Van Condom naar Roncevalles

Dag 11: Wandeling rond Cuicocha meer, bezoek Cotacachi en terugrit naar Quito

We worden om 8:30 opgepikt door Christian maar laten onze valies in het hotel achter omdat we niet hetzelfde willen tegenkomen als de Franse toeristen gisteren. Ook Christian laat zijn bagage in de receptie achter. Onderweg legt hij ons, naar aanleiding van een aantal mannen en vrouwen die we langs de weg bezig zien, het “minda systeem” uit. Minda is een Quechua (= Inca) woord voor een systeem dat reeds ten tijde van de Inca’s bestond. Het is gebaseerd op het gemeenschappelijk werken aan projecten van algemeen nut. Zo werkten de mensen van een dorp samen aan de aanleg van een weg die voor iedereen nuttig was. Toen de Spanjaarden dit systeem leerden kennen besloten ze dat het perfekt kon toegepast worden voor hun doeleinden. In het “Spaanse” minda systeem werden dorpelingen ingezet voor projecten die voor de Spanjaard in kwestie nuttig was. Minda werd dus het Quechua woord voor slavernij en kreeg een erg negatieve connotatie. Nu wordt minda weer populair en werken mensen samen aan herstelactiviteiten aan de weg of andere zaken van openbaar nut. Teambuilding avant la lettre.

Na een half uurtje rijden zijn we aan de ingang van het nationaal park. Het park is met zijn 243’000 ha zeer groot te noemen en strekt zich uit van iets ten Noorden van Otavalo (waar we nu staan) tot aan de kust. Hierdoor zijn de hoogte verschillen in het park indrukwekkend. Het gaat van 30 m aan de kust tot 4939 m voor de hoogste berg in het park.  We gaan vandaag rond het meer (= vroegere krater), dat aan onze voeten ligt, stappen. De totale afstand is iets meer dan 12 km met 640 m hoogtemeters. In het midden van het meer liggen een paar eilandjes die (als men wat verbeelding heeft) lijken op twee borsten en een hoogzwangere buik. Er is dan ook een legende aan de omgeving verbonden. Heel lang geleden (de dieren praatten nog) zou de vrouwelijke berg die boven het meer torent (maar nu in de wolken zit) zwanger geworden zijn van de mannelijke berg langs de andere kant van de vallei (vraag me niet hoe dat gebeurde want ik heb het ook niet willen vragen). Toen de vrouwelijke berg echter te weten kwam dat de mannelijke berg nog andere affaires had, begon ze zo hard te wenen dat een meer ontstond met borsten en een buik boven het oppervlak om aan te geven waarom het meer er is. Voilà, dat weet ge nu ook allemaal.

De temperatuur (het moet zo’n 18°C zijn) is perfekt om te wandelen. Voor adembenemende foto’s zou het wat zonniger mogen zijn (het is bewolkt tot zwaar bewolkt met hier en daar een blauwe plek) maar onze adem wordt al voldoende benomen door de stijgingspercentages die we voorgeschoteld krijgen en de hoogte waarop we ons bevinden (we gaan tot 3560 m). Het valt op hoe verschillend de flora hier is van de Europese. Een paar planten en bloemen zijn oude bekenden, maar er zijn er ook erg veel die we nog nooit voordien gezien hebben. Na 4.5 uur hebben we de toer van het meer gedaan. Het was stevig genoeg om een betekenis te hebben, maar niet zo stevig dat we totaal uitgeput zijn. Met andere woorden een perfecte voorbereiding voor wat ons de komende twee weken te wachten staat.

Nu rijden we naar Cotocachi, de stad van het leder. Christian zegt dat de mensen van Cotocachi jaloers waren omdat Otovalo het zo goed deed met zijn wekelijkse textiel - en dierenmarkt. Daarom zochten ze naar een manier om ook succesvol te zijn. De oplossing was leder. In Cotacachi zijn een 30-tal lederfabrieken en minstens 100 lederwinkels. Men vindt hier letterlijk alles wat van leder kan gemaakt worden: handtassen, portefeuilles, schoenen, laarzen, jassen, ceinturen, enz. Tot mijn verwondering zie ik geen SM outfits. Ik dacht dat die ook van leder gemaakt waren, maar ik ben geen specialist en ook niet specifiek geïnteresseerd. Gertrude daarentegen wel … ik bedoel in lederen jassen en handtassen. Een handtas is binnen de kortste keren aan de haak geslagen. De spullen lijken van goede kwaliteit en zijn niet duur. Een jasje staat haar wel aan, maar de winkel heeft slechts één maat en die blijkt te klein te zijn.  We lopen nog een 15 of 20 andere winkels binnen, maar geen enkele heeft een jasje dat nog kan tippen aan het eerste (te kleine) jasje. Ter compensatie koop ik in de laatste winkel waar we binnenstappen een leren jasje. Gertrude mag het eens aandoen als ze met heimwee aan haar jasje terugdenkt.

Nu is het tijd om naar Quito terug te rijden. Het is tamelijk druk op de Panamericana (die in Latijns Amerika van Colombia tot in het Zuiden van Chili loopt). Christian zegt dat Quito meer dan 2 miljoen inwoners heeft, maar dat veel mensen, die voor het werk in Quito wonen, oorspronkelijk van Otavalo of andere provinciesteden zijn. Tijdens het weekend wordt de familie bezocht en op zondagavond gaat iedereen terug naar Quito; vandaar de grote drukte op de weg.  Rond 6:30 staan we voor een oud herenhuis in het centrum van Quito dat ingericht werd als boutique hotel. We worden erg  vriendelijk ontvangen in een mooi ingerichte leefkamer en dan na de nodige (?) administratie naar onze ruime kamer (met hemelbed) gebracht. Het eerste dat ik doe is de connectie met het Internet controleren. Dat doe ik door naar de website van de Standaard te gaan waar ik tot mijn groot genoegen zie dat AA Gent eindelijk eens kunnen winnen heeft. Nu staat alleen nog een verfrissende douche, een rap wasje, een typisch Ecuadoraans dinner en het schrijven van de blog in de weg van een verkwikkende slaap. 4.5 uur boven de 3000 m zal ons (hopelijk) lekker laten slapen.

Slaapwel

Reacties

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!