Op stap langs de GR129

Dag 5: Woensdag 18 september: Carros – Tourrette sur Loup (26 km; 984 hoogtemeter)

Bij het opentrekken van de gordijnen zijn we ietwat teleurgesteld: het is beneden in de vallei serieus gemist en van de bergen is bitter weinig te zien. Dan maar gaan ontbijten en kijken hoe het er dan uit ziet. Als we om 9:15 gepakt en gezakt klaar staan en de eerste Compeed zijn plaats gevonden heeft op Gertrude’s hiel, is de situatie al dermate verbeterd dat de bergtoppen te zien zijn en er hier en daar een straaltje zonneschijn is. Ondanks het feit dat de zon maar nu en dan te zien is, is de temperatuur vrij hoog. Dit gecombineerd met een zeer hoge relatieve vochtigheid zorgt voor erg zwoel weer wat op zijn beurt zorgt voor zweet en dat zorgt op zijn beurt dan weer voor zwarte vliegen, veel zwarte vliegen (ik heb niet echt naar hun kleur gekeken maar zwart allitereert met zweet en zwoel … vandaar). De vliegen zijn erg ambetant maar zijn gelukkig van voorbijgaande aard. Bovenop de eerste beklimming (Gallières) kunnen we van het uitzicht over de vallei maar zeer kort genieten want onmiddellijk na het uitzichtpunt gaat het snel weer naar beneden, ha ja, hoe zouden we anders aan ons hoogtemeters geraken?? Later zal blijken dat de hele dag een opeenvolging van stijgen en dalen is.

Van Gallières gaat het naar La Gaude waar we op de voie Aurelia belanden. We nemen aan dat we gisteren ook al op stukken van de Romeinse Via Aurelia gezeten hebben zonder dat we het wisten. Toen dachten we dat het stukken van oude handelswegen waren, nu weten we dat het stukken Romeinse autostrade waren. Hier in La Gaude noemde men de weg echter officieel Via Aurelia omdat er stukken nog goed herkenbaar zijn als Romeins. Een paar honderd meter zijn trouwens gerenoveerd zoals het er ooit moet uitgezien hebben waardoor men inderdaad kan appreciëren dat handels- en militaire transporten vrij vlot konden gebeuren. Men heeft hier in La Gaude trouwens een Romeinse sarcofaag gevonden van de kinderen van een decurion (= leider van 10 man te paard). De sarcofaag staat achter een glas langs de weg opgesteld.

Van La Gaude gaat het nu richting Vence. Er is hier meer bebouwing op de hellingen waardoor het stappen iets minder prettig is, want zeer dikwijls op tarmac. Iets wat ons ook opvalt is dat iedereen hier enorm op zijn of haar pricacy gesteld is. Iedere woning heeft een imposant hek en overal hangen plaatjes met “Propriété privée” of “Passage Interdit” enz. Dit leidt op een bepaald moment zelfs tot een opstootje met een man die op straat zijn BBQ staat af te spuiten met de hogedrukreiniger. Wilfried wordt als indringer beschouwd wanneer hij de rail van de openstaande poort overschrijdt om een aankondiging te lezen. “iet is prieveet” roept de man in zijn zondags Engels en met zijn hogedrukreiniger in aanslag naar Wilfried. Wilfried en de BBQ man komen wel niet tot een amicale regeling, maar besluiten toch dat WW III best nog een tijdje achterwege kan gelaten worden. We stappen verder en stellen vast dat het ondanks de densere bebouwing wel rustig is qua verkeer en ook qua collega stappers. Vandaag hebben we twee groepjes van twee man gezien. Dat is klein bier ten opzichte van wat we gezien hebben op andere Franse delen van de Camino en al helemaal niet te vergelijken met de drukte die we zagen in de oversteek van de Pyreneeën van St Jean de Pied de Port en Roncevalles. De verklaring is dat deze camino veel minder gekend is en dat alle huizen hier vakantieverblijven zijn die buiten het seizoen en ook nog tijdens de week onbewoond zijn.

Naar goede gewoonte proberen we te picknicken waar het rustig is, waar we van de schaduw kunnen genieten, waar een bankje ter beschikking staat, waar een mooi uitzicht aanwezig is en wanneer meer dan de helft van het traject achter de rug is. Bij het binnenkomen van Vence zijn de meeste condities vervuld en eten we onze picknick op. Daarna gaan we Vence verkennen. Het stadje valt heel erg mee (misschien ook al omdat het al de tweede helft van september is en derhalve al redelijk kalm) met zijn kerken en kerkjes, pleinen en pleintjes, straatjes en nog kleinere straatjes, met zijn kunstgalerijen en galerijtjes, enz. In één kerk zien we een 3 m hoge mozaïek van Marc Chagall die een periode in Vence woonde (net als Soutine trouwens). We besluiten dat het stadje zo aangenaam is dat we het niet kunnen verlaten zonder op een terrasje in de oude stad iets te nuttigen. Zo wordt het drie uur vooraleer we Vence de rug toekeren en ons dalen en stijgen hernemen. We hebben op dat moment nog een goede 10 km voor de boeg (= voeten) wat betekent dat we niet voor 5 à 5:30 in het hotel in Tourrette sur Loup zullen zijn waar Nelly ons opwacht. Ik denk te weten dat de Loup een riviertje is en hoop dat deze rivier zich als iedere andere rivier zal gedragen en dus op de bodem van een vallei zal stromen waardoor het laatste deel van de tocht bergaf zou moeten zijn. Geen slechte redenering, al zeg ik het zelf …. maar het dorpje zelf zit blijkbaar op een rots waardoor het laatste stuk van de tocht zeer stevig naar omhoog gaat.

Ik motiveer mijn collega stappers door hen regelmatig te zeggen hoever we nog moeten stappen. We gaan vrij vlotjes van 5 naar 4 naar 3 naar 2 naar 1 km en dan begin ik te zeggen dat de GPS de nog af te leggen afstand in meters begint uit te drukken. Dat is dus een goed teken en de troepen appreciëren deze positieve evolutie in de afstand … tot ik plots zie (als we volgens de GPS op 178 meter van ons hotel zijn) dat we voorbij een rechtse afslag zijn … terwijl er helemaal geen rechtse afslag is. Treurnis (en nog veel meer dat ik nu niet verder wil detailleren) alom. Ik probeer de situatie te redden door iemand aan te spreken die net van een bedrijfsparking wil rijden maar zijn antwoord brengt niet veel troost. Wat blijkt? Ons hotel ligt op de départementale die parallel loopt met de weg waarop wij lopen maar zeker 150 meter hoger op de berg. Vroeger waren er verbindingspaden tussen die twee wegen zegt de man, maar die paden zijn allemaal verdwenen wanneer mensen op de flanken van de berg begonnen te bouwen (en Open Street Map is daar blijkbaar niet van op de hoogte). De man schat dat we in plaats van nog 178 m zeker een paar kilometer te doen hebben en dat het erg steil omhoog gaat. Gelukkig kan de man mijn verbijsterde blik (en ik weet niet welke blik bij Wilfried en Gertrude) niet lang aanzien en hij stelt voor me naar het hotel te voeren waardoor ik dan met de auto mijn twee kompanen kan komen oppikken. Tweemaal 2.2 km verder en zeker 150 m hoger zitten we met zijn allen rond een frisse pint / Schweppes en is alle leed weer vergeten, want het uitzicht is fantastisch en ons geloof in de goedheid van de mens is hersteld. Ik zal wel ons vertrek morgenvroeg vanuit het hotel moeten reviseren om miserie te vermijden. Op die manier zullen we Tourrette kunnen bezoeken. De man die me tot aan het hotel bracht heeft me trouwens gezegd dat Tourrette het mooiste dorp van heel Frankrijk (en daarom van de hele wereld) is en ik geloof hem, al is hij waarschijnlijk lichtjes bevooroordeeld.

Nu nog rap naar Club Brugge tegen Galatasaray kijken. Bij leven en welzijn

Reacties

Reacties

Maud

Weer een topprestatie met verhaal?

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!