Proloog voor de staptocht op de Camino del Norte
Het spijt me dat ik diegenen die gedacht hadden er met het einde van onze Marokko reis van af te zijn moet teleurstellen. Nauwelijks terug thuis zijn we opnieuw aan de voorbereiding van de volgende trip bezig. Deze keer wordt het een sportieve uitstap die het gevolg is van wat vorig jaar gebeurde.
In 2016 deden we twee meerdaagse staptochten. Eerst gingen we samen met Nelly en Wilfried naar Ierland waar we de 127 km lange Wicklow Way stapten. Een paar maand later reden we “op ons alleentje” (op weg naar Zuid Spanje) tot in Le Puy en Velay. Daar lieten we de auto achter om te voet naar Conques (212 km verder) te stappen. Dit was een stukje van de Camino de Compostella (meer bepaald de Via Podensis = één van de drie wegen in Frankrijk die uiteindelijk naar Santiago de Compostella leiden). Zowel Ierland als Frankrijk vielen ondanks de onvermijdelijke ongemakken zoals regen, vermoeidheid, blaren, slechtzittende rugzakken, enz. zo goed mee dat we besloten het dit jaar weer te proberen.
Er werd met Nelly en Wilfried overlegd en we kwamen tot de conclusie dat een of ander stukje van de een of andere Compostella route goed zou zijn. De Camino del Norte leek wel een kolfje (kolf??) naar onze hand. De Camino del Norte is één van de vele camino’s die vanuit allerlei plaatsen in Spanje vertrekken om uiteindelijk in Santiago de Compostella uit te komen. De Camino del Norte is niet de meest bekende camino in Spanje. Die eer is weggelegd voor de Camino Frances die vanuit het stadje St Jean de Pied de Port in de Pyreneeën (waar de 3 Franse camino’s samen komen) vertrekt. De Camino Frances is echter zo populair dat het een pelgrimsautostrade geworden is. De Camino del Norte daarentegen is mooier qua natuur (loopt grotendeels langs de kust) maar ook veel lastiger omwille van de ongeveer 1000 hoogtemeters die dagelijks moeten verwerkt worden. Daarom is de Camino del Norte ook veel rustiger. Wij besloten de 200 km van deze Camino del Norte (vanaf Irun aan de Frans - Spaanse grens via San Sebastian, Guernica en Bilbao tot Castro Urdiales) in acht stapdagen af te leggen. Er werd ook beslist één rustdag in Bilbao in te lassen. Die dag zal gebruikt worden om de stad en zijn wereldberoemd Guggenheim museum te bezoeken.
Door het drukke bestaan dat de gepensioneerde te beurt valt, hebben we ons niet goed kunnen voorbereiden en daarom moet in de week voorafgaand aan het vertrek nog druk gestapt worden. Ik doe dat door met GR Vlaams Brabant in de streek van Redu een wandeling mee te doen. Gertrude door in huis met haar nieuwe bergschoenen rond te lopen (kwestie van ze wat naar haar voeten te zetten). We gaan ook nog snel een paar keer een 10-tal km in het Mollendaalbos rondstappen om ons toch enigszins voor te bereiden op wat belooft een pittige tocht te worden. Dit levert Gertrude haar eerste Compeet op.
We zijn zaterdag om 7 am bij Nelly en Wilfried afgesproken om tot in Poitiers te rijden. Daar gaan we overnachten alvorens de volgende dag tot in Hendaye te rijden. Hendaye is de Franse kant van Irun waar ons Camino avontuur van 2017 zal beginnen. Wij beloven voor jullie zielenheil onderweg een Weesgegroetje te bidden als jullie beloven dit voor ons ook te doen. Het is namelijk goed mogelijk dat wij (nog?) meer bijstand nodig hebben dan jullie. Ik heb wel nog geen heiligen gevonden die zich specifiek over blaren of zonneslagen of blikseminslagen ontfermen maar ik neem aan dat een Weesgegroetje wel op het juiste adres zal komen. Gelukkig hebben we Nelly die de bezemwagen zal bevrouwen. Op die manier zijn we zeker dat we iedere avond onze voetjes onder tafel zullen kunnen schuiven om daarna in een warm en (hopelijk) zacht bedje van de inspanningen van de dag te kunnen bekomen.
Dit alles om te zeggen dat we (weer) piepedada zijn en dat uw Inbox (weer) gedurende een aantal dagen zal geteisterd worden door mijn geschrijf.
Lectori salutem.
Epiloog van de Marokko trip
Wat begon als een gesprek tussen pot en pint over een sprongetje van Gibraltar naar Noord Marokko is uitgegroeid tot een heuse 9-daagse trip in midden Marokko … zonder pot en pint.
Dat spijt ons echter geenszins dat de plannen enigszins uit de hand gelopen zijn. We hebben Marrakesh kunnen bewonderen, we hebben kasbah’s en Ksars in allerlei staten van verval en herstel bezocht, we hebben in riad’s met harde en zeer harde bedden geslapen, we hebben de schoonheid van de Dades en de Todrakloof kunnen appreciëren (zonder al te onpasselijk te zijn), we hebben de zonsondergang en de zonsopgang (en miljarden sterren aan het firmament tussen beide tijdstippen) vanop onze uitkijkpost kunnen bewonderen, we hebben de lokale economie gesteund niet alleen door dikwijls tajine te eten en veel water te drinken, maar ook door halssnoeren, tapijtjes, potjes en pannetjes, gordels … en 2 g saffraan te kopen en ... Montezuma heeft de hele week op niemand van het gezelschap greep kunnen krijgen.
In één woord, we hebben genoten van deze zeer goed georganiseerde reis en van het goede gezelschap. Ik hoop dat het meereizen ook een beetje aangenaam was en, Insjallah, keren we wel eens terug … misschien om de meer Noordelijke gebieden van Marokko te bezoeken.
De laatste dag van de Marokko reis in Marrakesh
De voorbije 9 dagen zijn in sneltreinvaart voorbijgevlogen en nu staan we al voor de laatste dag. We hebben slechts een paar vage gedachten voor het invullen van de dag. De Majorelle tuin staat vast, een ritje met een koets door de palmeraie lijkt niemand overdadig te begeesteren, veel te voet stappen bij de heersende temperaturen (en hier nu ook vochtigheid) lijkt ook minder aangewezen … dus besluiten we een taxi vanaf het centrale grote plein (Jermaa el Fna) naar de Majorelle tuin te nemen. De weg van onze riad naar het plein loopt langs de buitenkant van de soek waardoor Niki en Mathieu nog eens in de verschillende winkeltjes kunnen snuisteren en misschien nog iets opscharrelen.
Op het plein proberen we de chauffeur van een petit taxi (type Dacia, Peugeot, Seat, etc) te overtuigen ons alle vier mee te nemen. Onze overredingskracht is hiervoor echter niet groot genoeg. De chauffeurs van een petit taxi willen maximaal 3 passagiers meenemen. We kunnen dus niets anders dan een grand taxi nemen. Dit zijn Mercedes C of E klasse wagens … maar stel u daar niet te veel van voor. Deze wagens werden in de glorieperiode van de Beatles in mekaar gestoken … en sindsdien reeds vele keren uit mekaar gehaald. Na een harde negotiatie met de chauffeur van de grand taxi over de prijs kunnen we tevreden vaststellen dat onze overredingskracht groot genoeg is om ons voor 40 dhiram naar de Majorelle tuin te laten voeren. We zijn nog niet ingestapt of we zien weer een staaltje van de agressiviteit die hier constant in de lucht lijkt te hangen. “Onze” chauffeur schreeuwt alsof zijn leven ervan afhangt tegen een andere taxichauffeur. De reden van het geschreeuw is niet duidelijk maar de intensiteit is wel overduidelijk. Een ander voorbeeld van agressie die hier een constant deel van de samenleving was de jonge vrouw / het meisje dat we een paar dagen geleden van haar echtgenoot / vriendje midden de straat geslagen zagen worden. Gelukkig is die agressiviteit nooit tegen ons gericht geweest.
De Majorelle tuin is een prachtige oase in de nieuwe stad (= juist buiten de medina = de oude stad). In deze tuin met mooie waterpartijen, fonteinen, grote en kleine bomen en struiken, enz was het atelier van de Franse kunstschilder Majorelle. Die niet al te gekende schilder heeft een significant deel van zijn schildersbestaan gewijd aan het ontwikkelen van een speciaal soort blauw (en ik die dacht dat die eer aan Yves Klein te beurt viel. Ik zie trouwens niet veel verschil tussen het blauw van Majorelle en dat van Klein. Jullie wel? http://isatis44.canalblog.com/archives/2009/10/19/15490956.html In de tuin is ook een museum van Marokkaanse volksgeschiedenis , een villa van Yves St Laurent (in een niet te bezoeken deel van de tuin) en een memorial voor de Parijse couturier.
Na de tuin wandelen we weer richting oude stad. Eerst hebben we echter een lunch - en vooral drinkstop in het centrum van de nieuwe stad. Een minstens even grote verdienste van deze drink en eetstop (naast voeden en laven) is het feit dat we erin slagen de 90 dhiram die nog op de debetkaart staan te kunnen spenderen. Daarna zetten we het wandelingetje richting oude stad verder. In de oude stad zijn we alweer toe aan een drinkpauze. De gevoelstemperatuur (de combinatie van temperatuur, wind (of afwezigheid daarvan) en luchtvochtigheid) lijkt in Marrakesh hoger te zijn dan op andere plaatsen op onze reis … ofwel is het gewoon warmer / vochtiger geworden gedurende de week dat we hier geweest zijn. In ieder geval zweten we allemaal enorm en hebben we dorst alsof we gedurende een week zonder drinken door de woestijn gekropen zijn. Dit belet Niki en Matthieu niet om nog een laatste maal hun koopwoede in de soeks bot te vieren. Wij passen voor deze laatste shopping spree en trekken ons terug in onze riad waar we de valiezen zo schikken dat we niet in de miserie geraken met de veiligheidsdiensten of met de douane.
Om 7 uur vertrekken we met een grand taxi naar de luchthaven waar we zonder veel verwikkelingen inchecken en zelfs 5 minuten te vroeg huiswaarts keren. Ik post via Reis Mee nog een paar foto’s maar jullie zijn allemaal welkom een completere selectie ten huize Peeengee te komen bekijken. Het entreegeld hebben we nog niet vastgelegd. We proberen het democratisch te houden maar ik neem aan dat ge begrijpt dat we onze gemaakte kosten moeten terugverdienen anders kunnen we niet blijven op reis gaan.
Terug naar Marrakesh
Na een goede nacht (de air conditioning werkte perfekt = zoals het altijd zou moeten zijn = sloeg automatisch aan wanneer het te warm werd en af als het te koud dreigde te worden) en een vrij karig ontbijt (we zijn op deze reis eigenlijk verwend geworden qua ontbijten) vatten we de tocht naar Marrakesh aan. Zoals Laozi al wist te vertellen (en niet Confucius zoals veel mensen denken; ik heb het voor jullie, beste lezers, opgezocht) begint zelfs een tocht van 1000 miles (of wat ook de lengtemaat bij de Oude Chinezen was) met één stap. Wij zijn wel niet van plan 1000 miles te rijden maar het zou wel zo kunnen lijken want het is een klein kronkelig weggetje vandaag. We beginnen ook niet echt met één stap maar wel met een zeer kleine afstand. Onze eerste bestemming is namelijk het Huis van de Saffraan, wat verder in de hoofdstraat. 25 coöperatieven, die zo’n 1200 families uit de streek vertegenwoordigen hebben dit “huis” samen opgericht. Hierin is een klein museumke en zijn alle commerciële activiteiten ivm saffraan uit de streek ondergebracht. Onze commerciële transacties in het “huis” beperken zich tot de aankoop van 2 potjes van elk 2 g saffraandraadjes aan de prijs van 75 dhiram (= 7 Euro) per potje. Saffraan is duur, maar als men bedenkt dat men per hectare maar 4.5 kg van de kostbare draadjes met erg veel manueel gepruts kan oogsten dan valt dit nog mee. We zullen iedere keer dat we met de kleinkinderen rijstpap maken aan Taliouine en het Huis van de Saffraan denken.
Na het bezoek rijden we richting de Tich N Test pas. In de aanloop naar de pas (waar de weg nog tamelijk OK is) vraagt Matthieu zich af wat de kleine gele vruchtjes op de bomen naast de weg zijn. Het blijken Argan vruchten te zijn. Binnenin de vruchten (die een delicatesse voor geiten schijnen te zijn) zitten de pitten en van de kern van de pitten maakt men de olie die voor alles en nog wat (op salades, tegen huidaandoeningen, tegen reuma, enz) kan gebruikt worden. Nu begint de aanloop naar de bergpas stilletjesaan achter ons te liggen en vatten we de echte beklimming aan. De weg is op bepaalde plaatsen gereduceerd tot een smalle rijstrook omdat lawines de zijkant van de weg volledig kapot gemaakt hebben en er waarschijnlijk geen of bitter weinig onderhoud aan de weg gebeurt. Gelukkig is er zeer weinig verkeer op deze weg, waardoor er bijna nooit tegenliggers zijn. De natuur is echter erg mooi. De kleuren van de rotsen zijn fenomenaal met oker, rood, paars, oranje als hoofdtonen. De rotsen zijn bovendien ook op bepaalde plaatsen zeer diep uitgespoeld zodat er nog meer schakeringen van kleuren tevoorschijn getoverd worden. De vergelijking met Bryce Canyon is dan ook nooit ver weg. Jammer dat de vergezichten wat wazig zijn door de hitte of het fijn stof dat in de lucht hangt. Aan de andere kant van de 2100 m hoge pas lijken zich een paar wolken samengepakt te hebben. Gelukkig niets om ongerust over te zijn … we zullen droog blijven en dat is maar goed ook want ik zou hier niet graag rijden (of erger, gereden worden) tijdens een stortvlaag.
De hele rit verloopt vrij traag waardoor ik erin slaag niet onpasselijk te worden wat me toelaat ten volle te genieten van de omgeving. Op zo’n 30 km van Marrakesh gaan de bergen eerst over in een paar heuvels en daarna in een grote vlakte waar verschillende golf courses aangelegd zijn / worden. Appartementen en villa’s worden in sneltempo rond de golf links opgetrokken. De prijzen variëren van vrij schappelijk (naar Marokkaanse normen = 180’000 Dhiram = 18’000 Euro) tot zeer duur (alweer naar Marokkaanse normen 1’000’000 Dhiram = 100’000 Euro) voor een 2 slaapkamer appartement. Terwijl we over die prijzen zitten te filosoferen, vraagt de chauffeur plots of wij weten waar het hotel is. Geen haar op onze gecumuleerde hoofden had aan zo’n vraag gedacht. De chauffeur is ons een week geleden aan het hotel komen afhalen … dan zou men toch verwachten dat hij een week later nog steeds weet waar de afspraak was. Gertrude vindt gelukkig het adres van onze riad en ook het telefoonnummer van de eigenaar waardoor onze chauffeur toch wat verder kan. Er komen echter nog een paar passanten aan te pas vooraleer we tot op de hoek van de juiste straat geraken. Het mag dan wel de juiste straat zijn maar het is jammer genoeg niet de juiste hoek. Hierdoor moeten we beroep doen op iemand met een stootkar waarop we al onze valiezen en vele losse spullen kunnen zetten. Die rijdt met zijn kar tot aan de deur van de riad. Het hele gedoe van straathoeken en stootkarren maakt niet alle groepsleden onverdeeld gelukkig maar de lichte irritatie gaat snel over wanneer we op het geplande einde van de dag (nog een paar laatste spulletjes in de soek kopen en ergens gaan eten) kunnen overschakelen. Er wordt druk onderhandeld over de prijzen van lederen gordels, houten dromedarisjes, kleurige halssnoeren, T-shirts voor kleinkinderen, enz en als dit allemaal tot een goed einde gebracht is wordt het tijd om de innerlijke mens te versterken. We belanden terug in hetzelfde restaurant van een week geleden en ik eet, net zoals toen, een tajine gerecht op basis van lamsschenkel en tomaat, ui en kaneel. Geloof het of niet maar Mathieu neemt dit ook (ondanks zijn dure eed geen tajine meer te beroeren) en is tevreden met zijn keuze. De dames nemen kalkoenbrochttes en zijn ook tevreden met hun keuze. We zijn het allemaal eens: een glas wijn had hier prima bij gesmaakt maar het moeten het bij spuitwater houden. Na het eten zoeken we ons een weg door de mensenzee die, net zoals vorige week, de straten en pleinen vult. Marrakesh is echt een zeer levendige stad, zeker eens de zon ondergegaan is en de temperaturen erg aangenaam worden. Alleen jammer dat continu fietsers en bromfietsers zich een weg proberen te banen tussen de krioelende mensen in de smalle straatjes. De Gentse en Leuvense schepenen van mobiliteit zouden best eens hun pijlen op Marrakesh richten. Hier is nog erg veel werk op de plank.
Ondanks alles komen we ongeschonden aan het hotel, waar we nog een theetje en een Fanta drinken. We giechelen als bakvissen bij een paar straffe verhalen door Niki over Matthieu’s familie, bij “Rije, Rudy, rije” en bij een conference van Gerard Vermeersch over Avelgem en de Kwaremont (https://www.youtube.com/watch?v=UhD65KRtdQQ voor wie nog eens wil luisteren). Dat is een mooi besluit van onze voorlaatste dag in Marokko en we trekken ons tevreden terug voor een laatste nachtje.
Van Amezrou (Zagora) naar Taliouline
Beste “normale” lezers, ik neem aan dat jullie de reactie van Ernst gezien hebben. Ik ken Ernst niet, heb hem niet op de distributielijst gezet en zou het zo willen houden. Ik ken de werking van Reis Mee onvoldoende om te weten hoe iemand ongewenst toegang tot de blog kan hebben maar ik zou het appreciëren indien de distributie beperkt zou blijven tot de mensen die ik toegelaten heb. Het hele opzet was alleen mensen die ik ken te betrekken en ik wil dat het zo blijft. Dit gezegd zijnde ga ik gewoon verder tenzij ik van Ernst of andere onuitgenodigden nog verdere ongewenste reacties krijg. Ik zal dan moeten zien wat ik verder kan en wil doen. Voor nu, case closed.
Gisterenavond voor de tajine met kefta kiezen was de juiste beslissing. De gehaktballetjes zaten in een lekker en kokend heet (en dus steriel) sausje. Dit kon niet gezegd worden van “de boelie” waar Matthieu voor gekozen had. Taai zijn is onder bepaalde omstandigheden een kwaliteit maar vlees in een tajine is niet één van die omstandigheden waarbij taaiheid als kwaliteit gezien wordt. Het resultaat was dat we de kefta broederlijk en zusterlijk verdeeld hebben waardoor niemand deze nacht op de rand van de hongerdood moest balanceren. Mogelijks nog belangrijker is echter dat (tot nu) nog niemand de vloek van Montesuma moeten ondergaan heeft.
Tijdens het ontbijt informeren we ons over wat we hier in de onmiddellijke omgeving van ons hotelletje kunnen doen. We weten namelijk dat de rit naar onze volgende overnachtingsplaats een 4 à 5 uur zal duren en dat we dus nog wat speling hebben. Het blijkt dat Amezrou een ksar (= dorp of wijk bestaande uit een aantal kasbah’s) heeft die dateert van de 11de eeuw. Die ksar vinden is voor onze chauffeur niet zo eenvoudig, maar gelukkig springt iemand in de bres. Met een (voor Marokko) geringe graad aan winstbejag als motivatie leidt hij ons rond in de wirwar van steegjes en toont hij ons de synagoge. Het is opvallend dat quasi overal ksars uit een moslim en een Joods gedeelte bestaan hebben. De Joodse component is meestal rond de creatie van Israël weggevallen maar de Joodse mensen die hier gewoond hebben (of hun nazaten) lijken regelmatig terug te keren om hun roots terug te bezoeken en om de graven van hun voorvaderen te bezoeken.
Na de ksar van Amerzou zouden we een museum bezoeken, maar de chauffeur vindt het niet en niemand lijkt goed te weten waar we naar op zoek zijn. Dus wordt deze etappe overgeslagen en we rijden richting noorden de Vallei van de Draa weer uit. Nu beginnen we te begrijpen waarom we gisteren niet geimpressioneerd waren door de “schoonheid van de Draa Vallei”. De weg die we gisteren namen loopt langs de andere kant van de rivier waar geen ksars staan. Nu rijden we langs de juiste kant waar de ene ksar de andere opvolgt. Het zijn hier soms echte versterkte burchten die opgetrokken werden om rovers (Nomaden) buiten te houden. De bewoners van de Draa vallei hebben namelijk het geluk dat ze hier vruchtbare grond en voldoende water hebben waardoor ze, door hard werk weliswaar, een zekere staat van welstand konden verwerven. Rovers vonden dat op zich al een goede reden voor een herdistributie van deze welstand en solidariteit met de minder bedeelden. De bewoners van de kasbah’s hadden het zo niet begrepen … vandaar de conflicten, de verdedigingsmuren, de verborgen schatten, enz.. Eigenlijk is dit het verhaal van iedere samenleving en van alle tijden, alleen zijn de namen wat veranderd. Verdedigingsmuren noemt men nu fiscale adviseurs, rovers noemt men nu belastingcontroleurs, verborgen schatten noemt men nu belastingparadijzen, enz..
We stoppen voor een bezoek aan de wellicht meest spectaculaire ksar … die van Tamnougalt, gebouwd tussen de 16 en de 18 eeuw. Een gids is hier verplicht, omdat de ksar privé eigendom (???) is en het geld voor de ingang besteed wordt aan de restauratie van de kasbah’s … en als ge dit niet gelooft maakt men ons wel iets anders wijs. We willen ook een hapje eten in het hotel naast de ksar (maar jammer genoeg is de keuken alleen ’s avonds open ) en een tapje drinken (maar jammer genoeg is er niets van de “tap” beschikbaar en moeten we het stellen met water, Cola en thee) waardoor we voor het hapje naar het volgende stadje (Agdz) moeten uitwijken. We worden wel collectief steeds maar avontuurlijker (ieder vertrekt natuurlijk van een andere basis). Zo beperkt Niki zich tot een soepje, Matthieu tot een kippenbrochette maar hij laat al de groenten op zijn bord voor wat ze zijn (= gevaarlijk), Gertrude tot een kippenbrochette, maar zij eet de ratatouille op en laat alleen de rauwkost achter en ik eet alles met uitzondering van het beetje kervel op de kefta op.
Op weg naar onze eindbestemming van vandaag rijden we door een zeer woest gebied dat me plots aan de natuur in de film met Brad Pitt “Babel” doet denken. Ik herinner me dat één van onze gidsen ons gezegd heeft dat Babel in Marokko opgenomen werd. De scenes waarin het jongetje op het toeristenbusje schiet, waarin de Amerikaanse toeriste in een schamel dorpje verzorgd wordt en waarin de politie op aandringen van de Amerikaanse gezand de vader met zijn twee zonen als terroristen oppakt komen weer zeer levendig bij mij op. Verdere informatie moet ge maar eens op http://www.imdb.com/title/tt0449467/ zoeken. Ik kan de film aanraden.
Uiteindelijk komen we in Taliouline (de hoofdstad van de saffraan) uit. Het bezoeken van saffraan ateliers / winkeltjes houden we voor morgen en maar goed ook want er blijkt iets misgelopen te zijn met de reserveringen. Het hotelletje zit barstensvol vandaag en we kunnen maar met moeite (en dank zij de gepaste doortastendheid van Niki) twee kamers met air conditioning vastkrijgen. Na de gebruikelijke thee / Cola is het tijd voor een douche en het avondmaal dat iedereen (op uitzondering van Matthieu) goed smaakt. Het lijkt erop dat Matthieu het zowat gehad heeft met de tajine van kip met groenten. Biefstuk met friet of iets van dat kaliber begint zich op te dringen, maar eerst gaan we nog een rustige nacht, een rit via kronkelwegen naar Marrakesh en een dag in Marrakesh tegemoet. Ik wens al mijn lezers alvast een goede nacht (Ernst wens ik wat denkwerk. Voor een gelukkige jeugd is het wellicht te laat).
Van Merzouga naar Amezrou (Zagora)
Omdat jullie gisteren een dubbele portie blog te verwerken kregen, is het vandaag niet meer dan passend dat ik jullie eens een light versie aanbied. Ik begrijp wel dat er aan ieder's verdraagzaamheid grenzen zijn ... en bovendien is er vandaag niet zo heel veel spectaculairs gebeurd. Ik zou natuurlijk de kroniek van onze slaapkwaliteit kunnen verderzetten, ik zou de aankoop door Niki & Matthieu van een tapijtje in geuren en kleuren kunnen beschrijven. Ik ga dat echter niet doen, ook al omdat het tapijtje duidelijk niet de juiste kleur heeft …. toch niet voor een Buffalo fan ook al houdt die dit seizoen best zijn bek in zijn pluimen en zeker als iemand zich geroepen voelt om een paars tapijtje te kopen.
Na de aankoop (zonder enige ruimte voor prijsnegotiatie) van het tapijtje vatten we de tocht naar Amezrou aan. Amezrou ligt net voorbij Zagora in de Draa Vallei. Die vallei wordt in de boekjes als zeer mooi omschreven en de mijnheer van de Michelin kaart heeft er dan ook een groen streepje naast getekend. Het eerste deel van de weg levert weinig spektakel op. “Le desert noir” biedt landschappen die variëren van uiterst dor (= hier en daar een half dode struik of boom) tot totaal niets anders dan zwarte steentjes / stenen (die deze keer niet van dromedarische oorsprong zijn). Plots kan er een stukje groene oase opduiken met tussen de palmbomen hier en daar een paar huisjes.
Rond de middag stoppen we in een klein stadje. We willen eigenlijk een paar kleine banaantjes kopen maar de stad blijkt de hoofdstad van de reuzewatermeloenen te zijn. Op zo’n plek kleine banaantjes vinden is onbegonnen werk en we leggen ons derhalve bij de situatie neer. We stoppen aan een mooi terrasje en bestellen Coca en spuitwater (omdat ze geen Westvleteren noch Orval hebben) en wat lekker eten (Berber omelet en vlees brochette). Ons terrasje is eigenlijk een eerste rangstribune om het af en aan rijden van vrachtwagens volgestouwd met reuzewatermeloenen te bekijken. Quo vadis, Citrullus Lanatus??? roep ik tegen de vrachtwagenchauffeurs. Die doen echter alsof ze mij niet verstaan. Nu weet ik hoe de burgemeester van Antwerpen zich dikwijls moet voelen … maar die zoekt het zelf, wat in mijn geval niet kan gezegd worden, want Marokko is toch ooit deel van het Romeinse Rijk geweest … net als Merelbeke ... en Antwerpen (al zij het minder intensief dan Merelbeke).
Na het eten (en zonder te weten te komen waar al die reuzewatermeloenen naartoe gaan want de vrachtwagenchauffeurs blijven halsstarrig weigeren) zetten we onze tocht verder want het is nog ver volgens onze navigatoren op de achterbank. Minder dan één uur later staan we echter voor de voordeur van La Petite Kasbah. De Draa Vallei is aan ons voorbij geschoten zonder dat we er de schoonheid van kunnen ontdekken hebben … misschien lukt ons dat morgen beter want om de weg naar Marrakesh verder te zetten moeten we een eindje op dezelfde weg terug. Door deze sneller dan verwachte afwikkeling zitten we nu plots met te veel tijd. Dat is echter geen probleem want de man van ons hotel zegt dat we een aantal interessante zaken (mausoleum, ondergrondse kasbah en Koranbibliotheek) in een stadje 18 km verder kunnen bezoeken. Het duurt maar de tijd van één thee (per persoon) om tot het besluit te komen dat dit een goed idee is. De chauffeur wordt opgetrommeld en we bezoeken de bezienswaardigheden van Tamegrout onder de leiding van “smalpoepke” die ons als bij wonder maar zeer deskundig door een wirwar van “ondergrondse” (en daarom koele) straatjes tot aan een keramiek workshop leidt. De mens kan het ook niet beteren dat er maar 7 families (= 4000 mensen) in de kasbah wonen en dat iedere familie gespecialiseerd is in één beroep (smid, metser, pottenbakker, enz.). We kunnen ons dus nog gelukkig prijzen dat hij ons bij de pottenbakker brengt. Om dat geluk te vieren, kopen Niki & Matthieu een paar potjes, schaaltjes en … tajinekes. Men weet maar nooit dat plots abstinentieverschijnselen zouden kunnen opduiken.
Na het bezoek aan de bibliotheek met talloze manuscripten (die ons doen denken aan onze middeleeuwse boeken met miniaturen en anderen waarschijnlijk doen denken aan de bibliotheek van Timboektoe die recent in het nieuws kwam omwille van de vernietiging door jihadi’s) keren we terug naar La Petite Kasbah voor een frisse douche (want het is de hele dag erg warm (bijna 40° C) geweest) en een lekkere … tajine (ik neem eens kefta = gehakt om niet altijd kip of boelie (ook gekend als bouillie) te krijgen).
Een dromedaris vrije dag in Merzouga
We zijn beiden wakker voor Omar ons goedemorgen komt wensen. Veel slapen hebben niet gedaan. De marsmannetjes schijnen ons tot in de woestijn gevolgd te zijn, maar de voornaamste reden van de slechte slaap (zowel bij Gertrude als bij mij) is het lawaai van het tentzeil geweest. Het is tijdens de nacht steviger beginnen waaien waardoor het tentzeil de hele nacht geklapperd heeft. Zagen kan men echter altijd en dus besluiten we de opportuniteit van het vroege opstaan aan te grijpen om de zonsopgang in volle glorie te bewonderen. Veel cosmetische en sanitaire activiteiten kunnen we toch niet ontplooien, want de faciliteiten hiervoor zijn niet aanwezig. Struiken voor enige vorm van privacy trouwens ook niet maar we kunnen wel elk achter onze duin gaan om de innerlijke mens te verlichten.
Na een vlekkeloze terugtocht naar de bewoonde wereld krijgen we een stevig ontbijt voorgeschoteld waarna we ons kunnen opmaken voor een tweede verkenning van de woestijn, ditmaal vanuit het comfort van een 4 x 4. Mijn vrees dat we weer hetzelfde zouden zien als op de dromedaristocht is volledig ongegrond. Met de 4 x 4 leggen we natuurlijk veel grotere afstanden af waardoor we rond de oranje zandwoestijn kunnen rijden en zaken kunnen bezoeken die we in de zandwoestijn zelf niet gezien hebben. Zo komen we langs een gebied met allerlei fossielen van weekdieren die een paar miljoen jaar geleden op de zeebodem leefden. Ze letten echter niet goed op en plots zorgden verschuivingen van de tektonische platen ervoor dat ze voor eeuwig tot fossielen omgezet werden en 1000 m boven hun gebruikelijke niveau omhoog geduwd werden. Een ander gebied heeft dan weer duizenden schildpadden die net als de mensen van Pompeii door een vulkaan uitbarsting ver(r)ast werden. Nu liggen ze er versteend bij met de de vorm van hun schild nog duidelijk zichtbaar. We passeren ook een nomadennederzetting (= een paar tenten) dicht bij een waterput. Ongelooflijk maar waar: de watertafel ligt hier zomer en winter nauwelijks een 2-tal meter onder de grond. Ons laatste bezoek op de dromedaris-vrije tocht is een vroegere mijnsite voor quartz. Het dorp waar de arbeiders gehuisvest waren ligt er volledig onbewoond en vervallen bij, maar er zijn wel nog een paar souvenirverkopers die ons wat moedeloos hun waar (= fossielen, Quartz, juweeltjes, enz.) aanprijzen. Ze hebben snel door dat we niet erg geĂŻnteresseerd zijn in hun spulletjes en laten ons verder ongemoeid.
Na 4 uur zijn we terug in het hotel waar we ons te goed doen aan een frisse … Cola, douche en dutje.
De namiddag wordt afgerond met een bezoek aan het depot der nomaden (tapijtjes, juwelen, keramiek, enz wordt bekeken maar alleen een halsketting kan Niki (en dus ook Matthieu) verleiden). Het avondeten respecteert alle tradities die we langzamerhand aan het opbouwen zijn: we eten eerste een soep en daarna …. een tajine (kip met groenten). Dat is lekker, maar iets avontuurlijker (biefstuk met frieten of stoverij met sla en pickles of saucissen met spinazie of … ) zou wel eens welkom zijn.
Enfin, when in Rome, do as the Romans do. Morgen is een verbindingsetappe van 6 Ă 7 uur afhankelijk van hoe voorzichtig onze chauffeur voorbij de vele snelheidskontroles laveert. We zien wel wat de dag in petto heeft. Ik hou jullie op de hoogte.
Van Tinehir tot in de woestijn van Merzouga
Deze morgen nemen we het heel rustig want we moeten maar een dikke 4 uur rijden tot in Merzouga (= aan de rand van de woestijn). Er is een ontbijtbuffet. Dat is ook de eerste keer op deze reis. Ons hotel in Tinehir ontpopt zich, na het serveren van alcohol (gisterenavond … voor alle duidelijkheid) ook in zijn aanpak van het ontbijt als erg atypisch. Na het ontbijt vertrekken we, niet zonder eerst nog eens een uitzichtpunt te bezoeken maar wel zonder foto’s van de maskers genomen te hebben (sorry, Jef).
Niki en Matthieu zien de aankoop van een klein tajinneke (om nootjes in te serveren) wel zitten maar een stop in een winkeltje langs de kant van de weg maakt al snel duidelijk dat we hier niet in de juiste streek zijn voor het betere (en waarschijnlijk ook minder dure) keramische werk.
De volgende stop is ergens waar men toegang heeft tot het ondergrondse irrigatie-systeem (khetarra zoals men dat hier noemt) dat, tot 30 jaar geleden, water over een afstand van 45 km van de bergen naar de dichtstbijzijnde stad vervoerde. Het kanaal dat we bezoeken is 2 m breed en 2 meter hoog en kan over een afstand van een 50-tal m bezocht worden. Verder kan men niet omdat het ondergrondse kanaal niet meer onderhouden wordt waardoor het niet langer stabiel / veilig is.
Daarna wil de chauffeur in Arfoud aan een atelier waar rotsen met fossielen erin gepolierd worden stoppen. We zeggen dat we daarin niet geïnteresseerd zijn (het gewicht van die spullen wordt als argument aangehaald). Daarna wil de chauffeur via Rissani naar Merzouga. We praten ook dit uit zijn hoofd omdat Gertrude en Niki gelezen hebben dat het daar een “nest” van “sterk gemotiveerde” verkopers van “allerlei spullen” is. Wij zijn noch in “allerlei spullen” noch in “sterk gemotiveerde verkopers” geïnteresseerd.
De tocht gaat dus rechtstreeks naar Merzouga waar we in een mooi guesthouse inchecken. De patron is duidelijk goed op de hoogte van onze plannen (peeengee op de kameel naar de woestijn en Niki en Matthieu lekker lui aan het zwembad). De patron vertelt hoe hij dit familiehuis eigenhandig tot het hotel zoals het er nu bijstaat “omgebouwd” heeft. Ik denk dat “eigenhandig” met een korreltje zout moet genomen worden, want de patron lijkt me niet ’s werelds meest actieve man maar hij lijkt me wel iemand die goed op zijn zaken let en ervoor zorgt dat alles op wieltjes loopt. Ik denk dat de patron in het buitenland gewerkt heeft (hij spreekt beter Frans dan de meeste van zijn landgenoten en hij spreekt ook een aardig woordje Duits) en zijn, al dan niet zuur verdiende, francs of marken in het vaderland investeerde om ze, zonder al te zware inspanningen van zijnentwege, te laten aangroeien. Geen slechte strategie als ge het mij vraagt … alvast een betere strategie dan die van veel andere emigranten die hun geld beleggen in een lap grond in “the middle of nowhere” met een muur errond en een half afgewerkte woning erop.
Enfin, we zijn hier niet om de patron zijn rekening te maken maar om op de rug van een dromedaris naar de woestijn te trekken. Om 5:30pm knoopt de patron een blauwe sjaal (Touareg style) om ons hoofd, omdat dit volgens hem beter beschermd dan het hoedje waarmee sommigen ons al gezien hebben en zet de neef van de patron ons af op een pleintje waar toch wel een 50-tal dromedarissen liggen te herkauwen (vraag me niet wat ze herkauwen want eten voor die dieren is in einde of verre niet te bespeuren). Omar, onze dromedarisdrijver voor de volgende 24 uur, hangt allerlei spullen aan het zadel en weet ons ook te overtuigen dat we ons been moeiteloos en derhalve elegant over het achterwerk van de dromedarissen zullen kunnen zwieren. Ik had gehoopt dat er naar analogie met onze elektrische fietsen ook lage instap dromedarissen zouden bestaan. Dat blijkt echter niet zo te zijn. Een kramp of twee later zitten we dan toch relatief vast in het zadel en kan het schip der woestijn zijn boeg oprichten. Dat gebeurt echter pas nadat de achtersteven eerst een goede anderhalve meter omhoog geveerd is. Gelukkig zijn we ervaren dromedarisreizigers en hebben we hierop geanticipeerd door de handvatten vooraan het zadel stevig vast te houden en zelf tezelfdertijd naar achteren te leunen. Hierdoor varen we beter dan één van de meest kleurrijke politici van België (de genaamde Jean Luc D.) toen die “Let the beast go” riep tegen een mechanische stier bij een bezoek aan Trump-land toen het nog van de Clintons (= Bill, the cigar) was. We trekken op een gezapig tempo de duinen op en af en komen anderhalf uur later aan ons “campement” uit. Op een lager gelegen plek tussen de duinen waar het vol “ronde keien” (ook gekend als dromedariskeutels) ligt stijgen wij van onze dromedarissen af. We klefferen een grote duin op waardoor we aan 6-tal Berber tenten rond een binnenplaatsje komen. Omar heeft uitgelegd dat dit kamp van ons hotel is en dat gasten van het hotel hier komen overnachten. Op die manier heeft ieder hotel in de streek, dat zich enigszins respecteert een campement. Gelukkig is de woestijn groot en de campementen klein waardoor de wederzijdse hinder beperkt blijft. Vanavond zijn wij de enige gasten van het kamp en hebben dus alles voor ons. Iedere tent is een suite. Er is een salon (4 matrassen die 2 bij 2 in L-vorm aan een laag tafeltje liggen) en een slaapgedeelte (2 matrassen waarop 2 lakens en 1 deken liggen). Omar zegt dat het hier deze tijd van het jaar minimaal 15° C wordt waardoor we waarschijnlijk geen deken zullen nodig hebben. Buiten de paar tenten rond het binnenplaatsje is er nog één tent die als keuken / eetplaats dienst doet. We worden uitgenodigd op de hoge duin net achter het kamp te kruipen van waar we een mooie zonsondergang zullen kunnen bewonderen. Ondertussen maakt Omar het eten klaar. Het is inderdaad een mooi spektakel met steeds voller wordende kleuren. Na de zonsondergang gaan we naar beneden waar Omar een tafeltje met een stapel matrassen gezet heeft. Daar krijgen we een schoteltje zandkoekjes (hoe kan het ook anders in de woestijn?) en een glas muntthee voorgeschoteld. Eigenlijk zouden we liever echt eten, maar dat zal nog een tijdje duren omdat Omar alles zelf ter plaatse klaarmaakt. Daardoor is het ruim kwart na negen als de soep opgediend wordt. Na de soep krijgen we een tajine (hoe kan het anders?) van kip en groenten en daarna een bordje sinaasappelschijfjes met kaneel.
Het is echter pas daarna dat de echte hoofdschotel opgediend wordt. Die schotel (= miljoenen fonkelende sterren) wordt gedegusteerd liggend op de stapel matrassen aan het tafeltje. We kunnen van het spektakel boven ons hoofd bijna niet genoeg krijgen. Hoe ongewoon is het voor ons geworden sterren aan het firmament te zien?
Rond 11 uur gaan we in onze tent, want morgen moeten we van Omar om 6 uur op zodat we na de zonsopgang de terugweg kunnen aanvatten.