Ecuador: eerst Darwin achterna en daarna naar het hooggebergte en in de jungle.

Dag 22: Van Riobamba naar Cuenca

We hebben beiden niet bijster goed geslapen. Misschien had het met de warmte te maken, we hadden namelijk een zeer dik dekbed. Misschien had het met de hoogte / droogte / dorst te maken. We zitten weer op 2750 m met zeer droge lucht. Enfin, het doet er niet toe. Een keer minder slapen is het einde van de wereld niet en we moeten bovendien toch vroeg opstaan. Reeds voor vijf uur horen we met koffers zeulen. Dat zijn de Fransen die met hun groep om 5 uur moeten ontbijten en om 5:30 richting Nariz del Diablo moeten vertrekken. Wij mogen iets later vertrekken, omdat we met de auto sneller vooruit geraken dan de Fransen met hun bus. Er is wel zeer veel verkeer ondanks het feit dat we al om 6 uur onderweg zijn. Wakkere kerels die Riobambanen. Christian begrijpt het vele verkeer ook niet 100 % , maar we denken dat het met een markt (dieren en alle andere spullen die men normaal op een markt vindt) in een stadje, dat we tegenkomen (NN), te maken heeft. We komen desondanks netjes op tijd aan in Alausi waar we op ons gemak naar onze gereserveerde stoelen in de trein “Nariz del Diablo” kunnen gaan.

De trein vertrekt een paar minuten te laat, omdat de bus met de Fransen wat te laat aangekomen is. We weten niet waar ze gezeten hebben. We hebben ze onderweg niet gezien. Een kleine vertraging van de trein is echter mogelijk omdat de plaatsen in de trein allemaal van op voorhand gereserveerd zijn en omdat de  trein enkel een toeristentrein is, die van Alausi naar Sibambe heen en terug rijdt. Het begin van de treinrit is niet erg spectaculair, maar het wordt beter naarmate we verder in een kloof afdalen. Het wordt helemaal speciaal (spectaculair zou ik het niet noemen) wanneer de trein twee haarspeldbochten neemt.  Het is een eenvoudig idee, maar men moet er maar op komen. De trein rijdt eerst voorbij de haarspeldbocht en gaat dan “achteruit” verder. Goed gevonden van die Ecuadoranen. Uiteindelijk komen we in het stationnetje van Sibambe aan, waar we opgewacht worden door een 5-tal vrouwen en evenveel mannen, die een paar traditionele dansen in traditionele klederdracht uitvoeren. We krijgen ruim de tijd om de “neus van de duivel” in één van de heuvels te zien. Dat valt niet mee, zeker niet als men niet 100 % zeker is naar welke heuvel men moet kijken. Daarna krijgen we nog een paar dansjes aangeboden (bij de laatste worden de passagiers zelfs uitgenodigd mee te doen). Ik kijk strategisch de andere kant op om het Vaderland de blamage te besparen. Zelfs Gertrude slaat het aanbod van de plaatselijke schone af. Philippe en Mathilde kunnen op hun beide oren slapen. Wij brengen België niet in verlegenheid, wat niet kan gezegd worden van een paar stijve Franse harken. We krijgen veel tijd in Sibambe omdat de mensen hopen ons (een “captive audience”) iets te verkopen. Dat gebeurt dan ook, want wat kunnen we anders doen? Velen drinken iets in de cafetaria van het stationnetje of kopen iets in de paar souvenirstalletjes, die naast het stationnetje zijn opgesteld. Wij leveren onze bijdrage tot de plaatselijke economie door een stuk van 70% chocolade met mango te kopen. Uiteindelijk rijden we weer naar boven, waar Christian ons staat op te wachten. Hij heeft een dutje mogen doen ondertussen, de chanchard.

We rijden vervolgens van Alausi richting Cuenca om na een 10-tal km naar een dorpje af te slaan, dat een uitzichtpunt over de Nariz del Diablo heuvel en trein rijk is. Voor 1 $ per persoon mogen we gebruik maken van het pas aangelegde pad, dat van de enige restaurant dat het dorp rijk is, naar het uitzichtpunt gaat. We zijn net op tijd om de trein van 11 uur één van de twee haarspeldbochten te zien nemen. Men kan veel beter het vernuft van de zig zag beweging van de trein appreciëren vanaf dit uitzichtpunt dan vanuit de trein zelf. We moeten er wel 330 trappen voor naar beneden … en terug naar boven. Nadat we de trein van hier boven bezig gezien, hebben is het nu definitief gedaan met de Nariz del Diablo. We rijden langs een paar dorpjes en stadjes en komen uiteindelijk in Biblian waar we een ietwat speciale kerk kunnen bezoeken. De kerk heeft vier verdiepingen. De onderste twee zijn begraafplaatsen. Ruimtes waarin lijkkisten passen en die afgesloten zijn met een gedenksteen met de naam van de overledene erop zijn, zes hoog, op mekaar gestapeld. De derde verdieping van de kerk is een kapel voor San José (maar deze verdieping is gesloten) en de vierde en bovenste verdieping is een echte kerk waarvan het altaar uit de rotsen gehouwen is. Er zijn mooie, semi-moderne glasramen die een mooi licht in de kerk laten binnenvallen. Het geheel is niet buitengewoon mooi, maar de moeite waard om eens te bekijken als men toch passeert.

Na Biblian gaat het nu definitief richting Cuenca. We komen rond 4:30 in ons hotel (Hotel Carvallo) aan en worden een suite aangeboden. Het slaapgedeelte is ongeveer 30 m2  en het zitgedeelte ongeveer 60 m2. Dit is zoveel als de oppervlakte van de hele bovenverdieping van de Lonesome George of 3 kamers in Tena en compenseert dus het gebrek aan plaats toen. Voor zo iets maar 105 $ per nacht betalen (ontbijt inbegrepen en op een steenworp van de kathedraal zitten) is een goede deal. We spreken met Christian om 7 uur af en gaan in een zeer gezellig restaurant juist naast de kathedraal eten. Dit moet ooit deel uitgemaakt hebben van het klooster dat nu geconverteerd is tot een aantal bars, restaurants, etc. Kortom een geslaagde herbestemming. Na het eten zegt Christian dat hij nog een ijscrème gaat eten naast de deur. Gertrude stribbelt zonder veel overtuiging tegen. Ze moet toch eerst zeggen dat ze geen ijscrème mag eten omwille van haar lijn, maar laat zich dan overtuigen met Christian mee te doen. Ze gaat wel de lokale toer op (ondanks het feit dat er allerlei gekende favorieten staan zoals chocolade, Oreo, tiramisu, stracchiatelli, aardbeien, smurfenblauw,  enz.) en neemt een mengsel van bosbessen en guyanavanas. Het geluk straalt van haar af. Het zijn de kleine dingen die het leven mooi maken. We wandelen over de centrale plaats, waar een aantal breakdansers hun moves aan het tentoonspreiden zijn en langs een binnenplaats waar een aantal jonge jongens en meisjes hun dans moves tonen. Stijve harken zien we hier niet (omdat er geen spiegels hangen).

Nu is het tijd om ons in onze suite terug te trekken, zodat we toch een beetje gebruik maken van de geboden luxe.

Hasta Mañana

Reacties

Reacties

Wilfried

Hoog tijd dat jullie terug in Blanden zijn om van de goede Vlaamse gebruiken (biefstuk-friet, een lekkere Trappist en een GOED glas wijn ) en een stevige nachtrust te kunnen genieten.
Wij zorgen in time voor jullie laatste ritje...misschien zonder file!

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!