. Vanaf 3 dozen krijgen we 17.5 % afslag. Iedereen zal het met me eens zijn dat 16.5 € per fles een aanbod is dat we niet kunnen afslaan.
Nu zit de mooie tocht er werkelijk volledig op en nemen we afscheid van Anne en Georges. Zij zijn van plan nog een nachtje in de buurt (= Chalons en Champagne) te blijven terwijl wij rechtstreeks naar huis terugkeren. De terugrit verloopt vlotjes, nergens een file probleem van enige betekenis, ondanks het feit dat het vanaf Reims tot thuis zonder ophouden regent (met periodes van echte stortbuien). Het uitladen van de auto laten we dan ook voor morgen. Hopelijk is alles tegen dan wat opgedroogd en is het meeste vuil van de fietsen weggespoeld.
Dag 6: Varimont – Vertus
We wilden vandaag vroeg vertrekken want er was, voor de verandering, weer eens regen voorspeld. Gisteren werd de hele dag regen voorspeld. Vandaag voorspelt men vooral in de namiddag regen. Hoe dan ook, we hebben de woonwagen eigenaar gevraagd de ontbijtmand om 8:15 te brengen. De brave man is stipt op tijd met zijn baguette, confituur en pain au chocolat waardoor we stipt om 9:00 het vertreksein (de bel van de crèmekar) kunnen geven. De eerste paar kilometers gaan steil bergop wat geen cadeau is. Bovendien is het erg frisjes waardoor we allemaal onze jasjes aangedaan hebben. Georges heeft zelfs zijn schoenovertrekken aan. Misschien is het daardoor dat het niet regent.
We passeren weer langs enorme graanvelden die zeer wijdse zichten opleveren. Slechts hier en daar staat een boerderij of ligt een klein gehucht waar hooguit een tiental huizen samen staan. Het gaat de hele tijd zachtjes op en neer. Die hellingen zijn dus niet de grootste uitdaging van de dag. De ware uitdaging vandaag is de wind. Die komt pal uit het westen en wij moeten … pal naar het westen. Na een 20-tal kilometer komen we aan in Epine. Het is geen metropool maar gaat toch prat op een serieus uit de kluiten gewassen basiliek. Epine is dan ook een bedevaartsoord omwille van een paar relieken die hier in de basiliek bewaard worden. Eén is een fragment van het heilig kruis (dat moet een enorm kruis geweest zijn, want men vindt er zowat overal fragmenten van). Het andere is een fragment van de grot in Bethlehem waarin Jezus geboren is (dat is beter te verstaan want bij iedere uitbreiding van de grot kwamen fragmenten ter beschikking). De basiliek, die dateert van de 15 en 16de eeuw, wordt uitgebaat door een aantal nonnetjes die erg aanwezig zijn in het straat- en basiliekbeeld.
Na Epine rijden we nog 12 km verder, naar Chalons en Champagne, waar we rond 12:00 aankomen. We besluiten bij restaurant Ferdinand een salade te eten. De Caesar en de Chalonnoise salade die hier voorgeschoteld worden zijn in zo’n overvloedige mate aanwezig dat ik ze niet verorberd krijg. De rest van het peloton kan er wel mee overweg. We zullen zien of dit gereflecteerd wordt in de sportieve prestatie deze namiddag. Om 13:30 houden we Ferdinand voor bekeken en rijden we langs een paar kleine straatjes met interessante gebouwen naar een mooi park. Chalons en Champagne is een mooi stadje. Er is een heel grote kerk die UNESCO werelderfgoed is omdat één van de 4 Franse Compostella routes hier passeert en ook nog een kathedraal (een paar honderd meter verder). Aan het einde van het park moeten we volgens de GPS over een brug. We willen dat wel, maar het is een voetgangersbrug met veel, vrij steile trappen. Gelukkig ziet Gertrude een beetje verder een andere brug die wel met onze tweewielers kan genomen worden. Hierdoor belanden we op een jaagpad langs een kanaal waardoor we aan onze siësta van een 10-tal km kunnen beginnen.
Na de siesta moeten we over een aarde / slijkpaadje dat er erg kleverig bij ligt door overvloedige regen de laatste paar dagen / weken. Bij Georges blokkeert een klomp met keitjes gewapend slijk zelfs een ogenblik het voorwiel waardoor werken aan de “gardeboe” noodzakelijk zullen zijn. Gelukkig komt aan deze miserie uiteindelijk toch een einde en kunnen we onze tocht zonder bijkomende hindernissen verderzetten waardoor we rond 16:00 in Vertus aankomen. Om 16:05 begint het te regenen. Gelukkig maar een klein beetje en we hebben toch afgesproken dat het opfrissen tot 16:45 mag duren. Om 17:00 wacht namelijk nog een kleine verrassing. De verrassing is niet erg verrassend. Het is een bezoek aan een champagnekelder (what else zou George Clooney zeggen). De natuur van het bezoek mag dan wel niet verrassend zijn, de locatie is het wel. Op aanraden van André en Veerle stappen we naar het huis Bourgeois - Boulonnais. We staan voor de deur wat te twijfelen omdat de buitenkant er helemaal niet zo glamoureus uitziet als zeer veel van de bekendere champagnehuizen. De binnenkant bevestigt de indrukken van de buitenkant. Het bureau waar de eigenares ons, tussen opgezette everzwijnen - en hertenkoppen, ontvangt is één warboel van documenten. De dame slaagt er echter in voldoende plaats vrij te maken voor 5 glazen en een fles die ze koud gezet heeft. Jammer genoeg kan ze ons alleen de Brut Traditionel laten proeven want de andere soorten zijn uitverkocht (tot juni). Ze produceert amper 40 á 50’000 flessen per jaar maar we krijgen interessante uitleg over allerlei aspecten van de champagne. B.v. dat zij Recoltant Manipulant is = doet alles in eigen beheer van wijngaard tot gelabelde flessen in tegenstelling tot Recoltant Cooperateur = brengt zijn druiven naar de coöperatieve waar champagne gemaakt wordt onder merken van de coöperatieve. B.v. dat er meer dan 100 wijnboeren in Vertus zijn maar dat er maar een 12-tal RM zijn en dat er 5 corporaties zijn, enz. enz. We leggen uit dat we per fiets zijn en dus geen flessen kunnen kopen wat de dame niet weerhoudt de fles verder over onze glazen te verdelen “from the goodness of her heart” en de gezondheid van het onze! Toch vinden twee niet nader genoemde leden van het peloton het nodig een fles te kopen om aan de twee andere leden van het peloton te schenken. Die laatsten protesteren een beetje, maar niet te veel om de fles niet te moeten teruggeven.
Na deze ervaring is het tijd om onszelf verder te verwennen met een 4 – gangen menu in het hotel bestaande uit tartare de boeuf, magret de canard, fourme d’ambert en rubarber en aardbeien meringue. Dit alles begeleid met 2 flessen lekkere Badoit en 1 fles, nog lekkerder, Vacqueyras. Als, na zo’n festijn, lekker naar dromenland trekken niet lukt, weet ik het ook niet.
Slaapwel
Dag 5bis: Bouconville – Varimont
Vandaag is de titel van de blog 5bis omdat ik gisteren een beetje te hard van stapel gelopen was. Duidelijk was geweest fietsdag 3 en vandaag fietsdag 4. Ik zal het echter niet nodeloos ingewikkeld maken en zeg gewoon: lees verder en trek u niet te veel aan van de titel. Jullie hebben niets gemankeerd, het is gewoon de blogger die in de war is / was.
“We” willen deze morgen vroeg vertrekken omdat regen voorspeld is in de namiddag en we willen die zoveel mogelijk voor zijn. We ontbijten om 8:00 en springen op onze stalen rossen om 8:45. Het is bewolkt en tamelijk fris waardoor we niet goed weten of we er goed aan doen een jasje aan te trekken of niet. Alles verloopt vlotjes (met of zonder jasje) tot km 6. Daar slaan we een aardewegje in. Dit wegje is door de overvloedige regen vannacht tamelijk modderig geworden. Het wordt pas een echte uitdaging wanneer het weggetje eerst langzaam, maar daarna erg steil wordt. Onze wielen zakken tot aan de velgen in het slijk waardoor er geen andere optie is dan maximale ondersteuning te gebruiken! Uiteindelijk geraakt iedereen boven en kan de reisleider, zonder slachtoffer van een lynchpartij te worden, de afdaling inzetten. Die mondt uiteindelijk uit op een asfantwegje. Einde goed, alles goed.
Ondertussen heeft het waterzonnetje zich langzamerhand ontpopt tot een echte zon die steeds meer warmte begint te geven (waardoor de vraag met of zonder jasje ook een antwoord krijgt). We passeren allerlei overblijfselen van de Grote Oorlog. Zo zien we La Main de Massiges, een loopgraven complex dat, op privé initiatief, in ere hersteld / gereconstrueerd werd. We zien ook schuilkelders, allerlei monumenten (o.a. aan de Kaiser Tunnel waar een bomkrater van 50 m diameter en 11 diep te zien is) en, allerschrijnendst, een aantal militaire kerkhoven vol met jonge mensen die allemaal “Mort pour la France” zijn.
Ondertussen zoeken we in alle dorpjes waar we doorrijden naar een bakkerij die ons een belegd broodje ter hand zou kunnen doen. De meeste dorpjes zijn zo onooglijk klein dat ze geen bakkerij hebben. Bakker is, net zoals in België, een knelpuntberoep, zoveel is duidelijk. Uiteindelijk besluiten we in Sainte Ménéhould iets te eten. Ik weet namelijk dat daar een hotel restaurant is omdat André & Veerle dit vermeld hebben en omdat ik bij het opstellen van het parcours eraan gedacht had daar te overnachten. Dit idee werd verlaten omdat ik dan geen min of meer gelijkmatige dagelijkse afstanden bekwam. Nu kunnen we er echter wel eten en de saumon a l’oseille is lekker en is, met zijn 13 €, nog net betaalbaar. Sainte Ménéhould is bovendien een leuk stadje met een mooie centrale plaats waar een groot gebouw van 1730 de boventoon voert. Alle andere gebouwen hebben dezelfde stijl … mooi, mooi. Geen wonder dat Dom Perignon hier geboren werd en dat Lodewijk XVI hier gevangen genomen werd tijdens de Franse Revolutie.
Om 14:30 zetten we onze tocht (nog een goede 26 km) verder. De zon is nu wel verdwenen maar het is nog altijd een aangename temperatuur om te fietsen en het belangrijkst is dat het nog altijd niet regent. Ik hoor Tom al zeggen dat hij toch gezegd had dat het wel zou meevallen. Hij had gelijk (weer gelijk, hoor ik hem ook nog zeggen). Rond 16:00 komen we aan bij onze overnachtingsplaats die ik tijdens het middagmaal als verrassing aangekondigd heb. Ik ben ervan overtuigd dat zowel Anne als Georges gedurende de afgelopen 26 km zitten speculeren hebben wat de verrassing mogelijks zou kunnen zijn maar ik ben er, zo mogelijks, nog meer van overtuigd dat ze niet gedacht hadden in een woonwagen te mogen / moeten overnachten. Alles wat noodzakelijk is om te overnachten is aanwezig (bed, douche, toilet, sofa, tafel met 4 (plooi)stoelen, fornuis, magnetron, potten en pannen, enz) maar allemaal zeer compact. Gelukkig dat er één woonwagen per koppel is! Wat ik verkoop als verrassing is alleen tot stand gekomen omdat ik niets anders vond op een redelijke afstand tussen Bouconville en Vertus. Hopelijk passeert Conner niet langs “ons” woonwagenpark of ik word nog bewerkt met de matrak en moet Gertrude nog bepaalde diensten bewijzen.
Conner is hier echter niet waardoor we ons beperken tot 1 frisse pint als beloning voor de rit van vandaag, de met zijn 84 km en bijna 900 hoogtemeters de langste en bijna lastigste rit van de hele lus. Na een frisse pint is het tijd om te douchen en het grootste stuk van de blog te schrijven want na een volle maaltijd zou de schrijver (en de corrector) wel eens moeite kunnen hebben om bij de les te blijven. Om 19:00 schuiven we de voetjes onder tafel voor een aperitief maison of Picon met witte wijn, een voorgerecht (rillettes van sardientjes met appel), hoofdgerecht (parmentier van kip) en dessert (chocolade mousse). Voor 19 € kan men niet sukkelen … trouwens veel alternatieven temidden de velden zijn er hier niet.
Als we na het eten buitenkomen begint het net te regenen en als de weersvoorspellingen kloppen zal het zo doorgaan voor de rest van de nacht en morgen. Dat zien we dan morgen wel. We kunnen alleen maar hopen dat we nog een keer ontsnappen aan wat voorspeld wordt.
Slaapwel
Dag 5: Reims – Bouconville
De eerste actie bij het wakker worden is het controleren van de meteo. De voorspellingen lijken, alvast wat nu betreft, te kloppen. Er zou in de voormiddag een zonnetje aan de hemel moeten staan, maar nadien zou de zon plaats ruimen voor regen. Daarom hebben we besloten zo vroeg mogelijk te vertrekken. Kort voor 9:00 zijn we met alles klaar en kunnen we de 68 km lange tocht van Reims naar Bouconville aanvatten. Vertrekken vanuit een dichtbevolkte stad is nooit een sinecure maar het lukt wonderwel! Na minder dan een half uur fietsen we tussen de wijngaarden en de graanvelden. Wat een verschil met de mierennest die Reims toch wel is.
In Beine Nauroy zien we een bakkerij met een bakkerin die bereid wordt gevonden 4 belegde broodjes voor ons te maken. 5 minuutjes later en slechts 18 € lichter komt Gertrude met 2 sandwich met kip in “sauce Andalouse” en 2 sandwich met hesp, kaas en boter (in gelijke porties) buitengestapt. De broodjes zijn zo groot dat we overwegen de achterbanden van de fietsen wat extra op te pompen (nvdr: dit is lichtjes overdreven om aan te geven dat dit eerder broden dan broodjes waren).
Van Beine Nauroy gaat het naar Nauroy. Daar is letterlijk niets te zien. Wat ooit, voor 1914, een dorpje was zoals er hier 13 in een dozijn zijn, bestaat nu alleen nog uit een bosje van een paar honderd vierkante meter waarin grafzerken als het ware uitgestrooid zijn en waarin een kapelletje met een paar informatieborden getuigen van wat de waanzin van de oorlog kan doen.
Om 12:30 is het tijd om te stoppen voor de casse croute. Het heeft nog altijd niet geregend maar donkere wolken lijken zich op de aanval voor te bereiden. We denken dus dat het beter is “wat” te eten voor het begint te regenen. Wanneer we om 13:00 ons weer op pad begeven, heeft het echter nog altijd niet geregend, zijn de donkerste wolken overgewaaid en komt er zelfs een flauw zonnetje tussen de wolken piepen. Dat piepzonnejte wint geleidelijk zelfs aan kracht waardoor het wijds en glooiend landschap extra charme krijgt, zelfs wanneer het bergop gaat.
We komen kort voor 14:00 in Bouconville aan. Bouconville is nog een van die kleine dorpjes die hier overal te vinden zijn. De Nederlandse eigenares van Vegan & Gluten free B&B Mostarlic heeft de bagage deze morgen al opgepikt in Reims en heet ons hartelijk welkom. We zouden dus onmiddellijk onder de douche kunnen wippen maar hebben nog een beter idee. We genieten (letterlijk en figuurlijk) met volle teugen van een fris pintje (of twee) of een appelsapje voor de alcoholvrije deelneemster in het peloton. Ons geluk kan echter niet blijven duren en donkere wolken dienen zich opnieuw aan (tegen het einde van het tweede pintje) waardoor het gevoelig frisser wordt. Nu is het tijd voor de douche en voor de blog.
Om 19:00 is het tijd voor de table d’hote. We vragen ons af wat we in een vegan en gluten vrije setting gaan voorgeschoteld krijgen. Eerst staat een tomatensoep op het menu, daarna volgt een pasta carbonara en tot slot krijgen we een flensje met peer en chocoladesaus. De tomatensoep is zeer dik maar toch erg lekker met veel smaak. De pasta is gemaakt van rood linzenmeel en de saus is gebaseerd op champignons met blokjes tofu ter vervanging van spek. De flensjes zijn gebaseerd op een mengsel van aardappel-, mais-, rijst- en nog een paar andere bloemsoorten. Er is ook een toefje slagroom op basis van cocomelk van de partij. Al met al heeft het me gesmaakt en ben ik blij dit te kunnen proeven hebben, maar ben ik toch niet van plan me tot het veganisme te bekeren. We zullen nu ook nog moeten ondervinden hoe ons verteringsstelsel met dit alles zal omgaan, ook al omdat de hoeveelheden erg ruim bemeten waren.
Enfin, nu is het tijd om de blog af te werken en de finale van De Mol te bekijken want we zijn erin geslaagd nergens te lezen wie de mol is.