Dag 11: Een wandeltocht in Palmer
Laat mij starten met het beloofde weerbericht. Wat vannacht betreft heb ik geen idee want ik heb de hele nacht geslapen en Gertrude kan ook geen bijkomende inlichtingen verschaffen. Dat we beiden goed geslapen hebben is het goede nieuws. Het minder goede (maar niet onverwachte) nieuws is dat het er deze morgen erg grijs uitziet. Het weerbericht per uur van Accuweather geeft aan dat het gaat regenen om 14:00 en om 18:00. Het zal er dus op aan komen onze geplande wandeling voor 14:00 te voltooien. We hebben in onze B&B, zoals op de meeste plaatsen, een klein keukentje. Maar wat we hier hebben (en op de meeste plaatsen niet) is een zak met bagels, een stolp met allerlei grote en kleine muffins, Philadelphia en cheddar kaas, fruitsap, yoghurt, koffie en thee. Op die manier kunnen we zowel voor ons ontbijt als voor een middagsnack zorgen want waar we gaan wandelen is de kans op een frietkot erg klein.
Vandaag gaan we naar de Reed Lakes trail in het gebied van de Hatcher Pass. De Reed Lakes trail gaat langs een lower en een upper lake. Vooral de lower lake schijnt mooi te zijn … en is maar 10 kilometer vanaf de trailhead. We vinden relatief gemakkelijk de weg, enerzijds vanwege het kaartje dat we gisteren kregen en anderzijds met behulp van de wandel GPS. De auto GPS haalt nog altijd rare streken uit. Onderweg krijgen we een constante afwisseling van droog weer en miezeren (“miezeren” is waarschijnlijk het meest gebruikte woord in deze blog). Als we rond 10:00 aan de tocht beginnen is het 10°C wat OK is zolang het maar niet regent.
We beginnen echter met een tegenslag omdat we zonder veel naar de GPS te kijken een tamelijk brede weg volgen. Die weg loopt bijna parallel met het pad voor de Reed Lakes maar is niet juist. Het duurt een tijdje voor ik naar de GPS grijp en constateer dat we verkeerd zijn. Oh well, 1.4 km extra is ook het einde van de wereld niet. Het juiste pad is niet zo breed als de foute weg maar toch ook nog tamelijk breed en zeer goed onderhouden. We zien ook om de paar meter “zijpaadjes” die door de struiken gaan. We hebben gehoord dat midden augustus het hoogseizoen voor de blueberries (= blauwe bosbessen) is en dus kunnen de zijpaadjes ofwel door mensen of door beren veroorzaakt zijn. Onder beide scenario's zijn de blueberries de pineut want eindigen zij in een hoop &@#§!&. Ik zie op het pad zo nu en dan een spoor dat niet van een paar schoenen afkomstig is. Deze sporen zijn ofwel van een zeer grote hond ofwel van een vrij kleine beer. Hopelijk komen we het niet te weten.
Na een paar km wordt het paadje smaller en krijgt het meer karakter (= steiler en bezaaid met grotere rotsblokken). Als beloning voor de steeds grotere inspanning krijgen we een steeds wijdser zicht op de vallei. Wat die gletsjers tienduizend jaar geleden aangericht hebben tart de verbeelding. Op zo’n 2 à 3 km van de bestemming geraken we aan de babbel met een groepje dat aan de Upper Lake gekampeerd heeft. Zij zeggen dat de Lower Lake het mooist is, maar dat we eerst nog over een patch met boulders moeten voor het easy going wordt. Rond 12:30 zijn we ongeveer 500 m van de Lower Lake en hebben we de patch met boulders (met enige moeite) overwonnen maar dan begint nog maar onze miserie. Na de boulders gaat het “pad”, of wat ervoor doorgaat, zeer steil bergop en is het bijna onbestaande paadje spekglad door het continu miezeren en door de mensen die ons voorgingen en weggleden. Gertrude valt een eerste keer met als resultaat dat haar broek vol modder hangt. Binnen de paar minuten valt ze nog een tweede keer met als resultaat dat haar broek nog voller met modder hangt en dat nu ook nog haar regenjas besmeurd is. Daarmee is de maat vol en we besluiten de Lower Lake te laten voor wat ze is (een grote plas water) en de boulders een tweede keer (maar nu in de andere richting) over te steken. Hierdoor behoudt Jezus het record van aantal keer vallen in een kort tijdsbestek. Hij deed het driemaal tijdens zijn kruisweg terwijl Gertrude maar tweemaal tijdens haar kruisweg viel. We hopen dat Hij zijn record behoudt.
Op de terugweg vinden we in de buurt van een verlaten beverburcht / dam een geschikt plaatsje om de picknick te verorberen. Daarna kunnen we verder naar beneden en komen we meer en meer mensen tegen. Dat het zondagmiddag is kan niet de enige verklaring zijn en al zeker niet voor het feit dat ze allemaal plastic containers van verschillende groottes bij hebben. De verklaring is dat ze in familiaal verband blueberries komen plukken. Tegen deze hordes is geen beer opgewassen. We slaan een babbel met zo’n familie en die leggen alles wat de blueberry pluk betreft van naaldje tot draadje uit. Met die wetenschap rijden we terug naar onze B&B waar we zowel onszelf als onze bemodderde kleren wassen en dan een vroeg diner (à l’Américaine) plannen want we hebben allebei al serieuze honger. Deze keer is The Ale House onze bestemming omdat ik weet dat ze daar naast koffie, thee, water, Cola, en melk ook 44 bieren van het vat hebben. Ik krijg een lijstje waarop geen enkel bier staat waarvan ik de naam herken. De dienster is echter vol goede wil en brengt me twee staaltjes van bieren waarvan zij denkt dat ik ze lekker zal vinden. “No Woman no Cryo” is een zeer troebel biertje van 7% van een brouwerij in Girdwood (had ik dat geweten) en is een schot in de roos. Dit past perfect bij mijn burrito terwijl Gertrude gelukkig is met haar appelsap bij haar Quesadilla;
Na onze Tex Mex avond is het nog maar 18:30 en heb ik een zee van tijd voor de blog en voor een partijtje pool. In de eerste ronde krijg ik royaal op mijn tjoepe dus moet ik nogmaals proberen te winnen. Dat lukt en daar houden we het op zodat niemand wint noch verliest. Nu kunnen we nog naar het VRT nieuws kijken, van de zoveelste overwinning van de Gantoise genieten, nog wat lezen en dan dromen van zon in de Matanuska Vallei die morgen op het programma staat.
Dag 10: Knik River (Alaska Glacier Lodge) naar Palmer (Alaska Harvest B&B)
Ten eerste wil ik over de toestand van het weer rapporteren. Dit begint een traditie te worden maar het is niet ongewoon om veel over het weer te spreken wanneer het weer zo onvoorspelbaar is als hier. Mocht ik een blog vanuit Spanje schrijven, dan zou ik niet iedere dag beginnen met “De zon schijnt vandaag”. Daar is het stabiel, hier niet en dus blijft de hoop dat het weer zich, ten goede, zal keren en blijven we dus dagelijks rapporteren. Ik heb vannacht horen druppelen maar ik heb goed geslapen en heb dus geen idee of het lang of hard geregend heeft. Ik zie alleen dat het buiten nat ligt en dat het nog een klein beetje miezert.
Ten tweede wil ik over de staat van onze gezondheid rapporteren. Die is, op uitzondering van de muggensteken, goed. Eén helft van ons echtpaar weet zelfs niet meer waar de muggensteken waren. De andere helft (er wordt geen prijs gegeven aan diegene die weet welke helft van het echtpaar wel nog weet waar de muggensteken waren) heeft op de rug en de armen maar weinig last van jeuk. Op het hele hoofd (zowel op de landingsstrook alsin het schaarse haar) daarentegen staan tussen de 10 en 20 jeukende bobbels. We zien wel wanneer die verdwenen zijn. In ieder geval ga ik niet meer naar Reflection Lake, daarvoor heb ik geen “second reflection” nodig. Misschien komt de naam van het meer daarvan en niet van de betekenis “weerspiegeling”
Na ons ontbijt (een soort scones met “gravy” (een soort dikke champignonsaus) en nog wat ei en worst) zijn we klaar voor de bootexcursie naar de Knik Glacier. Het is ondertussen weer begonnen en weer gestopt met miezeren. We hebben gisteren op weg naar de lodge gekeken waar we voor de excursie moesten zijn en het vertrekpunt vinden zou dus geen probleem mogen zijn. We willen niet hetzelfde tegenkomen als met de Berenexcursie. Toen verschenen we een half uur te laat op de briefing. Nochtans dreigt nu weer hetzelfde te gebeuren omdat we de afslag naar de vertrekplaats missen (lang de kant waarvan we deze morgen komen hangt geen plaatje). Uiteindelijk komt alles op zijn pootjes terecht en zijn we toch nog op tijd om van de gids een dikke overjas te krijgen. We hebben drie laagjes aan maar dat is volgens hem niet genoeg om de boottocht met succes (en zonder kou te lijden) te doorstaan. Het eerste deel van de expeditie is een 4 mile rit met een grote tweedehands legertruck. Die kan zonder problemen over de losse rotsen langs de oever van de Knik rivier rijden en ondertussen ook de beddingen van zijrivieren oversteken. Na een tijdje achteraan op de truck moeten we afstappen (gelukkig is een ladder voorzien om in en uit het gevaarte te kruipen) en moeten we in twee speedboten overstappen. Die brengen ons tot aan de plaats waar de gletsjer continu in de rivier afkalft. De gids weet te vertellen dat hij hier al 25 jaar werkt en dat de gletsjer in die tijd al 1 mijl teruggetrokken is. De gids legt ook allerhande andere zaken uit. B.V. hoe de ijsschotsen omdraaien (wanneer hun lichtblauwe onderkant lichter is dan de bovenkant); en hoe de ijsschotsen in het water sneller afsmelten dan in de lucht (die nochtans warmer is dan het water) en hoe de lichtblauwe kleur ontstaat. enz. enz.. We worden aan de kant van de morene afgezet en mogen gedurende een uurtje rondlopen. Bij iedere paar meter langs het pad krijgen we weer een ander perspectief op de gletsjer. Toch wel erg fascinerend. Tijdens het uurtje rondlopen krijgen we een afwisseling van lichte regen tot miezeren, over droog tot zelfs een sprietje (water)zon. Bij dit laatste voeren we snel een zonnedans uit maar die is slecht uitgevoerd of verkeerd geïnterpreteerd waardoor we weer regen krijgen. We besluiten derhalve onze dansmoves achterwege te laten. Na een uurtje flink rondgelopen te hebben krijgen we, in het tentje dat de organisatie daar geïnstalleerd heeft, een warme chocomelk of koffie en wat versnaperingen.
Daarna is het tijd om terug naar de bewoonde wereld te trekken. Terwijl dat allemaal gebeurt, zit ik te bedenken dat we tot nu zeer zeker nog geen al te best weer gehad hebben maar dat we eigenlijk omwille van het weer nog niets echt moeten laten hebben. Positief blijven is de boodschap.
Om 1;30 zijn we terug in Basecamp en kunnen we op weg naar onze volgende overnachtingsplaats 30 km verderop, maar nog steeds in Palmer. Palmer is dan ook een vrij grote gemeente in een grote staat (Alaska is dan ook de grootste staat van de USA en even groot als Spanje). Die 30 km afleggen duurt wel iets langer dan gedacht omdat we één afslag missen en daarom de beschrijving niet meer kunnen volgen. Bovendien werkt de GPS in de auto niet goed. Als Gertrude bv. Alaska Street ingeeft stuurt de GPS ons naar Connecticut, zo'n slordige 4500 miles van hier. Daar hebben we ook niet veel aan. Google Maps willen we ook niet gebruiken omdat we schrik hebben dat we de roaming gaan vergeten af te zetten. We doen het dus the old fashioned way, door met een kaartje te werken en mensen aan te spreken. Dat lukt ook, zij het minder vlot dan met de hulp van moderne technologie.
De B&B waar de deze en de volgende nacht in verblijven is van de bovenste plank. We krijgen de hele beneden verdieping ter onzer beschikking. Die behelst een slaapkamer, een badkamer, een Fox Hole (= drie stapelbedden), een zitkamer (met een éénzit, een tweezit en een driezit en een dubbele poef … allemaal op Amerikaanse achterwerken berekend) en een pooltafel voor het geval dat we niet meer zouden weten wat gedaan. Het oorspronkelijke plan was om deze namiddag nog een korte wandeling in de bergen rond de Hatcher pass te doen maar daarvoor is het nu al wat te laat en bovendien is het weer weliswaar beter geworden maar toch betrouwen we het niet 100%. In plaats daarvan gebruiken we de tijd om naar Tom te bellen. Het is zijn verjaardag vandaag en we bellen hem terwijl hij met zijn gezin in een Japanse trein zit. We kunnen van de gelegenheid gebruikmaken om hem jaloers te maken door te zeggen dat het bij ons maar 13°C is.
We zijn van plan te gaan eten in The Ale House. Dat klinkt veelbelovend en ik verheug me al op een frisse pint. Wanneer we het Ale House vinden blijkt daar iets speciaals aan de gang te zijn. De hele buurt staat vol trucks (gewone auto’s zijn hier nauwelijks te vinden) en de tuin van the Ale House zit vol mensen met eten en drinken om van het restaurant binnen nog niet te spreken. We besloten dan maar voor Plan B te gaan. Dat is het Palmer Hotel waaraan een 24/7 restaurant verbonden is. De kaart is er een die, wijlen, Paul Bocuse continu doet omdraaien in zijn graf. Het ergste moest echter nog komen:: het is pas als we aan het bestellen zijn dat ik me realiseer dat ik als drank de keuze heb tussen water, koffie, thee, cola en … melk. Ik hou het, met pijn in het hart, op water van Alaska van jaargang 2023 en beloof mezelf dat ik morgen een frisse pint krijg. Ik hou jullie op de hoogte van de pint, het weer en van andere avonturen
Slaapwel
Dag 9: Van Seward naar Knik River
Rond half zeven werd ik wakker met het getik van regendruppeltjes op de ramen. Wanneer ik dan uiteindelijk uit mijn bed kruip zie ik dat alles nat ligt maar dat het hooguit wat miezert. Dat was niet voorspeld. Op de verschillende weerwebsites die we in het oog houden was voor vandaag een bewolkte lucht met nu en dan zon voorspeld. Geen regen. Enfin, we laten het niet aan ons hart komen omdat we weten dat de voorspellingen van verschillende websites uiteen durven lopen en dat het niet helpt de voorspelling met de meeste zon (of beter gezegd die met de minste regen) voor waar te nemen. We zijn al gelukkig dat het niet regent terwijl we naar de Lighthouse bakery en de Subway gaan. Rond 9 uur is alles gepakt en gezakt en zetten we koers naar het noorden, richting Portage Glacier. Ik heb namelijk ergens gelezen dat er een interessant visitor center is.
Op weg daar naartoe komen we het eerste wildlife tegen. Een zwarte hond die op zijn dooie gemak de straat oversteekt zoals ook een zwarte beer dat zou gedaan hebben. Ondertussen komen steeds maar meer blauwe plekken in de lucht. Zou de weersvoorspelling dan toch gelijk krijgen? Hopelijk wel … voor vandaag toch. Voor de rest van de vakantie wordt nog veel regen voorspeld. Die voorspellingen zouden dus best fout zijn.
Op weg naar Portage Glacier valt ons plots nog een andere karakteristiek van Alaska op. We hebben het al over “ongereptheid” gehad en dachten dan vooral aan ongeschonden natuur omdat er geen huizen en frietkoten staan. Nu komt daar nog een connotatie bij. Het valt namelijk op dat er geen vuil langs de wegen ligt. Men ziet hier nergens een weggeworpen flesje water of een blikje frisdrank of bier of een lege zak chips. Zou dat mogelijks iets te maken hebben met de potentiële boete van 1000 USD in geval van littering? Wij denken van wel maar onze overheid prefereert het probleem van zwerfvuil met de wortel aan te pakken misschien omdat de stok electoraal niet zo populair is.
Wanneer we in de buurt van de Portage glacier aangekomen zijn, is al het blauw uit de lucht verdwenen en zit de hele lucht vol met 49 grijsschakeringen. Wanneer we het centrum binnen stappen is het lichtjes aan het miezeren maar, 10 minuten later, wanneer we weer buiten komen, is het (voor de eerste keer sinds we in Alaska toegekomen zijn) echt aan het regenen. We besluiten daarom geen excursie vanuit het Portage Glacier visitor center te doen en gewoon verder te rijden naar ons hotel aan de boorden van de Knik River ten noordoosten van Anchorage. Op de 100 m van het centrum tot de openbare parking prijzen we ons gelukkig dat we ons regenjassen en bergschoenen aan hebben maar onze broeken worden kletsnat. Dat is voldoende om ons te motiveren in Anchorage op zoek te gaan naar regenbroeken. We zoeken dus een outdoorwinkel.
Ik heb vanop de autostrade een “Sportsman Warehouse” gezien. Na wat heen en weer gerij komen we waar we moeten zijn om ons door één van de verkopers te laten vertellen dat ze, omwille van het aanhoudende slechte weer deze zomer, het hele seizoen al met tekorten aan regenuitrustingen te kampen gehad hebben. Hij verwijst ons naar Cabalo’s (een sportzaak nog 10 x groter dan de Sportman’s Warehouse). Daar hebben ze inderdaad regenbroeken maar er scheelt altijd wel iets aan; ofwel zijn ze te zwaar om over nog een broek te dragen, ofwel kan men de broek niet aantrekken zonder de schoenen uit te doen, ofwel is de maat niet goed, ….
Enfin, we vinden niet wat we denken nodig te hebben en rijden onverrichter zake verder naar Ekluta. Dit is nog zo’n historisch (= Russisch orthodox) stadje zoals Ninilchik. Het kerkje is het enige dat nog goed onderhouden lijkt. Het kerkhof is al een beetje minder onderhouden en de huisjes rond de kerk al helemaal niet. De huisjes die leeg staan zijn scheefgezakt en de huisjes die nog bewoond worden, zijn ook scheefgezakt. Van Eklutna gaat het een paar kilometer verder tot aan het “Reflection lake”. Dit is een korte wandeling rond een meertje vanwaar mooie weerspiegelingen van de omliggende bergen te zien zijn. Wat ik moeten weten had, was dat meertjes in noordelijk gelegen gebieden alom bekend staan om hun grote aantallen muggen. Ik had wel een lange broek en een T-shirt met lange mouwen aan, maar dat hield die ambetanteriken niet tegen. Bij honderden (letterlijk) vielen ze ons aan waarbij zelfs Gertrude niet gespaard bleef. Zonder overdrijven (dat doe ik zelden of nooit) mep ik gedurende het wandelingetje minstens 50 muggen naar de eeuwige steekvelden. Van die 50 lieten er minstens de helft bloedsporen na op mijn handen wat erop wijst dat mijn mep te laat kwam. Gertrude heeft vanavond enkel op mijn rug een dertigtal muggenbeten geteld. Ik kom dus, als ik de muggenbeten op andere lichaamsdelen (bv de landingsstrip op mijn hoofd, mijn armen, enz) ook in rekening breng, dicht bij het weinig benijdenswaardige record dat ik de Canadese Rockies vestigde. Gelukkig is de jeuk vrij snel afgenomen. Ik hoop dat het vannacht verder die weg opgaat.
Na deze beproeving rijden we naar ons hotel. Dat ligt aan het einde van de weg die langs de Knik rivier aangeschurkt tegen de bergen. Het hotel beschikt over een mooi terras en er staat een mooi zonnetje dus besluiten we hiervan te profiteren terwijl het kan. Wie weet wat voor een weer we morgen voorgeschoteld krijgen. Morgen trekken we met een organisatie verder stroomopwaarts tot aan de Knik Glacier. Men kan ook vanuit ons hotel helikoptervluchten naar de Knik gletsjer maken maar dat doen we niet omdat we in St Elias Wrangell NP al op de Root Glacier gaan stappen. Eén keer op één reis zou moeten volstaan. Na de frisse pint en de installatie in onze cabin eten we in het restaurant van het hotel twee tamelijk ongewone gerechten: Gertrude bestelt medaillons van rendier en ik neem een burger van bison. Het smaakt lekker wat weer eens bewijst dat men voor alles moet openstaan. Nu maar hopen dat we er goed zullen van slapen en dat de muggenbeten ons niet te veel vervelen.
Slaapwel
Dag 8: Kenai Fjord Glacier odyssey
Gisteren sloot ik mijn blog af met de boodschap dat we alweer een dag verder waren zonder hemelwater. Toen we deze morgen wakker werden, moesten we vaststellen dat aan dit reeksje een einde gekomen was. Het regende niet meer maar alles lag nat en de lucht zag er veelbelovend uit … voor diegenen die hopen op veel regen.
Om half acht vertrekken we, onder licht gemiezer, richting de haven waar we van de organisatie van de “Kenai Fjord Oddessey” een “ontbijt” bestaande uit koffie, thee, muffins, croissants, een behapbare ontbijtkoek en een yoghurtje aangeboden krijgen. Allemaal zaken die verteerbaarder lijken dan de cinnamon rolls van gisteren. We zijn met zijn zessen en krijgen te horen dat de voor vandaag geplande captain vervangen is door een andere omdat de oorspronkelijke captain van Haiti is en vandaag, vanwege de bosbranden in Haiti, veel andere zaken aan het hoofd heeft. Captain Kyle zal de honneurs waarnemen. Hij woont al 8 jaar in Seward en kent de streek als zijn binnenzak. Hij kent echter ook andere streken want is de “the naturalist” (of zei hij de “the nudist” ?) op de reizen van National Geographic in het gebied van Baja California, Mexico, Chili, Patagonië en Antarctica. Met hem zouden we dus minstens even goed moeten zitten.
Seward ligt aan het uiteinde van de Resurrection Bay en die baai uitvaren duurt een tijdje. Veel zien we echter niet. Het eerste half uur moeten we ons tevreden stellen met één schamele, op de rug drijvende, zeeotter en één, min of meer fotogenieke, waterval. Na één uur (zijn we nog steeds in de Resurrection Bay, ja die is lang) hebben we bijkomend een enorme kolonie van twee verschillende soorten meeuwen gezien met een paar puffins (papegaaiduikers) en murres (zeekoeten) als vreemde eenden in de bijt. Kyle legt uit dat die laatsten hun reputatie als duikers tot 500 ft diepte gebaseerd is op de vondst van murres in netten die vanop 500 ft naar boven gehaald werden. We sluiten een compromis en denken dat 250 ft als maximale duikdiepte meer realistisch is.
Na Resurrection Bay komen we in open water (= The Alaska Gulf = the Bering Straight = the Northern Pacific) waarachter alleen Rusland en Japan verscholen zitten. Hier zijn natuurlijk meer golven maar dat moet men erbij nemen als men de Kenai Fjords NP verder wil verkennen.
Al snel krijgt Kyle een humpback whale (= klik hier voor meer uitleg) in de gaten. We merken die eerst op door de fontein die hij produceert maar zien daarna ook het hele lichaam. Die walvis heeft echter de kunst om te duiken met ingetrokken staart aangeleerd waardoor we de geweldige foto’s die iedereen van National Geographic kent, moeten missen. Als dat zo zit, blijven we niet kijken, voilà ! Dan varen we nu naar de Aialic Bay. Eén voordeel hiervan is dat er minder golven zijn in een baai ivm de open zee. Niemand is zeeziek maar toch, de voorzichtigheid is de moeder van de porceleinwinkel. We varen in de Aialic Bay tot helemaal op het einde en daar ziet Kyle twee bultruggen. Hij ziet ze weer vroeger dan iedereen op de boot en opnieuw dank zij de fonteinen die de dieren uitstoten. Deze keer blijft het daar echter niet bij. Deze twee hebben duidelijk de kunst van het duiken met ingetrokken staart nog niet onder de knie en laten derhalve om de paar minuten hun prachtige staartvin bewonderen. Maar daar blijft het ook niet bij. De bultruggen komen erg dichtbij, waarschijnlijk omdat Kyle de motor afgezet heeft. Plots gaat één van de twee helemaal door het lint. De 25 à 30 ton wegende gigant springt helemaal uit het water. Jammer genoeg doet hij dat net voor de boot waardoor ik, vanop het achterdek, geen degelijke foto kan nemen. Daarmee is het spektakel echter nog niet afgelopen. De bultrug begint nu met zijn staartvin gedurende minstens 1 minuut op het wateroppervlak te kloppen. Daarna draait hij (zij?) zich op de rug om te tonen dat hij zeer grote borstvinnen heeft waarmee hij het applaus in ontvangst kan nemen. Kyle weet ook niet wat dit allemaal te betekenen heeft (zo’n spektakel heeft ook hij nog niet dikwijls meegemaakt). Zijn de bultruggen aan het jagen? Of hebben ze jeuk? Of willen ze de spieren losgooien? Of zijn ze aan het flirten? Of is het dat # 2 en # 4 gecombineerd zijn? We weten het niet en zullen het nooit echt weten maar wat we wel weten is dat het, weliswaar vriendelijke, stoefers zijn.
Na het walvisspektakel gaat de vaart door naar de Aialic gletsjer waar we met zicht op de gletsjer ons dagelijks brood nuttigen. Op de plaats waar de gletsjer zich in de oceaan stort is hij meer dan 300 ft dik en 1 mijl breed. Regelmatig (viermaal gedurende de 40 minuten dat we daar liggen) storten grote ijsschotsen met een oorverdovend lawaai naar beneden. Een gletsjer is duidelijk een dynamisch geheel van afkalven en bijgroeien.
Na de Aialic gletsjer zetten we koers naar de Surprise en Holgate gletsjer. Kyle wil duidelijk zijn succes met de bultruggen niet verdunnen met zoeken (zonder resultaat) naar ander wildlife. Gletsjers mogen dan wel dynamisch zijn, ze zijn minder dynamisch dan bultruggen. Ook deze twee gletsjers zijn best impressionant en dan te bedenken dat ze allemaal hun oorsprong vinden in de Harding Icefield (met 3000 km2 het grootste icefield dat volledig op USA bodem ligt en dat ongeveer 10% van de oppervlakte van België is).
Het is nu stilletjes aan tijd om terug te varen naar Seward en voor mij om me op het achterdek terug te trekken. Het is daar wel tamelijk fris maar dan moet ik tenminste niet één van de zes mede opvarenden continu aanhoren. Bovendien heeft de dame (denken we) een erg snerpende stem. Op het achterdek kan ik ongestoord mijmeren over wat we nu de afgelopen dagen al als ervaringen opgedaan hebben. Wat is tot nu de essentie van wat we gezien hebben? Ik denk dat vandaag alles samenvat. Alaska is ongerept maar ook overweldigend, onherbergzaam en hard. We zullen zien of de rest van de reis nieuwe inzichten brengt.
De avond wordt afgesloten in de Flamingo Lounge (in “the business district” van Seward) waar Gertrude nog op het nippertje twee plaatsjes aan de bar kan bemachtigen. We besluiten alle twee af te wijken van de regel die we onszelf stelden van vis te eten zolang we langs de zee gelogeerd zijn. Gertrude bestelt een (zo ziet hij eruit) lekkere burger en ik een 14 ounce ( 403.2 g) zeer lekkere New York strip beefsteak. Dit voorafgegaan door een IPA on tap en gevolgd door een Californische Cabernet Sauvignon om het geheel te vervolledigen. Nu nog de blog en we kunnen tevreden in ons bedje kruipen
Slaapwel
Dag 7: Een dag in Seward die een snipperdag werd
De weersvoorspellingen hebben een grote impact op onze tijdbesteding hier. De regen die gisteren voor vandaag voorspeld werd deed ons beslissen gisteren meer te stappen dan gepland om zo maximaal van het goede weer te profiteren en vandaag een snipperdag te nemen. De regen die voor vandaag voorspeld was leek er inderdaad al vannacht te zijn gekomen. We hebben beiden (op verschillende tijdstippen) inderdaad regen gehoord, maar wanneer we deze morgen voor echt wakker worden regent het niet meer. Toch maken we er een trage start van omdat de tocht die voor vandaag gepland was (= Harding Icefield) gisteren al gedeeltelijk gedaan werd. Voor vandaag plannen we niets lang of moeilijk omdat we niet gemotiveerd genoeg zijn om in de regen rond te lopen. Onze eerste bestemming vanmorgen is de Lighthouse Bakery waar we in jeugdige overmoed een Cinnamon roll, een chocolade donut en een, om in het Alaska thema te blijven, een bear claw kopen. Vooral de cinnamon roll is zeer gewichtig. Ik denk dat hij ongeveer even veel weegt als een suiker rozijnen brood van bij onze bakker. We slagen er dan ook niet in al onze aankopen op te eten. De berenklauw zal tot deze middag moeten wachten, als de rest tegen dan al verteerd is.
Na het ontbijt wordt het wat doelloos rondlopen (= erg atypisch voor ons in het algemeen maar al zeker op deze trip). We komen aan het dock of the bay waar we naast Otis Redding plaats nemen om the tide to roll by the watchen en time to wasten. We raken wel in gesprek met een koppel dat net van de visvangst (het lijkt er niet op dat ze wonderbaarlijk te noemen is) terug is. Ze staan hier aan te schuiven om hun vangst te laten diepvriezen en naar huis op te sturen. De man geeft aan dat het geheel niet kosteneffectief is maar dat het “Good Fun” is. Daarna lopen we wat winkeltjes binnen en ook het bureau van de organisatie die ons morgen zal rondvaren in de Kenai fjords op zoek naar allerlei marine life. Daarna wandelen we langs het visitor center waar we een film over de Kenai fjords bekijken. We doen dat allemaal met één oog permanent op de lucht en de wolken waar nog steeds geen druppel regen uitgevallen is. Daarom besluiten we ons aan een klein wandelingetje, dat In het visitor center aangeraden werd, te wagen. Het wandelingetje (ongeveer 1 mile) noemt “The two lakes trail” … omdat er twee meertjes liggen. Mooi zonder echt speciaal te zijn maar goed om de tijd zinvol op te vullen en de spieren van het laatste melkzuur van gisteren te ontdoen.
Na de twee meertjes bekeken te hebben, komen de berenklauw en de halve voet van Subway aan de beurt waarna we weer voor een dilemma staan. De lucht heeft er al een aantal keer dreigend uitgezien maar heeft ook al een aantal keer een waterzonnetje doorgelaten. We hakken de knoop door en beslissen één van mijn plan B wandelingen te doen. Het wil toch niet regenen!!! De Tonsina Creek wandeling is maar een 6-tal kilometer lang en niet meer dan 300 cumulatieve hoogtemeters. Het eindpunt is een brug over het riviertje waardoor men makkelijk op een strandje uitkomt. Het riviertje biedt een heel spektakel. Eerst zagen we tamelijk veel meeuwen die in het water doken, daarna zagen we waarom ze dat deden: er waren niet een paar visjes, er waren honderden ja zelfs duizenden zalmen die probeerden de rivier op te zwemmen. Bij nader inzien waren de meeuwen niet de enige ambetanterikken. De zalmen onderling leken ook een appeltje of verschillende appeltjes met elkaar te schillen te hebben. Vooral de zwaksten (= niet noodzakelijk de kleinste maar vooral de minst actieve, zij die op hun laatste vinnen lijken te lopen) werden door soortgenoten gebeten tot de dood … hadden we lang genoeg blijven kijken.
Het kan bijna niet anders dan dat hier beren moeten rondlopen want ze kunnen hier iedere dag hun buikje rond eten zonder er veel moeite te moeten voor doen. Overdag lopen er hier, voor de smaak van de schuchtere beren, veel te veel mensen rond maar ik ben ervan overtuigd dat de beren hier ’s morgens en ’s avonds een waar festijn voor zichzelf inrichten. Op de terugweg hebben we in dit verband een babbel met een groep Amerikanen. Eén van hen is in paniek omdat hij al zo diep in een bos is waar beren zitten. Hij is van Princeton, New Jersey en is dus een echte city boy. Hij denkt dat het feit dat ik berenspray bij heb automatisch betekent dat er beren zitten en weigert dus verder met zijn familie mee te stappen. Rare mannen, die Amerikanen zouden Asterix en Obelix zeggen, mocht Amerika al ontdekt zijn in hun tijd.
Na de wandeling heeft Gertrude een algemene wasbeurt (van onszelf maar vooral voor al onze kleren die we tot nu gedragen hebben) voorzien. Morgen begint alles weer met een verse lei en nu kunnen we gaan eten in Ray’s Lounge. We moeten wel nog ongeveer een uurtje wachten omdat het restaurant zo populair is. Gelukkig vinden we twee plaatsjes aan de bar waar we ook uit het volledige menu kunnen kiezen. Ondanks het feit dat ik al dagen lang zin in een lekker beefsteak heb bestel ik weer heilbot omdat die hier levend vers is en omdat mijn Poolse bar buur me zegt dat het recept met macadamia noten en rode curry ongelooflijk lekker is. Ooit kom ik nog wel eens aan beefsteak toe maar niet zo lang we aan het water zitten
Toch weer gelukkig met een dag zonder regen
Dag 6: Van Homer naar Seward
Beste trouwe (en om mijn welzijn bekommerde) lezers,
ik kan jullie gerust stellen. Het was niet nodig het toiletpapier, overnacht, in de diepvries te bewaren. Alles is, zelfs zonder diepgevroren toiletpapier, nog in orde.
Nu jullie (en ik) gerustgesteld zijn kan overgegaan worden tot de orde van de dag, en de orde van de dag in Alaska begint met een weerbericht. Wanneer we om 7:30 de gordijnen een beetje opentrekken zien we totaal niets. De mist die gisteren al een beetje aanwezig was heeft zich nog verder uitgebreid. Hopelijk is dit een vergissing van de weermaker want de voorspellingen gaven voor vandaag volle zon. En inderdaad, wanneer we ons ontbijt naar binnen gewerkt hebben is de mist vervangen door een mooi zonnetje in een blauwe lucht. Ik denk dat de weermaker onder zijn voeten zal gekregen hebben.
Om 9 uur vertrekken we dan uit Homer, echter niet zonder eerst bij de lokale Subway langs te gaan (die weten we nu wonen en de man achter de toog loopt over van vriendelijkheid …. Not …). Het voordeel van tweemaal bij dezelfde Subway te gaan is dat de brave borst niet meer verwonderd is dat we geen extra ingrediënten bovenop de hesp en kaas nemen en ook de kelk van de sauzen aan ons voorbij laten gaan.
Onderweg op de Sterling Highway zien we een aantal mooie plaatsen die ons verplichten te stoppen om een fotootje te trekken. Aan de overkant van de Cook Inlet zien we een aantal stevig uit de kluiten gewassen bergen. Minstens twee ervan zijn nog steeds actieve vulkanen. Eén van die twee barstte in 2006 nog eens uit. Het is niet voor niets dat Alaska samen met de Aleuten naar het Westen en de Rockies naar het Zuiden deel uitmaakt van de Ring of Fire (niet van Johnny Cash maar van de tektonische platen). We stoppen nog een paar keer voor een fotootje van oa de vulkanen.
Ninilchik is een eerste echte tussenstop. Het is er onnoemelijk veel stiller dan een paar dagen geleden toen iedereen op zijn paas zondags naar de “biggest little fair of Alaska” kwam. Dat het rustig is betekent nog niet dat we het speciale orthodoxe kerkje met daarrond een orthodox kerkhof gemakkelijk vinden. De aanhouder wint echter en we vinden uiteindelijk het kerkje en het kerkhof. De deur is nog op slot maar plots verschijnt de orthodoxe priester op het toneel. We slaan een babbeltje met de sympathieke man over onderwerpen gaande van Sodoma & Gomorra, wokeness, religiositeit in de Verenigde Staten en Europa, de vulkanen aan de overkant van de Cook Inlet, enz. Na een tijdje moeten we de gesprekken afronden want we willen nog wat stappen deze namiddag.
Om 13:00 komen we aan in Moose Pass (waar we nog een pass noch een Moose ontwaren maar) waar we wel een goed bankje in een klein parkje vinden dat zich ideaal leent om onze Subway te verorberen. Na de inwendige mens versterkt te hebben zetten we koers naar Seward. We moeten echter voor Seward afslaan richting Exit Glacier. Deze gletsjer die deel uitmaakt van het Harding Icefield daalt tot ongeveer 150 meter boven de zeespiegel.
Onze plannen moeten echter in functie van de weersvoorspelling van morgen en de rest van de week omgegooid worden. Het oorspronkelijke plan was om ons vandaag te beperken tot een gemakkelijke en slechts 3.5 km korte tocht naar de voet van de Exit gletsjer. Morgen zouden we dan de lastige en 15 km lange tocht naar het Harding Icefield proberen. Het ziet er echter naar uit dat het morgen en de rest van de week vrij regelmatig gaat regenen dus besluiten we de aanpak te wijzigen. Vandaag gaan we de gemakkelijke tocht naar de Exit gletsjer combineren met het eerste derde van de Harding Icefield tocht (we hebben de tijd niet om vandaag meer te doen), Morgen nemen we dan zoals het komt en overmorgen hebben we een boottocht in de Kenai fjords al maanden geleden geboekt. Wat daarna gebeurt zien we wel maar we denken op die manier, rekening houdend met de weersomstandigheden, het meeste uit ons verblijf in Seward te halen.
De tocht (of toch al zeker het stuk dat wij doen) is niet van de poes. Het gaat natuurlijk stevig bergop, dat hadden we verwacht. Maar grote stukken van het pad bestaan uit, van rotsblokken aangelegde (zeer onregelmatige), trappen. Dat valt echt niet mee voor de muilezel van dienst. We besluiten dan ook dat het op het uitzichtpunt van Marmot Meadows welletjes geweest is. We hebben dan 500 van de, in het totaal, 1100 hoogtemeters overwonnen maar hebben op dat moment niet meer de tijd … noch de moed om er nog eens ongeveer 300 hoogtemeters bij te lappen. Dan zouden we het “Top of the Cliffs” uitzichtpunt bereiken maar een mens moet realist zijn en kunnen bepalen wat haalbaar is en wat niet. Op de terugweg doen we dus zoals gezegd het gemakkelijke Exit Glacier pad waardoor we rond 6 uur terug aan de auto zijn om de laatste paar kilometer naar Seward te rijden.
De douche onmiddellijk na het inchecken doet wonderen en daarna gaan we zonder verder tijdverlies naar de Apollo, een restaurant in “the business district” van Seward dat ons aangeraden wordt door de receptioniste van ons motel. Een frisse lokaal gebrouwen IPA, een Pinot Gris van Oregon en een seafood pasta later zijn alle wonderen die nog nodig waren om ons gelukkig te maken gebeurd en kunnen we ons toeleggen op een deugddoende nachtrust.
Slaapwel
Dag 5: Een easy dag in Homer
Ik heb vannacht zeer goed geslapen. Zo goed zelfs dat ik niet gehoord heb dat Gertrude opgestaan is, waarmee al gezegd is dat zij minder goed geslapen heeft. Volgens mij zou een goede pint of glas wijn daar veel bij helpen maar dat is slechts een persoonlijke mening. Mijn eerste impressie van de nieuwe dag is vrij positief. Het licht dat door de spleetjes van de gordijnen komt, lijkt vrij helder. Die impressie wordt bevestigd als ik wat later (en al heel wat wakkerder) naar buiten piep. De wolken lijken deze morgen erg hoog te zitten en alles ligt er poederdroog bij. Veel beter kan men hier niet verwachten, denk ik.
Na het ontbijt dat noch Gertrude, noch ik helemaal kunnen opeten maken we ons klaar en besluiten we, voor vanmiddag, een belegd broodje te gaan kopen in de Subway die we gisteren bij ons bezoek aan de “historic city” gezien hebben. We bestellen “one foot” brood met sla, tomaat, hesp en kaas. De brave borst die ons bedient is stomverbaasd dat we niet nog minstens 3 andere ingrediënten willen en is al helemaal van slag als we zeggen dat we geen saus op ons broodje willen. Rare jongens, die Europeanen, denkt hij in navolging van Asterix en Obelix.
Nu zijn we klaar om naar Mako’s (de watertaxi maatschappij) te gaan. Vandaag staat een tocht(je) “into the wild(je)” vanuit Homer gepland. Het is de bedoeling dat we eerst met de watertaxi van Homer naar Glaciar Spit varen, daar afgezet worden en op eigen kracht tot aan de Saddle trailhead stappen om daar weer opgepikt te worden door de watertaxi voor de terugtocht. Terwijl we op kapitein Curtis wachten, worden we geamuseerd door een zeeotter. Dit zijn flink uit de kluiten gewassen otters, de grootte van een kleine zeehond. Ze blijken uitstekende “op de rug drijvers” te zijn want ze doen het de hele tijd terwijl ze met hun voorste pootjes continu hun gezicht lijken te wassen.
Kapitein Curtis is meer dan een “chauffeur” van een watertaxi. Hij blijkt ook een natuurgids te zijn. Hij toont ons onderweg een kolonie van 15000 Common Murres (in onze contreien beter gekend als kortbekzeekoeten of dikbekzeekoeten … niet te verwarren met de diknekzeekoeten). De claim to fame van die murres is dat ze tot 100 ft diep vis kunnen gaan vangen. Straf voor een vogel die ook nog kan vliegen. Verder toont hij ons een puffin (een soort pinguïn die nog kan vliegen en de kop van een papegaai heeft). Tot slot toont Curtis ons een bald eagle (= Amerikaanse zeearend) die als brunch / lunch een zalm aan het verorberen is. Verder natuuronderwijs kan jammer genoeg niet omdat de valbrug van de boot moet neergelaten worden (een beetje zoals ze dat meer dan 80 jaar geleden in Normandië deden) zodat we aan onze tocht kunnen beginnen. Qua weer hebben we niet te klagen. Er staat een steeds sterker wordend zonnetje dat mij uiteindelijk verplicht mijn pet op te zetten om mijn voorhoofd te beschermen.
Aan de trailhead moeten we onze naam invullen en staan verschillende waarschuwingsborden dat we “bear country” betreden. Er staat ook uitgelegd hoe de bodylanguage van een beer te interpreteren maar we moeten bekennen dat het allemaal niet 100% duidelijk is. Enfin, we hebben de bear spray in aanslag mochten we de body language toch niet absoluut correct interpreteren. De eerste kilometer van onze tocht zien we veel uitwerpselen van beren. Volgens mij zijn er duidelijk meerdere beren in het spel. Eén lijkt wat diarree te hebben (misschien hadden we voor hem een stripje Immodium moeten meebrengen als teken van onze goede trouw) terwijl een andere wat harder moeten persen heeft om al dat stro uit zijn uitgang te krijgen. Misschien is die wel een overtuigde vegetariër … wat ons goed zou uitkomen. We hopen alvast dat hij zijn beergenoten op korte termijn tot vegetarisme kan bekeren. Mocht dit niet lukken dan heb ik nog een troefkaart. Ik denk te weten dat beren geen muilezels aanvallen en als dat zo is dan ben ik safe. Naast de rugzak (die zo stilaan de plaats geworden is voor alles waar we niet direct van weten waar we het best kunnen laten) hangt nu ook al de berenspray en mijn fototoestel aan mijn nek.
De wandeling zelf is vrij makkelijk en alleen bemoeilijkt door de vele boomwortels en de keien waarmee het pad bezaaid is. Na een tijdje zien we geen droppings meer wat me op het idee brengt dat we hier waarschijnlijk met coastal bears te maken hebben (zoals gisteren) die hun dagelijkse portie vis uit de riviermondingen en de oceaan halen. Er is voor hen derhalve geen enkele reden om meer dan één kilometer van hun voedselbron weg te gaan.
Om 14:15 komen we aan bij Glacier Lake en jammer genoeg is het weer beginnen miezeren … niet genoeg om nat te worden maar wel genoeg om het fris te krijgen, zeker als men er het briesje dat van over de gletsjer komt moet bijnemen. Wat een verschil met een halfuur geleden toen ik me nog genoopt voelde de bovenkant van mijn voorhoofd met zonnecrème in te wrijven. De gletsjers die in het meer uitmonden zouden veel fotogenieker zijn met wat zon maar dat zal voor een andere keer zijn. We blijven dan ook niet lang talmen en trekken, na het verorberen van een halve voet brood met beleg, over de “saddle” ( = de eindmorene) richting Saddle trailhead waar de watertaxi ons om 5:00 PM zal komen ophalen. In gedachten verzonken probeer ik het woord te vinden dat het best deze “Into the Wild van de Aldi” beschrijft en ik kom op “ongerept” uit. Binnen twee minuten na mijn stilzwijgende conclusie vraagt Gertrude totaal uit het niets “Hoe ongerept is de natuur hier?”. Telepathie zal dus wel bestaan, zeker tussen mensen die 45 jaar getrouwd zijn … en al zeker als ze met elkaar getrouwd zijn.
We komen rond 4 uur aan bij de oppikplaats en moeten dus een uur wachten want iedere boot die hier aanlegt heeft zijn eigen passagierslijst. Gelukkig is het zonnetje weer komen opzetten en hebben we twee goede zitstenen gevonden. Onderweg naar Homer is het weer weer anders. We komen nu langzamerhand in dikke mist. Die maakt alles vochtig en kil. Een goede warme douche zal dan ook deugd doen en daarna gaan we eten bij Captain Pattie’s Fish House. Gertrude beslist een lekker stuk heilbot te nemen en ik neem mosselen . Die zijn erg lekker maar wel stevig gekruid met curry in kokosmelk en pepperoncini schilfers. Dit brengt de mosselen niet op het zweet, neusloop en rode uitslag niveau van Singaporese Laksa of chili krab of Indische curry vindaloo (die spelen in de Champions League) maar deze mosselen spelen toch ook in de Europe League of Conference League. Misschien zou ik voor morgen vroeg toch best wat WC papier in de diepvries leggen. Enfin, we zullen het morgen weten. Ondertussen gaan we nu slapen.
Slaapwel