Dag # 1: Dinant – Houyet
Om 7:30, precies zoals afgesproken, wordt aan de deur gebeld. Ik heb net gedaan met mijn checklist van zaken die moeten gebeuren vooraleer we de voordeur achter ons kunnen dichttrekken. Onze valies zit sinds gisterenavond al in de koffer zodat we alleen nog de rugzak en onszelf in de auto moeten hijsen om 100% vertrekkensklaar te zijn. De rit naar Dinant verloopt vlot tot het binnenrijden van Dinant. Hier wordt een perfect staaltje Belgische omleidingssignalogie (deze materie is nog niet geregionaliseerd maar wordt voor het ogenblik door de partijvoorzitters van de Vivaldi partijen bestudeerd) ten tonele gevoerd. Gans op het einde van de afdaling in de Maasvallei staat een bord waarop ons meegedeeld wordt dat de weg verspert is. We kunnen dus niet anders dan de borden “Deviation” volgen (ondanks hevig, maar steeds beleefd, protest van de GPS). Die borden brengen ons weer helemaal terug uit de vallei. Daar staat een nieuw bord “Deviation” (dat alleen zichtbaar is voor wie uit de vallei komt) dat ons naar een andere invalsweg van Dinant leidt. Niet getreurd echter want nu zijn we snel aan het treinstation van Dinant waar we onze tocht nu echt willen beginnen.
Het is ondertussen 9:15 geworden als we de obligate eerste foto nemen. Achtergrond is een reuze-saxofoon (waar de stad vol van staat). Het is een stralend zonnetje en nog niet te warm dus perfect voor een staptocht. Nelly houdt ons gezelschap langs de boord van de Maas tot we door GR uitgenodigd worden een steil paadje dat tegen de rotsen plakt te volgen. Het is hier wat opletten. We kunnen niet blindelings de rood witte merktekens van GR volgen, want zowel de GR125, 126 en 129 lopen hier kris kras door mekaar. Gelukkig houdt de GPS ons op het rechte pad en bovendien lijkt het erop dat de borden “Chemin du Pelerin” in dezelfde richting lopen. Op die manier (= zonder op de Camino tot in Santiago de Compostela te stappen) zullen we misschien toch weer aan een volle aflaat geraken.
De eerste culturele bezienswaardigheid op onze weg is het Sanctuarium van Notre Dame de Saint Foy, een 17de eeuwse kerk met zeer mooi houtsnij- en schilderwerk. Na een bezoekje aan de kerk zetten we onze weg verder tot we rond 1 uur een mooi picknickplaatsje vinden. Wij hebben strenge criteria voor een picknickplaats. Het moet in de schaduw liggen, er moet een goede zitgelegenheid (liefst een bank) zijn, er mag geen stilstaand water (en zijn duizenden muggen) in de buurt zijn en er moet een mooi uitzicht zijn. Alleen de score op het laatste criterion is maar zo en zo. De bank staat namelijk onder een lindeboom maar is zo opgesteld dat we op een mais veld zitten te kijken. In de andere richting ziet men de vallei van de Lesse, maar het is niet erg handig de hele tijd te zitten omkijken!!!
Na de picknick gaat het richting Lesse waar we, daar toegekomen, water in een cafeetje langs de oever van de Lesse kunnen bijtanken. Dit is absoluut nodig, want het is geleidelijk aan zeer warm geworden. Deze avond hebben we gehoord dat het vandaag de warmste 14 september sinds het begin van de waarnemingen in Ukkel geweest is. Vanaf de Chalet de la Lesse gaat het nu een tiental kilometer langs de Lesse. Men zou kunnen denken dat het langs een rivier altijd vlak is. Dit is maar gedeeltelijk waar. Tot spijt van wie het benijdt, zijn er ook regelmatig rotspartijen die tot aan het water komen en die dus met trappen (in één geval zelfs met een ijzeren ladder) moeten beklommen worden. Uiteindelijk komen we om 16:45 aan in Houyet waar we met Nelly afgesproken hebben. Jammer genoeg is in Houyet geen terrasje te bespeuren dus kunnen we niet veel anders doen dan naar ons hotel te gaan. Gelukkig gaat dit met een auto veel sneller dan te voet en zitten we 10 minuten, nadat we Nelly vonden, met een frisse pint voor ons.
Na een goede douche kunnen we onze voetjes onder de mooi gedekte tafel schuiven. Na enige aarzeling bestellen we alle vier een menu. De prijs van 38 Euro en de voorgestelde keuzes voor een voorgerecht, hoofdgerecht en dessert is te aanlokkelijk om er niet op in te gaan. De reden van de aarzeling (dat het allemaal wat veel gaat zijn) wordt bewaarheid. Resultaat, we zitten alle vier in min of meerdere mate volgepropt en moeten snel slapen om alles rustig te laten verteren. Morgen moet de vertering van het eten achter de rug zijn want dan moeten we 28 km in een nog grotere hitte dan vandaag verteren.
Ik begin alvast schaapjes te tellen. Slaapwel
Proloog tot een staptocht langs de GR129 (van Dinant naar Arlon).
Ja, beste lezers, alweer een proloog en een titel die jullie misschien niet direct verwachten van verwoede Camino stappers (een beeld dat we ons wel eens willen aanmeten). Ik zal uitleggen wat er gebeurd is.
Tradities zijn / waren er om in ere gehouden te worden. Onze traditionele “grote jaarlijkse reis” mocht dan wel door Vier Russen in het water geduwd zijn, dat zou niet gebeuren met onze jaarlijkse pelgrimstocht richting Santiago de Compostela. Deze keer zouden we weer vrij ver van het walhalla (??) voor de meeste camino stappers blijven door een stuk van de Via Tolosana (= de Toulouse weg tussen Montpellier en Toulouse) te kiezen. Trouwe lezers zullen zich herinneren dat we vorig jaar een stuk van de Via Aurelia van Menton naar Aix en Provence erg gesmaakt hadden en dus was de Via Tolosana een logisch vervolg (wel na het vlakke stuk in de Bouches du Rhône met zijn legendarische hoeveelheden muggen van Aix en Provence tot Montpellier overgeslagen te hebben).
In 2020 is echter geen plan sterk genoeg om niet op de een of andere manier door Corona in de verdrukking te geraken. In ons geval hebben de Vier Russen met medewerking van de Belgische regering (of wat ervoor doorgaat) er anders over beslist. De voorbije weken hebben we angstvallig kleurontwikkelingen in Frankrijk gevolgd en gezien hoe de rode vlek die oorspronkelijk alleen de streken rond Parijs en Marseille overschaduwde stilletjes aan ook andere departementen begon in te palmen. Departementen waar we minder dan een maand geleden nog dartel in het groen rondfietsten (Ardèche, Cote d’Or en Marne) kleurden ondertussen oranje (en zelfs rood) net zoals ook Herault. En dat is nu net het departement waar meer dan de helft van onze staptocht zou plaats vinden. Hierdoor mochten onze Via Tolosana plannen naar de recycling mand (omdat we van plan zijn ooit een tweede poging te ondernemen) verwezen worden en was voor mij de trieste taak weggelegd om de hoteliers op onze tocht aan te schrijven met de boodschap dat we onze tocht moesten annuleren. Ik probeerde hun (en mij) een hart onder de riem te steken door te zeggen dat uitgesteld niet afgesteld is en dat we volgend jaar terug proberen, maar ik neem aan dat dit een magere troost is voor die mensen.
Bij de pakken blijven zitten doen we echter niet en dus gingen we op zoek naar een binnenlands alternatief. België doet het op Corona gebied dan wel niet veel beter (integendeel soms) dan de rest van Europa, maar heeft het grote voordeel dat we als Belgisch staatsburger binnen de grenzen van het Vaderland vrij kunnen circuleren (althans nog voor het ogenblik). Al vrij snel kwam Wilfried met het idee om de GR129 te volgen. Die loopt over 573 km dwars door België van Brugge over Dinant naar Arlon. Tom kwam ook met een aantal ideeën aanzetten (waaronder de aantrekkelijke Trappistentocht die Orval met Rochefort en Chimay verbindt), maar uiteindelijk werd toch voor de GR 129 (en wel het 258 km lange traject tussen Dinant en Arlon) gekozen. De voornaamste redenen voor die keuze waren dat het een combinatie van veel verschillende landschappen is, dat de weg ook langs Orval passeert en dat Arnaut Hauben die tocht in opdracht van de VRT in juni gedaan heeft. De eerste twee afleveringen (Brugge – Vlaamse Ardennen en Vlaamse Ardennen – richting Dinant) werden al uitgezonden maar het programma is nog te zien via deze link. Als ge dus een professionele rapportering van de belevenissen van 3 mannen van de VRT op de GR129 wilt ervaren, dan moet ge daar zijn. Als ge het allemaal wat persoonlijker wilt hebben dan is er maar één adres: onze (veel minder professioneel ogende) blog. Baai de weei, de foto collage bovenaan de blog doet jullie misschien niet direct denken aan de Ardennen. De reden daarvoor is simpel: de foto’s zijn niet van de Ardennen maar van onze Via Aurelia blog van vorig jaar. De helpdesk van Reismee is er namelijk nog altijd niet in geslaagd me te helpen met het importeren van de nieuwe afbeelding. Ik vrees dat we met zijn allen de afbeelding van vorig jaar zullen moeten tolereren. Ik beloof wel regelmatig foto's van onze tocht te posten zodat jullie regelmatig een zicht op de realiteit krijgen.
Maar laat dat de pret niet bederven, alléé, en avant la musique, Joachim Coens zou “Avanti” en Conner Rousseau zou “Vooruit” zeggen, vanaf volgende week maandag gaan we in Dinant op stap voor een (als alles goed gaat) tiendaagse tocht met Arlon als eindbestemming.
Lectori salutem
Epiloog van een fietsvakantie in de Ardèche
Deze epiloog kan korter zijn dan bepaalde dagverslagen. Ik kan me voorstellen dat dit minstens door sommigen onder jullie als goed nieuws ervaren wordt. Juich echter niet te snel want gedenk, als alles volgens plan loopt, krijgen jullie binnen een paar weken weer een blog (over onze jaarlijkse “Compostela” staptocht) voorgeschoteld. Misschien zal dit echter niet het geval zijn want wie weet welk gebied binnen een paar dagen welke kleur zal hebben. Que sera, sera zong Doris Day al bijna 70 jaar geleden. We zien wel.
Een fietsvakantie in de Ardèche leek initieel misschien wel een beetje een troostprijs na het annuleren van de hoofdprijs: de reis naar Alaska, iets waar Gertrude al jaren over spreekt. Ergens gaan fietsen in de buurt oogt op het eerste zicht inderdaad veel minder spectaculair dan een vliegtuigreis naar een exotisch gebied aan de andere kant van de wereld, maar is daarom niet minder mooi. Vele factoren hebben deze reis mooi gemaakt. Eén van de belangrijkste elementen was zeker de aanwezigheid van (de helft van) de kroost. Het is fantastisch een tijdje samen met de kinderen en kleinkinderen hetzelfde te beleven. Zou het altijd zo moeten zijn? Waarschijnlijk niet. Zou het nog beter geweest zijn met de andere helft van de kroost er ook bij? Waarschijnlijk wel. Is dit voor herhaling vatbaar? Voor ons zeker en vast wel.
Naast het gezelschap was natuurlijk het goede weer ook een grote meevaller. We hebben tijdens de hele tocht (inclusief het aanhangsel in Beaune en in Reims / Epernay) geen druppel regen gehad. Dat was ook een grote meevaller. Regen op reis is vervelend, maar des te vervelender als men zich moeilijk kan beschermen en dat is zeker het geval op een fiets. Bovendien zijn de vergezichten en alle kleuren in het algemeen veel minder mooi bij regenachtig weer of zelfs gewoon zonder zon.
Dat de dagelijkse afstanden en hoogteverschillen net uitdagend genoeg, maar niet over het haalbare heen waren, was waarschijnlijk ook een bepalende factor in het welslagen van deze tocht. Het is en blijft een sportieve uitdaging (ook met een elektrische fiets) 264 km te fietsen en ondertussen 3546 hoogtemeters te overwinnen. Dat dit tot een goed einde gebracht kon worden is zeker ook een bron van zelfvoldoening geweest. Gertrude en ik hebben het zelfs tot 390 km en 5074 hoogtemeters geschopt. Dat is niet omdat we straffere atleten zijn, maar omdat we meer congé hebben dan het jonge geweld. Er gaat uiteraard een speciale eervolle vermelding naar de jongsten van het gezelschap. Dat zij, zonder morren, van de eerste tot de laatste kilometer de ritten uitgereden hebben levert hen niets minder (maar voor hen erg jammer ook niets meer) dan een dikke proficiat op.
De tocht in de Ardèche was quasi exclusief een sportief avontuur in een mooie natuurlijke omgeving met ’s avonds meestal lekker eten. Het aanhangsel in Beaune en in de champagne streek voor de oudjes was ook sportief en in een mooie natuurlijke omgeving, maar had daarenboven een aantal culturele (Hotel Dieu in Beaune of de kathedraal in Reims) en culinaire (gastronomische menu's en wijnproeverijen) accenten die meer geschikt waren voor de oudjes.
Samenvattend, het is mooi geweest en zeker voor herhaling vatbaar. Ik hoop dat jullie, de lezers, er ook iets aan gehad hebben en misschien zelfs overwegen iets vergelijkbaars te doen. Ik kan de GPS tracks en de adressen van de hotelletjes doorgeven.
Dag # 10: Bergères lès Vertus – Blanden
Na een goede nachtrust mogen we vandaag zonder wekker wakker worden. Het blijkt grijs weer te zijn met zelfs een beetje gemiezer. We prijzen ons gelukkig dat we vandaag geen fietstocht meer op het programma staan hebben en dat we gedurende de hele tocht geen druppel regen gehad hebben. We gaan op ons gemakje ontbijten, want we hebben alle tijd. Pas om 11 uur hebben we een afspraak bij champagnehuis Guy Larmandier en we willen vooraf nog eens bij Doyard-Mahé binnen springen om een paar flessen van de extra brut en van de Rosé te kopen. Dat laat me toe te hopen dat ik de blog afgewerkt krijg voor we uitchecken … maar dat is wat optimistisch. Gertrude gaat betalen terwijl ik alles in de valies stop. Na een paar minuten staat Gertrude er terug. Ze heeft mijn ondertussen wereldberoemd zwart zakje in haar handen. Gisteren was ik in uiterste wanhoop ook aan de receptie van het hotel gaan vragen of iemand mijn zwart zakje gezien had. Dat was toen niet het geval, maar ondertussen heeft nu blijkbaar toch iemand het kleinood in de gang gevonden. We begrijpen nog altijd niet hoe dat allemaal kunnen gebeuren is, maar we zijn blij en stellen ons geen verdere vragen omdat we anders misschien tot de conclusie moeten komen dat het allemaal met de oude dag te maken heeft. We kennen alle twee nog de voornaam van Mr Alzheimer (= Alois voor de geïnteresseerden) en sluiten hiermee “De wonderbaarlijke avonturen van het zwarte zakje” af.
De dame van Doyard Mahé is blij ons terug te zien (vooral omdat we gisteren min of meer vergeten waren onze schuld voor de proeverij te vragen) en van daar rijden we naar Guy Larmandier waar we netjes op tijd aankomen. Francois Larmandier, de 45 jarige zoon van Guy, ontvangt ons persoonlijk. Hij is op de gelegenheid (= de vendange, niet ons bezoek) gekleed in een polootje en een trainingsbroek. Wat een contrast met hoe het eraan toegaat op de Avenue de Champagne. De champagne zelf is echter zeer lekker. We proeven een Cuvée GL Brut (19 Euro) die heel licht is ondanks het feit dat hij 10% Pinot Noir bevat en een Cramant Brut (22 Euro). Beiden hebben zeer fijne bubbels en zijn lekker fris door de aanwezige zuren. We praten eerst een beetje met Francois en daarna met zijn echtgenote over het wijn maken, de vendange, enz en bestellen ook bij hen een paar flessen van de geproefde wijnen.
Daarna is het tijd om de terugrit naar België aan te vatten. Die verloopt (op uitzondering van een snelheidsovertreding, vrees ik) probleemloos. Dus is het nu tijd om over de epiloog te beginnen nadenken.
Dag # 9: Reims – Bergères lès Vertus
Zoals eerder gezegd staat het gepensioneerden meestal vrij op te staan als hen dat lust … behalve als ze op vakantie zijn. Op vakantie moet zeer dikwijls de wekker gezet worden ,omdat de vele bedachte plannen anders niet kunnen verwezenlijkt worden. Vandaag is zo’n dag waarop van alles gepland is en dus de wekker op 6:30 moet gezet worden. De tweede taak (op de eerste ga ik niet verder in) voor vandaag is mijn blog van gisteren door de censuur krijgen zodat ik hem kan posten, vooraleer we uit Reims vertrekken. Dat lukt vrij snel, ook al omdat ik het verhaal van gisteren, vooraleer aan de censor voor te leggen, zelf nog eens herlezen had door de tweede taak met de eerste te multi-tasken. Bij het douchen stoten “we” op een “Fausse Note” om bij de taal van ons gastland te blijven. Gertrude probeert de hoogte van de douchekop te regelen en eindigt met een afgebroken hendeltje in de hand. Tijdens het mooi (maar typisch Frans) ontbijt overleggen we hoe we dit best aan de eigenaar / man brengen. We komen tot de conclusie dat we best gewoon zeggen dat het hendeltje afgebroken is zonder te suggereren dat we voor de kosten willen opdraaien. Het systeem kan niet erg stevig geweest zijn als Gertrude zelfs voor het ontbijt het spul al naar de verdoemenis kan helpen.
Rond 8:15 is alles in de auto geladen en vertrekken we richting Bergères Lès Vertus. “Alles in de auto geladen” is misschien wat optimistisch uitgedrukt, want wanneer we onze fietsen aan ons hotel in Bergères lès Vertus klaarmaken, begint het te dagen dat mijn zwart zakje, dat normaal bovenop de bagagedrager van de fiets gezet wordt, ontbreekt. Dat is een tweede bemol (om zowel in de taal van ons gastland en in muzikale terminologie te blijven) van de dag. We hebben er, ondanks een meticuleuze mentale wedersamenstelling van alle feiten die met mijn zwart zakje te maken hebben sinds ons vertrek in Beaune tot onze aankomst in Bergères lès Vertus, geen benul van waar het naartoe kan zijn. Zelfs een telefoontje naar onze B&B in Beaune en onze B&B in Reims brengt geen soelaas. Mijn zwart zakje lijkt van de wereldbol verdwenen te zijn. De belangrijkste zaken die erin zaten (autosleutel, GSM, portefeuille, fototoestelletje, GPS) hebben we nog maar de fietsgerelateerde zaken (zoals inbussleutels, reserveband, fietsslot, herstelkit, multitool met mes, tang, zaag, enz) lijken reddeloos verloren. Niets erg waardevol, maar vooral vervelend mochten we een platte band krijgen en vooral erg vervelend omdat we geen idee hebben wat er kan gebeurd zijn.Zou Alzheimer dan toch toegeslagen hebben?
We besluiten mijn zwart zakje achter ons te laten en ons te concentreren op de taak voor ons. Die bestaat erin 65 km op en neer door de Cote des Blancs naar Epernay (en terug) te fietsen. Er is een degustatie aan het begin, potentieel één in het midden en één aan het einde van de rit georganiseerd. De eerste om ons moed te geven, de middelste om ons op adem te laten komen en de laatste om ons te motiveren en belonen. Eerst moeten we een 10 km rijden tot Vert – Toulon waar het eerste wijnhuis staat. Dit champagnehuis (Yveline Prat) werd door de sommelier van ons hotel (= Host. Montaimé) aangeraden. Yveline Prat is een familie onderneming, waarbij de ouders en stichters van het bedrijf nog steeds de drijvende krachten zijn, maar waarbij de dochter de fakkel qua administratie & commercialisatie en de zoon wat betreft de wijngaard en de wijnmakerij aan het overnemen zijn. We proeven een Brut Tradition (14.9 Euro), een Cuvee Selection (16.2), een Millesime 2015 (21.5) en een Brut vieillie en futs de chene (24.3). De prijzen vallen erg goed mee, de wijnen zijn OK buiten de Cuvee selection misschien, die een stapje beter lijkt maar het is nog veel te vroeg om iets te beslissen en bovendien gaan we geen flessen met de fiets versleuren. Als we willen kopen komen we morgen met de auto langs. Gesterkt door de bubbels bestijgen we onze respectievelijke stalen rossen en fietsen richting Epernay, de hoofdstad van de champagne business.
De eerste 15 km (eerst van Bergeres les Vertus naar Vert Toulon en dan van Vert Toulon richting Epernay) zien we relatief weinig wijngaarden, maar naarmate we meer naar het noorden rijden beginnen de wijnranken weliger en weliger te tieren. De activiteiten in de wijngaarden zijn nog op een laag pitje in vergelijking met wat we in de streek rond Beaune gezien hebben. Hier en daar is men de pluk begonnen maar het zal bij de meeste nog een paar dagen duren vooraleer alles in volle swing zal zijn.
Deze morgen was het een beetje een gesluierde zon maar naarmate de dag vordert verdwijnen de sluiers meer en meer om plaats te maken voor een mooi zonnetje in een blauwe lucht met witte schaapwolkjes, ge weet wel zo een lucht van op de postkaartjes, al lijken die schaapwolkjes altijd voor de zon te zitten wanneer ik een foto wil nemen. Men zou dan normaal gesproken 5 minuutjes moeten wachten tot wanneer het schaapje wat opgeschoven is, maar daar kunnen we niet op wachten want we moeten 65 km doen én voor 5 uur in ons laatste champagnehuis zijn anders lopen we de grote beloning mis.
We maken goede vooruitgang, maar prijzen ons erg gelukkig dat we nu en dan gebruik kunnen maken van “ons moteurke” want soms zit er toch wel een stevige helling tussen. De afdalingen zijn voor mij een waar genoegen … voor Gertrude iets minder. Ze is onder normale omstandigheden al geen snelheidsduivel maar nu met 1 rem durft ze zeker geen risico nemen (en dat is waarschijnlijk maar best) . Rond 12:30 zijn we in Pierry waar Mandois (ons tweede champagnehuis, aangeraden door Herman Verheirstraeten die er wist bij te vertellen dat Peter Goossens van het Hof van Cleve zich hier komt bevoorraden) gevestigd is. Van Mandois heb ik geen antwoord gekregen op mijn vraag of ze ons konden verwelkomen. Ik ben dan ook niet verwonderd dat de deur op slot is. Niet getreurd echter, we kopen bij de bakker om de hoek een stuk pizza. We rijden nog een paar km verder tot we aan de buitenrand van Epernay zijn om op een bankje in de schaduw ons stuk pizza op te eten. Op die manier verliezen we niet veel tijd en houden we onze maag leeg genoeg om vanavond veel te kunnen eten.
Na de pizza zijn we klaar om de Avenue de Champagne op te rijden. De gebouwen langs die avenue zijn gestart als wijnhuizen met wijnkelders, maar zijn later uitgegroeid tot machtige en uiterst luxueuze residenties die nu grotendeels visitor centers zijn. Alle kelders samen zijn 110 km lang en bevatten 200 miljoen flessen leren we van een informatiepaneel op de avenue. Veel grote merken zijn hier vertegenwoordigd (Moet & Chandon, Perrier-Jouet, Castelane, Mercier, Boizel, de Venoge, … om er maar een paar te noemen). De architectuur van het ene huis is duidelijk bedoeld om die van het andere huis naar de kroon te steken. Maken ze (zeer) goede champagne? Zeer zeker. Verantwoordt de kwaliteit van die champagnes hun prijs? Daar durf ik aan twijfelen maar ik ben geen kenner. Met die gedachte pedaleren we uit Epernay waar we na een klein stukje drukke weg gelukkig weer de kleine wegjes door de wijngaarden kunnen oppikken. Zoals gezegd is er duidelijk minder activiteit dan in Beaune maar zien we toch hier en daar al wat pluk en hier en daar ook een paar machines in de wijngaarden. Dat verwondert ons want wij dachten dat alleen manuele pluk toegestaan was. Ik roep dan ook stante pede één van de snoodaards op het matje. Hij blijkt echter geen druiven te plukken maar bladeren van de wijnranken te blazen. Men doet dit in voorbereiding van de pluk om de plukkers toe te laten makkelijker / sneller te werken. We kunnen dus met een gerust gemoed verder rijden. Alles is OK.
Met een uur voorsprong op onze planning (ge ziet hoe gemotiveerd we de hele dag geweest zijn) komen we toe op het domein Doyard-Mahé. Het gaat hier opnieuw om een familie bedrijf. Een lid van de vierde generatie ontvangt ons. We beslissen buiten te zitten omdat het er aangenaam toeven is. We krijgen eerst in parallel 2 Blancs de Blancs aangeboden. De eerste (Empreinte) is een Brut (10 g suiker; 12 g is het maximum voor de benaming Brut) die vooral geassembleerd is op basis van de oogst van 2018; de tweede (Desir) is een extra Brut (4 g suiker; 6 g is het maximum) die vooral op 2017 gebaseerd is. 4 en 10 g suiker is helemaal niet veel wanneer men dit vergelijkt met de 35 g en 50 g suiker die toegelaten zijn voor Sec en Demi-sec respectievelijk. Nadien vraagt de gastdame of we verder willen doen. En ja, waarom niet? We moeten uiteindelijk nog slechts een 5-tal km pedaleren en er zit nog elekticiteit in onze fietsbatterijen. Nu krijgen we 2 millesimés voorgeschoteld. Een Extra brut van 2014 en een Brut van 2012. Ten slotte vraagt de dame of we ook geïnteresseerd zijn in hun Rosé. Deze bevat 12% Pinot Noir en heeft 2 jaar op de gist gelegen. Hierdoor is de wijn complex en door de Pinot Noir fruitig (de frambozen springen er uit … bij wijze van spreken). Ik wil jullie niet vervelen met al mijn proefnotities maar het mag duidelijk zijn dat wat we hier in ons glas krijgen er allemaal mag zijn. Misschien moet Peter Goossens hier ook eens langs komen. We komen morgen wel eens langs met de auto. Het zal moeilijk beslissen zijn op basis van de smaak en dus zullen we de portemonnee mee laten beslissen.
Na al deze geneugtes rijden we naar het hotel waar een goede douche ons ideaal prepareert voor het gastronomisch diner (6 gangen met aangepaste wijnen). Men vraagt ons of we bij de amuse bouche een aperitiefje willen. En ja, waarom niet, hé? Geloof het of niet maar men stelt een glas champagne voor. Die is lekker maar we hebben beter gehad deze namiddag. De sommelier legt uit dat ze om de 6 weken een andere champagne schenken om iedereen te vriend te houden. Dat lijkt ons een goed principe. Ik ga niet het hele menu overlopen (de geïnteresseerden kunnen op één van de foto’s waarschijnlijk ontcijferen wat we allemaal gekregen hebben) maar we krijgen veel en het is allemaal erg lekker. De sommelier heeft een aparte manier om de wijnen aan te passen aan het gerecht. Hij komt bijschenken in de hoeveelheden die hij geschikt vindt en van wat hij denkt dat we liefst zullen hebben. Zo krijgen we twee champagnes: Blanc de blanc Brut Armand bij de amuse bouche en rosé Deutz bij de trou en het dessert. Daarna krijgen we een witte Jurancon bij de St Jacobsvruchten en twee rode wijnen. Een Corbières bij het rundsvlees en een Bordeaux supérieur (élevé en Chene Les Hauts de Cour Montessant, 2016 van Lucien Lurton, die volgens de sommelier een hidden gem is voor zijn prijs) bij de kaas. We vinden die Bordeaux idd ook erg lekker maar het zou ook kunnen dat we nu alles erg lekker beginnen te vinden. Tijd voor het dessert met nog een laatste glaasje champagne en de strategische terugtocht.
Na dit festijn nog in uitgesteld relais naar de finale tussen PSG en Bayern Munchen kijken wordt een uitdaging maar nu ik erin geslaagd ben de uitslag een hele zondagavond en de hele maandag uit de weg te gaan voel ik me moreel verplicht te kijken … en de blog voor morgen te bewaren. Als ik me verbind met mijn Telenet digibox om mijn opnames te bekijken krijg ik een grote verrassing voorgeschoteld. De wedstrijd werd om één of andere reden niet opgenomen. Mijn gramschap halen bij de persoon die bij ons instaat voor het opnemen van programma’s (= Gertrude) heeft niet veel zin. Ten eerste omdat de match daardoor niet plots toch zal opgenomen zijn maar, ten tweede, ook omdat Gertrude toch al met voorsprong de finale van de Champions league schaapjes tellen aan het winnen is. Ik heb nu ook de moed niet meer om de blog te schrijven en besluit Gertrude’s voorbeeld te volgen.
Slaapwel
Dag # 8: Beaune - Reims
Deze ochtend is opnieuw een ochtend zonder wekker. Zo wil een gepensioneerde het altijd hebben maar op vakantie is het dikwijls anders en moet de wekker gezet worden om iets op tijd te doen. Deze ochtend dus lekker niet omdat het ontbijt toch maar om 8:30 klaar staat. We maken gebruik van de tijd voor het ontbijt om on-line onze COVID-19 locator documenten in te vullen. Het verloopt allemaal redelijk vlotjes en prijzen ons gelukkig dat we alleen voor 48 uur of meer in departementen geweest zijn die groen ingekleurd zijn (Ardèche, Cote d’Or en Marne). We zouden dus geen problemen moeten ondervinden bij de terugkeer naar het (donker)oranje vaderland. Bij het ontbijt komt de patron me vragen of ik een slokje Marc de Bourgogne wil. Ik antwoord dat ik gisteren over de heuvels vloog maar dat we vandaag niet moeten fietsen en dat ik me dus kan beperken tot (niet gefermenteerd) fruitsap en de “kuip” thee die zo typisch is voor Frankrijk (dan wel meestal met koffie gevuld voor de Fransen). Na het ontbijt vereffenen we onze uitstaande rekening en laden we alles in de auto zodat we iets na 9:00 de kaap naar Reims kunnen richten.
Op de autostrade verloopt alles vlotjes (het is zondag voor iets). We zien veel Belgen en Nederlanders die richting noorden trekken. Hierdoor komen we iets na 12 in Reims aan. We vinden de chambre d’hotes die ons door Willy aangeraden werd zonder enig probleem maar geraken jammer genoeg niet binnen. Op ons aanbellen wordt niet gereageerd en we krijgen het antwoord apparaat aan de lijn als we telefoneren. Daarom besluiten we naar het Toerist informatie centrum te gaan om na te gaan wanneer de geleide bezoeken aan de kathedraal gebeuren. Er wacht ons aan het informatie bureau ook een gesloten deur (en de 24/24 computerterminal is defect). Het bureau is gesloten omdat de stad besloten heeft, om overdreven stress bij de medewerkers tegen te gaan, de bureaus te sluiten ook tijdens het hoogseizoen tussen 12:30 en 14:00. Hier staan we dan. We besluiten dan maar iets klein te eten. We krijgen ondertussen een telefoontje van onze B&B zodat we de auto binnen kunnen parkeren en de valies bij onze kamer kunnen achterlaten. Op die manier wordt de tijd tot 14:00 nuttig gebruikt. Als we dan om 14:00 toch bij de toeristische dienst binnen geraken ,blijkt dat de gids van 14:00 al vertrokken is en dat we dus op de volgende toer van 14:30 moeten wachten. Zo’n ramp is dit nu ook weer niet omdat dit ons de gelegenheid geeft een deeltje van de art deco wandeling die ik gedownload had te doen. Reims staat namelijk vol art deco gevels omdat de stad voor 80% vernield was na 4 jaar (1914-18) quasi continue beschietingen en bombardementen. Zelfs de kathedraal werd niet gespaard. Sommigen zeggen dat die vernield werd omdat men troepenbewegingen vanop de toren kon volgen ;anderen zeggen dat hij vernield werd omdat hij symbool stond voor Frankrijk. Enniehoe, het punt is dat Reims volledig vernield was en dus in sneltempo na de oorlog heropgebouwd werd in de stijl die in de jaren 20 opgang maakte: art deco.
Na onze ingekorte wandeling staat “onze” gids al klaar aan het toerist informatie centrum. Ze vertelt ons hoe alles eigenlijk begint met het doopsel van Clovis en hoe de Heilige Remi een flesje olie voor het doopsel van Clovis op het allerlaatste moment besteld kreeg via een duif (daar moet Bol.com eens over nadenken). Deze speciale olie is dan in de loop van de geschiedenis (tussen eind 5de eeuw, = doop Clovis, en de Franse Revolutie, eind 18de eeuw), een aantal keer opgedoken en weer verdwenen. Bij iedere inzegening van een nieuwe koning in Reims werd een beetje van deze heilige olie gebruikt zonder dat het flesje ooit leeg geraakte. Niet alleen broden, vissen en wijn werden dus op wonderbaarlijke wijze vermenigvuldigd maar ook deze olie. De olie werd in 1825 een laatste keer bij de inzegening & kroning van de laatste Franse koning (1825) gebruikt. Dan was niet de olie maar de monarchie opgebruikt. De kathedraal is echt wel de moeite om te bezoeken ook al omwille van de zeer mooie glasramen die eeuwen overspannen. De oudste dateren van de 12de eeuw, de jongste van de 20ste eeuw (ontwerp en schildering door Marc Chagal). De kathedraal is trouwens een van de grootste van Frankrijk (hoger en langer dan de Notre Dame van Parijs bv).
Na het bezoek aan de kathedraal stappen we naar de Basiliek van de Heilige Remi. Dit is een Romaanse kerk die op een bepaald moment vergotiseerd werd door het vlakke houten plafond te vervangen door de typische gotische spitsbogen. De basiliek heeft echter de meeste van zijn Romaanse karakteristieken bewaard waardoor het hier soberheid en ingetogenheid troef is. We krijgen een rondleiding van een vrijwiller waardoor we nog verder ingeleid worden in de geheimen van Clovis, St Remi, de Franse koningen, enz.. Al deze inleidingen tot grote en kleine geheimen heeft ervoor gezorgd dat we geen tijd meer hebben voor een pint en dus rechtstreeks naar het restaurant (Le Continental) stappen. Dit restaurant werd ons door de eigenares van de B&B aangeraden en bovendien heeft ze ons een kaartje meegegeven dat we tegen een glas champagne kunnen omwisselen. Zoiets moet men ons natuurlijk geen tweemaal zeggen. We nemen beiden een 3 gangen menu voor 27 Euro met 3 glazen aangepaste wijn (een Montlouis van de Loire streek voor Gertrude en een Santenay voor mij, dan een Rully wit voor ons beiden bij de vis en een glas Deutz Rosé brut voor bij het dessert) voor nog eens 15 Euro. Moeilijk te kloppen prijs als men ook nog de stijlvolle omgeving, goede bediening en kwaliteit van de gerechten in rekening brengt.
Na het diner gaan we richting onze B&B waarbij we er beducht voor zijn de stand van de match Bayern Munchen tegen Paris St Germain niet op te pikken. Ik probeer zelfs niet naar het gezicht van de mensen op allerlei terrasjes met een TV te kijken uit schrik dat ik daaruit de stand zal kunnen afleiden. We kunnen natuurlijk niet vermijden dat we bepaalde uitbarstingen van tegenslag of blijdschap horen maar we weigeren halsstarrig de uitslag te weten te komen. Hopelijk blijft dit zo tot morgenavond zodat ik me kan laten verassen door de opgenomen versie. Verder op weg naar het B&B wordt nog een klank en lichtspel, dat geprojecteerd wordt op de façade van de kathedraal bekeken. Dit is de 3de klank & licht show op deze reis maar deze is veruit de mooiste. De effecten zijn spectaculair. Hopelijk zijn er toch een paar foto’s een succes.
Nu is het verhaal van vandaag af maar mijn censor is al in een diepe slaap. Ik zal de blog daarom maar morgen kunnen posten. Ik denk wel dat jullie probleemloos de nacht doorkomen, ook zonder mijn blog. Slaap wel.
Dag # 7: Beaune - Beaune
We hebben deze morgen de wekker niet gezet maar toch wordt ik na een zeer goede nachtrust rond 7:30 wakker. Ik schrijf wat aan de blog van gisteren en we gaan dan ontbijten. Opnieuw is het ontbijt uitgebreid met zoete en hartige zaken en als ik hartig zeg dan bedoel ik deze keer zelfs zeer hartig. Hoe zou men anders een glaasje Marc de Bourgogne, die de patron me komt aanbieden, noemen? Ik ben er niet van overtuigd dat dit een boost aan mijn fietsprestaties zal geven maar men moet voor alles open staan en bovendien zou het erg onbeleefd zijn met zijn tweeën het vriendelijke aanbod van de patron af te wijzen. Dat de patron een zeer joviale man is, blijkt ook uit het feit dat hij ons tegen het einde van het ontbijt een fles Mercurey 2016 aanbiedt …. gewoon zo maar. Deze B&B begint me meer en meer te bevallen. En efficiënt zijn ze hier ook want wanneer we na het ontbijt terug naar onze kamer gaan om onze tandjes te poetsen en ons klaar te maken voor onze fietstocht, blijkt de dame des huizes al onze kamer in orde gebracht te hebben. Straf en de taken goed verdeeld: mijnheer de klanten onderhouden over wijn, Marc de Bourgogne, voetbal, wielrennen, rugby, enz. terwijl madame de kamers opmaakt.
Uiteindelijk belanden we rond 9:30 weer op onze fietsen. We rijden naar het zuiden (Cotes de Beaune) en doorkruisen de wijngaarden, waar onze wijnen van gisteren en van iedere goede wijnencyclopedie vandaan kwamen / komen. We gaan van Beaune naar Pommard, Volnay, Meursault, Batard-Montrachet, Puligny-Montrachet, Chassagne-Montrachet, enz. enz. Dit zijn allemaal zeer mooie dorpjes waarin de wijnhuizen zich voor de voeten lopen. Nu is er een drukte van jewelste omdat de vendange gestart is en overal in de wijngaarden groepjes van rond de 20 mensen bezig zijn met de druivenpluk. Allerlei technieken worden toegepast, maar het blijft erop neerkomen dat de trossen manueel afgesneden worden en op één of andere manier naar een aanhangwagen gebracht worden. Eén van die manieren is in grote “rugmanden” die rond de 50 kg druiven bevatten. We denken dat de mensen, die dit werk doen, ook geen nachtelijke onweders horen. Vooraleer de druiven in de aanhangwagen belanden worden ze soms uitgestrooid op een triagetafel waar de droge stukken van de trossen weggesneden worden. De zeer warme zomer heeft ervoor gezorgd dat er nogal wat droge stukken in trossen voorkomen. Men snijdt die droge stukken weg omdat ze teveel tannines bevatten. Bij sommige wijnhuizen wordt de triage op het veld gedaan, bij andere in de “cuverie”, bij nog andere (de mindere sterren aan het Bourgondische firmanent) helemaal niet. De druiven worden hoe dan ook zo snel mogelijk naar de “cuverie” gebracht om ontsteeld en geperst te worden. Alles moet snel gebeuren om zo veel mogelijk oxidatie van het sap te vermijden.
In Meursault geraak in aan de praat met een dame die rondrijdt in een autootje waarop “Centre d’oenologie” staat. De dame in kwestie zegt me dat ze voor een centrum werkt dat wijnboeren met raad (bij bezoeken aan de cuveries) en daad (door labo analyses) bijstaat en dat zij persoonlijk zo een 40-tal wijnboeren helpt. Ik denk dat ze nog lang met mij wil babbelen, maar ik zeg haar dat ze het nu waarschijnlijk erg druk heeft en dat ze dus gerust de volgende klant kan gaan adviseren (nu is mijn neus wel een beetje aan het groeien, moet ik toegeven).
Terwijl we zo door de wijngaarden rijden valt het op dat hier zeer veel Frans gesproken wordt. Ik weet wel dat we hier in Frankrijk zijn, maar onze fruitstreken liggen in Vlaanderen en daar wordt meer Roemeens; Pools of Sikh gesproken dan in pakweg Bukarest, Warchau of Chandigarh (= hoofdstad van Punjab, de provincie waar de meeste Sikhs wonen. Chandigarh ligt echter niet in Punjab en daarom is Amritsar wellicht beter gekend. Ik zal maar onmiddellijk toegeven dat ik de hulp van Mr. Google voor dit heb ingeroepen mocht ge denken dat mijn parate kennis zo ver reikt. Ook de vele mensen die we op de fiets tussen de wijngaarden tegenkomen spreken meestal Frans (of zeggen toch bonjour tijdens het kruisen). Sommigen roepen zelfs zo abnormaal enthousiast “Bonjour” dat we vermoeden dat ze, ondanks het vroege uur, al bij een of meerdere van de honderden open caves aan het degusteren geweest zijn. Het geeft niet want op de weggetjes tussen de wijngaarden is geen snel verkeer en het gaat toch voortdurend rechts, links, rechts, links, enz.
Na zo’n goede 20 km buigen we naar het Oosten (richting Remigny) af. Er vallen onmiddellijk een aantal zaken op. De wijngaarden worden vervangen door korenvelden, de hellingen verdwijnen om plaats te maken voor een vlakte, de dorpjes / stadjes zijn minder typisch en er staan geen chateaus meer aan de rand van de dorpjes / stadjes. Deze streek doet zeker niet arm aan, maar zeker wel armer dan de streek waar de wijngaarden welig tieren. We volgen de route die ik gedownload had nog wat verder tot in Chagny maar het wordt steeds minder interessant. In Chagny besluit ik dan ook in het Toerist Info centrum binnen te stappen om te vragen wat men me aanraadt voor het vervolg van de tocht. De dame zegt dat de mooiste streek idd meer naar het Westen ligt en dat we best verder richting Santenay gaan. We kopen een broodje en rijden, na een paar keer Chagny doorkruist te hebben (omdat de bordjes erg misleidend opgehangen zijn) uiteindelijk toch in de richting van Santenay.
In Santenay slaat het noodlot ten tweede male toe. Plots begeeft de (herstelde) rem van Gertrude’s fiets het opnieuw. De eerste herstelling was dus blijkbaar toch niet zo’n succes (of Gertrude doet iets met remmen waar remmen meestal niet goed tegen kunnen?!). We vragen in Santenay of er misschien een hersteldienst is maar op twee plaatsen zegt men ons dat we daarvoor naar Beaune moeten. We besluiten naar Beaune terug te keren maar liefst langs een andere weg dan de heenrit. Dat is niet zo een groot succes. Het wegje dat we oprijden brengt ons wel hoog boven Santenay wat mooie vergezichten oplevert maar ons niet dichter bij Beaune brengt. De weg gaat namelijk plots over in grind en ik wil Gertrude niet met 1 rem de afdaling van een grindweg aandoen. Er zit dus niets anders op dan op onze wielsporen terug te keren tot in Santenay en van daar op (een paar uur eerder) betreden paden naar Beaune terug te rijden.
In Beaune vinden we tamelijk makkelijk een fietsatelier maar de man zegt dat de rem niet te herstellen valt (hij heeft geen tijd en de rem is kapot, zegt hij. Ik denk dat hij er niet wil aan beginnen omdat hij weet dat het teveel gefoefel is). Het ziet er dus naar uit dat Gertrude met 1 rem zal verder moeten tot in Leuven. Gelukkig denk ik dat de heuvels in de Champagne streek (= fietstocht van maandag) niet steiler zijn dan hier en dus met 1 rem te bedwingen zijn. Na 64 km en een 600-tal hoogtemeters zijn we terug in onze B&B waar we door de patron een cola en een biertje aangeboden krijgen. De man kent zijn wereld.
Voor vanavond heeft Gertrude een online reservatie bij L’Air du Temps gemaakt. Dit restaurant krijgt een goede waardering op Trip Advisor maar was gisteren volzet. Ik ga voor een 4 gangen menu (we hebben tenslotte toch veel km achter ons), Gertrude besteld 2 schotels a la carte ondanks het feit dat ze evenveel km gedaan heeft. Misschien is ze meer lijn-bewust dan mij. We proberen weer 3 wijnen, maar andere dan gisteren. Vandaag nemen we een Rully, een Ladoix en een Auxey Duresses. Alle wijnen zijn lekker maar de eerste prijs vanavond gaat naar de Auxey. Bij het terugwandelen naar ons B&B worden we nog vergast op een licht (zonder klank) spel dat op de muur van het Hotel Dieu geprojecteerd wordt.
Op die manier eindigt de dag mooi en kan ik nog wat werken aan de blog … tot de slaap toeslaat maar ik moet natuurlijk eerst nog naar de opname van Sports Late Night kijken. Ik had het beter niet gedaan want in zie de Gantoise weer op hun tsjoepe krijgen. Nul op negen is een rapport waar ik zelfs niet naar huis zou willen komen hebben (en dat met al de tweede leraar van dit school / competitiejaar). Gelukkig heb ik er mijn slaap niet voor gelaten.
Dag # 6: Soyons sur Rhone – Tournon sur Rhone – Beaune
We spreken vandaag iets vroeger af voor het ontbijt, niet dat we veel fietskilometers voor het voorwiel hebben maar omdat de jonge Gyselinckskes na aankomst in Tournon nog naar Kessel Lo terug rijden en omdat de iets minder jonge Gyselinckskes nog een gegidste verkenning van het Hotel Dieu in Beaune om 4 uur geboekt hebben. We krijgen naar Franse maatstaven een stevig ontbijt met hesp, kaas, yoghurt, pain au chocolat, croissants, brood a volonté, thee, fruitsap. Een ei en misschien nog een worstje en wat spek erbij en het was een ontbijt waaraan zelfs de dikste Amerikaan (ik hoop dat dit niet stigmatiserend en polariserend overkomt voor deze twee groepen van medemensen) genoeg zou hebben.
Om 8:45 hijsen we ons in het zadel en beginnen we aan de laatste 36 kilometer van onze tocht. Het stuk langs de Rhône is gans anders dan wat we de voorbije week te verwerken kregen. In de afgelopen week zaten we dikwijls in vrij ongerepte natuur met soms erg pittige beklimmingen (en afdalingen … alhoewel die altijd veel korter leken dan de beklimmingen). Hier langs de Rhône is alles vlak of quasi vlak en is men ongeveer permanent “in de bewoonde wereld” zoals de kinderen het uitdrukken. De weg is meestal beter (geen grind meer) maar men moet regelmatig een drukke weg over of over een brug waardoor men moet omrijden. We moeten ook door Valence waar bitter weinig te bezichtigen is (toch niet op het Via Rhona tracé dat wij volgen).
De grootste attracties op de terugrit naar Tournon zijn uiteindelijk een sluis ter hoogte van de samenvloeiing van de Rhône met de Isère en een BMX circuit waar de jonge Gyselinckskes en Tom een toertje met hun mountain bikes doen. Door deze “attracties” is het uiteindelijk toch nog 11:30 wanneer we de tuin van L’Oiseau Bleu binnenrijden. Alles wordt in of op de auto’s geladen en we vertrekken naar onze respectievelijke bestemmingen. Het is druk op de autostrade zeker wanneer de GPS ons door Lyon stuurt maar uiteindelijk valt het allemaal nog mee want om 3:30 kan Gertude bij onze B&B aanbellen. De B&B is perfect gelegen aan de vestingsmuren van het middeleeuwse Beaune op 300 m van het Hotel Dieu met plaats om te parkeren binnen de omheining. Wat moet een mens meer hebben?
Om 4 uur sluiten we aan bij onze groep (die alle normen van bubbelgrootte zonder enig probleem overschrijdt). We moeten wel een masker dragen wat bij deze warmte niet erg comfortabel is maar a la guerre comme a la guerre. De rondleiding is interessant ,ook al omdat we er ondertussen alle referenties aan La Grande Vadrouille bijkrijgen. Het hoogtepunt van het bezoek is een retabel van Roger de la Pasture (= Rogier van der Weyden) getiteld Het Laatste Oordeel. Dit werd ten tijde van de stichting van het Hotel Dieu en de Bourgondische heerschappij in Vlaanderen door Nicholas Rolin (= rechterhand van Philips de Schone) besteld. Die Rolin is ondertussen gegarandeerd in de hemel, want hij heeft veel goede werken gedaan en ook nog Jan Van Eyck aan het schilderen gezet. Hij was dan ook de tweede in rang aan het Bourgondische rijk en daarenboven “goed getrouwd”.
Na het bezoek lopen we nog wat rond in Beaune met als hoofddoel een gepast restaurant voor de avond te vinden. Dat is moeilijker dan verwacht. Restaurants zijn er genoeg, maar diegene die een goede waardering krijgen, in een rustige buurt gelegen zijn en een menu aanbieden met suggesties die ons onmiddellijk doen watertanden, zijn jammer genoeg allemaal volledig bezet. Uiteindelijk vinden we een restaurant dat aan onze criteria voldoet met plaats … maar dan wel op het terras en men voorspelt onweders in de loop van de avond / nacht. Na eens met hierboven gecheckt te hebben stemmen we toe met een plaatsje op het terras. Dat blijkt een goede beslissing te zijn. Gertrude heeft lekkere oeufs en meurette, supreme de vollaille sauce epoisse en een kaasschotel. Ik krijg escargots in een soepje van van alles, rundswangetjes in, wat dacht ge, rode wijn en een kaasschotel. Daarbij drinken we een glas Givry, een glas Volnay en tenslotte een glas Pommard (de fles Romanee Conti die voor 4750 Euro weggegeven wordt, laten we voor anderen). Dit alles voor minder dan 100 Euro lijkt in België niet haalbaar. Boulevard 21 kunnen we dus aanraden en morgen proberen we een ander restaurant enkel en alleen om jullie, mijn beste lezers, dienstig te zijn … denk ik ….
Ik probeer nog wat aan de blog te schrijven ,maar moet tezelfdertijd ook Lukaku in de gaten houden. De combinatie lukt niet best in de tweede helft want ik kan niet beletten dat onze Big Rom niet alleen de doelman van de tegenstrever maar ook die van zijn eigen ploeg in de luren legt. Ik zal er dus maar het hoofdje bij neerleggen en om, zo blijkt achteraf, zeer goed te slapen want ongeacht hoe hard het regent of dondert, ik (noch Gertrude) horen er iets van.