Dag 5: Een easy dag in Homer
Ik heb vannacht zeer goed geslapen. Zo goed zelfs dat ik niet gehoord heb dat Gertrude opgestaan is, waarmee al gezegd is dat zij minder goed geslapen heeft. Volgens mij zou een goede pint of glas wijn daar veel bij helpen maar dat is slechts een persoonlijke mening. Mijn eerste impressie van de nieuwe dag is vrij positief. Het licht dat door de spleetjes van de gordijnen komt, lijkt vrij helder. Die impressie wordt bevestigd als ik wat later (en al heel wat wakkerder) naar buiten piep. De wolken lijken deze morgen erg hoog te zitten en alles ligt er poederdroog bij. Veel beter kan men hier niet verwachten, denk ik.
Na het ontbijt dat noch Gertrude, noch ik helemaal kunnen opeten maken we ons klaar en besluiten we, voor vanmiddag, een belegd broodje te gaan kopen in de Subway die we gisteren bij ons bezoek aan de “historic city” gezien hebben. We bestellen “one foot” brood met sla, tomaat, hesp en kaas. De brave borst die ons bedient is stomverbaasd dat we niet nog minstens 3 andere ingrediënten willen en is al helemaal van slag als we zeggen dat we geen saus op ons broodje willen. Rare jongens, die Europeanen, denkt hij in navolging van Asterix en Obelix.
Nu zijn we klaar om naar Mako’s (de watertaxi maatschappij) te gaan. Vandaag staat een tocht(je) “into the wild(je)” vanuit Homer gepland. Het is de bedoeling dat we eerst met de watertaxi van Homer naar Glaciar Spit varen, daar afgezet worden en op eigen kracht tot aan de Saddle trailhead stappen om daar weer opgepikt te worden door de watertaxi voor de terugtocht. Terwijl we op kapitein Curtis wachten, worden we geamuseerd door een zeeotter. Dit zijn flink uit de kluiten gewassen otters, de grootte van een kleine zeehond. Ze blijken uitstekende “op de rug drijvers” te zijn want ze doen het de hele tijd terwijl ze met hun voorste pootjes continu hun gezicht lijken te wassen.
Kapitein Curtis is meer dan een “chauffeur” van een watertaxi. Hij blijkt ook een natuurgids te zijn. Hij toont ons onderweg een kolonie van 15000 Common Murres (in onze contreien beter gekend als kortbekzeekoeten of dikbekzeekoeten … niet te verwarren met de diknekzeekoeten). De claim to fame van die murres is dat ze tot 100 ft diep vis kunnen gaan vangen. Straf voor een vogel die ook nog kan vliegen. Verder toont hij ons een puffin (een soort pinguïn die nog kan vliegen en de kop van een papegaai heeft). Tot slot toont Curtis ons een bald eagle (= Amerikaanse zeearend) die als brunch / lunch een zalm aan het verorberen is. Verder natuuronderwijs kan jammer genoeg niet omdat de valbrug van de boot moet neergelaten worden (een beetje zoals ze dat meer dan 80 jaar geleden in Normandië deden) zodat we aan onze tocht kunnen beginnen. Qua weer hebben we niet te klagen. Er staat een steeds sterker wordend zonnetje dat mij uiteindelijk verplicht mijn pet op te zetten om mijn voorhoofd te beschermen.
Aan de trailhead moeten we onze naam invullen en staan verschillende waarschuwingsborden dat we “bear country” betreden. Er staat ook uitgelegd hoe de bodylanguage van een beer te interpreteren maar we moeten bekennen dat het allemaal niet 100% duidelijk is. Enfin, we hebben de bear spray in aanslag mochten we de body language toch niet absoluut correct interpreteren. De eerste kilometer van onze tocht zien we veel uitwerpselen van beren. Volgens mij zijn er duidelijk meerdere beren in het spel. Eén lijkt wat diarree te hebben (misschien hadden we voor hem een stripje Immodium moeten meebrengen als teken van onze goede trouw) terwijl een andere wat harder moeten persen heeft om al dat stro uit zijn uitgang te krijgen. Misschien is die wel een overtuigde vegetariër … wat ons goed zou uitkomen. We hopen alvast dat hij zijn beergenoten op korte termijn tot vegetarisme kan bekeren. Mocht dit niet lukken dan heb ik nog een troefkaart. Ik denk te weten dat beren geen muilezels aanvallen en als dat zo is dan ben ik safe. Naast de rugzak (die zo stilaan de plaats geworden is voor alles waar we niet direct van weten waar we het best kunnen laten) hangt nu ook al de berenspray en mijn fototoestel aan mijn nek.
De wandeling zelf is vrij makkelijk en alleen bemoeilijkt door de vele boomwortels en de keien waarmee het pad bezaaid is. Na een tijdje zien we geen droppings meer wat me op het idee brengt dat we hier waarschijnlijk met coastal bears te maken hebben (zoals gisteren) die hun dagelijkse portie vis uit de riviermondingen en de oceaan halen. Er is voor hen derhalve geen enkele reden om meer dan één kilometer van hun voedselbron weg te gaan.
Om 14:15 komen we aan bij Glacier Lake en jammer genoeg is het weer beginnen miezeren … niet genoeg om nat te worden maar wel genoeg om het fris te krijgen, zeker als men er het briesje dat van over de gletsjer komt moet bijnemen. Wat een verschil met een halfuur geleden toen ik me nog genoopt voelde de bovenkant van mijn voorhoofd met zonnecrème in te wrijven. De gletsjers die in het meer uitmonden zouden veel fotogenieker zijn met wat zon maar dat zal voor een andere keer zijn. We blijven dan ook niet lang talmen en trekken, na het verorberen van een halve voet brood met beleg, over de “saddle” ( = de eindmorene) richting Saddle trailhead waar de watertaxi ons om 5:00 PM zal komen ophalen. In gedachten verzonken probeer ik het woord te vinden dat het best deze “Into the Wild van de Aldi” beschrijft en ik kom op “ongerept” uit. Binnen twee minuten na mijn stilzwijgende conclusie vraagt Gertrude totaal uit het niets “Hoe ongerept is de natuur hier?”. Telepathie zal dus wel bestaan, zeker tussen mensen die 45 jaar getrouwd zijn … en al zeker als ze met elkaar getrouwd zijn.
We komen rond 4 uur aan bij de oppikplaats en moeten dus een uur wachten want iedere boot die hier aanlegt heeft zijn eigen passagierslijst. Gelukkig is het zonnetje weer komen opzetten en hebben we twee goede zitstenen gevonden. Onderweg naar Homer is het weer weer anders. We komen nu langzamerhand in dikke mist. Die maakt alles vochtig en kil. Een goede warme douche zal dan ook deugd doen en daarna gaan we eten bij Captain Pattie’s Fish House. Gertrude beslist een lekker stuk heilbot te nemen en ik neem mosselen . Die zijn erg lekker maar wel stevig gekruid met curry in kokosmelk en pepperoncini schilfers. Dit brengt de mosselen niet op het zweet, neusloop en rode uitslag niveau van Singaporese Laksa of chili krab of Indische curry vindaloo (die spelen in de Champions League) maar deze mosselen spelen toch ook in de Europe League of Conference League. Misschien zou ik voor morgen vroeg toch best wat WC papier in de diepvries leggen. Enfin, we zullen het morgen weten. Ondertussen gaan we nu slapen.
Slaapwel
Dag 3: Van Girdwood naar Homer
We zijn vandaag rond 5 AM wakker. Dat is nog altijd iets te vroeg maar begint toch min of meer acceptabel te worden. Zeker als men er nog een halfuurtje soezen bijtelt. De eerste taak deze morgen is nagaan of de weersvoorspelling voor vandaag klopt. En ja hoor, er staat een mooi zonnetje in de blauwe lucht. Wat moet een mens meer hebben? We zijn met alles klaar rond 8 uur en vertrekken via de Sterling highway richting Homer. Alle bergtoppen zitten te blinken met hun witte versieringen, soms onder de vorm van kleine vlekjes, soms met een uitgebreide gletsjer kraag. Jammer genoeg zijn hier op de highway quasi geen plaatsen waar men kan stoppen om een fotootje te trekken. Het zal allemaal voor altijd in ons geheugen gegrift moeten staan.
Wat hier in deze streek (= Chugach National Forest) enorm opvalt is de ongereptheid van de natuur. Buiten de weg waarop we rijden is er niets dat op menselijke interventies wijst. Er staan geen huizen, er zijn geen terrasjes, er zijn geen uitkijkposten, zelfs geen frietkoten!!! Alleen bossen en bergen en meertjes en stroompjes en gletsjers.
Na een tijdje splitst de Sterling Hwy zich af van de Seward Hwy . Wij zullen de Sterling Hwy verder volgen om via een klein aantal dorpjes / stadjes uiteindelijk in Homer uit te komen. We wijken wel éénmaal van de highway af om in Hope eens een kijkje te gaan nemen. Gelukkig hebben we niet te veel hoop in Hope gesteld want de 2 x 15 miles zijn niet de moeite waard. Men rijdt door mooie bossen, dat wel. Men ziet hier en daar de Turnagain Arm, dat wel, maar niets dat de omweg rechtvaardigt.
Na Hope gaat het weer verder richting Homer. Onderweg passeren we het gebied waar de Russian River in de Kenai River vloeit. Het krioelt hier van de vissers die letterlijk met honderden ofwel vanop een bootje ofwel rechtopstaand in een ondiep gedeelte van de rivier op zalm en forel vissen. Na de samenscholing van de vissers verandert plots het landschap. Op zo’n 100 miles van Homer wordt het landschap plots veel vlakker. Dit gecombineerd met de grote sterfte van de sparren (of zijn het dennen??) door bosbranden of door één of andere ziekte wordt de omgeving veel minder interessant. Er is in deze streek duidelijk veel meer menselijke aanwezigheid. Deze aanwezigheid is het duidelijkst in Soldotna, waar er zelfs een paar winkelcentra zijn. In die winkelcentra zijn de meeste ketens vertegenwoordigd. Daar maken we gebruik van om voor Gertrude een nieuw leesbrilletje te kopen bij een Walgreens. Haar echte bril had namelijk een vijs los waardoor hij een been kwijt is. Naast die winkelcentra is er ook een microbrouwerij waar we een pizza en een Caesar salad eten. Na Soldotna gaat het dan richting Ninilchik. Daar worden we geacht een klein Russisch orthodox kerkje met bijhorend kerkhof te bezoeken. Dat zijn de getuigen van de oorspronkelijke bewoners van Alaska (tot de Verenigde Staten Alaska van Rusland kochten). Van dit plan doen we afstand zodra we in de mot krijgen dat er in Nilnichik iets staat te gebeuren. Overal staan auto’s geparkeerd en stappen mensen in één bepaalde richting. Als we het epicentrum van de activiteiten passeren zien we opschriften over de “Biggest little fair of Alaska”. We weten onmiddellijk dat we deze kelk aan ons willen laten voorbij gaan en dus vervolgen we onze weg naar Homer zonder de Russische achtergrond van Ninilchik verder te doorgronden (misschien binnen een paar dagen als we hier weer, op weg naar Seward, passeren.
5 km voor Homer dalen we als het ware van een plateau af en zien we aan de overkant van het water weer hoge bergen met gletsjers. Dit zijn de bergen rond Halibut Cove die we als alles volgens plan loopt overmorgen willen bezoeken. De wolken die in de loop van de namiddag verschenen zijn herinneren er ons aan dat we alles stap bij stap zullen moeten nemen. Doen wat mogelijk is en laten wat het niet is. De eerste stap is inchecken in Land’s End. Dat hotel ligt letterlijk op het einde van het land. Vanuit het land steekt namelijk een 4 mijl lange en slechts een honderd meter brede (smalle) landtong uit. Geen wonder dat men die landtong “the spit” noemt. Na het inchecken in het hotel is onze tweede stap het inchecken bij de vliegmaatschappij die ons morgen naar de “Berenexcursie” in het Katmai NP zal brengen. Daar wemelt het van de beren en heeft men de gelegenheid de dieren van relatief dicht bij en met een ervaren gids in de buurt te observeren. We worden gewogen, we krijgen consignes over wat mee mag en wat niet, we worden gezegd dat we best insect repellent meebrengen want dat er, naast veel beren ook best veel mosquitoes zijn (dat belooft) en, last but not least, we krijgen een document te tekenen dat stelt dat we alle verantwoordelijkheid zelf opnemen. Dit doet me denken aan de expeditie met het duikbootje naar de gezonken Titanic. Ik vraag me af of dezelfde advocaat de tekst opgesteld heeft. Enfin, laat ons hopen dat het weer beter is dan voorspeld; morgen staan wij om 7:30 aan de watervliegtuigjes van Alaska Bear Adventures (ook bekend onder de naam K-Bay Air).
Alvast gaan we in afwachting daarvan proberen in één ruk door te slapen om morgen de beren, bright eyed and bushy tailed, tegemoet te treden.
Slaapwel
Dag 2; Van Anchorage naar Girdwood
Vannacht heeft de te verwachten jetlag toegeslagen … maar minder erg dan dat ik me herinner van 15 jaar geleden toen ik in een quasi permanente staat van jetlag leefde. Toen was het niet ongebruikelijk dat ik om 10 uur in mijn bed kroop en om 11 uur wakker werd in de vaste overtuiging dat ik een hele nacht geslapen had als een roos. Deze keer zweefde ik een hele tijd (moeilijk te schatten hoe lang) tussen slapen en wakker zijn en het was al 2:33 AM op het moment dat ik mezelf toeliet een eerste keer op de wekker te kijken. De tweede keer was het al 3:40 en daarna kon ik nog een beetje slapen tot het om 4:30 definitief amen en uit was. Al met al dus niet slecht en Gertrude verging het zelfs nog een beetje beter.
Op dat moment was het duidelijk dat het waarschijnlijk een grijze dag zou worden, maar het was toch droog en dat vonden we al iets. De hand van een toerist naar Alaska is gauw gevuld, nietwaar? Na het ontbijt werd alles ingepakt en waren we rond 7 uur al op pad ondanks het feit dat we maar een korte rit (een goede 60 km tot in Girdwood) voor de boeg van de auto hadden. We vonden het echter een goed idee niet te lang in Anchorage te blijven omdat het in onze ogen een vrij “dopey city” is. Veel gebouwen staan leeg of worden helemaal niet onderhouden, er is quasi geen leven op straat en veel inwoners van Anchorage lijken aan minstens één verslaving te lijden (en dan heb ik het niet uitsluitend over die ene jongeman van gisteravond). Girdwood daarentegen zit in een groeifase dankzij de ski industrie, wat naast skiliften ook veel winkeltjes, bars en restaurants met zich meebrengt.
We stellen het verkennen van de bars en de restaurants echter voorlopig nog wat uit en rijden naar het vertrekpunt van de Crow pass tocht. De tocht van iets minder dan 11 km en bijna 700 hoogtemeters wordt als gemiddeld zwaar beschreven en zal ons ongeveer 4 uur zoet houden omdat lange stukken van het pad over steenlawines lopen. Stevige schoenen zijn derhalve essentieel. Nog een groter probleem dan de ondergrond is jammer genoeg het weer = de zichtbaarheid. In Anchorage (= zeeniveau) zaten we onder de wolken. De tocht naar de Crow pas begint rond de 400 m boven het zeeniveau (en gaat tot boven de 1000 meter) waardoor we de hele tijd in de wolken lopen. Alles staat derhalve kleddernat en de zichtbaarheid is hooguit een paar tientallen meters. We troosten ons met de gedachte dat we het niet alleen voor de mooie vergezichten maar ook voor de sport doen.
Na de picknick rond 1:00 is het weer dermate verbeterd dat er weliswaar nog wolken rond de toppen van de bergen te zien zijn maar dat de rest van het landschap zich al laat bewonderen. Het is mooi, maar nu ook niet zo mooi dat we de tocht een tweede keer zouden doen. Bovendien hebben we nog andere taken. We moeten nog repellent voor muggen en repellent voor beren kopen. Het eerste halen we in de lokale farmacie. De bediende zegt dat net een nieuw DEET gebaseerd product binnen gekomen is. Ze haalt het en het blijkt 100% DEET te zijn. Ik ben natuurlijk direct overtuigd maar schrik toch een beetje wanneer de apotheek bediende zegt dat dit product voor het moment het sterkste is maar dat, wie weet, morgen misschien wel een product op de markt komt met 105 of zelfs 120% DEET. Ik overweeg een moment de dame in te wijden in de geheimen van de percent berekenologie maar geef het idee op omdat we deze namiddag nog een andere taak hebben, namelijk het verkennen van bars en restaurants. Dat moet ook ter harte genomen worden. We verzeilen dan ook snel in de bar rechtover onze overnachtingsplaats omdat we toch maar vanaf 4 uur kunnen inchecken. Dat inchecken is niet zo simpel voor mensen zoals wij, van een paar generaties voor de huidige digitale generatie. De code voor de voordeur lukt niet omdat we aan de verkeerde deur staan te prutsen maar ook de code aan onze kamerdeur (nadat iemand die net buiten kwam ons binnenliet) lukt pas na 5 minuten foefelen. Hierdoor en omwille van het feit dat we vroeg willen eten valt onze geplande turbo siësta in het water. We zijn al naar een paar restaurants uit de lijst die we van Askja gekregen hebben gaan kijken. Bij “Double Musky” krijgen we de raad om al om 4:00 te beginnen aanschuiven omdat reserveren niet mogelijk is en het restaurant erg populair is. Het restaurant gaat dan wel maar om 4:30 open maar reeds vanaf 4:00 begint zich een rij te vormen. Mensen zijn toch rare wezens, nietwaar. We horen ook bij die categorie van rare wezens en komen kort voor 4:30 bij Double Musky toe. Daar moeten we vaststellen dat er inderdaad al minstens een dertigtal mensen klaar staan om het restaurant binnen te stormen zodra de deuren geopend worden. Gelukkig kunnen we nog een mooi tafeltje bemachtigen. We voelen ons deel van de uitverkorenen.
Onder normale omstandigheden eten we nooit zo vroeg maar vandaag komt dit zeer goed uit. Rond 7:30 is er op de Turnagain arm (= turn again = keer weer om) van de Cook inlet een uitzonderlijk fenomeen te zien, namelijk de bore tide. Verdere uitleg kan gevonden worden door hier te klikken maar het komt erop neer dat het getij plots in een soort fuik terechtkomt, wat enorme stromingen met zich meebrengt. Vandaag is de stand van de maan e.d. zo dat die stromingen extreem groot zullen zijn. Een dergelijk fenomeen komt slechts op een paar plaatsen op de wereld voor. Bv ook in Noorwegen maar daar waren we vorig jaar niet op het juiste moment om iets te zien. Vandaag heb ik alles zo georganiseerd dat we de getijdenwerking op zijn spectaculairst zullen zien. Meer dan 10 surfers liggen ook klaar om honderden meters op de getijdegolf te surfen. We hebben dan bovendien nog het geluk dat we ons net op de juiste plaats (waar de golf breekt en waar de surfers optimaal van de getijden kunnen gebruikmaken) geĂŻnstalleerd hebben. Het spektakel is echt de moeite. Dat in het zonnetje kunnen meemaken op een dag die toch wel erg grijs begon is fantastisch. Na dit natuurfenomeen gezien te hebben is het tijd om de blog te schrijven en het opgelopen slaap deficiet te proberen te verminderen.
Slaap wel. Morgen gaat het naar Homer (niet van de Simpsons)
Dag 1: Blanden naar Anchorage
Beste lezers, heb geen schrik Deze keer zal de blog korter zijn.
De hele nacht voor ons vertrek heeft het geregend en gewaaid en het feit dat we dat weten is geen goed teken voor de kwaliteit van onze slaap. We zijn dan ook veel te vroeg uit bed om ons klaar te maken en Nelly te ontvangen. Stipt om 7:50 staat ze voor de deur om ons naar Leuven Centraal (= het station, niet de gevangenis) te brengen. Alles verloopt vlotjes. De trein vertrekt op tijd en we kunnen moeiteloos bij de Lufthansa counter inchecken, al kan de man achter de balie niet laten het mes nog eens in de wonde rond te draaien door te vragen of we niet via ESTA geregistreerd hebben. Wij laten ons echter niet intimideren en tonen vol trots ons mooi visum. Chakka!!!
De vlucht naar Frankfurt heeft vertraging maar niets dramatisch. Een half uurtje wanneer men meer dan 2 uur lay-over heeft is geen probleem. De vlucht naar Anchorage heeft een uur vertraging en dat is ook geen probleem want het is onze eindbestemming. De vertraging heeft te maken met het feit dat de kuisploeg niet voldoende middelen heeft om het vliegtuig weer netjes naar zijn volgende bestemming te laten vliegen. Waar heb ik de uitspraak “te weinig middelen” nog gehoord? Het lijkt een besmettelijke ziekte die van Belgie nu ook op Duitsland overgegaan is. Uiteindelijk kunnen we vertrekken en zetten, 10 uur later, wiel aan grond in Anchorage. We voelen ons beiden na die 10 uur redelijk OK ondanks het feit dat geen van ons ook maar een minuutje geslapen heeft. We hebben nochtans hele periodes erg stil gezeten (waar is de tijd dat ik met Singapore Airlines kon neerliggen?) en niet te veel of te weinig gegeten of gedronken hebben (waar is de tijd dat ik met Singapore Airlines champagne en wijn en eten à volonté kon krijgen). Singapore Airlines is een herinnering die spontaan opborrelt bij zo’n lange vlucht. Waar is de tijd dat ik één keer, iedere maand, 16 a 18 uur met Singapore Airlines naar New York en terug naar Singapore vloog?
In Anchorage verliep alles wat stroef. Eerst was er het vrij lange aanschuiven aan de immigratie (maar ondertussen kregen we uitgebreid toeristisch advies van een Duits koppel voor ons in de rij en een ander koppel achter ons in de rij ). Na de trage immigratie was er het feit dat het car rental center een “paar kilometer” van de terminal was waar wij geland waren . We hadden nochtans maar een rugzak en een valiesje mee maar toch viel dit niet mee. Dit ongemak was echter klein in vergelijking met de verrassing die de Alamo dame voor ons had. Ze zei dat er geen reservering op mijn naam was. Na heel wat gepalaver met de Nederlandstalige voucher van Sunny Cars (een Nederlandse broker waar Askja, ons reisbureau mee werkt) in de hand vond de manager van Alamo (die er ondertussen bij geroepen was) dan toch de reservering. Die reservatie had echter een aantal verrassingen in petto: de categorie van auto stemde niet overeen met (was kleiner) wat we betaald hadden, de fuel policy was niet in lijn met waar we voor betaald hadden (geen gratis tankbeurt) en … Sunny Car had blijkbaar de auto gehuurd voor 23 dagen maar slechts betaald voor 5 dagen. Hierdoor moesten we dus nog 3600 USD uit onze hoed toveren of, alternatief, de geplande reis te voet doen. Na een kort overleg hebben we besloten de tover route te volgen en zo snel mogelijk op de kap van Askja en Sunny Cars te springen. Vroeg of laat zal dit wel opgelost geraken want Alamo en Sunny Cars werken dikwijls samen, wist de manager te vertellen.
Na het inchecken zijn we in de 49th State Brewery iets gaan eten. Deze microbrouwerij / restaurant in downtown Anchorage is op wandelafstand ( een paar 100 meter) van het hotel maar "verplichtte" ons wel te wandelen door een “parkje” dat nogal deed denken aan een pop-up kemping van tamelijk verdacht allooi. Wat groezelige tentjes, een paar winkelkarretjes her en der tussen een paar roestige fietsen nog herder en derder. Enfin, niets dat ons aanzette in die richting te kijken of trager te stappen. Na het eten moesten we trouwens weer langs dat “parkje” en nu werden we getrakteerd op een praktijkles Cocaïne / Heroïne verwarmen op aluminium folie en vervolgens inhaleren. Het leek goed te werken dus zijn we niet gestopt om de jonge man te vragen of hij Cocaïne of Heroïne aan het gebruiken was. Ik heb ook geen poging ondernomen om de eerste prijs straatfotografie te winnen.
Terug op de kamer nog wat aan allerlei zaken geprutst (o.a. herschikken van de bagage en vooral van de rugzak want morgen staat een bergtocht (of misschien twee afhankelijk van het weer en de moeilijkheidsgraad) op het programma en dan om 10:30 PM (8:30 AM in België) in bed om nog wat na te genieten van de leuke sfeer in de microbrouwerij en de beelden van de jongeman die zijn leven aan het verprutsen is (of al verprutst heeft) te laten vervagen.
Morgen is een nieuwe dag. Tot dan
Proloog van de Alaska reis
Beste en trouwe lezers,
Jullie beginnen nu met het lezen van wellicht de langste proloog uit mijn stilaan uitgebreide verzameling reisblogs. Ik wens jullie veel moed. De reden voor de (te?) lange proloog is dat we vandaag aan de vooravond staan van een reis die wellicht het hoogste “voeten in de aarde gehalte” van alle recente reizen haalt. Ten eerste is er het feit dat Alaska voor Gertrude al jaren haar droombestemming bij uitstek is. Mijn vroegste herinnering aan spreken over reizen naar Alaska dateert van mijn afscheidsfeestje van Schering Plough / Merck in Singapore (November 2011 om een idee van de tijdslijnen te geven) waar Gertrude met een aantal van mijn toenmalige collega’s aan het afspreken was om naar Alaska te trekken. Maar tussen 2011 en 2023 is heel wat water door de Dijle (en zo uiteindelijk naar de zee) gevloeid hebben we een aantal andere reisbestemmingen (vooral in Zuid Amerika) bezocht maar stond Alaska niet op het menu. In 2019 echter kwam Alaska toch weer op het voorplan. Zoals jullie weten betekende dit nog niet dat we in 2019 naar Alaska gingen. Wel integendeel. In 2019 was er een “vergissing” van het reisbureau. Die wilden ons in het voorjaar van 2020 op pad sturen. Het voorjaar kan misschien wel een goed tijdstip zijn voor mensen die Alaska vanop een cruiseschip willen bewonderen maar niet voor ons. Wij willen namelijk letterlijk “op (berg)pad” gaan en die paden liggen er in Alaska in het voorjaar nog dik besneeuwd bij. Dus werd de reis verplaatst naar augustus 2020. Dat was nog maar net gebeurd of die ambetante virus uit China kwam overwaaien. Hierdoor moesten de plannen weer opgeborgen worden. Dan maar alles plannen voor 2021 maar toen kwamen een aantal vernauwingen in mijn coronairen onaangekondigd roet in het eten gooien. Dan misschien in 2022? Deze keer dacht het reisbureau dat de toeristische infrastructuur van Alaska nog niet voldoende hersteld was van COVID perikelen. Maar de aanhouder wint en in het najaar van 2022 werd een reis voor augustus 2023 geboekt.
Nog nooit zo vroeg als voor deze reis was alles tot in de puntjes voorbereid. Vluchten werden vastgelegd, auto’s werden gehuurd, excursies werden ingepland, bergtochten werden van het internet gedownload en GPS klaargemaakt, gedetailleerde dagplanningen werden opgesteld, alles werd netjes vooraf betaald, enz., enz. Niets zou Gertrude’s droom nog in de weg staan, zelfs Poetin met zijn speciale operatie in Oekraïne niet want vanuit Alaska zouden we hem, indien nodig, langs de Beringstraat snel een bezoekje kunnen brengen. We zouden het dan wel een zeer speciale operatie noemen. Zoals jullie kunnen zien: alles verliep zoals gepland tot ik er, een paar weken geleden, aan dacht dat we ons via ESTA (Electronic System for Travel Authorisation in het visa waiver systeem van de Verenigde Staten van Amerika) nog moesten registreren. Ik was nog goed op tijd want ESTA kan men tot 72 uur voor de reis aanvragen. Het invullen van de vragen in het ESTA formulier was ook een fluitje van een cent. Wie zou nu antwoorden dat hij (of zij) een geestesziekte heeft, of deel uitmaakt van een terroristische organisatie, of geld witwast, of prostitutie organiseert of aan mensenhandel meewerkt. Lachwekkend die vragen ... tot me bij de vijftiende (of zo) lachwekkende vraag plots het lachen verging. Waren wij de voorbije jaren in Irak, Iran, Soedan, Noord-Korea of Cuba geweest? Wij waren in 2016 inderdaad in Iran geweest en toen ik dit waarheidsgetrouw invulde kreeg ik prompt de boodschap dat ik de ESTA op mijn buik kon schrijven (= I could write ESTA on my belly).
De enige uitweg was dus een visum aan te vragen. Deze procedure kan echter tot 8 weken duren en die 8 weken waren er niet meer. Bij de reisorganisatie was men (terecht) onverbiddelijk. In hun documentatie stond vermeld dat ESTA niet mogelijk was als men in Iran geweest was en net dat zinnetje hadden we niet gelezen!!! Uitstellen of annuleren van de reis kon, maar dan wel met volledig verlies van alle gemaakte kosten (= alles). Dus zat er niets anders op dan rap, rap en met de moed der wanhoop een visumaanvraag in te dienen en zo vlug mogelijk een datum voor een consulair interview vast te leggen. De eerst mogelijke datum was 24 juli (= 7 werkdagen voor ons gepland vertrek). 7 dagen in plaats van 8 weken is op zich een voldoende uitdaging maar daar eindigde ons ongeluk niet. Voor ESTA is het voldoende dat de paspoorten geldig zijn tijdens de hele duur van het verblijf in de Verenigde Staten. Voor een visum moeten de paspoorten nog 6 maanden geldig zijn op het moment dat men de Verenigde Staten verlaat. Onze paspoorten vervielen echter op 31 januari 2024 wat net geen 6 maanden geldigheid overliet op datum van ons gepland vertrek uit de Verenigde Staten. Nieuwe paspoorten moesten dus aangevraagd worden ... maar dat ging niet omdat men zich daarvoor persoonlijk op het gemeentehuis moet aandienen ... maar dat ging niet omdat we de eerste week van juli traditioneel met de kleinkinderen een weekje Spanje geboekt hadden. Dat annuleren zou ons minstens door twee generaties kwalijk genomen worden. Dan de nieuwe paspoorten aanvragen zodra we weer in Belgie waren ... maar dat ging niet omdat 11 juli de Vlaamse feestdag is en op 10 juli de brug gemaakt werd. Met de moed der wanhoop werden de nieuwe paspoorten met een spoedprocedure aangevraagd en waarachtig, de nieuwe paspoorten waren er op 13 juli. Met deze nieuwe paspoorten konden we nog dezelfde dag een nieuwe visumaanvraag indienen zonder onze afspraak van 24 juli te verliezen. Ik keek gedurende gedurende 2 weken elke dag op de website van de Amerikaanse ambassade of ik een vroegere datum voor het interview kon vastleggen. Helaas was dit niet het geval en bleef 24 juli de vroegst mogelijke afspraak. De afspraak op 24 juli zelf verliep dan wel zonder ongelukken (die waren op, denk ik). We stonden al om 7:00 aan de toegangspoort van Fort US Embassy voor onze afspraak van 7:45 en ik had alle documenten een miljoen keer doorgenomen om 500% zeker te zijn dat alles in orde was. Onze aanvraag werd dan ook onmiddellijk door de consulaire agent ter plekke goedgekeurd (= Approved). Hij wist echter te vertellen dat daarmee de kous nog niet af was (the stocking was not down yet). Na de “approval” moest namelijk nog de “issue” komen en dat nam 2 à 3 dagen in beslag. Daarna moesten de paspoorten nog naar de distributiefirma in Vilvoorde en dat kon ook 2 à 3 dagen duren vooraleer ze daar opgehaald konden worden. Enfin, jullie hebben het door, de marges waren flinterdun maar “normaal zou het wel in orde moeten” komen. We moesten gewoon geduldig zijn. Makkelijker gezegd dan gedaan, niet goed voor relaxerende slaapervaringen en niet motiverend om de laatste voorbereidingen te treffen.
Sneeuw op de bergpaden, COVID, een drievoudige overbruggingsoperatie en visum perikelen waren echter niet de enige elementen die bijdroegen tot het hoge “voeten in de aarde gehalte” van deze reis. In juni had ik mijn jaarlijkse afspraak met de cardioloog. Net zoals de voorbije 15 jaar werd noch bij de echografie noch bij de fiets belastingsproef een probleem vastgesteld. Omdat die testen in het verleden ook nooit op een probleem gewezen hadden (terwijl die problemen er wel degelijk waren) durfde ik het aan een extra test (zoals die scan die lang geleden in Singapore gedaan werd) te vragen. Na veel aandringen kreeg ik mijn zin en stuurde de cardioloog me voor een MIBI test naar Gasthuisberg. Hierbij wordt tijdens een belastingsproef radioactief Technetium ingespoten en nagegaan hoe dit goedje zich over de hartspier verspreidt. Na een paar uur wordt dan nog eens gekeken of de radioactiviteit zich in rust over de hele hartspier heeft verdeeld. Tot spijt van wie het benijdt was er een zone waar minder radioactiviteit (= minder doorbloeding) te zien was. Er was geen reden tot paniek maar men raadde me toch wel aan om dit verder te laten onderzoeken. Dat betekende dat een coronarografie moest worden uitgevoerd. Die opinie werd trouwens bijgetreden door Dr De Raet, de hartchirurg die me 2 jaar geleden opereerde en waarin ik het volste vertrouwen heb. Hij raadde me aan de coronarografie te laten doen door een collega waarin hij veel vertrouwen had: Dr Steven Vercauteren, ook in St Jan in Brussel. Het probleem was dat hij ten vroegste op 28 juli kon kijken of er een ernstig probleem was. Dat interfereerde allemaal met de visum perikelen maar met twijfel “in het hart” naar Alaska vertrekken leek ook niet de juiste aanpak. De coronarografie toonde aan dat de loodgieterij van 2 jaar geleden nog perfect zijn werk deed. Dat was goed nieuws. Het minder goede nieuws was dat de coronarografie aantoonde dat er inderdaad een nieuwe vernauwing was (zoals de MIBI ook al aangegeven had). Die vernauwing zit echter op een moeilijk te bereiken plaats en bovendien in een vrij klein bloedvat dat slechts 5 à 10% van de hartspier van zuurstof voorziet. Hierdoor, en mede door het feit dat ik geen enkele pijn of beperking ondervind, werd besloten (voorlopig?) niets te doen en kreeg ik groen licht om naar Alaska te reizen. Gertrude kon me dus ’s avonds nog uit St Jan komen ophalen. Dat deed ze echter niet zonder eerst de paspoorten met de zo gegeerde visa erin in Vilvoorde op te halen. ’s Morgens hadden we namelijk een berichtje gekregen dat de paspoorten afgeleverd waren. Van een goede dag gesproken.
Op die manier werd, met nog 5 dagen op overschot, de “Last Hurdle” genomen om naar “The Last Frontier State” te gaan. Daarmee is nog maar eens bewezen dat, als men doorzet, meestal alles op zijn pootjes terechtkomt. We vertrekken dus, ondanks alle hindernissen, op 3 augustus voor een groot avontuur en jullie kunnen, vanaf eind deze week, dus op vrij regelmatige basis een verslagje van dit avontuur (met 10 tijdzones vertraging) in jullie Inbox verwachten. Ik zal ook proberen regelmatig een paar foto’s te posten. Ik realiseer me dat ik in de hele proloog over de voorgeschiedenis van onze reis gesproken heb en eigenlijk nog niets over de reis zelf. Ik durf jullie echter niet verder te belasten met nog een paar bladzijden tekst. Jullie zullen dus geduldig, dag na dag, moeten te weten komen wat we gepland hadden en wat we gedaan hebben. Hopelijk stemt het één en het ander goed overeen want dat zal erop wijzen dat het grillige weer ons niet al te veel parten speelt. Het kaartje in de blog geeft wel de algemene lijnen weer.
Tot binnenkort
Lectori salutem
Epiloog van de fietstocht langs de Loire.
Deze fietstocht is in mijn opinie een mooie tocht geweest die grotendeels aan de verwachtingen voldaan heeft. De criteria die gehanteerd en in de proloog opgesomd werden konden in de Loire streek allemaal afgevinkt worden. We hebben lekker gegeten en gedronken, er was reliëf maar niet overdreven, er was naast de mooie natuur ook cultureel erfgoed te bewonderen, de afstand van huis was zeer redelijk, de wegen boden voldoende afwisseling gaande van tarmac over grint tot hier en daar een heel klein beetje kasseien of een smal bospaadje … en … het weer was over het algemeen goed te noemen. Goed of slecht weer maakt dikwijls HET verschil tussen een geslaagde en een mislukte reis (al zeker voor een fietstocht) en hiermee hadden we veel geluk. De oorspronkelijk voorspelde “alle dagen regen” veranderde, naarmate de tijd vorderde, over “afwisselend zon en wolken” naar “volop zon”. Slechts één dag van de week was het de hele dag bewolkt met een paar gemiezer intermezzo’s (intermezzi??) die ons zelfs niet nat maakten. Dit hadden we waarschijnlijk te danken aan de noord / noord oost wind die het (voor de tijd van het jaar en de plaats) tamelijk koel hield maar die voor ons, die in westelijke richting fietsten, mooi meegenomen was.
Natuurlijk was er zo nu en dan een tegenslag. Zo werden Georges en Anne beiden met een leeglopende band geconfroteerd maar het leeglopen gebeurde zo traag dat ze makkelijk tot bij een fietsenmaker geraakten. Natuurlijk was het feit dat we de trein terug naar Orleans niet konden nemen ook een tegenslag maar de geĂŻmproviseerde oplossing bracht soelaas.
Misschien hadden we hier of daar toch een kasteel meer moeten / kunnen bezoeken maar de schrik voor kasteelitis zat er stevig in en dus beperkten we de bezoeken tot de meest tot de verbeelding sprekende (Chambord, Chenonceau en Clos Lussé). Misschien hadden we de één of andere stad wat meer in detail kunnen bezoeken, maar dat kunnen we misschien een volgende keer doen.
DĂ© bepalende factor voor het welslagen van onze fietstocht was echter het gezelschap. Vergelijkbare interesses, (ook dank zij de uitvinding van de elektriciteit) een vergelijkbaar althletisch kunnen en niet moeilijk doen over een tegenslag zijn hierbij belangrijke kenmerken en die waren allemaal aanwezig. De uitbreiding van het peloton van 4 naar 6 deelnemers werd trouwens moeiteloos verteerd waardoor we stilletjesaan aan een volgende editie kunnen beginnen denken. Suggesties zowel qua deelname als qua bestemming zijn welkom.
A la prochaine.
Dag 8: Angers – Orléans – Blanden (705 km …. met de auto)
Dit verslag wordt met een dagje vertraging gepost. Reden daarvoor is deze keer niet uitsluitend aan de gastronomische ervaring van de avond voordien te wijten. De bijkomende reden is dat we een groot deel van de dag in de auto spendeerden en dat er dus niet veel spectaculairs gebeurde.
De dag begon zoals alle dagen van deze tocht en met het ophalen van een camionette en een autootje om 9 uur. Dat verloopt allemaal redelijk vlot ondanks de zeer gedetailleerde inspectie van de voertuigen voor de afgifte (zelfs de onderkant van de camionette wordt met behulp van een spiegel geïnspecteerd). De camionette is ruim genoeg om de 6 fietsen naast elkaar te plaatsen. Die kunnen we vrij eenvoudig met snelbinders aan elkaar en aan de wanden van de camionette vastmaken. De valiesjes en fietstassen kunnen er ook nog moeiteloos bij. Het feit dat we deze oplossing hebben moeten ontwikkelen heeft duidelijk voor veel opschudding gezorgd, maar is uiteindelijk veel relaxer dan wat we anders met de trein zouden meegemaakt hebben. Om kwart voor 10 zet het konvooitje zich in beweging richting Orléans. Ik met Gertrude, Erik en Georges, als chauffeurs van de eigen auto’s die in Orleans staan, in het kleine autootje en Anne met Mien als navigator met de camionette. De rit verloopt rimpelloos en in de buurt van Orleans gaat ieder zijn eigen weg. Anne en Mien rijden naar het bureau van Enterprise, wij rijden naar de parking La Mediatheque waar Gertrude, Erik en Georges de auto’s oppikken om naar Enterprise te rijden. Ondertussen rijd ik ook, weliswaar, net zoals Anne en Mien, via een benzinestation, naar Enterprise. Op het bureau is echter niemand aanwezig omdat ze van 12 tot 14 uur gesloten zijn. We besluiten dus iets te gaan eten. Rechtover het autoverhuurbureau is een filliaal van Buffalo Grill. Als trouwe supporter van de Gantoise klinkt me dit als muziek in de oren. Rond kwart na twee staan we, wel gevoed, weer voor de deur van Enterprise maar jammer genoeg is die deur nog steeds op slot. We proberen allerlei telefoonnummers maar kennen geen succes dus droppen we de sleutels in een return box en vertrekken Belgie-waarts. Onderweg stuur ik nog een mailtje naar Enterprise om te melden dat, wat ons betreft, de auto’s vlekkeloos afgeleverd werden.
De Boulevard Péripherique zorgt voor een beetje vertraging maar al bij al kunnen we niet klagen en komen we rond 7 uur thuis van wat een mooie tocht geweest is. Verdere nabeschouwingen zijn echter voor later, wanneer alles wat bezonken is.
Alvast bedankt om ons vanop afstand te volgen en om zo nu en dan een bemoedigende reactie te plaatsen.