Dag # 5: Vernoux en Vivarais – Soyons sur Rhone
Om 8:00 uur hebben we afgesproken voor het ontbijt. Er staat weer een mooi zonnetje en we ontbijten dus in "ons" park. Idyllisch … tot we ons aan tafel zetten en de wespen een regelrechte aanval inzetten. De eigenares probeert uit te leggen dat de wespen zeer actief zijn met de opgaande zon en zet met een bord, ingesmeerd met aardbeienconfituur (geprefereerd door ze wespen, zegt ze) en met een kommetje smeulend koffiepoeder een verwoede tegenaanval in. Niets lijkt afdoende te werken tot Tom alle confituur potjes van onze tafel naar het tafeltje een beetje verder zet. We zijn vandaag niet erg gehaast omdat we eerst naar Aquarock (een avonturenpark beneden aan de rivier) willen telefoneren om eventueel een ingang voor de 5 jonge en tamelijk jonge geweldenaars te reserveren. Dat kan pas vanaf 9:00 uur en jammer genoeg is alles tot 5:30 bezet. Aquarock zal dus voor een andere keer moeten zijn. Om 9:30 trekt de karavaan zich op gang in de wetenschap dat het vandaag dan wel de langste etappe is (54 km) maar waarschijnlijk de makkelijkste (eerste deel vooral bergaf en nadien vlak want eerst langs de Eyrieux en daarna langs de Rhône).
Na een 4-tal km plezant naar beneden zoeven is het plezier een eerste keer voorbij. We zijn namelijk de ene kant van de vallei naar beneden gereden maar na de brug komt Loontje om zijn Boontje. We krijgen op de andere kant van de vallei een 4-tal km bergop puffen voorgeschoteld. En het wordt nog erger wanneer ik zeg (om de flauwe plezante uit te hangen) dat we een zeer steil wegje moeten inslaan. Wanneer ik op de GPS kijk, blijkt echter dat we daadwerkelijk dat wegje op moeten om zo op de Col de Comberon (678 m) te komen. Die klim is supersteil (ik moet “Eco” weer opgeven om de rest van de klim op “Sport” te doen) maar gelukkig vrij kort . Bovenop de col hebben we de tijd voor een vlugge foto en dan gaat het in sneltempo tot aan de Eyrieux rivier (280 m) en verder tot aan het Aquarock avonturenpark. Nu we hier toch zijn, gaan we eens vragen of er toch geen mogelijkheid is om een paar uur de zip lines en via ferata’s te gebruiken. En ja, het is mogelijk. Er moet wat geschipperd worden met wie wat mag omwille van minimale lichaamslengtes en lichaamsgewichten, maar alles komt uiteindelijk in orde en terwijl oma en opa op hun gemakje van wat rust genieten vliegt de kroost van de ene oever naar de andere en klefferen ze van de ene rots naar de andere. Een panini helpt onze honger stillen en daarna wordt weer op de fiets gesprongen en worden de laatste 30 km van vandaag aangevat. De weg is licht hellend naar beneden en de vallei wordt langzamerhand breder tot we uiteindelijk in Beauchastel aan de Rhône komen. Het is hier niet slecht en de Via Rhona die we nu en morgen volgen is OK maar de schoonheid van de natuur hier is niet te vergelijken met wat we te zien kregen in de valleien verder weg van de Rhône. Het was dus een goede keuze de Dolce Via te nemen ipv de Via Rhona. Bovendien was het een goed idee om de lus in tegenwijzerzin te doen want er staat een stevige zuiderwind die ons nu zeer goed helpt om Soyons snel te bereiken. Ons hotel in Soyons (Le Cèdre de Soyons) ziet er erg goed uit. Het gebouw heeft al veel km op de teller (zeker als men zich baseert op de 350 jaar oude ceder die voor het hotel staat) maar werd duidelijk goed onderhouden / gerenoveerd waardoor het nog altijd veel klasse uitstraalt. Het hotel heeft bovendien ook een mooi zwembad waar iedereen die zich niet te veel om zijn haar bekommert snel in duikt. Een spelletje “Bonen” waarbij ik de belangrijke taak toebedeeld krijg om Hanne te assisteren en ervoor te zorgen dat de kaarten niet van tafel vliegen door de wind dient als tijdverdrijf bij de aperitief waardoor we dan quasi naadloos op het diner kunnen overschakelen. Met uitzondering van Jasper die een Petit Loup menu krijgt nemen we allemaal een menu van 38 Euro met voorgerecht, hoofdgerecht en dessert om U tegen te zeggen. Dat alles met een fles St Joseph “La Grande Pompée” (die me 40 jaar terug in de tijd katapulteert want die wijn hebben we ooit nog in onze kelder liggen gehad) zorgt voor een mooie laatste avond. Morgen nog een korte etappe die ons weer in Tournon sur Rhône zal brengen waarna de Gyselinckskes naar huis gaan rijden en wij nog een tussenstop in Beaune en een in Reims op het menu staan hebben. We kunnen, wat ons (de oudjes) betreft, nu al op een geslaagde week terugkijken. Zeker voor herhaling vatbaar. Misschien moet er eens gezocht worden naar een formule waar ook de Verhannemannekes mee kunnen doen.We zullen er eens van dromen misschien komen wel zeer goede ideeën bovendrijven. Slaapwel
Dag # 4: St. Barthelemy le Meil – Vernoux en Vivarais
De dag begint voor mij erg vroeg omdat ik wakker wordt (ik weet niet juist wanneer maar het is nog pikkedonker) en niet meer in slaap kan geraken omdat ik allerlei opties, die we mogelijks hebben als Gertrude’s fiets niet hersteld geraakt, lig te ontwikkelen. Om half zeven vind ik dat het welletjes geweest is en stap ik uit het bed om van alles te beginnen doen zodat de tijd tot 8:15 (wanneer ik nog eens mag bellen) sneller lijkt te verlopen. Om 8:15 wordt nog niet opgenomen maar om 8:30 komt dan het goede nieuws. De rem is uiteindelijk dan toch gepurgeerd geraakt. De brave man (en dit meen ik echt) is er uiteindelijk 3 volle uren aan bezig geweest. We besluiten eerst te ontbijten vooraleer Gertrude’s fiets in Le Cheylard op te halen, omdat we met de eigenaars van de Table d’hotes en de andere hotes afgesproken hebben om samen te ontbijten om 8:30. Na het ontbijt rijden Tom en ik in 20 minuutjes een tiental km de Dolce Via stroomopwaarts. Het gaat zo snel omdat Tom me de hele tijd aan het zeggen is dat ik niet moet slabakken. Ik heb geen betere benen dan anders dus is mijn oplossing de hoogste ondersteuning van het motortje op te zetten. Bij de winkel aangekomen is het onmiddellijk duidelijk dat we hier een tijdje geblokkeerd zullen zijn. Minstens een tiental klanten proberen een huurfiets vast te krijgen / afgesteld te krijgen en de brave man staat er alleen voor. Na een half uur is het dan toch aan ons. De man voelt zich geambeteerd om aan te rekenen wat hij zou moeten aanrekenen voor zijn geleverde uren en zegt dat 50 Euro OK is. Dat is echt een cadeau, zeker als men bedenkt dat we voor die prijs ook nog eens een volledige dag een elektrische fiets gehuurd hebben. Daar kunnen Belgische fietsenmakers een puntje aan zuigen. Daarna snorren we weer de kleine 10 km naar St Barthelemy. Ik zet de ondersteuning nu echter op “eco”, ten eerste omdat het stroom / bergafwaarts is en ten tweede omdat ik wil vermijden dat de capaciteit van Gertrude’s batterij zo vroeg op de dag al serieus aangesproken wordt.
Door al dit heen en weer gerij is het na 10 uur voor we de tocht van vandaag kunnen aanvatten. Gelukkig heb ik voor vandaag een kortere rit ingepland (ik wou vermijden dat we twee lange tochten na mekaar zouden krijgen). De eerste 10 km gaan vlotjes omdat we de Dolce Via volgen waarop ook het stoomtreintje gezapig naar beneden tufte. De pret is echter voorbij wanneer we van de rivier afbuigen en ons van ongeveer 300 m naar 700 m moeten werken. Vooral het eerste stuk is erg stevig maar ook het stuk in de buurt van Chalencon mag er zijn. Misschien heeft de zwaarte verder in de beklimming ook te maken met de vermoeidheid of misschien zelfs de gecumuleerde vermoeidheid van de voorbije dagen of misschien hebben ook de extra 20 km die Tom en ik al in de benen hebben er iets mee te maken. Al bij al vind ik het opmerkelijk hoe iedereen van groot naar klein zonder één woordje te klagen de hoogtemeters blijft bedwingen. Straf … zeker de motorloze jeugd.
In Chalencon maken we een eerste echte stop omdat we op zoek willen naar een bakker / bar die klaargemaakte snacks verkoopt. Onze aankoopdienst wordt in Chalencon op pad gestuurd en komt na wat zoekwerk met een paar drankjes en broodjes op de proppen. Het is nog maar goed half twaalf dus besluiten we nog eventjes met de picknick te wachten. We passeren Silhac en belanden uiteindelijk op de trappen van de kerk van Vernoux waar we onze broodjes opsmullen. Die worden bij algemeenheid der stemmen beter bevonden dan die van gisteren. Daardoor en ook omdat iedereen blijkbaar een grote honger heeft wordt ik erop uitgestuurd om nog ergens een broodje op de kop te tikken. Dat lukt vrij makkelijk waardoor we rond 13:15 vol energie weer in het zadel kunnen kruipen. Jammer genoeg hebben we tussen Chalencon en Vernoux een goede 150 hoogtemeters ingeboet en daar moeten we nu eens goed voor zweten want de col de la Justice ligt op 679 m (opnieuw bijna even hoog als Chalencon = 700 m). Na de col maken we nog een kleine lus tot in Boffres om dan via de Col de la Justice terug naar Vernoux te rijden.
Net bij het binnerijden van Vernoux zien we een Intermarché. Daar wordt een stevige voorraad fruit, chips, nootjes, aperitief geitenkaasjes, wafels, enz ingekocht …. Men weet maar nooit wat Corona nog allemaal voor ons in petto heeft of mocht de Derde Wereldoorlog vannacht uitbreken. Wat de Intermarché echter niet heeft is schepijs. Aan dit mankement wordt (ter beloning van het jonge geweld) al snel een mouw gepast door naar de Crêperie du Lac te rijden. Lacs (en bij uitbreiding crêperies aan lacs) hebben de neiging op lager gelegen gebieden te liggen wat betekent dat we naar beneden moeten rijden om daarna …. omhoog te rijden . Deze consequentie neemt het jonge geweld er gewillig bij. Vijf minuten na de Intermarché episode zitten we dan ook in de crêperie. Sommigen achter een pannenkoek met een bol ijs, sommigen achter een frisse pint. Ook aan dit mooie liedje komt jammer genoeg vlug een einde en begeven we ons naar onze B&B. Aan de voordeur van onze (trouwens erg mooie) B&B klokken we af op een 40-tal kilometers en 860 cumulatieve hoogtemeters. Er ligt weer een mooie fietstocht achter ons.
Deze B&B (die ik vooral gekozen had op basis van de aanwezigheid van een zwembad) is zeer speciaal door zijn grootte en door de stijlvolle inrichting. De oude herenwoning staat in een park van minstens 2 voetbalvelden groot. De Gyselinckskes hebben een gans appartement (living van 75 vierkante meter inclusief met 3 bedden) voor zich. De eigenares verklaart dit door het feit dat ze wat moeten schipperen heeft om iedereen te slapen te leggen. Op die manier mogen onze gastheren/vrouwen van mijn part altijd schipperen. Bovendien is de ontvangst erg vriendelijk (bv de eigenares begint onmiddellijk naar restaurants te bellen om plaats voor ons te reserveren … niet eenvoudig blijkbaar in Coronatijden). Na een frisse duik in het zwembad wordt een rondje Uno afgewerkt (waarbij mijn riante voorsprong helemaal naar de verdoemenis gaat) en gaan we een lekkere pizza, ravioli en burger eten en dit op wandelafstand van onze B&B . Dit levert iedereen een rond buikje op en Lies een wespensteek. Hopelijk helpt de Cortisone zalf die we gelukkig mee hebben
Hiermee is de beschrijving van de 4de dag op de fiets weer netjes neergelegd zou Ivan De Vadder zeggen. Morgen herlees ik alles nog eens maar nu is het tijd om te slapen.
Dag # 3: Le Cheylard – St. Barthelemy le Meil
Dit verslag komt een dag te laat omdat onze Table d’Hotes geen WiFi heeft. Sorry daarvoor maar Internet-loze mensen bestaan dus nog
We hebben er een nachtje over geslapen en kunnen nu de schade aan knie en elleboog wat beter opmeten. Het lijkt allemaal nogal mee te vallen. Natuurlijk steekt de wonde een beetje en trekt het geschaafde vel wat tegen bij het plooien maar al bij al kon het slechter geweest zijn. Dat is wat Gertrude’s toestand betreft, nu is het tijd om de schade aan de fiets door een deskundige te laten bekijken. Zoals gepland staan we om 8:30 aan de fietsenwinkel maar we zijn jammer genoeg niet de enigen. Het is duidelijk dat de man hier met verkoop, verhuur en herstellingen gouden zaken doet en we gunnen hem dat, zeker als hij ons probleem kan oplossen. Door de vele klanten duurt het een kwartiertje voor we het probleem kunnen voorleggen. De man ziet zich wel baas over het probleem van de rem maar zegt ons dat zijn grootste probleem het vinden van de tijd voor de herstelling zal zijn. We leggen hem uit dat we vandaag gepland hebben via St Barthelemy en St Christol naar de Col de Fourges te rijden en dat we morgen naar Vernoux rijden (= steeds verder weg van zijn atelier in Le Cheylard). De enige oplossing die de man kan voorstellen is ons een fiets te verhuren zodat we onze tocht van vandaag kunnen doen terwijl hij probeert tijd te vinden om de fiets te herstellen.
Zo gezegd, zo gedaan. Gertrude mag eens een toertje maken om het zadel af te stellen en ondertussen vraag ik wat de te verwachten actieradius van deze huurfiets is. Die blijkt bij gemiddelde ondersteuning om en bij de 50 km te liggen … wat niet veel is als men bedenkt dat we vandaag een tocht van 52 km met ongeveer 1000 hoogtemeters voor de wielen geschoven krijgen. Er zijn echter geen honderden alternatieven en laten dus Gertrude’s fiets achter en Gertrude hijst zich om 9:00 in het zadel van de huurfiets.
Het eerste stuk van onze tocht is op bekend terrein (= een kleine 10 km op de Dolce Via van Le Cheylard richting Lamastre tot in St Barthelemy le Meil). In tegenstelling tot twee dagen geleden gaat het nu constant een gezapige 3% naar beneden. De enige spelbreker voor het ultieme plezier van naar beneden te snorren is de ondergrond van de Dolce Via. We halen geen gekke toeren uit op het grind / zand om te vermijden dat we lek rijden of een uitschuiver maken. Jammer genoeg is het gezapige gesnor afgelopen op het moment dat we in St Barthelemy de rivier oversteken. De toon is al direct gezet als we via een boswegje van het brugje over de rivier naar de D120 moeten klimmen. Voor de tweede keer sinds het begin van deze fietsvakantie besluit ik op de “Sport” ondersteuning over te schakelen. Tot nu toe ben ik erin geslaagd op “Eco” te blijven maar “trop is teveel en teveel is trop”. Eens van het boswegje af schakel ik terug op “Eco” om het jonge geweld niet te veel te benadelen. Ook Gertrude is spaarzaam met het ondersteuningsniveau van haar huurfiets want ze wil natuurlijk niet midden de tocht “platvallen”.
De D120 is een vrij drukke weg (toch in vergelijking met al het autoluwe dat we al mochten ondervinden ) maar gelukkig kunnen we na 1 km of zo al naar een rustiger weg afslaan. Die weg is dan wel rustiger qua verkeer maar niet qua hartslag en ademhalingsritme. Er ligt ons een stevige klim te wachten want de brug ligt op een hoogte van 360 m en ons einddoel voor vandaag ligt op 1100 m. Gelukkig is er nu en dan een stukje afdaling. Dat is goed voor de beenspieren en om op adem te komen maar het grote nadeel is dat zo’n afdaling niets bijdraagt tot het bereiken van het einddoel. Een afdaling doet alleen de cumulatieve hoogtemeters verder aantikken maar dat nemen we erbij (alsof we een keuze hebben). In St Christol zien we een bordje “Bar au bord du Talaron” (= het riviertje dat de vallei waarin we rijden een paar miljoen jaar geleden uitgesneden heeft). In de bar verkoopt men drank maar kan men ook een sandwich om mee te nemen kopen. We kopen een paar drankjes die een plaats in onze frigobox vinden (gelukkig dat we niet in Knokke zijn of we werden er onmiddellijk uitgegooid) en twee stokbroden (iene mee hesp en iene mee kees).
Daarna gaat het weer verder omhoog en omhoog en omhoog. Gelukkig voor mij is er altijd wel iemand waarop de tochtleiding (= Tom en Jasper) wil wachten waardoor ik snel wat op adem kan komen. Uiteindelijk komen we aan de Col des Fourges (1091 m) waar het vergezicht fantastisch is. In het Westen kan men het Centraal massief zien (Aubrac, Le Puy, enz.) en naar het Oosten toe kan men de bergen aan de overkant van de Rhone zien (richting Gap enz). Dit is een uitgelezen plek voor onze picknick want er liggen hier bovendien een aantal dikke boomstammen waarop men prachtig kan zitten. Bovendien is de gedachte dat het vanaf hier “alleen nog naar beneden gaat” ook een hele geruststelling, want eten in de wetenschap dat men daarna nog een zware dobber voor de boeg heeft is niet plezant. Nu is het echter wel erg plezant want na het eten op de col kunnen we bijna zonder bergopskes op een zeer rustige landweg gedurende bijna 20 km naar beneden snorren. Onze inspanningen van deze voormiddag worden beloond.
We vinden onze overnachtingsplaats al om 3 uur ondanks wat getwijfel over de juiste locatie. Ik heb namelijk onze Table d’hotes (La bergerie d’Aulagner) aan de verkeerde kant van de rivier geplaatst. Het ziet er allemaal erg goed uit. We hebben 3 ruime kamers, de eigenares is erg vriendelijk, we krijgen een welkomstdrankje, er is een ruim zwembad in het midden van een mooie tuin, de eigenaar is naarstig bezig in de keuken terwijl hij ook zijn garagepoort repareert en zijn Triumph TR6 oldtimer van 1968, probeert normaal te laten draaien, enz ….enfin, wat kan een mens meer verlangen?? Bovendien is het bijna een kleine dierentuin met 25 schildpadden, een brave hond, 3 katten, een bende kippen , geiten en ganzen. Genoeg om de kids bezig te houden. Wat we nu nog moeten te weten komen is of het avondeten dat de eigenaar in mekaar aan het boksen is inderdaad lekker zal zijn. De eigenares heeft ons verklapt dat het eenvoudig zal zijn omdat er kinderen bij zijn, hopelijk betekent dit niet dat er kleine porties gaan geserveerd worden want wij hebben grote honger en de kinderen kunnen eten als volwassenen … als het hun bekje lust. Het andere dat we nog moeten te weten komen is of Gertrude’s fiets weer in orde is. Om 5 uur mogen we bellen om een update te krijgen. Ik krijg te horen dat ze er net aan begonnen zijn en dat ik om 6 uur eens mag weer bellen. Om 6 uur is het nieuws niet beter. De man zegt me dat hij al een uur bezig is en dat hij moeilijkheden heeft de hydraulische remmen te ontluchten. Ik mag hem om 7 uur nog eens bellen. Hopelijk heeft hij dan beter nieuws. Om 7 uur bel ik nog eens, maar het nieuws blijft slecht. De brave man krijgt de remmen maar niet ontlucht. Hij begrijpt dat we morgen verder van zijn winkel weggaan maar hij kan ook niet meer doen dan proberen. Ik mag hem morgen voor de opening van de winkel bellen want hij gaat morgen nog verder proberen het probleem op te lossen.
Er zit dus niets anders op dan te proberen de fietsherstelling uit ons hoofd te zetten en te genieten van ons verblijf bij de Table d’Hotes. De eigenares vergast ons op het terras met allerlei dranken, sommige zelf gemaakt, sommige zelf gekocht. Ondertussen maken we ook kennis met een koppel uit Toulon dat een paar dagen in de streek komt logeren. De gesprekken verlopen erg vlot ook al omdat iedereen aan tafel zijn of haar steentje bijdraagt. Op die manier is twee uur later de wereld al een heel stuk beter geworden. De Fransen willen van hun politiekers af en vragen zich af of ze niet beter af zouden zijn met een koning waarop ik al snel een koppel in aanbieding zet. Ik weet niet zeker of de vlieger zal opgaan maar men weet maar nooit. De kinderen hebben het ondertussen ook naar hun zin omdat ze met de hond en de kat kunnen spelen en mee mogen helpen bij het ophokken van allerlei andere dieren die anders op het menu van de vossen zouden staan. Dit alles gebeurt onder het verorberen van een homemade tomaten salade en tapenade, kip met champignons en tagliatelle, een glaasje rosé wijn, een crème brûlée en een kaasschotel afgesloten door een koffie of thee voor de liefhebbers (en die zijn er bij ons niet). Na dit allemaal weten we zeker dat iedere ongerustheid over de kwantiteit en kwaliteit misplaatst was en bovendien weten we ook zeker dat we beter 3 nachten hier verbleven hadden (WiFi of niet, geen probleem) ipv 2 nachten in ons hotel in Le Cheylard en slechts 1 nacht hier. De volgende keer beter.
Dag # 2: Le Cheylard – Le Cheylard
De tocht vandaag is lastiger dan de titel laat vermoeden. We zijn namelijk niet van plan een dagje te surplacen (surplassen?) op de grote markt van Le Cheylard maar we willen vanuit Le Cheylard naar St Agrève en terug rijden. Vroeger deed ons ondertussen welbekend stoomtreintje dit traject maar nu is dit niet meer het geval. In plaats van stoom uit de locomotief zal vandaag alleen stoom uit ons komen want het enige dat overblijft van de vroegere spoorverbinding tussen Le Cheylard en St Agrève is een spoorwegbedding waarlangs het mooi fietsen is. Mooi is natuurlijk een relatief begrip. Voor ons betekent mooi dat het uitzicht mooi is en dat we geen abrupte klimmetjes of afdalingen te verwerken krijgen. Om 9:00 wordt het startsignaal voor Dag # 2 gegeven. Een stralend zonnetje in een blauwe lucht met maar hier en daar een schaapwolkje lacht ons toe en de temperatuur is perfect. Niet te warm als we in de volle zon fietsen en niet te koud wanneer we door de tunnels of door een dicht bebost gebied rijden. Veel gelegenheid om het koud te hebben is er trouwens niet want het gaat continu (en dat gedurende 25 km) omhoog. Er zijn dan wel geen plotse hellingen met grote stijgingspercentages (anders was de trein er niet op geraakt en anders had ik daarnet niet gezegd dat het hier mooi fietsen was) maar het continu klimmen met een paar percent wordt “men” (= de oudjes) toch gewaar. Gelukkig hebben we voor mechanische doping geopteerd waardoor we de hele tijd het jonge en het iets minder jonge geweld in het vizier kunnen houden.
Om 11:30 hebben we het hoogteverschil tussen Le Cheylard (450 m) en St Agrève (1050 m) overbrugd. De Carrefour aan de buitenrand van St Agrève ligt perfect om proviand voor de picknick in te slaan. De aankopers van dienst (Tom en oma geassisteerd door Hanne) komen na 10 minuten met een paar cavaillons, een paar pakjes rauwe ham, een paar stokbroden, wat geitekaasjes, wat frisdrank en een paar pakken koekjes terug van hun opdracht. Nu volstaat het een geschikte picknick plaats te vinden om een kroon op de geleverde arbeid te kunnen zetten. Die plaats vinden we onder de vorm van een groot plein naast het (op non actief gezette) station van St Agrève waar op Corona (zeer) veilige afstand houten picknick tafels opgesteld staan. We laten het ons allemaal goed smaken en rond 1 uur springen we weer op ons stalen ros om tot het hoogste punt van St Agrève te rijden. Daar staat / stond een kasteel en staat een oriëntatietafel waarop alle bergen uit de buurt afgebeeld staan. Eén daarvan is de Gerbier de Jonc waar ik een aantal jaar geleden op geklauterd ben toen ik een staptocht in de Haute Loire aan het maken was.
Daarna beginnen we aan de terugkeer naar Le Cheylard. Ik had een alternatieve route uitgestippeld om te vermijden dat we weer langs de Voie Verte = Dolce Via moeten terugkeren. Tom heeft vooraf mijn alternatief bekeken (en goedgekeurd) en weet de groep te vertellen dat het eerst 5 km plat is en dan tot Le Cheylard naar beneden gaat. Ik spreek hem niet tegen omdat ik recent het profiel niet bekeken heb. Misschien had ik dat beter wel gedaan want nog maar eens wordt bewezen dat een weg die een beginpunt en een eindpunt op dezelfde hoogte heeft niet noodzakelijk plat is. Meer waarschijnlijk (en dus hier ook) is dat tussen het begin en het einde "bergopskes en bergafskes" verscholen zitten. En aangezien hier nooit een trein gereden heeft kunnen de "bergopskes en de bergafskes" behoorlijk nijdig zijn …. wat vooral bij de "bergopskes" tegenvalt. In realiteit begint het pas echt constant naar beneden te gaan op een paar km van Le Cheylard maar dan wel echt behoorlijk naar beneden te gaan … met haarspeldbochten en al. Net echt.
Deze keer kennen we de dril en rijden we, in de wetenschap dat ons hotelletje (het is pas 3 uur) nog in diepe siësta is, rechtstreeks naar het stadscentrum waar we onszelf trakteren op een pint, koek, ijsje. Iedereen heeft het dubbel en dik verdiend want de GPS zegt dat we een goede 50 km gereden hebben en dat we 850 gecumuleerde hoogtemeters achter de kiezen hebben. Na de beloning is het tijd voor een douche gevolgd door een spelletje Uno met nog wat natura beloningen voor de geleverde fietsprestatie van vandaag.
Voor vanavond hebben we een tafel op het terras van Le Grand Café, een restaurant in het centrum van Le Cheylard gereserveerd omdat niemand trek lijkt te hebben in de vis die op het menu van ons hotel staat. Iedereen is gelukkig met zijn keuze, ook Jasper met zijn kindermenu (omdat een Cola inclusief met het menu komt). Voldaan springen we op onze stalen rossen en dan …. slaat het noodlot toe. Gertrude maakt (gelukkig bij superlage snelheid) een verkeerd manoeuvre waardoor ze ongelukkig valt. Gevolg: een geschaafde knie en een al even geschaafde elleboog plus een kapotte rem. Die elleboog en knie kunnen we zelf wat verzorgen maar voor de verzorging van de (hydraulische) rem zal een echte stielman nodig zijn en hier met slechts één werkende rem rondrijden is gekkenwerk. Gelukkig hebben we op een paar honderd meter van ons hotel een fietsenmaker gezien. Morgen zullen we om 8:30 aan de brave borst zijn voordeur staan. Hopelijk kunnen we hem overtuigen ons zo vlug mogelijk te helpen want de langste etappe van de week staat op het programma van morgen.
In afwachting van de herstelling van de fiets moeten we hopen dat Gertrude voldoende hersteld geraakt om probleemloos een herstelde fiets te besturen. We zullen er alvast eens een nachtje over slapen.
Dag # 1: Tournon sur Rhone – Le Cheylard
We hebben om 7:45 in het B&B van de Gyselinckskes afgesproken voor het ontbijt. Ik heb goed geslapen. Mijn betere helft is beter op veel vlakken maar niet op gebied van slapen (de afgelopen nacht alvast niet). Misschien ligt het aan het slechte hoofdkussen, het gezoem van de airco of aan de zenuwachtigheid bij het begin van de tocht. We zullen het niet weten en zouden er trouwens ook niet veel mee opschieten mochten we het weten.
Na een, naar Franse normen, uitgebreid ontbijt (baguette, croissants en brioche met allerlei confituren en met een zelfgemaakte yohourt) fietsen Hanne en ik naar station van Le Mastrou (de stoomtrein die ons van Tournon naar Lamastre een 40-tal kilometer ten Westen van de Rhône) zal brengen. Het stationnetje ligt een 6-tal km (dus een kleine 20 minuutjes) van het B&B. Terwijl wij naar het station fietsen, brengt Tom met de auto de valiezen naar het stationnetje. We komen ongeveer tegelijkertijd aan waardoor Tom direct naar het B&B kan terugrijden. Hij laat de auto daar achter en fietst met de rest van het gezelschap terug naar het stationnetje.
Iedereen is rond 9:30 ter plaatse en de fietsen en de valiezen kunnen in een specifieke wagon geladen worden. Dit verloopt allemaal erg vlotjes. Geen wonder want de mensen van de organisatie krijgen veel gelegenheid om te oefenen. Per seizoen komen namelijk 100’000 toeristen op deze stomende attractie af. Sommigen (zoals wij) fietsen vanaf het eindstation verder, anderen spenderen een paar uur in Lamastre en keren met het stoomtreintje van 15:00 terug naar Tournon. Nog anderen rijden tot halverwege met het stoomtreintje en keren terug met een soort go kart die op de sporen fietst. Voor ieder wat wils dus. Wat echter voor iedereen opgaat is dat men na een tijdje in een wagonnetje achter de locomotief overal roetdeeltjes begint te vinden. Le Mastou blaast namelijk constant een zwarte rookpluim de lucht in die over de wagonnetjes achter de locomotief neerdaalt. Misschien moeten aspirant roetveegpieten overwegen hier op 5 december zich in de taak aan de zijde van St Niklaas te komen inleven.
Na een ritje van een tweetal uur komen we rond de middag in Lamastre (het eindstation van Le Mastrou) aan. Vroeger liep de treinlijn verder om alle kleine stadjes en dorpjes van de streek te ontsluiten maar in de zestiger jaren had Koning Auto de harten van voldoende Fransen veroverd om de treinlijn volledig de dieperik in te duwen. Gelukkig stonden er een paar stoomlocomotief afficionado’s op om het tracé tussen Tournon en Lamastre toeristisch uit te baten. Dit was, gebaseerd op het succes van hun onderneming, duidelijk een goed idee.
Aan de uitgang van het station staat Dorian van Aurance Taxi klaar om onze bagage naar ons hotelletje 20 km verderop in Le Cheylard te vervoeren. Dat is een pak van mijn hart want stel u voor dat de brave borst niet was komen opdagen!!! Bovendien is hij nog zo eerlijk om ons 20 euro korting te geven wanneer hij ziet dat we maar drie valiezen hebben (hij had er waarschijnlijk zeven verwacht). Nadat hij vertrokken is kopen we bij de warme bakker een paar stukken koude pizza, koude quiche en koude croque monsieur die we verorberen op een schaduwrijk bankje aan een speelpleintje.
Rond 13:00 hebben we genoeg gelummeld en vertrekken we met onze magen enigszins gevuld voor de eerste 20 km op de Dolce Via. Tom dacht (en had een groot deel van de familie wijsgemaakt) dat de weg naar Le Cheylard bergaf was. Dat viel tamelijk tegen want we klommen de eerste 15 km van 370 m tot een goede 600 m alvorens de laatste 5 km naar beneden te kunnen sjezen naar 480 m waarop Le Cheylard ligt. Het overgrote gedeelte van de weg is kiezel / zand en exclusief voor voetgangers en fietsers. Voor een mountain bike (en mountain bike banden) is dit OK maar voor onze gewone banden is het maar op het nippertje OK zeker met een paar tamelijk zware zakken aan de bagagedrager. Alles verloopt echter naar behoren op uitzondering van een paar donderslagen en een paar zeer donkere wolken (gelukkig niet in de richting die wij moeten nemen). Dit geeft ons echter wel extra motivatie om goed door te duwen waardoor we rond 3 uur voor de deuren van ons hotelletje staan. De receptie is echter tot 4 uur gesloten. De siësta mag dan wel een Spaanse uitvinding zijn, andere landen lijken niet veel weerstand geboden te hebben tegen de veralgemening van deze gewoonte. Ik trouwens zelf ook niet als wil ik beklemtonen dat ik maar een half uurtje of zo in de armen van Morpheus vertoef (en ik bedoel niet die van de Matrix). Er zit dus voor ons niets anders op dan een terrasje zoeken waar we een frisse pint kunnen nuttigen. Onder het nuttigen van de pint wordt de lucht dreigender en dreigender en vallen er zelfs een paar dikke druppels. We besluiten dan ook naar het hotel terug te fietsen in de hoop dat de receptie al open is of dat we onder een luifel nog een paar minuutjes kunnen schuilen tot de receptie open gaat. Vijf minuutjes na onze tweede aankomst en vijftien minuutjes voor de eerste regendruppels gaat de deur open.
Wij krijgen een redelijk propere maar redelijk kleine kamer toebedeeld, de Gyselinckskes hebben een familiekamer die natuurlijk groter is … nogal logisch. We spreken om 6 uur af voor het aperitief en een spelletje Uno onder de druivelaar. Al snel blijkt dat bij iedereen de laatste stukjes pizza / quiche / croque verteerd zijn en dat we wel eens iets bij het aperitief zouden willen knabbelen. De dame des huizes weet ons echter te vertellen dat dit niet mogelijk is omdat we het niet van op voorhand laten weten hebben Ik (we) begrijp(en) die redenering niet al te best maar de dame straalt een zodanige kordaatheid uit (= een eufemisme voor onze zwakheid) dat niemand zich geroepen voelt haar standpunt in twijfel te trekken. Als ik om 7 uur aan de receptie ga vragen of we het menu kunnen zien om dan later onder onze druivelaar te eten zegt ze dat er niet te kiezen valt (we hebben blijkbaar, zonder het zelf te weten, half pension??!!) en dat onze tafel al in de eetzaal gedekt staat. Gezien er maar 2 hotels in Le Cheylard zijn, staan we in een tamelijk zwakke positie en moeten we ons dit willens nillens goed laten vallen. Gelukkig is het eten dat ons voorgezet wordt lekker en kunnen we in relatieve vrede de avond afsluiten (Gertrude met een spelletje “Bonen”, ik met deze blog). Toch denk ik niet dat we hier nog weerkeren of het hotel aan iemand aanraden.
Morgen staat ons een heel wat zwaardere etappe dan vandaag te wachten. Vanuit Le Cheylard (480 m) rijden we de voie verte helemaal tot in St Agrève (1070 m) op. Hopelijk zitten er in de weg naar boven niet te veel afdalingen zodat het totaal aantal hoogtemeters niet al te zeer oploopt. Anders zal er voor ons niets anders opzitten dan zeggen dat het allemaal wat veel is voor Jasper ;-))
Tot morgen, slaapwel
Met de fiets in de Ardèche: Proloog
Na een lange radiostilte (het is bijna 1 jaar geleden dat jullie de blog over onze staptocht van Menton naar Aix en Provence te verwerken kregen) komt er nu toch weer een nieuwe blog. Deze blog zal over onze belevenissen gedurende een weekje met de helft van de familie en onze (elektrische) fiets in de Ardèche gaan. Het begon allemaal toen het reisagentschap onze geplande reis naar Alaska annuleerde. Normaal gesproken zouden we midden augustus voor 3.5 weken naar Alaska gegaan zijn maar daar stak COVID-19 (die ondertussen COVID 20 of zelfs 21 zou moeten gedoopt worden) erg doeltreffend een stokje voor door zowel “onze” luchtvaartmaatschappij, "onze" autoverhuurfirma en een aantal van "onze" hotels naar de rand van het failliet te drijven. Door de annulering werd een groot gat in onze zorgvuldig geplande jaarkalender geslagen. Dat konden we niet zo maar laten gebeuren en dus werd op zoek gegaan naar alternatieven. We spendeerden tijdens de Corona lock-down nogal wat tijd in het zadel (van ons stalen ros) en dus diende een fietstocht ergens in Europa zich al snel aan als een mogelijk alternatief voor onze in het water gevallen Alaska reis.
Het Internet barst van voorstellen voor fietsvakanties. Als men lastige tochten uit de weg wil gaan zijn er bv langs rivieren en op verlaten spoorwegtracés enorm veel mogelijkheden. Er lijkt geen waterweg in Europa te zijn of er loopt een fietstocht langs. Zo zijn er de Donau, de Loire, het Canal du Midi, de Moezel, de Elbe, de Drau, de Rhone, de Lot & Dordogne, ... om er maar een paar te noemen. Na wat studiewerk viel onze keuze op een traject langs de Elbe dat ons via een aantal kleine middeleeuwse stadjes van Praag naar Dresden zou brengen. Het feit dat deze tocht in feite twee citytrips (verbonden door een aantal dagen op de fiets) waren gaf deze optie de doorslaggevende troef.
Toen we er met de kinderen over spraken kwam het idee naar boven dat we van deze fietstocht een familie “uitje” konden maken. Dat was een goed idee maar om allerlei praktische redenen zoals leeftijdsverschillen tussen de verschillende kleinkinderen en reeds vastgelegde vakantieplannen niet realiseerbaar. Wat wel realiseerbaar bleek was een tocht van een week met de Gyselinckskes langs een min of meer plat maar vooral autoluw parcours. De tocht langs de Elbe beantwoordde hieraan maar zijn city trip-achtige allure was minder interessant voor het jonge publiek en dus verhuisde onze aandacht naar een tocht in het departement Ardèche.
In het meest noordelijke deel van het departement ligt een verlaten spoorwegtracé langs de twee rivieren in deze streek (de Dorne en de Eyrieux). Dit tracé wordt de “Voie Verte de l’Ardeche” of ook de “Dolce Via” genoemd. Deze voie verte vormt voor veel tourorganisatoren de ruggengraat voor hun aanbod. Op één website vond ik een tocht die voor onze atletische vermogens misschien wat hoog gegrepen was en op een andere website een tocht die, althans naar onze eigen inschatting, misschien wat te makkelijk was. Ik besloot dus zelf een 6-daags parcours van een dikke 250 km uit te stippelen met de “Dolce Via” als ruggengraat, maar dat wat uitdagender was dan het makkelijke en wat makkelijker was dan het uitdagende circuit dat ik op het Internet gevonden had. Bij algemeenheid der gemachtigde stemmers werd het parcours aanvaard.
Hopelijk valt het parcours bij iedereen (ook de niet gemachtigde stemmers) in de smaak waardoor de Dolce Via ook een Dolce Vita is. Hopelijk is de blog voor de thuisblijvers ook boeiend genoeg om ons vanop veilige afstand (want veel meer dan 1.5 m) te blijven volgen
Naast deze tocht in de Ardèche is er voor de 2 oudjes (die heel veel verlof hebben) nog een aanhangsel. Wij vonden het namelijk weinig ecologisch om voor slechts een weekje op de fiets tweemaal 800 km met de auto te rijden en hebben dus besloten op de terugweg een tussenstop in Beaune en een andere tussenstop in Reims te maken. Dat deze twee stops in wijngebieden liggen is uiteraard louter toevallig. De stopplaatsen werden enkel en alleen gekozen om hun cultureel erfgoed en de mooie fietswegen in de buurt. Bovendien resulteert de keuze van Beaune en Reims in een terugweg die netjes in stukken van 250 à 300 km opgedeeld is. Ik voel het aan mijn water dat jullie bij het lezen van dit de wenkbrauwen fronsen maar geloof me, mijn neus is echt niet verder gegroeid terwijl ik dit schreef … of misschien toch niet veel.
De voorbereiding van de trip is nu achter de rug. De hotelletjes zijn gereserveerd, het bagagetransport is georganiseerd, de banden zijn opgepompt, de batterijen zijn opgeladen … nu is het alleen nog hopen dat de tweede golf in een of ander (licht of donker)oranje of rood gekleurd land(sdeel) geen roet in het eten komt gooien.
Lectori salutem (vanaf 15 augustus)
PS De aandachtige lezer zal misschien opmerken dat de afbeelding boven de blog nog dezelfde is van vorig jaar. Een software ongedierte in de website van Reis Mee belet me de nieuwe afbeelding te laden. De support van Reis Mee buigt zich op dit eigenste ogenblik (hoop ik) over het probleem waardoor ik hoop dat ik jullie snel met de juiste afbeelding zal kunnen verrassen
Epiloog van de Via Aurelia
Ieder schrijver (groot of klein) twijfelt , denk ik, wel eens bij de keuze van een titel. Ik heb dit ook bij de titel voor dit afsluitend hoofdstukje. Zou ik “Epiloog van de Via Aurelia” schrijven? Dat staat wel goed en we hebben op stukken van de oude Romeinse heerweg ook daadwerkelijk gelopen. Bovendien volgt op die manier de titel van de epiloog logisch op de titel van de proloog. Het probleem is echter dat we maar heel weinig bordjes van de Via Aurelia gezien en gevolgd hebben. Zou ik dan beter “Epiloog voor de GR 653A” schrijven? Dat bekt wel een stuk minder dan Via Aurelia, maar is wel een aanduiding die we regelmatig volgden. Maar als de aanwijsbordjes doorslaggevend zouden zijn dan zou ik evengoed GR 51 kunnen schrijven, want die bordjes zagen we waarschijnlijk evenveel als die met GR 653A. Enfin, we zijn er uit en we noemen het de “Epiloog van de Via Aurelia”.
Wat ook de beste benaming voor het pad dat we volgden moge zijn, we kunnen terugblikken op een zeer mooie tocht. We hebben nu toch al wat ervaring opgebouwd met lange afstandstochten (zeker als we Wilfried’s ervaring mee in rekening brengen) en deze tocht is een van de mooiste, die we al gedaan hebben. De natuur was erg mooi en gevarieerd. We liepen langs de kust, we liepen over cols in het hinterland, we bezochten twee erg mooie (en een minder mooie) abdijen, we liepen door bossen en wijngaarden en kwamen langs diepe canyons (sommige met een stuwmeer) en lieflijke beekjes (sommige met water). Waar we ook kwamen, het was altijd rustig. We telden op de hele periode 8 “echte stappers / pelgrims” (ze zijn te herkennen aan het gewicht van de zonden op hun schouders). Zoveel ziet men er in Saint Jean de Pied de Port per minuut vertrekken!!. Naast de “echte” stappers zagen we ook nog wel een paar dagjesmensen met kinderen of met huisdieren al dan niet op een mountain of andere bike, maar dat was alleen tijdens het weekend en in de onmiddellijke omgeving van een grote stad zoals Aix of Monaco. Naast de natuur waren er de mooie dorpjes en stadjes met soms middeleeuwse charme (Roquebrune, Peillon, Tourrette, Vence, Frejus, Valbonne, enz om er maar een paar te noemen) of soms met alle moderne glitter en glamour zoals Monaco en Cannes. Kortom een erg geslaagde combinatie van natuur en cultuur, soms op verharde wegen maar ook dikwijls op paden en paadjes met voldoende schaduw om ons tegen de strafste zon te beschermen.
Een epiloog is geen epiloog als er geen bedankingen in staan. Hier zal dit niet anders zijn. De weergoden komen in deze reeks bedankingen op de eerste plaats. We moeten die op onze blote knietjes danken voor het fantastische weer dat we tijdens onze twee weken mochten hebben. Natuurlijk hebben we een dag regen en wind gehad, maar die hadden we in Ierland gedurende de ganse tocht. Het grootste deel van de tocht hadden we een mooi zonnetje tegen een blauwe hemel bij temperaturen tussen de 25 en de 28 graden. Wat moet men meer hebben?
Verdere bedankingen (in willekeurige volgorde om niemand tegen de borst te stoten) gaan naar de lezers. Zij brachten iedere dag opnieuw de moed op om het verslag van de vorige dag te lezen en er een reactie op te geven. Dit waren voor mij steeds weer aanmoedigingen om elke dag opnieuw een stukje te schrijven (ongeacht tegen wie de Gantoise moest spelen). Een speciale vermelding gaat naar Nelly de chauffeur en de explorer. Iedere namiddag was zij op de afgesproken plaats soms in weerwil van wat de GPS haar in het oor fluisterde. Dit was niet eenvoudig met een voor haar onbekende auto in een voor haar onbekende streek met soms erg smalle straatjes en parkeergarages. Om zich daardoor te wurmen wordt de speciale prijs voor moed en zelfopoffering bij unanieme beslissing van de jury aan haar toegekend. Bovendien krijgt Nelly de prijs van het publiek om alle horecazaken tussen Menton en Aix en Provence aan een zorgvuldige screening te onderwerpen alvorens ons naar de uitverkorene te leiden.
Ook Gertrude krijgt een speciale vermelding om gedurende bijna 300 km (hiel)spoorslags en zonder morren met ons mee te stappen ondanks de pijn aan haar voet (= hielspoor = fascitis plantaris). Hopelijk brengt wat (relatieve) rust snel soelaas, ze heeft er in ieder geval een speciale vermelding aan te danken.
Wilfried mag natuurlijk ook niet op het appel ontbreken. Hij is een fantastische “compagnon de route” (ook als we in de brousse belandden) die edelmoedig bier en wijn dronk om zo voldoende Schweppes Agrume en Cola Zero voor de dames over te houden.
Tenslotte moeten de hard- en softwarefabrikanten bedankt worden. De wandel GPS heeft ons hardware-matig niet in de steek gelaten en ook de opgeladen kaarten van OSM / Freizeitkarte waren in de meeste gevallen in overeenstemming met de werkelijkheid. De paar onnauwkeurigheden wezen hun vergeven omdat ze niet opwegen tegen de talloze keren dat die kaarten ons geholpen hebben wanneer de GR markeringen het lieten afweten.
We zijn ook de uitvinders van Brufen en Compeed erg dankbaar. Ze hielpen wanneer de nood het hoogst was. Alleen met de fabrikant van mijn stapschoenen heb ik nog een eitje te pellen … maar ik ben jammer genoeg het meeste van de mentale brief die ik onderweg liep te “schrijven” vergeten. En toch zal hij er niet zo maar mee wegkomen, de snoodaard.
We hopen dat de blog en de foto’s ons zullen helpen de herinneringen levendig te houden en dat jullie allemaal enthousiast geworden zijn, indien niet voor lange afstandswandelingen dan toch voor de prachtige streek die we doorkruisten. De beeldjes van Albrecht Schönerstedt die we in Carces kochten zullen alvast “ergens” een plaats krijgen, zodat ze ons permanent aan deze mooie tocht kunnen herinneren.
Zie zo, dat was het. Nu moet ik Gertrude wat helpen met het opkuisen van het appartement en het uitschenken van de aperitief (anders wordt hij slecht).
P.S. Zoals elk jaar zou de tocht niet zo goed verlopen zijn zonder onze fantastische gids ( echtgenoot), waarvoor nog heel veel dank. We kijken er al naar uit waar hij ons volgend jaar zal heen brengen.
Gertrude