Reis Uzbekistan en Kyrgyzstan 2026

Dag 16 Een dagje Korce

Half tien vertrekken naar het Prespa NP. Dit is een park op de grens met Griekenland en Noord-Macedonie. Het park is vooral gekenmerkt door de aanwezigheid van twee vrij grote meren en beboste heuvels / bergen eromheen. Er is in deze streek, zodra men uit de vallei naar boven klimt, quasi geen bevolking. De vaste ambtenaar van het informatiecentrum, die net met vijf van zijn vrienden, terwijl ze alle zes toch niets beters te doen hadden, de problemen van de wereld aan het oplossen waren, legt allerlei zaken over het park uit. Het komt erop neer dat dit een wandelparadijs is (wanneer het wat minder heet is) en dat men de twee dorpjes aan het meer en het eiland in het meer kan bezoeken wanneer men niet 125 km wil wandelen. Op het eilandje Malingrad is een grot en een 13de eeuws kerkje, maar om daar een bootje voor te organiseren lijkt ons een beetje overdreven. We besloten dus naar de dorpjes (Pustec en Zaroshka) te rijden om een idee te hebben en aan de rand van het meer iets te drinken vooraleer het voor bekeken te houden. In Pustec bekijken we (langs de buitenkant) een gerenoveerd kerkje, maar verder is buiten het aantal ezels weinig opvallend. De (echte) ezels dragen enorme hopen hooi ,maar hun ezelkracht kan niet op tegen de paardenkracht van bepaalde auto’s die hier rondrijden. Zo zien we een Range Rover Sport, een Hummer en een Mercedes S 5.5 biturbo V8 AMG. Welke grieten die chauffeurs hier moeten impressioneren is mij een raadsel. Na het autosalon drinken we 1.5 l spuitwater op een terras aan de rand van het meer voor 150 ALL. Dit moet alle records in Gertrude's Book of Records breken.

Daarna rijden we, via Korce, naar een ander dorp, nl. Voskopoje. Dit dorp was in de 17de eeuw een belangrijk handelsknooppunt (daarom heeft het stadje een tiental kerken) maar het heeft enorm aan belang ingeboet tot recent, toen toerisme aan belang begon te winnen. Nu is Voskopoje één grote bouwwerf die eruitziet alsof men één of ander skiresort naar de kroon wil steken. Men bouwt hier hotels, vakantiewoningen en weekendverblijven voor binnen- en buitenlandse toeristen en voor mensen van Tirana die er niet mee inzitten 2 à 3 uur te rijden om hier tot rust te komen. Dat alles is goed voor de economie en de welvaart van de lokale bevolking, maar niet voor de authenticiteit van het dorp. Dat zal hen meer dan waarschijnlijk worst wezen.

Over worsten gesproken. We besloten in Voskopoje iets te eten. Als ervaren Albanië reizigers bestellen we één salade voor ons twee en weten dat we daarmee meer dan genoeg zullen hebben. Deze keer bestellen we een Falo salade (het restaurant heet Villa Falo) wat zowat hetzelfde is als een Caesar salad. De Falo komt echter met een halve pot De Vos Lemmens (dit is meer dan ons jaarverbruik) boven op de salade. Gelukkig is de halve pot niet opengesmeerd waardoor we er in slagen het grootste deel weg te scheppen. Gertrude neemt bij dit alles een Amerikaanse Cola terwijl ik de lokale economie steun door een Dhalle te drinken (een soort dunne en verfrissende yoghurtdrank). Na het middagmaal gaan we naar het ene kerkje dat bezocht kan worden. Jammer genoeg is het gesloten. Er staat wel een telefoonnummer vermeld waarop men een verantwoordelijke kan bereiken. De dame staat dan ook 2 minuten na ons telefoontje bij ons om de deur open te doen. De fresco’s binnen hebben zwaar te lijden gehad onder water en vocht schade. De fresco’s buiten hebben zwaar te lijden gehad onder islamitische soldaten ten tijde van de strubbelingen na de val van het communisme. Al met al zijn er toch nog delen van fresco’s in zeer goede staat en is het hopen op een goede restauratie van de meest beschadigde. Dat kan echter nog een tijdje duren want er zijn in dit land (zoals overal?) veel tegenstrijdige noden.

Na Voskopoje rijden we terug naar Korce waar aan de blog kan gewerkt worden. Voor het avondeten gaan we naar restaurant Antik op de "boulevard mas tu vu” van Korce. Voor 2150 ALL eten we een pasta schotel en een kalfsschotel, door grootmoeder zelf bereid, met een grote fles spuitwater, een groot bier en een glas rode wijn.. Allemaal erg lekker en Tom en Els kunnen nog steeds hopen op een positief saldo als wij het tijdelijke een goedendag wensen.

Voor nu wens ik jullie enkel een goede nacht en tot morgen

Dag 15 Kalampaka naar Korce

Het opstaan noch het ontbijt brengen verrassingen; wel moet beslist worden hoe we de dag gaan aanpakken. Het plan was en is nog steeds het zevende klooster van de Meteoren (= Ypapanti) te bezoeken. Oorspronkelijk had ik gedacht een “grote” lus te wandelen, maar de hoogteverschillen en, vooral, de temperaturen hebben me van mening doen veranderen. Nu hebben we twee opties. Ofwel rijden we met de auto een (op de kaart) verdacht smal weggetje in tot ergens in de buurt van het klooster en doen van daar een kleine tocht ofwel rijden we tot de parking van Megalo Meteora en wandelen van daar naar Ypapanti. Er wordt voor de veiligheid geopteerd en de laatste optie gekozen omdat we ondertussen hier al “weggetjes” van zeer bedenkelijk allooi gezien hebben.

Het vertrekken vanop de mega kalme parking van Megalo Meteora is niet simpel omdat er allerlei platgetreden paadjes zijn die alleen maar leiden tot een goede plaats voor een foto van Megalo of Varlaam (er juist naast). De oplossing wordt echter geboden door een halfnaakte loper die één van de paadjes komt afgelopen. Hij lijkt te weten wat hij doet en wijst ons in, wat later blijkt, de juiste richting. Ik denk dat de halfnaakte jonge man na zijn douche als pope verkleed aan de ingang van één of ander klooster zal zitten of misschien is hij wel een echte pope die ’s ochtends incognito jogt. We zijn ook benieuwd hoe Ypapanti er zal uitzien. In het toerist informatiecentrum hebben ze ons gezegd dat het een ruïne is terwijl ik ergens heb gelezen dat het volledig gerenoveerd (maar niet te bezoeken) is. We stappen ongeveer driekwart uur vooraleer het kloostertje in het zicht komt. Het is veruit het kleinste van de 7 en is tegen de rots gekleefd ipv boven op een rotsformatie gebouwd te zijn (zoals de andere 6 kloosters). Deze wandeling is zeker de moeite omdat er hier van de rust, die bij de andere kloosters soms ontbrak, nog volop kan genoten worden. Ypapanti is namelijk alleen te voet te bereiken en dat schrikt 99.99 % van de bezoekers af. Het kloostertje lijkt inderdaad volledig gerenoveerd. Het toerist informatie bureau zal zijn informatie eens moeten updaten, denken we. Om kwart voor elf beginnen we onze terugtocht en staan om half twaalf weer aan de auto. Het is ondertussen weer erg warm geworden. Gertrude ziet op haar telefoon dat het 32 °C is.

We rijden nog een laatste keer langs een aantal kloosters voor nog een paar laatste foto’s (met het opkuisen van de foto’s ga ik nog veel plezier beleven) en zwaaien Kalampaka uit. Korce here we are. De grens oversteken, zowel langs de Griekse als langs de Albanese zijde, verloopt als een fluitje van een cent omdat we nu blijkbaar alle nodige papieren kunnen voorleggen. We zijn, sinds Europa meer en meer vorm gekregen heeft, geen grens gedoe meer gewoon. Trouwens, die eengemaakte Euro is toch ook wel gemakkelijk. Met Leks in Albanië en Denar in Noord-Macedonie moeten we altijd vreemde munten op zak hebben. Er is dus toch vooruitgang maar jammer genoeg gaat die vooruitgang met zoveel inefficiënties gepaard.

Om half twee komen we aan het hotel in Korce. We kunnen onze valiezen in de kamer zetten en een Caesar salad in het restaurant eten. Nu lonkt een klein siestaatje, voorafgegaan door wat blog schrijven en gevolgd door nog wat blog schrijven, achter de hoek. Op de receptie vonden we een flyer van een “Free walking tour” in Korce. Dat kennen ze hier dus ook. Aangezien die toer om 6 uur begint, hebben we nog een uurtje om iets te bezoeken. We kiezen voor een panoramisch uitzicht over Korce dat met de auto te bereiken is. Tot onze verbazing stoten we op een (typisch communistisch) beeld van een strijdvaardige partizaan die de stad overkijkt. Wij doen dit ook, zij het veel minder strijdvaardig … omdat het resultaat van al die strijdvaardigheid rond de “Partizaan” tentoongespreid ligt = een begraafplaats van gesneuvelden van WO I en WO II. We rijiden nu terug en zijn netjes op tijd om bij de Free Walking Tour aan te sluiten (= wij zijn de enigen die met de gids op stap gaan). De gids is de typische Free walking tour gids. Vrij jong (30), gestudeerd (Sociologie) en met een persoonlijke opinie (hier over communisme). We beginnen aan de voordeur van het hotel = de oude bazaar. Hani I Pazarit komt van “Han”: vervoeren “I”: van en “Pazirit”: een streek. Het was dus oorspronkelijk een overnachtingsplaats (soort caravanserai) van mensen die goederen vervoerden en uit de streek van Pazirit kwamen. De binnenplaats, die zo'n overnachtingsplaats had, was bedoeld om de lastdieren niet kwijt te spelen. In Korce waren 15 dergelijke Hani’s om de 1300 winkeltjes met allerlei goederen te bevoorraden.

Na de bazaar kwam een ander stadsdeel. We lopen door een voetgangerszone langs gebouwen van allerlei periodes (Italiaans, Ottomaans, Communisme, enz.) en dat ziet men aan de architectuur. Volgens de gids zou men Korce de stad van “Het Eerste” kunnen noemen. Hier was de eerste school die Albanees onderwees (daarvoor was onderwijs in het Albanees en van het Albanees verboden), hier was de eerste Grieks Orthodoxe kerk na de val van het communisme (de communisten hadden alle kerken verbeurd verklaard en afgebroken), hier was het eerste fotografiemuseum van een Albanees die in New York woonde (hij was persona non grata ondanks het feit dat hij voor Time magazine werkte en wereldberoemd was).

Nog iets verder komen we op een andere boulevard die vergelijkbaar is met de rambla van Barcelona en de Place m’as tu vu in Knokke. Vroeger paradeerden opgedirkte dames voor de mannen die goed – of afkeurend - de dames zaten in te schatten. Nu gebeurt iets vergelijkbaars maar toch enigszins anders. Nu kijken de dames goed – of afkeurend welke autosleutels de mannen bij zich hebben (of beter welk model van Mercedes ze bezitten). Met de sleutels van een Polo vrees ik dat ik niet ver zal komen. Enfin, we zijn van de straat, dat is al veel.

We bespreken met de gids een rits van onderwerpen. Zo legt hij bijvoorbeeld uit hoe de bevolking van Korce de laatste 10 jaar gehalveerd is. Alleen kinderen en ouderlingen wonen nog in Korce. De anderen (vooral gestudeerden) zijn vertrokken naar Tirana of West Europa (Duitsland, UK, Scandinavië, enz.). Officieel wonen meer Albanezen buiten Albanië dan binnen het land (3 M tegen 2.5 M) en de echte cijfers zijn nog erger met 5 M Albanezen buiten Albanië. We hebben het ook over de olie die vroeger en nu nog in beperktere mate opgepompt wordt en waaraan grote concerns die de raffinage doen geld verdienen. De vele kleine merkjes verdienen nauwelijks iets en gaan failliet (het lijkt er idd op want 50% van de benzine pompen zijn gesloten). De gids legt ook uit hoe Griekenland probeert invloed in Albanië te krijgen door Grieks Orthodoxe kerken te sponsoren. Erdowan probeert hetzelfde via bekostigen van moslim infrastructuur. Albanië zelf hoopt, net zoals de buren van Noord Macedonië, Kosovo, Montenegro, tegen 2030 tot de EU te kunnen toetreden. Dat wordt een vrolijke boel als tegen dan niets aan de besluitvorming gedaan wordt. Ondanks dit alles blijven veel mensen het communisme genegen. Er was toen een goede gezondheidszorg, goed onderwijs, lage criminaliteit, geen welig tierende handel in drugs, een gevoel van samenhorigheid. En, wat hebben de mensen nu? Democratie? Dat is een mooi woord, maar wat betekent het in de praktijk? Afgunst? Patserauto’s? Drugs? Indoctrinatie? Nu van een ander wereldbeeld dan onder de communisten maar nog steeds indoctrinatie. Het oude adagio, dat Democratie slecht is maar dat er geen beter systeem bestaat, blijft gelden en de gids geeft een aantal voorbeelden nadat wij Muzine van Gjirokaster aangehaald hebben. De moeder van de gids was een goede studente maar werd niet toegelaten tot de universiteit omdat haar vader in Amerika woonde. In plaats van de universiteit werd het een strafkamp met dwangarbeid. Een ander voorbeeld was de architect van een gebouw dat er volgens de partijbonzen te Westers uitzag. Hij werd veroordeeld en kreeg geen enkele opdracht meer want dissident. We eindigen de toer op een lichtere toon. De gids vertelt dat het in Korce erg koud is in de winter. De temperaturen kunnen tot – 15 °C dalen met weken van sneeuw. Gezien de hoogteligging van Korce (= hoger dan Theth) is dit niet totaal verwonderlijk. Vanavond hebben we daarvan niets ondervonden. We hebben, in T-shirt, tot halftien buiten gegeten bij schitterende temperaturen. Geen wonder dat ik nu nog aan de blog bezig ben!!!

Dag 14 Een dagje Kalampaka

Na de gewone routines vertrekken we om 9 uur uit het hotel richting het Megalo Meteora klooster (= het grootste klooster hier in de buurt). We willen niet te laat vertrekken om de grote drukte te vermijden. Het grootste klooster van het gebied is het doel van veel toerbussen en dus willen we ze voor zijn. Wanneer we aan Megalo Meteora aankomen is het al een drukte van jewelste. Parkeren is in het ganse gebied langs de weg en de weg is daarvoor breed genoeg gemaakt zodat twee auto’s elkaar nog vlot kunnen kruisen, zelfs als auto’s langs de weg geparkeerd staan. Wij moeten om te parkeren terugkeren van Megalo Meteora richting Varlaam ondanks het feit dat we dachten vroeg te zijn. Ook binnen het klooster is het al druk omdat de bussen hun ladingen al gedropt hebben. Gelukkig is Megalo Meteora qua gebouw groot en kan het veel bezoekers opvangen zonder overtoeterd te zijn. De zon is om 9 uur nog wat omfloerst. Misschien komt de zon er niet zo erg door als gisteren en wordt het net iets minder warm. Que sera, sera want het is nu toch al 22 °C.

Rond 11 uur is het bezoek aan Megalo Meteora afgelopen en maken we ons op voor het volgende klooster = Varlaam. Het oorspronkelijke plan was om te voet via een paadje van Megalo Meteora naar Varlaam te stappen maar dit is niet erg zinvol meer aangezien onze auto zo dicht bij het Varlaam klooster geparkeerd staat. We stappen daarom langs de weg (= via de auto) naar de ingang van Varlaam. Dit gebeurt natuurlijk niet zonder eerst aan de trappen van Varlaam onderworpen geweest te zijn. Het is echter wel de moeite omdat de uitzichten spectaculair zijn en het museum mooie kunstschatten heeft. Rond 12 uur zijn we rond en kunnen we terugblikken op één van de betere bezoeken. Men moet natuurlijk wel wat geluk hebben met de toeristen dumps want de drukte komt echt in vlagen. Als terzelfdertijd twee of drie bussen hun passagiers dumpen dan is een klooster snel overbezet terwijl 10 minuten later de sereniteit weergekeerd is.

Na Varlaam keren we terug naar Kalampaka om iets te eten. Het is raar, maar waar, er zijn geen eetstalletjes te bespeuren aan de kloosters. Bij ons zou er al snel een lekdreef (zoals in Averbode) ontstaan, zeker bij de temperaturen die hier heersen. In Kalampaka bestellen we een erg lekkere en frisse Griekse salade met een grote fles spuitwater. Dat doet deugd bij de 33 °C die ondertussen op de thermometer staan. Nadien springen we nog eens binnen in het postkantoor in de hoop dat ze ons iets kunnen geven wat Marc vrolijk stemt.

In de namiddag willen we nog 2 zaken bekijken: het Agios Nicolaos klooster en het Byzantijnse kerkje in Kalampaka. Dat laatste gaat echter maar om 3 uur open dus gaan we eerst bij Sinterklaas. Zijn klooster is onder renovatie en trekt daarom wat minder toeristen aan. Dat is goed voor degenen die een mooie, maar toch rustige omgeving zoeken. Het aantal trappen zorgt dan weer voor een extra barrière voor veel (massa)toeristen. Dit geeft me de gelegenheid in gesprek te gaan met een redelijk jonge monnik / winkeldochter. Ik vraag hem hoeveel monniken er in Agios Nicoloas zijn. Het antwoord is 3. Ze kunnen ’s avonds dus zelfs niet kaarten. Daarom vraag ik hem, vermomd onder de vraag hoeveel monniken er in het totaal zijn, of er dan kaarttornooien met de andere kloosters georganiseerd worden. Hierop antwoordt hij dat er ongeveer 15 monniken en 50 nonnen samen in gans de Meteoren zijn. Kaarttornooien zijn dus mogelijk, zeker als dubbel gemixt toegelaten wordt. Ik zou graag de renovatie van de fresco’s eens van dichterbij bekijken. Pottenkijkers worden echter niet geapprecieerd en ik wordt resoluut de toegang tot de werf ontzegd. Ik dacht dat ze vereerd zouden zijn door mijn interesse voor hun werk. Op die manier is het bezoek aan het kleine Agios Nicolaos klooster snel afgelopen.

Nadien rijden we terug naar Kalampaka voor een bezoek aan het Byzantijnse kerkje. Dit kerkje is ouder dan het oudste klooster in de buurt, maar minder spectaculair gelegen dan de kloosters en daarom veel minder bekend. De oorsprong van dit kerkje ligt in de 5de eeuw (getuige hiervan de mozaiek vloer die men onder de marmeren vloer gevonden heeft. De eigenlijke kerk stamt uit de 11de eeuw met fresco’s (nog steeds de originele) daterend uit de 15de eeuw. Allemaal erg mooi en in veel opzichten mooier dan de gerestaureerde fresco’s in de kloosters die dikwijls wat kitscherig aandoen. Tijdens ons bezoek hebben we het geluk dat een gids samen met een Amerikaanse toerist komt binnenwandelen en ons ook een privé rondleiding geeft.

We stappen het kerkje om half vier buiten en rijden terug naar het hotel voor een siësta en wat werk aan de blog. Na de douche en een telefoontje met Els en familie (met aangepast gezang) en met Tom is het tijd voor de verjaardagsmaaltijd. Step by step worden we een dagje ouder, alleen verspringt de teller vandaag. Nu nog wat de analyses van de verkiezingsuitslagen bekijken (misschien heeft toch niet iedereen gewonnen) en dan slapen, want morgen is een nieuwe (wandel)dag.

Dag 13 Vikos naar Kalampaka

Vandaag begint de dag op ons privé terras. We sliepen namelijk in een alleenstaand huis met een tweetal kamers op een honderdtal meter van het restaurant en de rest van het hotel. Waar wij overnachtten is een terras met slechts twee tafeltjes voor een ontbijt met zicht over de hele vallei. De hoteleigenaar of zijn echtgenote komt op de afgesproken tijd met het ontbijt naar het terras. Erg mooi en plezant. Het is weer een ontbijt met van alles en deze keer zelfs met versgeperst sinaasappelsap. Alleen koffie en thee hebben we niet … omdat we dit zelf zouden moeten maken, met de apparatuur van in de kamer. Rond half tien zijn we vertrekkensklaar en ben ik de hotelier dankbaar dat hij met de valiezen komt helpen, want de auto staat toch wel een eindje weg en nog wel steil bergop. Hierdoor kunnen we zonder veel tijdverlies richting Kalampaka en de bijbehorende herinneringen vertrekken.

Onderweg zitten we ons af te vragen of we zouden weten of we in Griekenland of in Albanië zijn en we komen tot de conclusie dat we dat zouden kunnen op basis van de volgende observaties: er rijden in Griekenland de “normale” proporties aan Mercedessen, de wegen zijn hier dubbel zo breed (heeft hier Madame Merkel ook voor betaald zoals in Spanje?), voor het eerst zien we zonnepanelen en er staat een snelheidscamera opgesteld aan de ingang van het eerste het beste dorp. Op basis hiervan denken we dat we zouden weten of we de weg zouden moeten vragen in het Grieks of in het Albanees.

Rond half één rijden we Kalanpaka binnen (ook omdat we een deeltje van de weg op een tolweg kunnen doen ). Het binnenkomen is indrukwekkend met de rotsformaties die verspreid in het decor staan. Onze kamer is klaar dus kunnen we inchecken (= valiezen op de kamer zetten en ons insmeren tegen zonnebrand). Nu nog de inwendige mens wat versterken en we zijn helemaal klaar voor het afwerken van onze planning. We lopen over een paar terrasjes en zien dat die allemaal druk bezet zijn (het is zondag of het is hier altijd zondag??) en besluiten dat een snelle hap hier niet vlug zal kunnen gebeuren. Daarom gaan we bij een bakker een groot chocolade brood(je) voor Gertrude en voor mij een stuk chicken pie kopen. Ik krijg maar de helft binnen, maar dat zal me toch sterk genoeg maken om de 3 geplande kloosters te bezoeken. Bovendien hebben we besloten de auto zo veel mogelijk te gebruiken om van het ene naar het volgende klooster te gaan, dat zal het ook allemaal wat makkelijker maken.

Eerst komt het Drievuldigheidsklooster aan de beurt. Vanaf de parking loopt een mooie voetweg naar beneden om dan, wanneer men gans beneden is, helemaal weer naar boven te moeten lopen. Dat valt wat tegen bij 29 °C, zeker wanneer er een stevige opvolging van trappen te verwerken valt. Het klooster zelf is sober en rustig, wat dit klooster mooi maakt. Om kwart na drie is het bezoek aan het eerste klooster een feit en stoppen we op weg naar Roussanou aan twee uitzichtpunten. Die zijn makkelijk te herkennen aan de auto’s die er geparkeerd staan en de mensen die op de rotsen klauteren. Het is hier werkelijk zeer mooi / indrukwekkend, meer nog dan ik me nog kon herinneren van 53 jaar geleden. Zeer dikwijls idealiseert men herinneringen waardoor men bij een tweede bezoek een beetje teleurgesteld is. Dit gevoel heb ik hier niet. Alles is nog even of zelfs nog meer impressionant.

Het volgende klooster is Roussanou. Dit is een klooster voor nonnen. Ook dit klooster is erg mooi gelegen, wat een andere manier is om te zeggen dat er weer een hele hoop trappen moeten overmeesterd worden. Met de nonnen van Roussanou valt niet te spotten wanneer het kledingvoorschriften betreft. In het Drievuldigheidsklooster was men min of meer laks. In Roussanou is van laksheid geen sprake. Erger nog, van redelijkheid is geen sprake. Mannen moeten een lange broek dragen en vrouwen een rok. Dit betekent dat vrouwen die een lange broek aan hebben een overrok over hun broek moeten dragen. Wij zijn goed gewapend tegen de religieuze “politie” want ik heb een niet afgeritste afritsbroek aan (het zweet loopt in mijn schoenen) en Gertrude een afgeritste afritsbroek met een wikkelrok erover. Om vier uur hebben we op deze manier twee kloosters achter de rug en kunnen we ons opmaken voor het derde en laatste klooster van de dag.

Dit klooster is gewijd aan Agios Stephanos. Het grote voordeel van dit klooster is dat hiervoor geen trappen moeten beklommen worden. Dit voordeel is echter ook een nadeel want omdat er geen trappen moeten beklommen worden, is de toegankelijkheid groter en derhalve ook de drukte. Busladingen toeristen worden bij Stephanos afgeladen waardoor de charme wat verdwenen is. Bovendien zijn alle fresco’s vers gerestaureerd waardoor een vrij hoog Disney gehalte bekomen wordt. Mijn persoonlijke rangschikking voor de dag is daarom Drievuldigheid, gevolgd door Roussanou en Stephanos op plaats drie.

Nu is het vijf uur, juist gepast om ermee te stoppen voor vandaag. De kloosterverzadigingsgraad en de tolerantie voor de hitte hebben hun maximum bereikt. We keren dus terug naar het hotel waar we (na het overgebleven stukje chicken pie gegeten te hebben) een frisse duik in het zwembad nemen en ook de binnenkant verfrissen met een pint. Na het plezier komt echter de inspanning, want de blog van gisteren moet ook nog geschreven worden. Men mag met hard labeur echter niet overdrijven, zeker niet op vakantie en we gaan dus in het centrum van Kalampaka iets eten op een gezellig terrasje. Het is nog steeds 30 °C dus kunnen we het pulleke thuis laten. Thuisgekomen proberen we de verkiezingsuitslagen via Telenet TV te volgen. Aan het begin van de avond valt dit niet mee, omdat we duidelijk niet de enige gebruikers van het internet zijn. Naarmate het later wordt haken meer en meer mensen af, waardoor Telenet TV rond middernacht goed te volgen wordt. Hierdoor wordt het uiteindelijk bijna half twee vooraleer ik met zekerheid begrepen heb dat eigenlijk iedere partij gewonnen heeft (als men de Open VLD buiten beschouwing laat). Met dit “goede” nieuws kan ik gerust slapen gaan.

Dag 12 Permet naar Vikos

Het ontbijt is nog veel uitgebreider dan wat we tot nu voorgeschoteld gekregen hebben. Met een (over)volle maag vertrekken we om half negen richting de Griekse grens. Het is nu al 23 °C, dat belooft voor de rest van de dag. Het is vandaag een vrij korte rit (zeker in kilometer, in tijd zal de rit wat langer zijn omdat we op vrij bergachtige wegen met veel bochten zullen rijden). De bedoeling is goede vooruitgang te maken zodat we deze namiddag allerlei korte autoritjes en staptochtjes kunnen maken in de buurt van de Vikos kloof. Ik had er nog nooit over gehoord voor deze reis, maar die zou vrij spectaculair zijn. Het eerste stuk van de weg is hetzelfde als we gisteren deden (Thermale baden en watervalwandeling). De omgeving verder richting Griekenland is vergelijkbaar, nog altijd even mooi en duidelijk erg geschikt voor allerlei sporten zoals canyoning, rafting, alpinisme, enz.

Eenmaal aan de Griekse grens gekomen wacht ons een onaangename verrassing. De grenspost langs Albanese kant is groot in oppervlakte en in gebouwen maar de drukte is zo goed als onbestaand. Er staan drie auto’s geparkeerd, er zit 1 man in een hokje, er zitten 2 dames op een bankje en er is nog 1 reserve die ook in de strijd zou kunnen geworpen worden als het nodig zou zijn (bv. een nucleaire aanval van Griekenland). De afwerking van onze transit verloopt OK tot we naar de groene sticker vragen die we volgens de documentatie van het reisbureau moeten kopen op de grensovergang. In een mengsel van Albanees met enkele Engelse klanken wordt ons gemeld dat zij dat groene document niet kunnen afleveren en dat dit document alleen maar in Permet of Gjirokaster kan worden bekomen ... en zonder dat groen spul komen we de grens niet over. Tough beans. Er zit dus voor ons niets anders op dan de Polo 180 ° draaien en de weg die we nu al vrij goed kennen terug te nemen. Tijdens de terugreis bellen we naar de lokale vertegenwoordiger van ons reisagentschap maar die neemt niet op. Onze volgende reddingsboei, want Gertrude heeft ondertussen gevonden dat het Tourist bureau op zaterdag en zondag gesloten is, is de reisagent in Nederland. Die zegt dat ze zal kijken wat er kan gedaan worden maar hoopt dat Vroni, de fixer van Permet, een oplossing heeft. Hij was ook in onze gedachten een potentiële reddingsboei. En ja, na 10 minuten daagt de reddende engel op de bromfiets uit het niets op. Hij brengt ons naar “een vriend” (is iemand in Permet niet zijn vriend??) die het “groen document” (het is een soort verzekeringsdocument voor buiten Albanië) in orde brengt. Voor 40 € + 1000 ALL als tip voor Vroni zijn we gesteld als een puid op een wegeling (= de weg die we nu al voor de 5de keer zullen aanvatten) en vertrekken we weer (3 uur nadat we deze morgen de eerste keer vertrokken waren).

De 2de poging aan de grens lukt, al moeten er wel nog wat documenten opgemaakt worden langs de Griekse kant (daar is 1 man die, geloof het of niet, vriendelijk is en Engels spreekt). Bovendien moeten we hem niets betalen voor zijn stempel. Een rare combinatie. Nu dit alles achter de rug is rijden we Hellas binnen. We eten een Lu koekje en een banaan om wat van de verloren tijd in te winnen en zo toch nog zoveel mogelijk van de streek van de Vigos kloof te kunnen zien. Jammer genoeg weten we niet exact wat we willen zien en valt de madam Google – Maps regelmatig uit waardoor we moeten betrouwen op borden langs de weg. Zo zien we een pijl naar een oude brug. We volgen die pijl en zien inderdaad een oude brug. Het is een mooie brug, het is een oude brug maar zo hebben we er nog gezien en we besluiten daarom een andere tactiek toe te passen. We beslissen tot ons hotel te rijden en de hotelier te vragen wat hij ons aanraadt,gezien de beperkte tijd die we nog hebben. Deze tactiek werkt zeer goed, zeker wanneer de hotelier beslist om zijn vriend erbij te halen. Die lijkt de streek zeer goed te kennen en spreekt bovendien meer dan middelmatig Engels.

Om half vijf vertrekken we naar Oxia. Weer rijden we door indrukwekkende natuur, eerst van bossen en bergen, nadien nog verder aangevuld door een “stone forest” zoals El Torcal in Spanje en “The pancakes” in Nieuw Zeeland. Het Oxia viewpoint ligt een 5-tal minuutjes stappen vanaf de kleine parkeerplaats aan het einde van de weg. Het uitzichtpunt is fantastisch. Ongelooflijk hoe een “beekje” er na miljoenen jaren noeste arbeid in geslaagd is zo’n diepe kloof uit te snijden in de rots. Volgens het Guinness Book of Records is de Vikos kloof de diepste ter wereld als men rekening houdt met zijn breedte. Zo kan iedere kloof wel zijn “claim to fame” hebben. Ik denk maar aan de Grand Canyon in de USA of de Gorge du Verdon in Frankrijk of de Colca kloof in Peru of de “Tiger leaping gorge” in China .

Na Oxia rijden we terug naar Vikos (waar ons hotel is) maar niet zonder in Monodentri onze auto achter te laten om te voet tot aan het klooster(tje) van Agia Paraskevi te stappen. Naar beneden doen we er een kwartiertje over, terug van het klooster( = naar boven) iets langer. Het Monodentri Agia Paraskevi Klooster is tegen de wand van de Vikos kloof gekleefd, wat ervoor zorgt dat het zicht prachtig is. Desondanks zijn er geen paters meer om van het uitzicht te genieten. Misschien is er meer in het leven dan alleen op een mooi uitzicht te zitten kijken. Op de terugweg begint de lucht er onrustwekkender en onrustwekkender uit te zien. Ze gaan ons hier toch ook geen “Blue eye-ke” lappen. Gelukkig vallen maar een paar dikke druppels en kunnen we zonder problemen terug naar het hotel rijden. Daar genieten we van een grote frisse pint en daarop aansluitend een lekkere maaltijd. Nu blijft nog wat tijd over om de blog van gisteren te schrijven en naar de Rode Duivels te kijken. Na de 2 – 0 tegen Montenegro werd het nu 3 – 0 tegen Luxemburg. Laat ons hopen dat hun prestaties verder in stijgende lijn verlopen. Ik blijf ondertussen strijden met de tijd, verloren door over en weer rijden en het tijdsverschil tussen Albanië en Griekenland.

Dit verhaal is gemarkeerd als spam en is daarom niet zichtbaar voor bezoekers.
Dit verhaal is gemarkeerd als spam en is daarom niet zichtbaar voor bezoekers.

Dag 10: Een dagje Corfu

We staan om 7: 15 op omdat we dan de tijd hebben ons ontbijt dat ons gisteren al gegeven werd, op te knabbelen. Officieel begint het ontbijt maar om 8:30, wat te laat is voor onze overzet naar Corfu. Bovendien kunnen we door iets vroeger op te staan ook nog lezen wat zoal in de wereld gebeurd is . We moeten ons minstens een half uur voor het vertrek van de ferry aan de terminal aandienen omdat er tussen Albanië en Griekenland nog echte grenzen zijn (iets wat we in Europa niet meer gewoon zijn). De ferry kan maar rond 9:15 vertrekken omdat een aantal onverlaten niet op tijd verschenen zijn. Gelukkig gebeurt de overzet met een hydrofoilboot waardoor we 30 minuten na de start al voet op Griekse bodem kunnen zetten. Dat betekent niet dat we dan al vrolijk en vrij de sirtaki kunnen dansen. Neen, we moeten eerst nog eens door een immigratie procedure. Door dit alles en door het 1 uur tijdsverschil tussen Albanië en Griekenland (= staat 1 uur verder dan Albanië) is het bijna middag (Griekse tijd) wanneer we beginnen te stappen.

Het is vandaag zeer warm. We schatten minimaal 35 °C. Dat tempert enigszins ons enthousiasme, waardoor we beslissen het bezoek aan het Venetiaans fort voor een andere keer te laten. Ter vervanging slenteren we wat rond in de buurt van het fort en het park ervoor. Dan is het tijd om een middagmaal te pakken te krijgen. Bij Gertrude lukt dit vrij makkelijk, want zij bestelt een Griekse salade. Voor mij ligt het wat moeilijk want ik bestel “wilde groenten” in tomatensaus. Ik vermoed dat mijn wilde groenten vooral zuring zijn, maar ik heb geen klachten. Het is lekker vooral met een stukje brood dat hier in Griekenland duidelijk beter is dan in Albanië.

Na de lunch volgen we een stadswandeling kriskras door het oude stadsgedeelte van Corfu (gedownload van het Internet). Wat onmiddellijk opvalt is dat Corfu stad veel authentieker in dan Sarande (= meer “Blankenberge glamour en glitter” met moderne gebouwen, nachtclubs en de daarbij horende boenke boenke muziek. Ik besef maar al te goed dat ik door deze opmerking aangeef dat we beiden al vlotjes met Tram 7 rijden). Het grote voordeel van een stadswandeling op de GPS te hebben is dat we op die manier zeker geen enkele kerk missen. Er zijn er tientallen (ik wilde honderden schrijven). Soms zijn er op 1 plein, 2 of 3 kerken. Meestal van verschillende strekking (Synagoge, Katholiek, Islam of Orthodox) maar zelfs dat is niet zeker. Naast de talrijke kerken zijn er ook oneindig veel kleine souvenir en andere winkeltjes. Sommige hiervan verkopen sponzen … in alle maten en gewichten. Hopelijk zijn die sponzen die Gertrude voor Nicole koopt OK. We vieren de vondst van de sponzen met 1 l spuitwater op een gezellig terrasje en gaan daarna, omdat de grootste hitte nu verdwenen is en omdat we toch nog 3 uur voor het vertrek van de ferry hebben, naar het Venetiaanse fort.

Bovenaan het Fort worden we getrakteerd op een mooi panoramisch uitzicht Urbi et Orbi (of toch een deeltje ervan) maar we hebben wel veel van onze zweetklieren moeten vragen vooraleer we die traktatie verdiend hebben. Bij de afdaling eisen de gladde stenen hun tol. Ik glij uit en ik moet, in één microseconde, beslissen of ik mijn fototoestel of mijn elleboog moet beschermen. Ik kies voor de eerste optie omdat een beschadigde elleboog vroeg of laat wel weer in orde komt. Als beloning voor de beklimming van het fort krijgt Gertrude een ijscrème en bij het eten van die lekkernij krijgt ze geen brain freeze maar een brain thaw. Ze herinnert zich namelijk plots dat we ook in Griekenland op zoek zouden gaan naar postzegels. We moeten verschillende malen de weg naar het postkantoor vragen, maar uiteindelijk staan we toch aan de deur van het postkantoor … dat jammer genoeg gesloten is. Dat zal ons leren niet bij het opstaan een ijscrème te eten, zodat alle taken voor de hele dag netjes voor de geest gebracht worden.

Van het (gesloten) postkantoor stappen we dan terug naar de ferry terminal. Wij zijn netjes en zoals gevraagd door de ferrymaatschappij om 6:25 aan de terminal. De grenscontrole gebeurt echter zo traag (en bovendien onvriendelijk) dat we pas om 7:05 aan boord kunnen gaan (en na ons komen nog velen die ook op de ferry moeten). We vragen ons af hoe de Griekse grenscontrole ooit de tsunami van asielzoekers en immigranten onder controle zullen krijgen als ze er nog niet in slagen een honderdtal mensen die netjes en gedisciplineerd, met hun ticket en paspoort in aanslag, aanschuiven, kunnen verwerken. Ik wil natuurlijk niet alle schuld bij de grenscontrole leggen. Er zijn mensen die stiptheid optioneel vinden en die daardoor 100 andere mensen ophouden en dat niet erg vinden. Hierdoor is het ongeveer 9 uur wanneer de (deze keer gewone) ferry weer in Sarande aanmeert. De hydrofoil haalt dus overduidelijk meer dan de dubbele snelheid van de gewone ferry.

We gaan direct naar een restaurant in de onmiddellijke omgeving van ons hotel dat erg populair lijkt te zijn. Wij moeten ook een 10-tal minuten wachten tot er een tafeltje vrij komt. De kwaliteit van de gerechten (gegrilde squid en seabass) rechtvaardigt het wachten echter ruimschoots. Na het eten bellen we met gids die ons morgen door de canyon en in de thermale baden van Permet zal begeleiden. Daarna wacht ons nog een laatste taak voor de dag en dat is de blog schrijven en corrigeren. Weer een mooie dag beleefd. Slaapwel.