Dag 4: Larressingle - Eauze
Vannacht heb ik het horen regenen en het eerste dat ik onmiddellijk na het opstaan doe (zelfs nog voor wat meestal prioritair beschouwd wordt) is naar de lucht kijken. Er blijken gedurende de nacht 49 tinten van grijs verdwenen te zijn. Deze constatatie maakt ons niet direct vrolijk, maar veel verschil maakt het niet en dus gaan we rond 7:30 ontbijten met de troostende gedachte dat we wel zullen zien hoe het allemaal uitdraait. De eigenares van de B&B heeft alvast haar beste beentje voorgezet. We krijgen een croissant, stukken baguette, 3 zelfgemaakte confituren, fruitsap, thee, een potje zelfgemaakte yoghurt, een schaaltje met echte fruitsalade, enz. Ze heeft ons ook elk een halve baguette (met paté en met gekookte hesp) voorbereid om de middag door te komen.
Alle bagage is rond 8:30 in de auto geladen, waardoor Nelly ons naar de Romeinse brug aan de voet van de heuvel van Larressingle kan voeren. Op die manier zitten we onmiddellijk op de GR 65 die ons subito presto (zo toch ongeveer) in Saint Jean de Pied de Port gaat brengen. Die Romeinse brug heeft baai de weei bitter weinig met de Romeinen te maken, aangezien ze gebouwd werd voor de St Jacobspelgrims en die pelgrimstochten kwamen slechts in de Middeleeuwen op gang. Romeinse brug moet derhalve geïnterpreteerd worden als Romaanse brug. Er is echter nog een tweede verklaring mogelijk: in de Middeleeuwen werden pelgrims die naar Rome op bedevaart trokken “Romiu” in het patois van de streek (Gascogne) genoemd. Later werd het begrip Romiu = iemand die naar Rome op bedevaart trok ,uitgebreid tot alle bedevaarders = dus ook die naar Santiago waardoor deze brug gebouwd werd (waarschijnlijk door iemand die heel wat op zijn kerfstok had want zelfs in die tijd een brug bouwen moet een kostelijke onderneming geweest zijn). Voila zie, zo heeft het lezen van deze blog ook weer zijn steentje bijgedragen tot jullie cultuur. Een andere bedenking die ik me hierbij maak is dat onze middeleeuwse voorvaderen geen hedendaagse gezondheidshype nodig hadden om als volleerde sportievelingen Europa te doorkruisen van het ene naar het andere pelgrimsoord. Dat constant pelgrimeren was trouwens een goede (en veel gezondere) tijdsbesteding dan voortdurend in oorlog te zijn. Misschien moeten Trump, Kim Yung Un, Erdogan, Dutertre en Putin eens samen Romiu worden.
Om 8:45 laten we Nelly een fotootje van ons drieën nemen en beginnen we aan de 29.5 km lange tocht die ons vandaag wacht. Tijdens het ontbijt heeft het tweemaal geregend maar nu is het droog. Dat wil zeggen dat de hemelsluizen toe zijn. De paadjes liggen er echter erg drassig bij door de regen van de voorbije weken. Na een paar kilometer vinden we (na wat zoeken) het kerkje van Roudges. Dit kleine, in Romaanse stijl opgetrokken kerkje, ligt mooi tussen de wijngaarden op een heuvel. Vandaar zien we duidelijk dat hier in de streek zeer veel wijn en Armagnac geproduceerd wordt. Wilfried en ik besluiten dat we vanavond de weliswaar aangename doch zware taak om de afzet van die sukkelaars van wijnboeren wat op te krikken, op ons zullen nemen. Met die bedenkingen zetten we de weg verder. Het weer is welwillend ,want hier en daar verschijnt een stukje blauwe lucht. Meestal zijn dergelijke verschijningen kortstondig maar we klagen niet want alles is beter dan regen … en die krijgen we voorlopig niet te zien. De streek hier is erg mooi met rollende heuvels die quasi altijd rijen wijnstokken in mooie patronen en verschillende tonen van groen vertonen. Ook de ondergrond is goed voor stappers. We krijgen grotendeels aarden paadjes voorgeschoteld, maar soms zit er ook een stukje asfalt tussen (goed om de modder van onze schoenen te lopen).
Na een 12-tal kilometer komen we in Montreal aan. We hebben het wel over “Montreal en Gers” en niet over de versie “au Canada” voor diegenen die onze oriëntatiecapaciteiten onderschatten en onze atletische capaciteiten overschatten. De centrale plaats van Montreal is OK (= genereert geen WOW maar is mooi) maar in het algemeen valt het stadje wat tegen. Het is wel plezant dat Nelly net in Montreal toekomt als wij er ook zijn.
Een paar km voorbij Montreal beginnen we naar een pick-nick plaatsje te zoeken. Een bankje of een muurtje of … lijkt echter moeilijk te vinden, zeker als die plek dan ook nog een mooi uitzicht over de wijngaarden zou moeten bieden. Plots vinden we echter het walhalla der pick-nickplaatsen: een mooie tuin met kort afgereden gras en bloemenperken en struiken, een paar stenen bankjes, een vijver vol met waterlelies van allerlei pluimage en met koi’s, een mooi uitzicht op een goed onderhouden wijngaard. Er is echter één probleem: er staat een bordje dat in niet mis te verstane bewoordingen stelt dat we op de weg langs de tuin mogen lopen (dat zou er nog aan mankeren) maar dat we niet mogen stoppen ter hoogte van de tuin. Onder het motto “Liberté, Egalité, Fraternité” lappen we dit bordje royaal aan onze bemodderde laarzen en Gertrude en ik vleien ons neer op een bankje en beginnen onze baguette op te peuzelen. Na een paar minuten komt Wilfried, tot onze verbazing, zijn halve baguette vragen. Dat blijkt een probleem te zijn ,want wij hebben die niet. Wilfried’s broodje is waarschijnlijk in onze B&B blijven liggen waardoor we hetzelfde motto van daarnet moeten inroepen en wat aan broodjes overblijft broederlijk delen. Op die manier zullen we alle drie de tocht kunnen beëindigen.
Na de middagstop is het, zoals altijd, wat moeilijk om weer in het ritme te komen. Bovendien nodigt de rest van de tocht (toch nog zo’n 10 km) niet uit tot overborrelend enthousiasme. We zijn namelijk op de Franse versie van de Waalse Ravel gekomen. Ravel is, voor diegenen die het niet weten, een netwerk van wegen in de beddingen van vroegere (stoom)treintjes of (stoom)trams. Dit is ideaal voor een fietstochtje omdat de weg nooit erg daalt of stijgt en steeds afgezoomd is met bomen en struiken waardoor de wind buitenspel gezet wordt. Het is echter boooooorrrrrrriiiiiiiinnnnnnnnggggggg om op zo’n weg te stappen omdat men in de verte steeds hetzelfde ziet = een lichtvlek aan het eind van een tunnel van struikgewas.
Uiteindelijk (= om 16:45, na 29.4 km) komen we aan de kathedraal van Eauzes uit. Hier is dus ook weer een kathedraal (en een bisschop). Ik vraag me af hoeveel kathedralen er in Frankrijk zijn maar die vraag wordt snel naar de tweede plaats verdrongen door een andere vraag, namelijk waar is een mooi terrasje waar we een goede pint kunnen drinken? Nelly heeft zich goed van haar scouting opdracht gekweten en loodst ons deskundig richting elk twee frisse pinten van een nieuw vat (waardoor het wachten wat tegenvalt). Water uit de Camelbag is goed maar schiet duidelijk tekort ivm een frisse pint. Daarna is het tijd om de schoenen en guetten te kuisen (een laagje hardnekkige modder heeft zich opgebouwd), om te douchen en om de vuile kleertjes te wassen. Zo ziet men maar weer eens dat de moderne pelgrim het ook niet makkelijk heeft. Bovendien laten al deze besognes voor het eten geen tijd over voor het schrijven van deze blog en al zeker niet voor een korte rustpauze.
We krijgen in het restaurant verbonden aan het terrasje met de frisse pinten van daarnet een lekkere maaltijd voorgeschoteld. We kunnen de maaltijd echter niet beginnen zonder eerst de lokale producenten van Floque d’Armagnac te ondersteunen. Floque is een soort versterkte wijn (à la Porto) die zowel in het wit als het rood bestaat. Een glaasje van elk gaat de tafel rond en krijgt goedkeurende commentaren (zelfs van Nelly).
Weer thuisgekomen wordt nog snel een waskoord in de kamer gespannen. Hopelijk is alles droog tegen morgen en beginnen we aan deze blog te schrijven. Voor het herlezen opteer ik voor morgenvroeg, want schaapjes beginnen te dringen aan het hek. Ik moet ze dringend beginnen tellen of ik loop het risico dat ik jullie wat gebrabbel voorschotel. De wekker wordt een beetje vroeger gezet zodat de blog voor ons vertrek richting Nogaro kan gepost worden.
Nog een goede dag aan iedereen (hopelijk aan ons ook).
Dag 3: Bordeaux – Condom – Larressingle – Mouchan
Het eerste dat we vandaag doen is naar buiten kijken in de hoop een mooi ochtendzonnetje te zien. Die hoop wordt al gauw de bodem uitgeslagen wanneer blijkt dat de lucht minstens 50 tinten grijs vertoont en de straat er nat bij ligt. Geen erg echter, want vandaag is nog een rustige dag (wel de laatste in de nabije toekomst). We beginnen dus niet al te vroeg en nemen de tijd voor een uitgebreid ontbijt. Daarna laden we de valiezen in de koffer en vertrekken richting onze eerste bestemming, Condom.
De lucht is grijs maar niet dreigend. Dat is al iets … een mens is op de duur met weinig tevreden maar een mens (= ik) is wel onvoorspelbaar. Ik hoop namelijk dat het weer stabiel is wanneer de zon er eens door komt maar hoop op instabiel weer wanneer het begint te druppelen. Onderweg naar Condom ga ik voor stabiliteit want het regent niet en er komen zelfs een paar streepjes blauw in de lucht, maar naarmate we Condom naderen wordt de lucht dreigender en begint het weer te druppelen. Tijd dus om op instabiliteit te hopen. We krijgen de instabiliteit (maar niet in de verhoopte richting) want in Condom aangekomen gaan de hemelsluizen wagenwijd open.
We stappen met tegenzin uit de auto en trekken snel een “kaaweetje” aan en lopen wat rond onder onze nieuwe parapluutjes. Condom hangt er zo dood als een pier bij. Condoms zijn meestal meer levendige zaken dan dode pieren gewoon, maar dat is deze keer niet het geval. We besluiten de kathedraal in te vluchten. Wat kan een mens anders doen bij zo’n weer? De kathedraal is in een sobere gotische stijl gebouwd. Buiten stelt hij niet veel voor maar de binnenkant valt goed mee … vooral door zijn soberheid, een eigenschap die zoveel goudbeladen barokke kerken gruwelijk missen.
Na het bezoek aan de kathedraal besluiten we iets te eten. Wat kan een mens anders doen als het regent en men heeft al een kathedraal bezocht? Er is wel nog een museum in Condom maar dat houden we als Joker achter de hand voor het geval dat het na het eten nog zou regenen. Er wacht ons echter een aangename verrassing bij het buitenkomen van het restaurantje. Het heeft opgehouden te regenen en we kunnen dus bij de toeristische dienst binnenlopen om een stadsplannetje op te halen waarmee we een circuit langsheen de “bezienswaardigheden” van het kleine stadje kunnen lopen. Halverwege het circuit begint de zon zelfs te schijnen. Ondanks dat zonnetje gaan we toch ons “Joker museum” binnen, want het onderwerp van het museum is een streekproduct = de Armagnac. We gaan de komende dagen door de wijngaarden van de Armagnac streek lopen en een mens moet zich toch goed documenteren vooraleer zo’n expeditie te ondernemen. In het museum staan allerlei toestellen om de grond te bewerken, om de druiven te persen, om de eikenhouten tonnen te maken en om de Armagnac te distilleren. Jammer genoeg staat aan het einde van het museumbezoek geen glas van deze godendrank op ons te wachten. Een gemis vinden zowel Wilfried als ik. We zullen dit moeten melden aan de toeristische dienst, aan Tripadvisor en …. aan de ober deze avond.
Na Condom gaat het een tiental kilometer verder tot in Larressingle (= het Carcassone van Gers). Dit is het kleinste versterkte (en intact gebleven) stadje van Frankrijk. Er wonen een 200-tal mensen in Larressingle dat gecatalogeerd is bij de “Plus beaux villages de France”. De meesten wonen buiten de vestingwallen / muren. Binnen de muren (= het oorspronkelijke Larressingle) zijn er slechts een paar winkeltjes en een paar privé huizen (eigenaardig genoeg eigendom van een aantal Amerikanen). Dat Larressingle klein is belet het niet een volwaardige “mairie” aan de overkant van de ophaalbrug te hebben.
Na het bezoek aan Larressingle rijden we een 4-tal km verder tot Mouchan, waar onze B&B is. De gastvrouw is erg vriendelijk en toont ons de weg naar haar 2 enige kamers die erg netjes maar met allerlei prullaria ingericht zijn. We kunnen ter plaatse geen avondeten krijgen, maar onze gastvrouw reserveert voor ons een tafel in “L’Auberge de Larressingle”. Voor we van het lekkere eten dat daar geserveerd wordt kunnen genieten moeten we een spurtje trekken van de auto naar het restaurant omdat het nu weer aan het stortregenen geslagen is. Wilfried en ik nemen na het voortreffelijke drie gangen menu een Armagnac als digestief … om het gemis van deze namiddag te compenseren en om het risico op een moeizame onmiddellijk en krachtdadig de kop in te drukken. Bovendien zal die Armagnac ook wel goed zijn tegen één of ander virus dat het de komende dagen op ons zou kunnen gemunt hebben. Anticiperen noemt men dat.
Terug in onze B&B spreken we af dat we om 7:30 zullen ontbijten (het rustig leventje is nu echt over) en steken we alles wat we denken nodig te hebben in de rugzak. Daarna kunnen we ons wijden aan deze blog die een mooie dag bekroont. Voor morgen hopen we dat er geen regen valt tussen 8:00 en 18:00 met nu en dan een mooie opklaring, dat zal het voorwerp van mijn schietgebedje voor het slapengaan zijn.
Dag 2: Bordeaux
Het wordt vandaag een rustige dag. Eerst genieten we van een uitgebreid ontbijtbuffet (= een aangename verrassing in Frankrijk) en rond 9:30 nemen we de tram tot aan de kathedraal. Die kunnen we niet bezoeken omdat er juist een mis voor Eerste Communikantjes begint. We lopen wat rond en zien ook hoe een aantal hoogwaardigheidsbekleders hulde brengen aan de voormalige burgemeester van Bordeaux (gedurende 48 jaar) en Premier van Frankrijk: Jacques Chaban Delmas. We beklimmen ook de 50 m hoge klokkentoren die een paar tientallen meter van de kathedraal verwijderd staat. Men krijgt van daar een mooi zicht op de kathedraal, de Garonne en op Bordeaux in het algemeen.
Het vervolg van de wandeling door Bordeaux concentreert zich op die delen van de stad die wat verder van de Garonne liggen. Op die manier vermijden we dat de begeleide wandeling van deze namiddag (die in de buurt van de Garonne blijft) te veel herhaling zou zijn. Het weer wordt ondertussen met het uur beter. Zelfs Nelly vindt de temperaturen hoog genoeg om zich te beperken tot 1 laagje. Daar zijn we allemaal erg gelukkig mee alleen maak ik me zorgen dat ik geen petje of hoed mee heb en dat we ons deze morgen (toen het er allemaal tamelijk grijs uitzag) niet aan de zonnecrème te goed gedaan hebben.
Na een aperitiefje op een terrasje en een broodje met een salade in een tot restaurant / cinema geconverteerd klooster moeten we ons een beetje haasten om op tijd aan het vertrekpunt van de geleide wandeling te zijn. Een dame neemt ons gedurende 2 uur op sleeptouw doorheen het Bordeaux van de Middeleeuwen en van nu. Ze loopt over van allerlei wetenswaardigheden over de stad en houdt zich net voldoende ver weg van datums e.d. die het verhaal mogelijks vervelend zouden kunnen maken. Tijdens de wandeling schijnt de zon zo hevig dat ik de paraplu die ik uit voorzorg deze morgen meenam gebruik als parasol. Het ziet er waarschijnlijk niet uit maar ik heb dat liever dan morgen met een verbrande peer rond te lopen.
Na de begeleide wandeling is het hoog tijd om onze vochtbalans weer op punt te brengen. Een witbier van Mort Subite (beschreven als een “jeune lambic” ?!?) speelt daarbij een cruciale rol en stelt ons in staat om nog een kleine wandeling doorheen een deel van Bordeaux (Grande Cloche) dat we nog niet gezien hebben, te doen. Bij die wandeling zien we nog een aantal monumenten en wordt onze eetlust op scherp gezet. Dat laatste is maar goed ook, want de dames hebben voor deze avond Chez Jean uitgekozen. Jean heeft, net zoals zijn collega de maître restaurateur van de Belle Epoque, zijn beste beentje voorgezet om ons met stevige porties culinair te verwennen.
Rond half tien nemen we de tram richting hotel waar we afspreken elkaar om 8:30 aan het ontbijt te zullen zien. Bij wijze van digestief schrijf ik de blog van gisteren en vandaag en bedenk ik dat het een goed idee was een extra dag in Bordeaux te spenderen. De stad kan bogen op een rijk verleden dat in een opmerkelijke eenheid van architectuur gereflecteerd is. Meer dan de moeite om hier een paar dagen te verblijven (we hebben nog geen enkel museum bezocht en zijn, nog veel erger, zelfs niet tot aan de Cité du Vin gegaan). De volgende keer blijven we een dagje langer.
Nu is het tijd om de schaapjes te beginnen tellen. Slaapwel.
Dag 1: Blanden – Bordeaux
Vandaag start de tocht met een rit naar Bordeaux. Ondanks het feit dat we niet van plan zijn die afstand te stappen heb ik Wilfried toch proberen te overtuigen vroeg genoeg te vertrekken. Onze valies en “onze” rugzak hebben we gisterenavond al aan Wilfried gegeven waardoor het schikken van de bagage al voor het echte vertrek kon gebeuren. Om 0600 zoeloe (voor de mensen die een militaire opleiding “genoten” hebben) zijn we dan ook klaar om de (auto)tocht te beginnen. Het ziet ernaar uit dat Frank Deboosere gelijk gaat krijgen en dat het een mooie dag gaat worden. Een lichte nevel hangt in de lucht, het is fris maar absoluut niet koud en alles laat vermoeden dat de zon zeer snel de bovenhand zal krijgen. En zo gebeurt het dan ook. We zijn nog niet goed en wel voorbij Broekzele of de zon heeft de meeste nevelslierten al weggebrand. Net voorbij Elio Di Rupo-land krijgen we te kampen met een paar kilometer mist maar die is snel vergeten en we kunnen onder een stralend zonnetje het gevreesde obstakel, dat Parijs toch altijd blijft, moeiteloos achter ons laten. We zijn vroeg genoeg vertrokken en het is zaterdag, dat helpt ook.
Ook na de pick-nick op een mooi rustplaatsje langs de autostrade gaat het probleemloos verder al dient gezegd dat de wolken een alsmaar dominantere rol beginnen te spelen. Wat oorspronkelijk maar hier en daar een wit stapelwolkje in een helder blauwe lucht was, wordt langzamerhand een donkergrijze lucht met hier en daar nog een streepje lichtblauw. Op zo’n 100 kilometer voor Bordeaux is het dan zo ver. Het begint wat te regenen, eerst nog aarzelend maar al vlug met volle overtuiging. En het wordt nog erger, zoals ze al op de radio gezegd hadden. Een paar kilometer voor ons is er zich een file aan het vormen. Dit is het gevolg van een aantal hoge bomen die blijkbaar net iets teveel wind hebben gevangen. Het gevolg daarvan is dat ze over een deel van de autostrade liggen waardoor het verkeer ernstig gehinderd is. Het is bovendien niet bij wat regen en wind gebleven, want door de overvloedige hagel is het hele landschap omgetoverd tot een winters tafereel. Op één bepaalde plaats ligt er zoveel fris groen, dat normaal aan de bomen thuis hoort, en liggen er zoveel heldere witte bolletjes op de linkerrijstrook dat die niet gebruikt kan worden. We zijn al dikwijls op wintersport vertrokken in een veel minder wit landschap. Voor ons blijft de schade gelukkig beperkt tot een dik half uur fileleed maar voor velen (onder andere de wijnboeren) is de schade enorm.
We rijden kort na 4 uur Bordeaux binnen. Nelly en Gertrude hebben een goed hotel voor ons gevonden aan de oever van de Garonne. Het hotel heeft een ondergrondse parking waar we de auto 2 dagen kunnen stallen en ligt op 50 m van een tramstation vanwaar we in een paar minuten in centrum Bordeaux staan. Op 200 m van ons hotel staat een futuristisch gebouw dat de Cité du Vin blijkt te huizen … misschien een goed idee voor het geval het morgen zou regenen. Na een langdurig “gevecht” met de automaat die ons ticketjes voor de tram zou moeten verschaffen, bemachtigen we de nodige kaartjes en kunnen we de rit naar het centrum maken. We willen naar het Office du Tourisme om wat specifieke informatie op te halen. Tezelfdertijd schrijven we ons in voor een geleide wandeling door het oude Bordeaux morgennamiddag.
Nu is de tijd aangebroken om eens over de dag te mijmeren onder het versterken (= laven) van de innerlijke mens. Tijdens die versterking krijgen we een afwisseling van regen en zon, iets wat volgens mij een voorafspiegeling is van wat we de komende twee weken zullen krijgen. We sluiten ons tochtje naar Bordeaux centrum af met een lekkere maaltijd in “La Belle Epoque”, een restaurant waar de tijd lijkt stilgestaan te hebben. Het bewijs daarvan zijn de faillence tegels op de muren en de zoldering die er, volgens de beschrijving op de menukaart, in 1880 aangebracht zijn. De tegels (en al de rest ook) zien er nog goed uit. Goed scoutingswerk van Nelly. De chef serveert hier une “Cuisine Traditionelle” wat hij voor mij mag blijven, doen want mijn kalfszwezeriken in een lillet (een lokale zoete wijn) saus en de kalfsmedaillon nadien mogen er zeer zeker zijn. Wilfried is ook tevreden met zijn St Jakobsschelpen met boudin. De dames hebben ook voor de kalfsmedaillons gekozen, maar hebben liever een dessert dan een voorgerecht. Iedereen is gelukkig en we kunnen dus naar “huis” waar de opname van de finale van de Champions League nog op mij staat te wachten. Ik zie, anderhalf uur na Simon Mignolet, hoe de eerste doelman van Liverpool (en préferré van de trainer) tot tweemaal toe zwaar in de fout gaat waardoor Real Madrid de derde maal op rij de beker in de lucht kan hijsen. Nu is het voor mij ook tijd om de schaapjes te beginnen tellen. Ik denk niet dat ik verder dan 3 geraakt ben en een paar uur later is de wekker er al om me tot de realiteit terug te roepen.
Proloog voor de staptocht van Condom naar Roncesvalles
Ik kan me zo voorstellen dat jullie niet specifiek op een nieuwe blog van mij zitten te wachten. Een mens heeft wel andere dingen te doen dan een dagelijks reisverslagje te lezen. Maar er zijn minstens drie redenen waarom ik weer van plan ben in de (cyber)pen te kruipen. Ten eerste, omdat ik het niet kan laten, ten tweede omdat ik denk (hoop) dat er mensen zijn die plezier beleven aan het dagelijks lezen van een portie lief en leed van een paar vrienden / familieleden en ten derde, en waarschijnlijk niet het minst belangrijk, mijn geheugen wordt met de dag slechter en wat opgeschreven staat gaat niet verloren. “Verba volant, scripta manent” zou de, zeker tot oktober, eerste burger van Antwerpen zeggen.
De laatste blog die ik plaatste dateert van oktober 2017. Toen waren we in Ecuador en de Galapagos Eilanden. Nu zal ik vanuit Zuid West Frankrijk schrijven. Dat dit een minder exotische bestemming is zal me niet beletten er nu al met veel goesting (zou de “Queen van Aarschot” zeggen) naar uit te kijken en er, binnen een paar dagen, over te schrijven. Ik hoop dat ik een trouwe schare lezers zal kunnen boeien en, wie weet, aanzetten tot een vergelijkbaar avontuur(tje).
De plannen voor deze tocht zijn reeds lang aan het rijpen (zoals het bier achter de muur van Moortgat). Het begon allemaal 25 jaar geleden toen Wilfried, de man die zijn volk leerde stappen, zichzelf voor zijn 50ste verjaardag een voettocht van Saint Jean de Pied de Port, een stadje in de Pyreneeën, naar Santiago de Compostella, een stad in Galicië, cadeau deed. Over de jaren heeft hij er stukken van de Via Podensis (één van de vier officiële Santiagowegen door Frankrijk, van Le Puy en Velay, in het Centraal Massief, tot Saint Jean de Pied de Port, in de Pyreneeën) aan gebreid. Het ontbrak Wilfried echter nog aan een stukje van ongeveer 210 km van de Via Podensis (tussen Condom en Saint Jean de Pied de Port) om een volle aflaat te kunnen claimen. Toen Wilfried me vertelde dat hij dit stukje voor het jaar van zijn 75ste verjaardag opgespaard had, was ik er als de kippen bij om te vragen of hij het zag zitten zich door mij en Gertrude te laten vergezellen. Nelly zou ondertussen, naar goede gewoonte, gemotoriseerde toerist, restaurantverkenner en bezemwagen spelen. Dit zijn trouwens taken waarvan de waarde niet kan overschat worden.
Zo gezegd, zo gedaan en nu staan we dus aan de vooravond van een trektocht die ons in een tiental dagen door een drietal departementen van Frankrijk naar Spanje zal brengen. We stoppen namelijk niet in Saint Jean de Pied de Port maar stappen, als kers op de taart, van Saint Jean de Pied de Port, over de Pyreneeën, naar Roncesvalles in Spanje, kwestie van de volle aflaat heel echt verdiend te hebben. Als Hannibal met zijn olifanten over de Alpen kon dan moeten wij toch over de Pyreneeën kunnen !!
De hotelletjes en B&B’s zijn geboekt (en bevestigd), de tracks zijn op de GPS opgeladen, de zonnecrème (voortgaande op de huidige weersvoorspellingen lijkt dit wat optimistisch) is gepakt, de Brufens en Compeeds zitten in de rugzak, de schoenen zijn ingesmeerd, …. kortom, de organisatie staat op punt, en wij zijn dus min of meer klaar om te beginnen stappen (al moet gezegd dat we nog nooit zo weinig kilometer in de benen gehad hebben als nu. Laat ons dus hopen dat we met goede stapgenen in de wieg gelegd zijn.
Ik zal proberen jullie op de hoogte te houden van het wel en wee van onze expeditie. Houd u vast, daar gaan we
Lectori salutem
Epiloog voor EcuGal
Beste trouwe lezers,
laat me beginnen met een verontschuldiging. Ik weet dat het lang geduurd heeft vooraleer deze laatste post gekomen is. Daar zijn allerlei verklaringen / excuses voor. Zo moesten we de kinderen (en kleinkinderen) gaan bezoeken, moest het gras gemaaid worden voor het weer eens regende, moest al een eerste autolading bruine bladeren verzameld en naar het containerpark gebracht worden, moest de correspondentie opgehaald (en voor 95% rechtstreeks in het papier afval gekieperd) worden, moesten een aantal administratieve zaken geregeld worden, moest de kachel aangestoken en aangehouden worden ... en .... moesten de voorbereidingen voor de volgende uithuizigheid (= maandag, vandaar dat het de moeite niet loonde om de vloerverwarming aan te zetten) getroffen worden. Het is echter niet allemaal slecht. Voor mij is het voordeel dat ik de “grote samenvatting” met wat meer afstand kan schrijven, voor jullie is het voordeel dat jullie wat kunnen bekomen hebben van mijn dagelijks gebrabbel (en dat jullie nu zeker weten dat dit de (voor deze reis) laatste post is).
Normaal trachten we een bestemming te kiezen die het midden houdt tussen natuur en cultuur. Ecuador & Galapagos hebben cultuur (pre en post Colombiaans) en natuur, maar het is duidelijk dat het aspect natuur de bovenhand had in deze trip. Dat is niet verwonderlijk (en was derhalve verwacht) met bijna de helft van de reistijd op Galapagos (8 dagen) en in de jungle (4 dagen).
De dieren op de Galapagos eilanden beantwoordden aan de (hoog gespannen) verwachtingen. We zagen inderdaad een hele reeks ongewone dieren (enorm grote schildpadden, enorm lelijke iguanas, enorm speelse zeeleeuwen, enz.) en konden hen inderdaad (zoals in de boekjes) tot zeer dicht benaderen, zowel te land als ter zee. Gertrude maakte hiervoor zelfs haar haar nat. Harro, Broeva. Het snorkelen was plezant al dient gezegd dat duiken plezanter is en dat het duiken in Azië plezanter was omwille van het warmere water, de nog grotere diversiviteit aan tropische vissen en de nog betere zichtbaarheid. Dat de zichtbaarheid meestal beperkt was tot 5 á 6 m (ipv 10 tot 20 m in Azië) was misschien het gevolg van het woelige water. Dit woelige water had trouwens niet alleen een impact op de zichtbaarheid onder water maar ook op ons algemeen welgevoelen boven water. We hadden op een grotere boot meer dan waarschijnlijk iets stabieler gezeten. Hoe veel stabieler weet ik niet, ten eerste, omdat ik geen cruisoloog ben en, ten tweede, omdat de grootste boot die in Galapagos toegelaten is maximum 100 man aan boord kan hebben. Dat is dan wel meer dan 3 keer meer dan op onze Lonesome George maar of dit betekent dat de boot 3 keer stabieler is, weet ik niet. Bovendien was onze Lonesome George een catamaran die in principe stabieler zou moeten zijn dan een schip met 1 romp zoals de boten met grotere capaciteit zijn. Conclusie: ik weet het niet, maar had het belang van het tijdstip van het bezoek (september staat niet bekend om zijn rustig weer) onderschat, zeker voor zeeziekte gevoelige personen als wij.
Het vasteland van Ecuador was dan weer een grote onbekende. We wisten niet goed wat te verwachten op onze meer dan 3000 km lange rondrit, maar we hebben er wel van genoten vooral van de natuur maar ook van de cultuur.
Zo was er de trip in de jungle, die erg goed meegevallen is. We waren in Borneo en in Maleisië al een paar dagen in de jungle getrokken, maar Ecuador was om allerlei redenen anders. We zaten bv verder van de bewoonde wereld, we zagen andere dieren, we bezochten die dieren op een andere manier en we bezochten ook gedurende driekwart dag een lokale gemeenschap. We zagen zeer veel verschillende dieren in hun natuurlijke habitat al deden ze hard hun best om zo weinig mogelijk op te vallen. Dat zou hen goed gelukt zijn, hadden we geen uitstekende gids gehad. De kleurrijkste vogels (macaus, toekans, ara’s, enz.) waren, naar onze smaak, wat ondervertegenwoordigd in vergelijking met een aantal minder spectaculaire soorten maar camouflage is hun goed recht ... en meestal van levensbelang voor hen.
Naast de jungle waren er natuurlijk ook de “highlands” en die waren inderdaad erg “high”. Onze wandelingen rond het Cuicocha meer, langs de watervallen in Banos, in het Las Cajas park, aan de Quilotoa en de Cotapaxi (slapende) vulkanen waren allemaal in de buurt van de 4000 m met de 5100 m hoge lagune op de Chimborazo als absoluut hoogtepunt. De zelfvoldoening na iedere sportieve “prestatie” was groot, omdat er iedere keer weer hard moest gezwoegd worden zowel omwille van de ijlheid van de lucht als omwille van onze povere conditie. Gelukkig was Christian meestal bij (= een eindje vóór) ons en waren alle padenzeer goed onderhouden en aangegeven. (dat was op bepaalde forums anders aangegeven).
Op het vlak van de cultuur was er natuurlijk Ingapirca met zijn overblijfselen van Cañari en Inca civilisaties en waren er de vele kerken die de Spanjaarden in de plaats van de bestaande tempels neerpootten. De historische centra van Cuenca en Quito zijn aangename plaatsen, maar al bij al overtreffen naar onze smaak zowel de ruïnes als de nalatenschap van de Spanjaarden in Peru of Mexico wat we zagen in Ecuador.
Op het gebied van veiligheid hadden we in Ecuador geen klagen (een verademing na wat we eerder dit jaar in Spanje tegengekomen zijn). Misschien had dit te maken met de vele politie, die we overal zagen en mogelijks ook met de voorzichtigheid die Christian, onze gids / chauffeur aan de dag legde. Christian viel trouwens ook heel erg mee. Tijdens de eerste contacten via Skype was de interactie met hem sympathiek, maar maakte hij een vrij ongeorganiseerde indruk (en dat voor een Duitse Ecuadoraan of eerder een Ecuadoraanse Duitser, zoals later bleek). Eens we ter plekke waren bleek alles goed georganiseerd te zijn. Het feit dat Christian zowat overal goede contacten had zal zeker ook een rol gespeeld hebben.
Over de andere aspecten die op reis een belangrijke rol spelen zoals eten en weer kunnen we ook niet klagen. In het algemeen was het eten lekker. De ontbijten waren iedere morgen (ongeacht of we op een boot, op een berg of in de jungle zaten) uitgebreid met brood, cereals, fruitsap, thee/koffie, een eitje (of twee) en fruit. Voor de middag- of avondmalen konden we variëren tussen rund, varken, geit, kip, lam of Guinees biggetje met daarbij altijd de obligate rijst en patatjes. Die maaltijden waren, met uitzondering van de Galapagos eilanden, steevast erg goedkoop en leverden (ondanks het feit dat we na een tijdje zelfs de salades begonnen te eten) geen darmproblemen op. Ook goed meegenomen, als men dagelijks van één plaats naar de andere trekt.
Met het weer hebben we ook geluk gehad. Voor de Galapagos eilanden had de zee iets rustiger mogen zijn en voor het bezoek aan de hoogste bergen hadden de wolken beter iets verder van de bergtoppen mogen wegblijven, maar men kan niet klagen als men op 4 dagen in het regenwoud maar één keer regen heeft en op de overblijvende 22 dagen maar op twee namiddagen wat regen krijgt (terwijl we toch in de auto zaten). Voor zo’n deal wil ik altijd tekenen zeker als men weet dat tegelijkertijd Harvey, Irma en Maria op slechts 2000 km van ons vandaan lelijk huishielden en Mexico getroffen werd door een aardbeving.
Conclusie: we hebben er weer een zeer mooie reis opzitten. Ik hoop dat jullie een beetje kunnen meegenieten hebben. Ik zou jullie willen bedanken voor het trouwe lezen en reageren op de blog. Dit motiveert om verder te schrijven, waardoor we, als we oud en stijf zijn en niet meer zo ver zullen gaan, de verslagen weer ter hand zullen kunnen nemen en mijmeren over wat we zo allemaal meemaakten.
Tot de volgende keer
Dag 26: Een dagje in Quito en dan het vliegtuig op
Vanmorgen zit het zonnetje weer te schijnen (ik denk niet dat dit bij de Gantoise ook het geval is). We nemen op ons gemakje Het Laatste Ontbijt in Ecuador, want we moeten maar om 9 uur klaar staan voor de toer door Quito (met onze bagage in bewaring in het hotel). Eerst gaan we naar El Teleferico. Die brengt ons zonder enige inspanning van onze zijde tot op 4100 m hoogte. Het zicht op Quito is adembenemend. Spijtig genoeg meer door de hoogte dan door zijn pracht. We staan dan wel op de Mirador de los Volcanes, maar van de volcanes is maar hier en daar een beetje te zien. De reden is dat er een wolkendek boven de bergen hangt. Boven Quito zelf is het echter zonnig, waardoor we de stad aan onze voeten wel kunnen zien … al zou een beetje minder luchtvervuiling het zicht significant verbeteren. We stappen hierboven nog naar een moderne kapel, die jammer genoeg gesloten is waardoor we de glasramen die er mooi uitzien niet echt goed kunnen bekijken. We stappen ook nog naar de Mirador del Norte waar we ongeveer hetzelfde zien als van de Mirador de los volcanes (= te weinig naar mijn smaak). Enfin, we hebben de teleferico gedaan en het heeft ons maar 13 $ gekost, omdat we ons beiden uitgegeven hebben als zijnde van de tercera etad.
De tweede stop van de dag is bij de Virgen de la Panecilla. Virgens hebt ge hier van alle soorten (en ik bedoel niet die soort die de moslims als ultieme ambitie hebben). Men heeft hier in Ecuador de Virgen Dolorosa, de Virgen del Rocio, de Virgen de las Nieves, de Virgen de los Remedios, enz., enz. . Onze virgen van de dag is dus zoals gezegd de la Panecilla (= van het broodje genaamd naar de heuvel waarop de Virgen geplaatst werd. De Spanjaarden noemden deze heuvel la panecilla = het broodje omdat die heuvel de vorm van een broodje had). Op de meer dan 3000 m hoge heuvel staat een 45 m hoog beeld dat uit meer dan 7000 stukjes aluminium gemaakt is. De plaats is mooi, maar het beeld is wat raar omdat men de naden tussen de stukjes aluminium nog allemaal ziet. Christian zegt dat het beeld een gift is van de Fransen toen Ecuador onafhankelijk werd van Spanje … om op die manier de handel te smeren (zoals ze deden toen ze het Vrijheidsstandbeeld aan New York schonken). Ik ben niet overtuigd dat deze uitleg klopt, want ik heb ook ergens gevonden dat het beeld dateert van 1976. Hoe dan ook we hebben deze Virgen gezien en Gertrude heeft een halssnoer aan de voet van de Virgen kunnen kopen en dus zijn we gelukkig.
Daarna is het de bedoeling de auto te parkeren en te voet de stad verder te verkennen. Dat is echter makkelijker gezegd dan gedaan. Het verkeer in Quito centrum is één grote miserie (en dat hebben we kunnen zien toen we bovenaan de teleferico de luchtvervuiling stonden te bekijken) en dat is vooral te wijten aan de hoeveelheid mensen, die hier wonen, maar ook aan het feit dat men voor het ogenblik een metro aan het bouwen is waardoor zeer veel straten afgesloten zijn. Uiteindelijk geraken we de wagen kwijt en kunnen we onze voettocht aanvatten. We lopen eerst tot aan de kerk van de Dominicanen. Die waren hier pas na de Franciscanen (#1) en de Jesuieten (#2) waardoor ze hun kerk rap rap moesten bouwen (vandaar dat die kerk het met één toren moet stellen en daarom de manke genoemd wordt) om te vermijden dat alle giften van gelovigen naar de Franciscanen en de Jesuieten zouden gaan. Daarna gaan we door de artiestenbuurt naar de kerk van de Franciscanen. Die is al meer met goud belegd. Niet echt in de spirit van Franciscus, maar we hebben op andere plaatsen ook al gezien dat de spirit soms snel verwatert. Uiteindelijk gaan we naar de Jesuieten kerk. Dit is de enige kerk waarvoor we inkom moeten betalen. Het is dan ook een schatkamer met bladgoud waar we ook kijken. Gelukkig heb ik mijn zonnebril nog op, waardoor ik totale verblinding kan vermijden. Christian geeft bij dit alles een woordje uitleg. De Jesuieten waren ook eerder al eens het voorwerp van een gesprek in de auto. Christian vertelde toen dat de Jesuieten hun rol in het onderwijs ge(mis?)bruikten om macht en rijkdom te verwerven. Het is in deze kerk duidelijk dat ze slaagden in die betrachting. Een kerk met zoveel goud heb ik nog niet veel gezien … en ik heb er toch al een paar gezien.
We lopen ook nog eens in het aartsbisschoppelijk paleis binnen. Dit paleis werd een tijdje geleden omgebouwd tot commercieel centrum met allerlei winkeltjes en restaurantjes . Het laatste bezoek is een winkel van Pakari. Pakari is een fabricant van allerlei chocolades die prijzen gewonnen hebben op wereldwijde competities. Wie zegt dat al onze reizen eindigen met het bezoeken van wijngaarden en proeven van hun producten? Die zullen nu voorgoed de mond gesnoerd zijn, want deze reis eindigt met het bezoek en proeven van chocolade. Er wordt chocolade van 70, van 60 en van 50% geproefd. Er wordt chocolade verkocht met geroosterde mais, met chili, met gember, met yucca, met koffie, met rozen, met …. ge kunt het zo zot niet bedenken of het kan in chocolade gestoken worden. Uiteindelijk worden een aantal pakjes gekocht die, als ze al niet opgegeten zijn door het chocolademonster, te proeven zullen gegeven worden aan “wie braaf is” (wie stout is krijgt de roe).
Nu zijn we echt in de laatste rechte lijn en spenderen de laatste paar uur in de luchthaven wachtend op onze vlucht. Het boarden blijkt hier namelijk 2.5 uur voor het verteek van het vliegtuig te beginnen. Gelukkig is er Internet waarvan ik hopelijk gebruik kan maken om deze laatste episode (op uitzondering van de Epiloog) kan posten
Lectori salutem
Dag 25: Quilotoa, Cotapaxi en terug naar Quito
De laatste paar blokken hout hebben de nacht in het kacheltje niet overleefd, maar wij hebben de nacht wel overleefd. We hadden wat schrik voor een CO vergiftiging en hadden dus maar voor alle zekerheid een venstertje open gezet. Ik weet niet of het door dit venstertje was, maar ik heb zeer goed geslapen. Ik ben wel om 4 uur wakker geworden (=geen wonder na 6 uur) maar heb dan nog 2 uur intermitterend geslapen. Niet slecht. Rond 6:30 besluit mijn blaas dat het welletjes geweest is en sta ik op …. om een glorieus mooie blauwe hemel te zien. Het ziet ernaar uit dat Blauw vandaag een eclatante zege in de wacht gaat slepen. Hopelijk doen die Blauwen van de Gantoise het deze namiddag even goed. We volgen die kadees op de voet om te zien wat het “afwezigheid van Hein effect” zal zijn.
Vandaag bezoeken we de Quilotoa echt en met een 1 – 0 stand voor de Blauwen. Allée, de Buffalo’s. De zon, die stralend boven ons staat verdrijft de ochtendkilte (op 4000 m is dit niet ongebruikelijk) snel. We wandelen vanaf het dorpje (= de verzameling van brique à braque in elkaar geflanste hotelletjes en restaurantjes) in tegenwijzerzin omdat we op die manier naar die kraterwand kijken die door de opgaande zon belicht wordt( goed voor de foto’s). Het plan is om de kraterrand op en neer te volgen tot aan een mirador genaamd Chalalà . Dit zou ons ongeveer één uur moeten vergen. De uitzichten op het 150 m diepe kratermeer zijn spectaculair en we zien ook zeer duidelijk aan de andere kant van het kratermeer twee bergtoppen die broederlijk naast mekaar staan. Die bergen zijn de Ilinisas bergen. Wetenschappers denken dat deze twee bergen ooit samen één vulkaan vormden tot er een wat te enthousiaste eruptie kwam. Als dit waar is zou die vulkaan 9 à 10’000 m hoog geweest zijn en dus veruit de hoogste berg van de wereld geweest zijn (ook zonder de truc van de afstand van het midden van de aarde ipv boven zeeniveau). Onze wandeling is dan wel niet 9000 m hoog, 4000 m is ook al niet niets. Goed dat we hier op het einde van onze rondreis door Ecuador komen, want zelfs nu worden we de hoogte nog goed gewaar. Hier duizelig rondlopen is trouwens geen goed idee, want het concept van een balustrade langs de diepe afgrond is hier onbestaand. Uiteindelijk komen we gezond en wel aan het uitzichtpunt Chalalà . Dit werd met hulp van Spanje gebouwd en het is duidelijk dat dit project een Eurootje mocht kosten. De houten constructie is Z - vormig met een glazen balustrade waardoor men vanop twee niveaus de omgeving kan bekijken. Erg mooi gedaan. We genieten nog wat van het uitzicht en vatten dan de terugweg naar ons hotelletje aan. Hierbij vertelt Christian het verhaal van een Noorderbuur die samen met een tourgids uit Quito een mooi hotel hier in Quilotoa had opgezet. Dit hotel lag iets buiten het dorp omdat de dorpelingen geen vreemdelingen in hun dorp wilden. Na twee jaar bleek dit hotel zeer succesvol, omdat goede service geleverd werd. Dat stak de dorpelingen de ogen uit en daarom pestten ze de Nederlander en de Quitoenaar hier weg (= verplichtten ze hen het hotel aan hen te verkopen). Nu een paar jaar later werkt dit hotel met verlies en wil geen enkele touroperator nog klanten naar dit hotel sturen. De teloorgang van de Quilotoahoek, met andere woorden.
Na dit verhaal pikken we onze valies op en vertrekken richting Cotopaxi Nationaal Park. Ondertussen hebben de wolken tegengescoord. De bordjes hangen nu gelijk met Blauw 1 – Wolken 1. Dat belooft niet veel goeds want Christian zegt dat er in de richting van de Cotapaxi vulkaan nog het meeste wolken samengepakt zitten. De Cotopaxi is (volgens sommige bronnen) de tweede hoogste actieve vulkaan ter wereld en tweede hoogste berg van Ecuador (5897 m) maar het zou goed kunnen volgens Christian dat we de Poulidor van de bergen helemaal niet te zien krijgen. En inderdaad, naarmate we dichter en dichter bij het Cotapaxi nationaal park komen worden de wolken donkerder en dreigender. De stand staat nu Blauw 1 – Wolken 2 en de verdediging van Blauw staat te bibberen op hun benen. Wij laten ons echter niet zo maar uit ons lood slaan en besluiten het geplande wandelingetje rond de lagune toch maar te doen. Veel is er niet te beleven omdat het attractiepunt van deze wandeling het uitzicht op de Cotopaxi vulkaan is en die zit nu gehuld in de wolken. Tegen het einde van de wandeling zijn hier en daar wat sporen van de besneeuwde flanken van de vulkaan te bespeuren maar om een 2 – 2 stand te claimen is het aandeel Blauw toch net niet groot genoeg. We blijven nog wat wachten, maar zien hoe de wolken de situatie blijven beheersen. Als er ergens een wolk wegdrijft is er altijd wel een andere die de plaats inneemt.
De situatie wordt nog slechter naarmate we Quito naderen. Het begint nu namelijk ook te regenen. In plaats van 2 – 2 wordt het 1 – 3 en is het game over. (ik heb later kunnen zien dat het met mijn Gantoise al niet veel beter verlopen is). Al met al kunnen we echter over het weer niet klagen, want we hebben vandaag weer alles kunnen bezoeken wat we gepland hadden. We checken in het hotel San Francisco de Quito dat Christian een paar dagen geleden gereserveerd heeft . Dit hotel ligt midden het historisch centrum van Quito. Het hotel ziet er erg mooi uit en we krijgen de matrimonial suite. Deze kamer (suite wijst er alleen op dat er een klein keukenhoekje is) heeft een fantastisch uitzicht over de stad maar heeft één groot nadeel: we moeten 5 verdiepingen omhoog en een lift is niet te bespeuren. Gelukkig heeft Gertrude een muilezel mee om alles naar boven te sleuren. Het uitzicht vanop onze kamer is echter zeer mooi. Dit nodigt ons uit om in de omliggende straten naar een terrasje te gaan speuren … maar vinden dat niet. Het concept van terrasjes bestaat hier quasi niet. Misschien is dit wel een serieus gat in de markt. Door de afwezigheid van terrasjes en door het feit dat het weer begint te regenen zijn we verplicht vroeger dan gepland te gaan eten in La Vista Hermosa, zo genoemd omdat het restaurant (ook) 5 verdiepingen hoog is (maar hier is wel een lift, zo nog een echte met een liftboy die de deur moet open en toe doen) en een prachtig uitzicht over de stad biedt. Na het lekker eten wandelen we terug in de wetenschap dat ons verblijf hier in Ecuador op zijn laatste benen loopt. We gaan eerst nog eens goed slapen en dan zien we morgen wel.
Buenas Noches