Reis Uzbekistan en Kyrgyzstan 2026

Dag 9: Gjirokaster naar Sarande

Vandaag staan we een kwartiertje vroeger op want we willen vandaag aan archeologie doen. Eerst in Antigone (een dorpje op 30 minuutjes van Gjirokaster) en dan in Butrint (een site 30 minuutjes van Sarande). Om dat allemaal te doen moeten we er natuurlijk kloek op staan en dus doen we ons te goed aan hetzelfde uitgebreide ontbijt van gisteren. Vannacht heeft het geregend. Daardoor ziet de lucht er grijs uit en de straatstenen nat, blinkend en glad. Dat is wat teleurstellend, maar er is ook een goede kant, het zal namelijk meer dan waarschijnlijk minder warm zijn dan gisteren. Rond 9 uur rijden we voorzichtig naar beneden (gelukkig is de straat tegen dan al redelijk droog en is er nog niet veel verkeer). Madame Google – Maps is in de kleine straatjes van Gjirokaster een paar keer serieus tureluurs maar uiteindelijk slagen we erin zonder kleerscheuren of schrammen in onze Polo beneden te geraken.

Nu kunnen we ons op weg naar Antigone zetten. De naam van het vroeg Hellenistische stadje is gebaseerd op de naam van de echtgenote van de heerser, Antigone, de dochter van de Egyptische koning Ptolemeus (=niets te maken met de stelling van Ptolemeus, denk ik). De heerser zelf was Pyrrhus, de uitvinder van de Pyrrhus overwinning … waarschijnlijk vanaf maandag, volgende week meer dan ooit een woord van toepassing. Onderweg naar Antigone zien we 2 kuddes. Eén van schapen, met een herder erbij en één van een paar koeien, zonder begeleider. De koeien doen zich te goed aan een vijgenboom en dus is het geen wonder dat koeien koeievijgen rondstrooien op de weg. Het meisje aan de ingang van Antigone (moet zich de hele dag stierlijk vervelen, bedenken we) zegt dat we 10 minuten nodig hebben om het centrum van Antigone te bezoeken en 1 uur om de hele site te bezoeken. We bezoeken, ongewild omdat we de verkeerde afslag nemen, de hele site maar denken dat hij of zij die erin slaagt op 10 minuten downtown Antigone te bezoeken, klaar is om deel te nemen aan de Olympische Spelen van Parijs. De archeologische site is OK, vooral omwille van de uitzichten maar heeft anders weinig te bieden omdat het hele stadje door de Romeinen vernield werd. Dat zal Pyrrhus leren, als enige Helleense veldheer, driemaal na elkaar de Romeinen te verslaan.

Na Antigone rijden we terug naar Gjirokaster vanwaar we via een nieuwe en zeer goede tweevaksweg naar Sarande rijden. De omgeving is zeer mooi en totaal ongerept. We rijden onmiddellijk nog een 20-tal minuutjes verder naar het Zuiden om onze tweede archeologische site van de dag, nl. Butrint te bezoeken

In Butrint aangekomen gaan we eerst iets eten en beginnen dan het bezoek. Ondanks het feit dat er geen regen voorspeld werd, druppelt het toch een beetje wanneer we het restaurant buiten komen. Het regent gedurende 15 minuten maar zo weinig dat elke druppel opgedroogd is vooraleer de volgende druppel valt. In tegenstelling tot eerder deze morgen zijn deze ruïnes veel beter bewaard. Er zijn gebouwen (of toch restanten ervan) uit de Hellenistische, de Romeinse, de Visigotische, de Venetiaanse en de Ottomaanse periode en we kunnen dan ook moeiteloos 2.5 uur op de site en het bijhorende museum spenderen. Het feit dat we de Exit borden niet zien helpt niet om zeer snel koers naar Sarande te zetten. Het hotel vinden blijkt ook niet zo eenvoudig te zijn omdat Sarande tegen de heuvels gegroeid is, omdat de gemakkelijkste weg van Butrint naar ons hotel onderbroken is en omdat Mevrouw Google – Maps niet alle straten en straatjes blijkt te kennen. Uiteindelijk valt alles toch op zijn pootjes zonder dat een echtscheiding zich opdringt.

Na het inchecken gaan we naar het bureau van de ferrymaatschappij die we morgen willen nemen. Daar worden onze tickets afgedrukt, waardoor dit morgen weer een kopzorg minder is. Nadien is het moment gekomen om naar het beste visrestaurant van Zuid Albanië te gaan dixit Travelling Albanië en de receptioniste van het hotel. We zijn duidelijk niet de enigen die deze raad kregen want ook het Amerikaanse koppel van Arizona dat we in Gjirokaster tweemaal tegen het lijf liepen en de duitse toeristen die ons deze namiddag naar de Exit van Butrint leidden komen in het beste restaurant van Zuidelijk Albanië toe!! Gertrude bestelt een seabass en ik red mullet. Groot is mijn teleurstelling wanneer ik een bord vol kleine, gefrituurde visjes met graten à gogo voorgeschoteld krijg. Gelukkig ben ik goed getrouwd en verwisselt Gertrude de borden waardoor ik de graatarme seabass krijg.

Na dit alles blijft mij alleen nog de blog van vandaag te schrijven en te kijken hoe de Rode Duivels het er tegen Montenegro vanaf brengen. Gelukkig is het WiFi signaal hier veel beter dan de kwaliteit van de wedstrijd.

Dag 8: Gjirokaster

Als we bij het wakker worden naar buiten kijken, zien we een mooi zonnetje over de vallei schijnen. Dat belooft mooi maar waarschijnlijk ook zeer warm weer. Enfin, daar gaan we niet over klagen. We hebben dit liever dan regen. We nemen een uitgebreid ontbijt (een gebakken eitje, de Albanese oliebollen, croissants, een stukje cake, tomaten, komkommers, Feta kaas, confituur, fruitsap, koffie en thee, enz.). want we moeten er toch stevig opstaan om al die straatjes hier op en neer te gaan.

Om 9:30 staan we voor de poort van het kasteel. De kasteelvrouw heeft zich vermomd als ticketverkoopster en de kasteelheer in Dirk Porrez van “Safety First”. Voor 400 ALL mogen we binnen in het kasteel. Het kasteel huisvest nu een aantal musea maar is vroeger voor van alles en nog wat gebruikt. Het meest beruchte gebruik was als gevangenis waar zeer veel politieke tegenstanders van de Great Dictator (= niet Charly Chaplin) het hachje bij ingeschoten zijn. Een van de musea is het wapenmuseum. We gaan er niet binnen maar zien wel het kleine tankje dat mogelijk in de reeks Allo Allo model gestaan heeft voor Lieutenant Gruber’s my little tank. Op de kasteelgronden stond ooit een levendige wijk. Die heeft nu plaats moeten ruimen voor een open plein en een podium waar regelmatig optredens georganiseerd worden. Er staat hier ook een Orthodox kerkje maar vooral het uitzicht op de vallei en de bergen rondom (2400 hoog) is adembenemend. De klim naar alle plaatsjes op deze heuvel is trouwens ook adembenemend … maar dan letterlijk. In het totaal lopen we hier een uurtje rond en besluiten dan naar het aquaduct te gaan. Die staat wel nog op het kaartje van het Tourist Office maar bestaat niet meer echt, zegt iemand ons. In plaats daarvan kunnen we de honderden jaren oude Ali Pasha brug bezoeken. De weg ernaartoe is ook adembenemend, zeker het stuk waar aan de weg gewerkt wordt. Dat stuk is moeilijk begaanbaar, al zeker op sandalen, maar moeilijk gaat ook.

Nadien gaan we naar het geboortehuis van de beroemde schrijver, Kadare. De toegangsprijs is 500 ALL … zelfs voor gepensioneerden. Ik zeg dat dit veel is in vergelijking met andere toegangsprijzen waarop de man aan het loket 100 ALL korting geeft. Rare mannen, die Albanezen. Het is goed zo’n typisch huis eens te bezoeken maar we besluiten toch dat we de andere typische huizen die men hier in Gjirokaster kan bezoeken links zullen laten liggen. Alles met mate, nietwaar? Na het huisbezoek gaan we terug naar de Gran Bazar (= echte naam Oude Bazaar) om een “beetje” te eten. Op weg door de straatjes op (vooral) en neer (bestaat ook maar lijkt niet echt makkelijker te zijn) zien we een postkantoor en we springen eens binnen om te kijken of ze iets hebben dat Marc een plezier zou kunnen doen. Daar ontmoeten we een dame die ons uitnodigt om “haar” museum te bezoeken … na 4 uur want tot dan moet ze in het postkantoor werken. We begrijpen het allemaal niet zo goed en besluiten dat we sowieso eerst de inwendige mens willen versterken. We bestellen in een restaurant in de Bazar wijk twee schotels waarvan we denken dat ze de kleinste van de kaart zijn en alles kunnen verwerken. Fier op onszelf stappen we naar ons hotel voor een dutske tijdens het warmste deel van de dag en een eerste versie van de blog.

Na de siësta is het al ruim 4 uur en dus besluiten we naar het museum van de dame uit het postkantoor te gaan. Met een beetje moeite vinden we het huis dat, zo blijkt, ter ere van Musine Kokalari, de eerste vrouwelijke Albanese schrijfster, feministe en anti-communiste, als museum werd ingericht. De dame uit het postkantoor is een zeer ver familielid van Musine en heeft de taak op zich genomen om het lot van Musine wereldkundig te maken. Musine werd op 28 jarige leeftijd tot 30 jaar gevangenschap veroordeeld en stierf een paar jaar na het uitzitten van haar straf in volledige isolatie. De post dame leidt ons het ganse museumpje rond en vertaalt een van Musine’s vroegste gedichten waarbij ze in tranen uitbreekt. Niet veel curators van musea zijn zo gepassioneerd door hun “werk” als deze dame. Ik blijf bij mijn idee dat het communisme in theorie fantastisch is maar dat de praktische uitwerking nooit gewerkt heeft of zal kunnen werken. Excessen zijn legio: Stalin in Rusland, de Kim’s in Noord-Korea, de Culturele Revolutie in China, Pol Pot’s Killing Fields in Cambodja, Enver Hoxha hier in Albanie, enz. Enfin, ik ga hier geen polemiek starten maar wil toch laten weten dat het bezoek aan dit museum totaal onverwacht maar zeer aangrijpend geweest is. Hartelijke dank, Dame Fortuna.

Nu we het toch over het communisme à la Hoxha hebben, heb ik gedacht dat ik vergeten ben te vermelden dat Enver Hoxha in Gjirokaster geboren werd. Hij liet hier één van de drie bunkercomplex(en) bouwen omdat hij dacht dat Gjirokaster het eerste doelwit van een Griekse nucleaire aanval op Albanië zou zijn. Chauvinisme of grootheidswaanzin?

Tijd voor wat lichter werk nu: we hebben vanavond lekker gegeten en hebben alles opgekregen. Ofwel omdat we eindelijk de juiste keuzes weten te maken of omdat onze magen na meer dan een week uitgerekt zijn. Wie zal het zeggen?

Slaapwel

Dag 7 Berat naar Gjirokaster

Naar dagelijkse gewoonte kijk ik bij het wakker worden door het raam (er zijn geen overgordijnen) en zie dat het licht is, maar niet spectaculair. Bovendien hoor ik een geluid dat doet denken aan regen. Dat was toch niet voorspeld?! Gelukkig blijkt dat het niet spectaculaire licht te wijten is aan het vroege uur en de regengeluiden aan de besproeiing van het grasveld. Gertrude vertoeft nog in dromenland dus glip ik uit bed om Gertrude’s truc toe te passen, nl. een iets of wat sterker WiFi signaal opvangen in de badkamer. Ik kan van daar inderdaad Telenet TV opstarten en de hele tweede helft van de finale van de Champions League bekijken. Jammer dat de verwachte winnaar ook daadwerkelijk wint. Nu is het tijd voor het ontbijt en om ons klaar te maken voor ons vertrek naar Gjirokaster.

Om 9:30 is het dan zo ver. Het licht is nog steeds niet spectaculair maar het kwik is toch al tot 21 °C opgeklommen. We rijden via Berat naar het Westen en zien onderweg allerlei zaken die in onze ogen belangwekkend zijn. We zien op een bepaald moment een herder met een bende kalkoenen (dat heet zo, ik heb het opgezocht). We hadden vroeger al herders met koeien, schapen, geiten enzovoort gezien maar voor kalkoenen is het een primeur. Het valt ons ook op dat hier veel politiecontroles gebeuren (ééntje is zelfs met een mobiele snelheidscamera). Dat gebeurt zeker om te compenseren dat er geen nummerplaatherkenning en dergelijke toestanden, die we in Belgie gewoon zijn, geïnstalleerd zijn. Tenslotte zien we nog een benzinemerk met een, althans voor ons, rare connotatie. Deze heet Brak Oil. Misschien niet de allerbeste benzine??

Onderweg naar Gjirokaster krijgen we zo nu en dan een paar druppels regen. Gecumuleerd over de ganse voormiddag duurt het niet meer dan 5 minuten waardoor de regen zelfs niet volstaat om het stof te blussen. Rond 1 uur komen we in Gjirokaster aan. Ons hotel, Rose Garden, ligt juist aan de voet van het kasteel en kastelen hebben, net als kerken, de neiging om boven op een heuvel gebouwd te zijn. Concreet betekent dit voor ons dat we erg gelukkig zijn met de ligging (het uitzicht van daar is fantastisch = amper minder goed dan het uitzicht van de kasteelheer … en vrouw) maar dat de weg naar het hotel een ware uitdaging is. De weg is heel erg steil en smal (zeker als we ondervinden dat er haarspeldbochten en ook tegenliggers zijn). Hier het rijexamen afleggen moet een helse opdracht zijn. Gelukkig heeft het hotel een privé parking en ik hoop dat we de auto niet dikwijls van stal moeten halen en dat het droog blijft want de kasseien zijn door de eeuwen heen gepolierd geraakt. Het is geen wonder dat de meeste auto’s hier blutsen en schrammen hebben.

We kunnen pas inchecken om 2 uur en gaan dus eerst iets eten in één van de vele guesthouses, restaurants die Gjirokaster rijk is. Om 2:30 zijn we terug in ons hotel en kunnen we vlotjes inchecken.We zouden in het zwembad kunnen duiken maar vrezen dat we daardoor moeilijk van de siësta zullen kunnen genieten en besluiten de siësta als een prioriteit te behandelen. Na het dutje maken we een wandelingetje in de stad. Hierbij dient gezegd dat “wandelingetje” misschien niet het juiste woord is. Iedere stap in Gjirokaster is een atletische inspanning. Ik denk dat alle inwoners klaar zijn om aan de Olympische Spelen deel te nemen.

We gaan via de muren van het kasteel en de oude bazaar (nu het ene souvenir winkeltje naast het andere, tenzij indien een bar of een ijscrème zaak voor wat afwisseling zorgt) naar de Koude Oorlog tunnel. We missen net de rondleiding van 4 uur waardoor Gertrude om de brug te maken met de rondleiding van 5 uur zich opoffert om een ijscrème te eten. Het tunnelcomplex van in totaal 1 km was bestemd om de belangrijke personen van de Enver Hoxha administratie gedurende 3 maanden een nucleaire aanval door Griekenland (of een andere mogendheid zoals Liechtenstein of Andorra) te laten overleven. Het complex had / heeft 4 geheime uitgangen (in de bazaar, in een moskee, achter een gebouw, enz), kon 200 man huisvesten dankzij de 3 toiletten waarvan 1 exclusief voor Enver Hoxha. De bouw nam 11 jaar in beslag, werd afgewerkt in 1980 en werd nooit gebruikt … omdat die nucleaire oorlog er maar niet kwam en omdat Enver Hoxha in 1985 overleed zonder ooit een stap in de tunnel te zetten. De gids spreekt dan ook erg sarcastisch over de “dictator” en hoe "paranoïde" hij was. Haar toon doet me denken aan de toon die de eigenaar van de Pupa wijngaard aansloeg. Het communisme heeft hier duidelijk een wrange smaak nagelaten.

Nu is het tijd om aan het avondeten te denken. Aangezien ons hotel geen eigen restaurant bezit, heeft Gertrude op Google een restaurant gezocht. De criteria waren: goede recensies maar vooral niet te ver van het hotel want we willen niet te veel trappen en treden na het eten doen. De Brahimi die Gertrude gevonden had zag er goed op papier uit maar ziet er in werkelijkheid maar zozo uit. De Kardashi er dicht in de buurt zag er wel OK uit en dus installeerden we ons daar om kipfilet (leek erg droog) en lamslever (was erg lekker) te eten. Ik had daarbij een rode wijn gevraagd en kreeg een tot de rand gevuld glas van een rood vocht dat niet eens leek op de lekkere rode wijn van gisteravond. Morgen proberen we een betere keuze te maken.

Dag 5: Shkoder naar Berat

Deze ochtend verloopt volgens de normale routine. Wakker worden om 7 uur, luisteren of er geen regen te horen is, krant lezen, douchen en ontbijten. Vandaag kan dit laatste voor het eerst buiten op de binnenkoer (dit klinkt raar maar is wel juist). Daarna wordt alles ingepakt en laten we Shkoder om 9:15 achter ons. Het is 20 °C maar bewolkt en het ziet eruit alsof het gaat regenen. Onze buienradar heeft het juist. Gedurende de 2 uur die we spenderen aan de rit naar Tirana krijgen we af en toe een bui(tje) over onze Polo heen. Die buien helpen het, sowieso al drukke, verkeer niet. Er zijn op de tweevaks hoofdweg naar Tirana wegenwerken waardoor we de tijd krijgen de boeketten aan de vangrails in meer detail te bekijken. Het zijn inderdaad aandenkens aan personen die op die plaats verongelukt zijn. Op één plaats is er zelfs een mini-zerkje met 7 namen erop. Dat moet een serieuze klap geweest zijn. Tijdens onze trage vooruitgang richting Tirana valt het ook op dat Belgie niet het enige land met lelijke lintbebouwing is. Ze hebben het concept hier wel nog naar een hoger niveau getild. Ze hebben hier gespecialiseerde lint bebouwing. Zo zien we bijvoorbeeld gedurende 10 of zelfs meer kilometers bijna niets anders dan meubelwinkels. Voor wie een keuken, slaapkamer, bureau, salon, enz nodig heeft is dit het eldorado. Wij zijn niet in een positie dat we sterk geïnteresseerd zijn.

Tot na Tirana stokt het verkeer maar het goede nieuws is dat het weer beter en beter wordt naarmate we verder in zuidelijke richting rijden. Het zonnetje komt erdoor en de temperatuur stijgt naar 24 °C. Plots krijgen we verroeste structuren, zowat overal verspreid in het landschap, in de mot. Bij niet al te nader onderzoek blijken dit overblijfselen van oude olie boorinstallaties te zijn. Wij wisten niet dat ooit in Albanië naar olie geboord werd. Misschien is dit de verklaring voor de vele benzinestations die het land rijk is. Het verklaart misschien ook waarom er hier zoveel verschillende merken van benzine te vinden zijn. Dit brengt me trouwens bij de naamgeving. Kastrati blijft de kroon spannen maar Arse Oil krijgt toch ook een speciale vermelding van de jury. En als we het dan toch over namen hebben: onze bestemming, het wijngoed waar we de volgende 2 nachten gaan verblijven, heet Kantina Pupa. Men had misschien ook iets langer kunnen nadenken.

Om 13:45 komen we in de Pupa winery (dit is zo’n 20 minuten voorbij Berat) aan. Er is wat verwarring over onze reservatie, maar na de inbreng van zowat 6 personeelsleden van Pupa komt het toch voor elkaar en krijgen we een grote, mooie kamer, die geheel in het teken van de wijnbouw staat, toebedeeld. We droppen onze valiezen af en rijden terug naar Berat, “de stad met de 1000 vensters”. Berat bestaat uit 2 stadsgedeelten (Gorica en Mangalem) die van elkaar gescheiden zijn door een rivier. Beiden zijn ontstaan (en worden gedomineerd) door een fort dat op de heuvel, boven de rivier, gebouwd werd. Dat fort werd met de tijd, zowel binnen als buiten de versterkingsmuren, groter en groter … tot het verval kwam … en nu met de toeristen de heropbloei. Vooraleer naar boven te stappen besluiten we toch eerst wat te eten en dat doen we op een terrasje aan de overkant van de voetgangersbrug over de rivier. We zouden ondertussen moeten weten dat de Albanese en de Belgische eetlust niet vergelijkbaar zijn, maar bestellen toch 2 tomaten salades die we, ondanks een stevige inspanning, net niet helemaal kunnen verwerken. We nemen ons voor dat het ons niet meer zal overkomen. Enfin, we hebben tijdens het eten toch een schitterend uitzicht op de kasteelheuvel gehad maar hebben niet geteld of er inderdaad 1000 vensters zijn.

Nu is het tijd om de Mangalem heuvel te beklimmen. Gertrude is ervan overtuigd dat het volstaat één van de kleine steegjes die omhoog lopen in te slaan om, als we voldoende omhoog blijven gaan, uiteindelijk aan het kasteelcomplex uit te komen. We dwalen over de halve heuvelrug, op en weer af, zonder veel vooruitgang (tenzij in zweetproductie) te maken. Na wat navraag bij lokalen blijkt dat er maar één weg naar boven (= de toegangspoort) leidt. Al ons zweet en geaccumuleerde hoogtemeters tot nu zijn dus “umsonst” geweest en de beklimming van de heuvel moet dus nog beginnen. Een bijkomende frustratie is dat men op die weg met de auto kan rijden en dat er boven een parking is waarop nog plaatsen waren. Niet getreurd, echter. We doen het voor de sport. Binnen de kasteelmuren zijn nog bewoonde huizen, moskeeën, Byzantijnse kerken, een museum (het grootste in Albanië van iconen) en is er een grote akropolis. Bovendien wordt men vanaf een uitzichtpunt getrakteerd op een 360° panoramisch zicht om u tegen te zeggen. Na dit alles is het tijd om de heuvel weer af te dalen en onze welverdiende beloning op te strijken. Een mooi terrasje in een rustig zijstraatje is daar perfect voor.

Vooraleer we naar Pupa terug rijden, zoeken we ook nog een ATM. Voor 15’000 ALL ( = 150 €) moeten we, door allerlei extra kosten, 180 € veil hebben. Dat lijkt ons veel en aangezien we nog niet echt ALL’s nodig hebben besluiten we nog wat af te wachten wat de rest van de reis brengt. Terug op het wijngoed zijn we klaar voor het avondmaal. Dat besluiten we te nemen onder een grote moerbeiboom (omdat het binnen, door 2 feestvierende groepen, veel te luidruchtig is). Ondanks het feit dat het al half negen is, is het nog een aangename temperatuur. We bestellen een beetje op goed geluk, want het menu noch de ober kan ons duidelijk maken wat bedoeld wordt met “Casserole with 1 bird” of met “1 kid in the oven”. Het eerste blijkt een gefrituurde (kleine) kip te zijn, het tweede een paar stukken jonge geit. Kortom het is erg lekker en de Dodona wijn (van het huis, natuurlijk) is zo mogelijk nog lekkerder. Ik kijk nu al uit naar het bezoek aan de wijngaard en de proeverij van morgen.Nu is het echter tijd om naar de finale van de Champions League te kijken. Dat loopt echter op een fiasco uit. De internet verbinding is zo instabiel dat ik Telenet TV niet aan de praat krijg.. Ik besluit dan maar naar dromenland te verhuizen. Morgen is een nieuwe dag.

Dag 6: Een dagje in de buurt van Berat

Vandaag is dus de nieuwe dag en die plannen we te spenderen in de buurt van Berat. Het internet werkt me nog steeds op de zenuwen en omdat ik vroeg wakker ben (omdat ik vroeg (rond 11 uur) gaan slapen was) is het eerste wat ik doe, het internet uittesten. Dat lijkt behoorlijk te werken dus besluit ik eerst de blog van gisteren af te werken en te posten en dan, als er nog tijd overblijft, naar de Champions League finale te kijken.Het eerste lukt, het tweede niet omdat er geen tijd genoeg is. Na het uitgebreid ontbijt (gefrituurd ei, twee enorme stukken kaas, drie soorten confituur, koffie en thee van ik weet niet wat, een vruchtensapje van ik weet niet wat, mezores (= oliebollen zonder suiker en zonder veel smaak) en een schoteltje met schijfjes tomaat en komkommer en olijven staan we er weer stevig op en is weer bewezen dat Albanezen duidelijk schrik hebben dat hun gasten honger zouden kunnen lijden.

Om 9:45 vertrekken we richting Bogova waterval en Osumi Canyon. Het kwik staat nu al op 25 °C en er zijn maar een paar wolkjes te bespeuren. Zo zien we het graag. We beslissen de verste bestemming (= Osumi Canyon) eerst te doen om in functie van de resterende tijd te beslissen welke wandeling we naar de waterval nog kunnen / willen doen. Onderweg zien we een paar schildpadden de weg oversteken. Het exemplaar bij het avondeten gisteren was dus helemaal geen uitzondering. Verdere losse bemerkingen tijdens de rit: Bij iedere benzinepomp staat een bediende om benzine te tanken. Dit is een beroep dat volledig uit het Belgische straatbeeld verdwenen is. Jonge mensen kunnen zich waarschijnlijk niet meer inbeelden dat er ooit een tijd geweest is dat de benzine getankt werd door een persoon die niets anders deed. De grote aantallen tweedehands Mercedessen (E en C modellen) vallen hier, zoals in de reisgids beschreven, wel op. Rond Tirana waren de splinternieuwe Mercedessen “de bon ton”. Hier, op het platteland, is de weelde duidelijk minder aanwezig.

We rijden door een zeer mooie streek met zeer veel ongerepte bossen en weinig weides voor het vee of akkers om allerlei gewassen te laten groeien. Waar wel wat akkerbouw gepleegd wordt, gebeurt dit nog grotendeels manueel. Stihl kan hier zeker nog een gat in de markt ontdekken en de man die we hier nog met een zeis aan het werk zien te helpen. Na een uurtje komen we in de buurt van de Osumi Canyon. Wanneer Google Maps even het Noorden kwijt is, vragen we een lokale politieagent om raad. Hij begrijpt onze vraag niet 100% (zelfs niet 5%) maar weet daar wel raad mee. Hij sommeert onmiddellijk een man, die op een terrasje zit te genieten maar waarvan hij weet dat hij Engels spreekt, om ons te komen helpen. Daarmee is dat probleem ook van de baan. Nu kunnen we de canyon, van ongeveer 13 km lang, 4 tot 35 m breed en 80 tot 100 m diep, bezoeken.

Het beste zicht op de canyon heeft men van een uitzichtpunt dat gecreëerd werd aan een merkwaardig gat in de rotsen. Er is een hele legende over een gearrangeerd huwelijk waarbij de bruid, omdat ze ongelukkig was, in dit gat in de rots verdween. Na het uitzichtpunt rijden we verder naar het begin van de canyon waar we een babbeltje slaan met een Nederlands koppel. Zij zijn ook in Theth geweest maar hebben minder geluk gehad dan wij (en denk nu maar niet dat ze veel mooier waren dan wij). Ze hadden de geplande wandelingen naar de Gunas waterval en de blue eye niet kunnen doen vanwege de aanhoudende regen.

Op de terugweg van de canyon is het ondertussen 12:30 geworden en zoeken we een terrasje op. Een Nepalese dienster (ik wil haar niet vragen hoe ze hier beland is) helpt ons aan een bruschetta (niet de broodjes zoals bij ons maar een soort taart belegd met tomaat en komkommer), een pizza Margarita en een fles van 1.5 l spuitwater. Dat volstaat om onze buiken strak te krijgen en dan krijgen we nog een toemaatje onder de vorm van een bord kersen (we krijgen een plastiek zakje om de kersen die we niet meer de baas kunnen mee te nemen voor later). Dat alles kost ons minder dan een gemiddelde fles van 1 l spuitwater in Gertrude’s water statistieken. Nu is het tijd om de Bogova waterval te bezoeken. De temperatuur is ondertussen opgelopen tot 29 °C en we besluiten dus naar een parking dicht bij de waterval te rijden ipv een tocht vanuit Bogova te doen. Dit is een goede beslissing, want het is een steile klim en de zon schijnt genadeloos op de onbeschermde stukken van de weg die uiteindelijk (heen en terug) toch een kleine 5 km is.

De waterval is mooi maar toch minder mooi dan de Gunas waterval in Theth. Men kan hier ook in de poel aan de voet van de waterval zwemmen maar het water is hier blijkbaar minder koud dan die in Theth. We moeten hier voortgaan op de opinie van twee Teutonen (= die staan op een hoger trapje dan de Belgen wanneer het op koudwatervrees aankomt). De Bogova waterval mag dan misschien wat minder mooi zijn dan de Gunas waterval bij Theth, de tocht naar de waterval heeft duidelijk geholpen bij de vertering van de lunch waardoor we goed voorbereid naar Kantina Pupa kunnen rijden. Daar staat namelijk nog een bezoek aan het wijndomein op het programma. Vooraleer daar aan te beginnen moet ik wel water in de ruitensproeier toevoegen. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Men moet namelijk eerst de motorkap open krijgen en dat valt niet mee als de secundaire vergrendeling goed verstopt zit en de handleiding in het Albanees is. Enfin, uiteindelijk lukt het toch zonder een te grote deuk in mijn macho ego.

Om 6 uur staan wij (samen met 2 Nederlandse dames) klaar voor een bezoek aan de wijngaard (de eigenaar voert ons samen met zijn dochter, die voor de vertaling instaat, naar de nabijgelegen heuvels waar Pupa’s Hof van Olijven en wijngaarden liggen. We krijgen uitleg over de verschillende druivenrassen en het werk in de wijngaard. Nadien gaan we naar de wijnkelders waarin alles (pers, fermentatie tanks, filters, pompen, bottelmachines, enz.) uiterst netjes onderhouden lijkt te zijn. Tenslotte komt de proeverij. We krijgen een witte wijn, een rosé en een rode wijn voorgeschoteld. Bij de wijnen worden, voor ons vieren, twee grote schotels voorgerechtjes opgediend. Er zijn twee soorten kaas, er is brood met pesto, er is tomaat en komkommer en ook fruit (abrikozen en kersen). Ik blijf bij het oude adagium “Sell on a cheese, buy on an apple” en proef dus de wijnen op hun eigen waarde zonder allerlei maskerende smaken van kaas en andere lekkernijen. De witte en de rode vallen beter mee dan de rosé. De afsluitende raki is straf maar tamelijk smaakloos. Geef mij maar een grappa van een welbekend huis in Amelia.

Na de proeverij bestellen we exact hetzelfde als gisteren (1 bird in casserole en 1 kid in the oven) en gaan we weer buiten aan een tafel zitten om het laatste avondmaal in Berat te nuttigen. Na een weer zeer lekker maal, rest me alleen nog de blog te schrijven, te laten corrigeren en te posten. Ondertussen heeft Gertrude ontdekt dat het internet signaal sterker is op het toilet. Het posten zal dus hopelijk lukken en ondertussen kan ik ook vieren dat de Gantoise volgend seizoen weer Europees speelt. Allé de Buffalo’s

Dag 4: Theth naar Shkoder

Deze morgen speelt de normale routine: om 6 uur voor het eerst wakker worden (en horen dat het zachtjes regent), dan nog wat verder dutten tot 7 uur (en horen dat het harder regent) en om 7:30 opstaan om te ontbijten (er zijn (jammer genoeg taaie) pannenkoekjes) en dan alles inpakken en uitchecken. We worden met een ontstellende factuur geconfronteerd. We moeten niet minder dan 8200 ALL (82 €) neertellen om met 2 personen 4 maal onze buik rond te eten en op gestelde tijden een frisse pint te nuttigen. Het ziet ernaar uit dat de erfenis hier niet naar de kleurpotloten zal geholpen worden … tenzij we veel harder proberen. Uiteindelijk richten we om 9:15 onze Polo naar Shkoder. Bye bye Theth, het was hier mooi toeven, zelfs al denk ik niet dat Bart Van Den Bossche hier (op 800 m tussen bergen van meer dan 2000 m) van de heuveltjes van Erika zou gezongen hebben.

Op de bergpas zien we verschillende malen een paar koeien, zonder enige begeleiding, op de weg paraderen. In de Theth vallei stonden de koeien “gestekt” te grazen maar hier lopen ze gewoon op de weg. Nochtans liggen hier geen weides langs de weg. De vraag is dus “Quo vadis, vos?” (Vos is, in het Latijn, niet vos maar koe of rund, ik heb het opgezocht). Maar Albanese koeien begrijpen geen Latijn. Misschien is hier een taak weggelegd voor BDW mocht hij er niet in slagen premier van Belgie te worden. In de plaats van weiden zien we wel hele velden met kleine struikjes die op rijtjes geplant zijn. We denken dat het lavendel is maar hebben geen zin om dit, in de regen, van naderbij te bekijken.

In de buurt van Shkoder gekomen tanken we vol aan de gangbare prijs. Er kan maar 27 liter bij, wat betekent dat we nog een halve tank hadden en derhalve meer dan genoeg benzine hadden om probleemloos de terugweg van Theth te ondernemen. Maar ja, voor de gemoedsrust van het vrouwtje moet men een en ander overhebben. Ondertussen is het ophouden met regenen en komt een mager zonnetje tevoorschijn. Hierdoor wordt het merkelijk warmer (22 °C ipv 5 °C op de col tussen Theth en Shkoder maar dat was wel op 1500 m hoogte)

Om 12 uur kunnen we nog niet inchecken omdat de kamer nog niet klaar is. Daar kunnen we niet om treuren en we beslissen het oude stadsgedeelte in te wandelen (langs de grote moskee en de kathedraal) en in de voetgangerszone een hapje te eten. We eten rechtover het Marubi foto museum een salade caprese (met pesto ipv balsamico) met een grote fles spuitwater voor 950 ALL (9.5 €). Daarvoor krijgt men in Belgie zelfs geen fles spuitwater. Gertrude’s statistieken kunnen opgevraagd worden. We rijden nadien naar het Rozafa kasteel. De ruïnes van dit enorm versterkte complex is een schoolvoorbeeld van recycleren. De locatie werd oorspronkelijk gebruikt door de Illyriërs om een kasteel te bouwen, daarna kwamen de Romeinen gevolgd door de Visigoten. Na hen kwamen de Venetianen die het fort dan weer moesten overlaten aan de Ottomanen. Die werden uiteindelijk verdreven door de Montenegrijnen en tegen dan waren er alleen nog ruïnes over voor bezoekers van de XXI eeuw .

Om 3 uur beginnen de donkere, onweerzwangere wolken een paar druppeltjes te laten vallen. Onze ervaring van gisteren indachtig wachten we niet tot er meer druppels vallen om onze pas richting auto te versnellen. Het blijkt echter loos alarm te zijn, want na 1 minuut houdt het op met druppelen. Dat is een goede zaak want we willen ook nog de Mesi brug bezoeken. Dit is de grootste brug in Albanië die nog uit het Ottomaanse rijk dateert. De brug doet denken aan de befaamde brug van Mostar alleen duikt men hier niet van de brug omdat het water te ondiep is. Op de terugweg passeren we een fabriek / shop die Venetiaanse maskers maakt / verkoopt. Er zijn er van alle maten en kleuren. Allemaal erg mooi maar wat doet men daar allemaal mee?

Nu is het tijd voor een welverdiende pint op de binnenkoer van ons hotel, gevolgd door een warme maaltijd. De menukaart is veel te uitgebreid voor ons beslissingsvermogen en we laten ons dus door de ober inspireren. Hij zweert op zijn eerste communiezieltje dat we niet te veel gaan hebben met de voorgerechtjes en de hoofdschotel die hij aanraadt en de eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat het goed meevalt. We krijgen eerst 4 traditionele, vegetarische gerechtjes, op de voet gevolgd door een gevulde aardappel die we niet verwerkt krijgen vooraleer de ober opduikt met een kokende pot geitenkaas met kruiden en daar zitten we nog naar te kijken en hij staat er al met een kokende schotel met jonge everzwijnfilets in een veenbessensaus. Kortom, in 15 minuten hebben we allerlei traditionele gerechten tot aller voldoening verorberd en zijn we 4000 ALL (40€) lichter (glas wijn, grote fles spuitwater en tip omwille van de goede suggesties inbegrepen).

Nu is het tijd om de blog te schrijven en misschien eens naar de Belgische TV te proberen kijken (het Internet lijkt hier veel betrouwbaarder dan de afgelopen 2 dagen)

Dag 3: Theth

We worden na een goede nacht vrij vroeg wakker en de eerste signalen zijn positief. Het lijkt niet grijs en het regent niet en dus kunnen we nog een uurtje dutten. Wanneer we dan rond 7 uur echt wakker worden zien we een blauwe lucht met de eerste (?) zonnestralen die over de bergtoppen piepen. Dat is zeer goed nieuws, zeker in vergelijking met de weersvoorspelling die de hele dag regen aankondigde. Bij het openschuiven van de gordijnen krijgen we een prachtig uitzicht voorgeschoteld. Een mooiere invitatie om een bergtocht te maken kan er niet zijn.

Het plan voor vandaag is een wandeltocht naar “The Blue Eye” (van Theth, want er zijn er twee in Albanië. Een in Theth en een in de buurt van Saranda waar we binnen een dikke week zullen overnachten). Na het ontbijt rijden we rond 9 uur in de richting van Nderlysaj. Dat is een gehucht van Theth waar de weg eindigt op een, zo lijkt het, recent aangelegde parking voor mensen die naar the blue eye willen stappen. Een dag daar parkeren kost 200 ALL (= 2 €) wat meevalt als men dit met de Ladeuze parking vergelijkt maar de eigenaar heeft, nu alles wat vlak gemaakt is, geen kosten meer.

Om 9:30 beginnen we te stappen en het eerste dat ons opvalt is dat een paar mannen grote keien staan te verzamelen in de rivierbedding terwijl een andere man met een klein tractortje de keien naar ergens vervoert. We veronderstellen dat het de bedoeling is dat die keien gebruikt worden bij de aanleg van een comfortabel pad naar the blue eye. The Blue Eye in het bijzonder en Theth in het algemeen moeten toeristen magneten worden. Dat is duidelijk. Een beetje verder komen we langs een grote rotsachtige vlakte die diep ingesneden werd door de rivier. Dit doet me denken aan Trummelbach in de buurt van Interlaken of de Liechtensteinerklamm in de buurt van St Johann im Pongau. Ook daar heeft een relatief kleine rivier een indrukwekkend patroon in de rotsen uitgesneden. Hier is het kleiner en horizontaal ipv verticaal maar even verrassend hoe water zich een weg door steen kan banen (als het genoeg tijd gegeven wordt). Het eerste deel van de tocht gaat over een niet te missen en zeer geciviliseerde weg van wel 2 m breed maar na een tijdje moeten we overschakelen op een niet te missen maar veel minder geciviliseerd en veel steiler pad. Gelukkig ligt het pad er vrij droog bij waardoor het risico op uitglijden gering is.

Na 45 min krijgen we de eerste blue eye ervaring voorgeschoteld. We komen aan een brugje over de rivier die zeer duidelijk blauw is en dan moet de piece de resistance nog komen. Vijf minuutjes verder komen we aan de blue eye zelf. Dit is een poel van 20 bij 40 meter aan de voet van een vrij kleine (qua hoogte maar niet qua debiet) waterval. De poel is van een uitgesproken blauwe kleur die we nog nooit gezien hebben. Meren aan gletsjers zijn ook (turquoise) blauw maar troebel door het rotsmeel (door de gletsjer fijngemalen rotspartikels) dat ze bevatten. Dit water is echter kristalhelder en van een diepere soort blauw (hopelijk vertellen de foto’s het verhaal beter). Terwijl we de omgeving bewonderen gaat iemand (het blijkt een Teutoon en geen Belg te zijn, misschien had Caesar wel ongelijk) in het water. Niemand van de omstanders voelt zich geroepen zijn voorbeeld te volgen en hijzelf komt na minder dan 1 minuut ook weer op het droge.. Wij stellen ons tevreden met zijn relaas (= het was zeer mooi, zeer diep, zeer helder en … zeer koud). Ik vraag hem of hij weet wat de kleur veroorzaakt en hij denkt dat het met (blauw)algen te maken heeft. Ik denk dat niet, maar waag het niet de dapperste der dapperen tegen te spreken. Ik heb ChatGPT om raad gevraagd met het volgende resultaat: Eye of Theth, located in Theth National Park in Albania, is a stunning natural spring that appears blue due to its depth and the unique way light interacts with the water. The spring is actually a karstic formation, where water flows through limestone, dissolving minerals along the way. This process often results in water with a distinct blue coloration, as it reflects the blue wavelengths of light. Additionally, the depth of the spring contributes to its intense blue hue, as deeper water absorbs more of the longer wavelengths of light, leaving primarily blue light to be scattered and reflected back to our eyes. The combination of these factors creates the mesmerizing blue appearance of the Blue Eye of Theth. Ik denk eerlijk gezegd ook niet dat ChatGPT het bij het rechte eind heeft want er zijn ook stukken van de rivier met een ondiepe bedding die toch die blauwe kleur vertonen. Misschien is het een of ander mineraal (Kopersulfaat bv) dat de kleur veroorzaakt of misschien is het een samenloop van allerlei factoren. Als we eens veel tijd hebben zoeken we het eens grondig uit.

De terugtocht naar de parking verloopt zonder problemen tot een paar 100 m voor ons einddoel (het terrasje aan de parking). Nadat de zon al verdwenen was terwijl we aan de blue eye stonden, vallen er nu ook een paar druppels regen. Niets verontrustend tot, wanneer we de diep ingesneden karstformaties op een paar 100 m van de parking nog eens staan te bekijken, steeds meer en meer druppels vallen. We haasten ons naar de auto maar op 50 m van de auto begint een ware stortbui met donder en bliksem inbegrepen. We schuilen dus snel om onze regenjassen aan te doen en onze rugzak zijn hoesje aan te doen. Op die manier geraken we nog relatief OK in de auto. Och arme de mensen die nu nog op de berg zijn. Ze zullen niet alleen doorweekt zijn, maar ook moeite hebben het glibberige padje naar beneden te komen. Het weer in de bergen is soms erg onvoorspelbaar.

In plaats van op een terrasje van een frisse pint te genieten rijden we, kleddernat, naar Theth (8 km = 20 min) terug om 5 l benzine te kopen zodat we morgen met een gerust hart de terugrit kunnen aanvatten. Frisse pinten hebben ze trouwens ook in ons guesthouse en die hebben we toch maar weer verdiend deze voormiddag. Na met de dorst afgerekend te hebben is nu de honger aan de beurt. Een stevige spaghetti bolognaise voor Gertrude en een spaghetti carbonara voor mij later is dat ook geregeld en dan ontbreekt alleen nog een siësta om ons volledig gelukkig te maken. Na de siësta regent het niet meer en kunnen we de vertering van het middagmaal faciliteren en de vertering van het avondmaal voorbereiden door een kleine wandeling naar Theth downtown.

We bestellen een gemengde schotel van allerlei kazen, salami’s en hesp en moeten, na die netjes verorberd te hebben, alleen nog de blog schrijven en de foto’s opladen en dan kunnen we naar dromenland vertrekken.

Slaapwel

Dag 2: van Lezhe naar Theth

Na een nachtje horizontaal verteren is het tijd om ervoor te zorgen dat de maag niet vergeet waarom ze geschapen is. Een stevig ontbijt met alle toeters en bellen (als het maar uit de eigen tuin van de Agriturismo komt) zorgt daarvoor. Om 9:30 is alles naar binnen gewerkt , zijn de valiezen weer in de auto geladen en vertrekken we richting Theth (altijd een mooi perspectief). We worden uitgewuifd door een paar honderd ganzen die net van de ene wei naar de andere mogen trekken. Dat ziet er een vrolijke boel uit. We rijden via een relatief grote weg naar Shkoder waarbij het aantal grote en luxueuze hotels opvalt. Volgens ons kan er in deze streek nooit voldoende vraag zijn naar dergelijke accommodaties om dit aanbod te rechtvaardigen. De vraag die zich opdringt is dan waarom investeren mensen in dergelijke projecten. We willen hier echter niet verder op ingaan omdat we niet in aanraking willen komen met mensen waar we niet in aanraking willen mee komen. We concentreren ons dus op zaken die een kleinere potentie tot controverse hebben en nemen na Shkoder een wegje richting Theth.

Dit wegje is tamelijk smal (als men een tegenligger kruist moet een van de twee auto’s op de schouder van de weg rijden om te kunnen passeren. Het wegje gaat gedurende een paar tientallen kilometers ook steil de bergen in. Hierdoor vermindert het aantal kilometers dat we, volgens de boordcomputer, nog kunnen rijden dan ook zienderogen. Misschien zijn we, zoals ik gisteren schreef, wel getalenteerd om zonder benzine te vallen in een land dat volgebouwd is met benzinestations. Hopelijk is er in Theth eentje waar we kunnen bijtanken alvorens terug te rijden. Op de col krijgt men een adembenemend zicht op de omgeving. Het weer valt al met al nog mee (zeker in vergelijking met de voorspellingen). Het is hier wel maar 8° C maar de bergen zijn zichtbaar en het regent niet. Alleen is de hoge bewolking net niet hoog genoeg om niet aan de hoogste toppen (2700 m) te blijven haperen. Na de col komt de 20 km afdaling naar Theth. Dit is goed voor onze benzinemeter want het berekende aantal kilometer dat we nog kunnen afleggen verhoogt nu zienderogen. We zullen toch maar in Theth bijtanken kwestie van 101 % zeker te zijn dat we niet zonder vallen. Ondertussen komt het oorspronkelijke mager zonnetje steeds krachtiger voor de dag en tegen de tijd dat we in het Shpella guesthouse ingecheckt hebben en wat te eten besteld hebben, komen grote blauwe plekken in het wolkendek tevoorschijn. Van snel iets eten komt echter niet veel in huis … en dat ligt niet aan de bediening. Die is snel. Het probleem ligt bij ons. We hebben (andermaal) veel te veel besteld. Gertrude heeft een schotel appetizer hapjes besteld voor 1 persoon maar wat gebracht wordt blijkt voor 1 bus vol personen te zijn. Ik heb met rijst gevulde paprika besteld en ik krijg 3 reuze paprika’s voorgeschoteld. Dit festijn creëert weer een gat van 15 € in ons reisbudget.

Na de “snelle lunch” trekken we onze bergschoenen aan en stappen we richting de Gunas waterval. Het is hier prachtig ook al omdat de zon nu op volle kracht de hele omgeving belicht. De weg naar de waterval is niet eenvoudig, want vrij steil en niet eenvoudig te vinden omdat zowat iedere wandelaar zijn eigen pad gemaakt heeft. Gelukkig heb ik op mijn GPS een welbepaald pad uitgestippeld dat we consequent volgen. De waterval zelf is ook zeer mooi en de poel, die de waterval gemaakt heeft, wordt door een aantal dapperen gebruikt om pootje te baden. Verder durft zelfs de dapperste onder de dapperen echter ook niet te gaan.

Om te vermijden dat we langs dezelfde weg terug moeten, heb ik een lusvormige wandeling in elkaar gestoken. Daarvoor moet men echter de beek stroomafwaarts van de waterval over en dit lukt, na overreding van de compagnon de route, moeiteloos en met droge voeten. Beneden, waar de rivier een nauwe en diep canyon uitgesneden heeft, beslissen we, langs de geasfalteerde weg, naar het centrum van Theth terug te stappen. We willen namelijk maximaal van het mooie weer, dat we vandaag voorgeschoteld krijgen, profiteren en het centrum van Theth zien zonder daarbij regenkledij nodig te hebben. De terugweg valt echter niet mee. Het is de hele weg vals plat, het is echt warm en het is veel verder dan gedacht (met de auto lijkt alles veel korter dan te voet). In Theth aangekomen vinden we dat we een beloning verdiend hebben. Een frisse Cola en een al even frisse print zijn ons deel. Dat dit weer een gat van 4 € in ons budget slaat trekken we ons niet aan. Vivaldi slaat een gat van bijna 40 miljard en lijkt het zich ook niet aan te trekken. Naast het terrasje is een supermarktje waar Gertrude een paar bananen voor morgen koopt. Ze verkopen ook benzine, zij het aan een woekerprijs van 2.5 € per liter ipv 1.8 € per liter. We denken toch dat dit een betere optie is dan zonder benzine te vallen ergens in het midden van de “boonies”.

Van het centrum van Theth stappen we daarna terug naar ons guesthouse waar we met een tweede pint en spuitwater helemaal uit de bol gaan. Het is hier zo aangenaam zitten (met nog steeds 20° C ) dat we besluiten ons avondmaal te bestellen. Deze keer leggen we het echter slimmer aan boord. We bestellen een salade voor 1 persoon, een portie friet voor 1 persoon en een portie speenvarken voor 1 persoon. De aangedragen porties stemmen nu veel beter overeen met de maximale volumes van onze magen, in die mate zelfs dat Gertrude nog een stukje chocoladecake bestelt (de ober komt met 3 grote stukken aandraven) en ik een pannacotta die gelukkig van een solitaire soort is.

Nu is het tijd om aan de blog te werken, want in de vallei stapelen donkere onweerswolken zich op. De elektriciteit valt tijdens het schrijven verschillende malen uit. Ergens zal het dus wel serieus onweren maar in de onmiddellijke buurt van Theth valt het (voorlopig?) nog goed mee. Hopelijk is er geen schade en valt alles er deze nacht uit, zodat we morgen weer een mooie, zonnige dag zoals vandaag kunnen beleven.

Met die gedachte wens ik jullie allemaal slaapwel