Reis Uzbekistan en Kyrgyzstan 2026

Dag 19: Van Black Rapids Lodge naar Fairbanks

Het ziet ernaar uit dat het weerbericht weer zijn eerste plaats gaat opeisen. De voorspellingen voor de komende dagen zijn weer heel wat ongunstiger / instabieler dan de voorbije dagen, en dus een vermelding waard. Deze morgen schijnt een bleek waterzonnetje over de Black Rapids Lodge en daar zijn we niet ontevreden over, want miezeren lijkt niet ver af. We nemen een trage start omdat het ontbijt pas vanaf 9 uur geserveerd wordt. Het is dan wel een ontbijt om U tegen te zeggen. Om te beginnen krijgen we een fruitsapje en krijg ik (omdat ik het wil proberen) een afkooksel van 6 verschillende soorten paddestoelen (niet paddo’s). Het sapje smaakt naar cichorei. Dat denk ik toch, want dat heb ik ook nog nooit gedronken. De smaak van het paddestoelenafkooksel zal me niet bekeren. Ik blijf nog liever bij mijn lichtgekleurd warm water dat ik thee noem. Qua vast voedsel krijgen we eerst een beker met yoghurt, granola en allerlei stukjes fruit allemaal mooi in laagjes gevolgd door een overvol bord waarop 2 verloren broden, een omelet van 2 eieren met de overgebleven groentjes van de tagliatelli saus van gisteren, een paar gebakken aardappelschijfjes en een hele tros druiven liggen en een zijbordje met een aantal krokant gebakken spekreepjes. Dat waren ze vergeten … of kon er niet meer bij. Hiermee zullen we zonder problemen de ochtend (en een deel van de namiddag, denk ik) doorkomen.

Daarna komt de eigenares van de lodge (= Annie) een kaartje tekenen met alle “hidden gems” van de omgeving. Bovendien maakt ze ook een reservering voor vanavond in Lavelle’s, het restaurant van haar vriendin, in Fairbanks. Als die even goed kan koken als zij, zitten we goed. Black Rapids Lodge is duidelijk een aanrader.

Wanneer we vertrekken is het maar 10°. Omwille van het waterzonnetje voelt dat nog relatief OK en bovendien is een lage temperatuur gunstig om herfstkleuren te zien in bv Denali binnen een paar dagen. De eerste hidden gem die we zien is een plaats waar de olie pipeline onder de straat duikt. Vanop die plaats kan men ver over het bovengrondse traject van de pipeline kijken met de bergen in de achtergrond (moeilijk te zien omwille van de wolken die aan de bergtoppen blijven haperen). Er staat op die plaats heel wat uitleg over de historiek en de moeilijkheden van de pipeline. Zo is één van de moeilijkheden de ontdooiing van de permafrost waardoor de inbedding of de fundering van de pipeline instabiel kan worden. Een ander probleem is de corrosie ten gevolge van zwerfstromen. Die wordt aangepakt door Zink of Magnesium offeranodes bij de pipeline te plaatsen. Ondertussen rijden we gedurende miles en miles langs naaldbomen. Ik ben geen naaldboomoloog maar ik denk dat het vooral zwarte sparren (= black spruce) zijn. Die doen mij denken aan mijn interdentale tandenborsteltjes. Ik kan jullie zeggen er staan hier miljoenen en miljoenen tandenborsteltjes in alle maten.

De volgende hidden gem is de “Meat & Sausage Factory". Dit blijkt maar een winkeltje verbonden aan een vleesverwerkend bedrijfje te zijn. We kopen een paar worstjes om de tocht naar hier te “rentabiliseren” en rijden verder naar de volgende hidden gem: Rika’s Roadhouse. Dit is wel een interessante stop omdat die inzicht geeft in de rol die de roadhouses speelden in de goldrush. De roadhouses liggen op 15 à 20 miles van elkaar en boden de goudzoekers / prospectors dus een overnachtingsplaats op hun weg van de kust naar het binnenland ten noorden van Fairbanks. Vannacht sliepen we in de Black Rapids Lodge, die een aantal jaren geleden gebouwd werd op de heuvel achter de Black Rapids Roadhouse, dat ook deel was van de overnachtingsplaatsen langs de gold rush route.

We rijden verder naar Fairbanks en passeren North Pole. Dit stadje heeft niets met de echte Noordpool te maken maar werd door een clevere marketeer in de markt gezet als de thuisbasis van Santa Claus. Er is hier dan ook een enorme winkel met allerlei kerstartikelen. Men kan hier van alles kopen waarvan men nog niet wist dat men ze miste of nodig had. Voor ons is het wat teleurstellend, maar veel Amerikanen kopen zich hier te pletter. Goed gezien van die marketeer … of was het toch de echte Santa?

In Fairbanks lijkt weinig te beleven. We lopen een aantal winkels binnen maar door gebrek aan succes besluiten we ons te beperken tot het bevestigen van onze reservering bij Lavelle’s restaurant (de laatste hidden gem van Annie). Na ons een beetje omgekleed te hebben schuiven we om 7 uur onze voetjes onder tafel. Het restaurant is afgeladen vol wat meestal een goed teken is. De open keuken geeft volop ambiance en de vele klanten zorgen voor de rest. We delen St Jacobsschelpen als voorspel en hebben dan kip en een lamskroon als hoofdgerecht. Goed gedaan van madame Annie . Ik stuur haar een bedankje (vooral voor de aanbeveling van het restaurant).

Nu ons opmaken voor de rit naar Denali NP en nog een weesgegroetje dat de weersvoorspelling niet accuraat is.

Dag 18: een overgangsetappe van Wrangell NP naar Black Rapids

Na de pittige dag van gisteren hebben we vandaag recht op een rustiger (overgangs)etappe en wat het weerbericht betreft moeten we toegeven dat we negligent beginnen te worden. Het is nu al een drietal dagen zonnig. Waarom zou het zo niet blijven duren? We hebben de bedoeling wakker te worden wanneer we wakker worden en we zijn beiden klaar wakker om half acht … juist zoals alle andere dagen. Dat is vroeger dan gehoopt maar geeft de tijd om mijn blog te laten proeflezen en te posten. We verwachten dat het zonnetje aan de blauwe lucht staat en … dat gebeurt dan ook.Plan A loopt als een trein. Het ontbijt heeft een paar kleine verrassingen in petto: het restaurant zit zonder fruitsap (en leveringen (per vliegtuig) gebeuren maar om de zoveel tijd), de worstjes zijn serieus gepeperd en de ovenschotel met ei en aardappel is serieus gezouten. Maar hoort iemand me klagen?

Na het ontbijt pakken we alles in de rugzak en zetten die in de receptie omdat we voor 11 uur de kamer moeten vrijmaken en we nog een korte wandeling, die ons pas rond de middag terug zal brengen, willen doen. We nemen eerst de gratis shuttle van McCarthy downtown tot aan de voetgangersbrug over de rivier. Die stappen we relax over maar eens over de brug zien we 50 m voor ons (waar geen zebrapad is) al even relaxed een zwarte beer de straat oversteken. Ik ben te laat om er een foto van te nemen. Jullie zullen me dus moeten geloven. Wat jullie waarschijnlijk zonder enige aarzeling geloven is dat we vanaf dit moment zowel met de camera als met de berenspray in aanslag verder stappen. Misschien nog erger dan de aanwezigheid van de beer is de aanwezigheid van muggen en tezelfdertijd de afwezigheid van repellent. Herinneringen aan Reflection Lake duiken op maar het loopt zo geen vaart en het blijft bij een steekje hier en daar.

Na een tijdje bereiken we het doel van onze wandeling: de trailhead naar de West Kennicott Glacier. We moeten de eerste paar km door een dichtbegroeid bos waar we sporen van een zeeeer grote hond of een zeeeer kleine beer zien. We zien ook dierlijke uitwerpselen maar kunnen, aangezien we geen kakologen zijn, niet zeggen van welk dier ze afkomstig zijn. Enigszins geruststellend is dat de uitwerpselen lijken te wijzen op een vegetarische producent. Uiteindelijk komen we aan de morene van de Westelijke uitloper van de Kennecott gletsjer. We bewonderen de omgeving en keren terug naar het hotel (8 km in het totaal) zonder enige “encounter of the bear kind”.

We pikken onze rugzak in het hotel op en stappen, na de inwendige mens wat versterkt te hebben, naar het bureautje van Wrangell Air waar iemand ons tot aan de luchthaven brengt. De vlucht terug naar Chitina is voor ons alleen waardoor we kunnen kiezen waar we zitten. Ik kies de derde (= laatste) rij omdat men dan van de ene naar de andere stoel kan schuiven om zaken te zien en te fotograferen. Het weer is opnieuw fantastisch maar deze piloot maakt er minder een flightseeing tour van dan de piloot van de heenvlucht. Toch blijven de uitzichten die de natuur ons voorschoteld fenomenaal. Dit is zo niet het hoogtepunt dan toch één van de hoogtepunten van deze reis … ook al omdat het schitterend helder weer is. Een halfuurtje na vertrek uit McCarthy zitten we weer in ons autootje in Chitina om richting Fairbanks te rijden. Dat is 310 miles van Chitina maar wij moeten maar tot in Black Rapids wat een kleine 180 miles is.

Langzamerhand komen er echter meer en meer wolken. Terwijl het er richting Wrangell NP nog steeds zeer goed uitziet krijgen wij vanaf Glenallen veel wolken waar eerst wat gemiezer uitvalt maar uiteindelijk ook gedurende 5 minuten echte regen. Ongelooflijk hoe het weer hier van plaats tot plaats zo verschillend kan zijn. Het reliëf na Glenallen is veel vlakker dan wat we vandaag al gezien hebben en we krijgen het gezelschap van de oliepijplijn die van de Prudhoe Bay (helemaal in het noorden) naar Valdez loopt (de helft ondergronds en de helft bovengronds). Op een 40-tal kilometer van de Black Rapids komen we weer in een veel bergachtige streek met grote gletsjers. Ongelooflijk hoe de natuur hier op zo’n korte tijd kan veranderen.

Iets na 6 uur komen we in onze overnachtingsplaats aan. Het Black Rapids roadhouse is relatief nieuw, staat op een heuvel een beetje weg van de highway en is erg mooi ingericht. Alles lijkt rond de eigenares te draaien die met verve kleur geeft aan de black rapids (2 puns intended). We kunnen niet kiezen wat we eten vanavond maar beklagen ons dat niet, want we krijgen eerst een lekkere salade, daarna een tagliatelli met een zeer lekkere bijna vegetarische saus en als afsluiter een chocolade cake met frambozen en blueberry coulis. De eigenares belooft ons morgen het recept van de saus van de tagliatelli te geven. Ze raadt ons ook aan bij haar vriendin, de chef van "Lavelle", het restaurant van de Marriott in Fairbanks, te gaan eten en zal met ons ook een paar hidden gems van Fairbanks delen. Dat belooft.

Vannacht gaan we eens lang slapen want het ontbijt is pas om 9:00. We kunnen wel een tijdje met de bazin praten maar zij heeft waarschijnlijk ander werk en wij zullen de overblijvende 130 miles toch ook, vroeg of laat moeten doen, willen we al de hidden gems nog kunnen ontdekken.

Dag 17: Een zeer pittige dag in Wrangell St Elias NP

Voorlopig moet ik geen weerbericht meer geven omdat het weer op “Beau Fixe” staat. Dit betekent dat we, met dank aan de zon, van het vagevuur naar dit hemelse paradijs getransfereerd zijn. Onze dag begint zoals meestal rond 7:30 (we zetten geen wekker omdat we op vakantie zijn en omdat we gepensioneerd zijn). Het is vandaag de bedoeling de Bonanza trail te doen. Deze naam is niet afgeleid van de TV serie uit “onze” kindertijd met Pa Cartwright en Adam, de wijze, Hoss de domme en Little Joe, het buitenbeentje maar wel van het Spaanse woord bonanza dat voorspoed betekent of bij uitbreiding rijke goud (of andere metalen) ader. Ik heb lang getwijfeld of we die trail wel zouden doen. De trail heeft de reputatie moeilijk te zijn omwille van de afstand (14 km) en de steilheid (1100 hoogtemeters) maar is blijkbaar erg mooi. We gaan het er dus op wagen, maar hebben afgesproken terug te keren als het te lastig wordt. We rijden tenslotte toch al met Tram 7 en dat komt met bepaalde privileges.

We hebben hetzelfde plan als gisteren: ontbijten en wat we niet kunnen opeten in een “box” mee te vragen … voor onze fictieve hond. We nemen de 8:30 shuttle van McCarthy naar Kennecott en kunnen aan onze tocht rond 9:00 beginnen. Het is fris omdat het nog vroeg is en omdat we veel in de schaduw lopen. Ik schat dat het zo ongeveer 10°C is, maar dat is perfect voor mij. IK heb trouwens gisteren van Ben een nieuwe uitdrukking geleerd “Be bold, start cold”

Na de eerste kilometer die vrij vlak is (net zoals gisteren want het eerste stukje is gemeenschappelijk) begint het echte werk. Het wordt een stevige klim op een relatief goede weg die nooit minder steil (laat staan vlak) wordt. Eerst passeren we een paar “silk stocking houses” (= huizen waar de directieleden van de mijn met hun familie woonden. De echtgenotes droegen zijden kousen, vandaar). Nadien wordt de weg grove gravel die veel van onze voeten en enkels vraagt. Gelukkig hebben we hoge stapschoenen die de voeten goed in positie houden. En zo gaat het hoger en hoger. We zien regelmatig overblijfselen van de transportsystemen die gebruikt werden om het erts van de hooggelegen mijnen naar Kennecott te brengen. Opruimen daar doen ze in de USA niet aan mee. Men rekent erop dat houtrot en oxidatie ervoor zullen zorgen dat uiteindelijk alles weg zal zijn.

Op nog een drietal kilometer van het mijngebouw moeten we over een steenlawine. Dit is Gertrude’s specialiteit niet en tot overmaat van ramp komen we daar een Amerikaans koppel tegen. Die weten te vertellen dat het van daar tot de waterval goed gaat (= dat is de steenlawine waar Gertrude mee worstelt) maar dat het daarna “exceedingly steep” wordt en vooral “loose gravel” is. Ik bedank de Amerikaanse medeburgers voor hun geleverde bijdrage tot het verkrampen van Getrude. IK kan haar toch nog overtuigen om tot de waterval verder te gaan en mag, nog maximaal 1 uur, op eigen houtje verder gaan. Na 20 minuten ben ik aan de bowl waarin het Bonanza mijngebouw ligt. In dit gebouw werkten, sliepen en ontspanden de arbeiders van de mijn zich gedurende 363 dagen van het jaar. Met Kerstmis en op 4th of July hadden ze namelijk vrijaf. Ik heb niet het gevoel dat ik op minder dan 1 uur aan de gebouwen en terug aan de waterval zal zijn dus doe ik wat het verstandigst lijkt = terugkeren. Weer samen eten we onze “box” gedeeltelijk leeg en vatten dan de terugweg aan. Stappen op deze grote keien valt niet mee waardoor we gelukkig de shuttle van 2 PM missen en de tijd tot de volgende shuttle (= 3 PM) niet anders kunnen dan opvullen met een frisse pint op het terras van de Kennecott lodge = het tot lodge omgevormde bunkhouse van Kennecott (= de vroegere slaapvertrekken van de arbeiders).

Na de welkome douche zijn de batterijen weer min of meer opgeladen en gaan we opnieuw naar de Potato voor het avondmaal.Het is er erg druk omdat er een live band optreedt maar we vinden een tafeltje waar maar één man aanzit. We mogen bij hem aanschuiven en geraken in een relatief interessant gesprek ( hij lijkt al één of twee pinten te veel op te hebben maar is nog lucide genoeg om te vertellen dat hij al 32 jaar in McCarthy (zomer en winter) woont, dat hij van Noorse afkomst is, dat hij volgende week voor 2 maand naar Puerto Rico vertrekt om te vissen en om daar misschien een huis te kopen, dat Noorwegen en Europa in het algemeen te duur is om hem toe te laten zijn familie in Noorwegen te bezoeken, dat hij een engineer op grote en kleine boten geweest is , enz. enz.. De brave borst wordt gelukkig op sleeptouw genomen door één van zijn vrienden voor nog een pint waardoor wij ondertussen een pizza en een pulled pork kunnen eten.

Nu is het tijd om te slapen zodat de pulled pork (wist ik veel dat het een heel varken was) kan verteren en dat we de post met een frisse kop morgenvroeg kunnen (laten proef)lezen

Dag 16. Een drukke dag in Wrangell St Elias

Het weerbericht verliest aan belang naarmate de vooruitzichten beter en stabieler lijken te worden. Toch een zeer korte update: het ziet er goed uit voor vandaag. Rond de bergtoppen met de gletsjers zitten een paar wolken maar verder lijkt niets ergerlijks te zien te zijn. Mijn hoofd ziet er wat geboebeld uit vanmorgen. De boebels jeuken niet te veel dus ga ik er niet veel over klagen maar ze tasten wel de esthetiek van mijn façade en mijn landingsstrook aan. Niet aan te doen en ik ben toch al van de straat. Ik was gisteren op de Thomson iets te laat met mijn repellent waardoor de muggen een paar rake aanvallen konden uitvoeren vooraleer de DEET zijn werk kon doen. We moeten de straat oversteken om bij de Salmon & Bear (waar we gisteren het avondeten hadden) te gaan ontbijten. Onze zorg was hoe aan een lunch op de gletsjer te geraken aangezien de "general store” pas om 9:00 uur open gaat en we om 8:30 opgepikt worden. Dat probleem is gauw opgelost wanneer we horen dat we ei, spek, pancakes met maple syrup standaard voorgeschoteld krijgen. We vragen dus een “box” nadat we ons buikje rond gegeten hebben en dat zal voor vanmiddag ruim volstaan. Alles (= de box, regenjassen, fleecejes, getten, handschoenen, buffs, enz.) verdwijnt in de rugzak die, ook mede door de 3 l water, toch behoorlijk wat begint te wegen.

Om 8:30 worden we opgepikt door Ben, van de St Elias Alpine guides, die ons naar hun bureau in Kennicott brengt. Hij zal ons vandaag, samen met 7 andere mensen, op de tocht naar de Root Glacier voorgaan. Daarna zal hij ook het bezoek aan de Kennicott mine mill leiden. We zullen elkaar vandaag dus veel zien. Gelukkig lijkt Ben een plezante kerel te zijn die misschien nog wat ervaring hier in Wrangell mist (het is zijn eerste zomer) maar dit compenseert met zijn uitbundigheid. Om 9:00 hebben we onze crampons gekregen, heeft iedereen wat eten voor vanmiddag, heeft iedereen een zonnebril en handschoenen bij de hand en kunnen we aan de tocht starten. Het begin van de tocht is vrij vlak (door Kennecott downtown) maar wordt vanaf de afsplitsing naar de gletsjer erg steil naar beneden. Ben helpt, als een echte gentleman, iedereen die het nodig denkt te hebben behouden naar beneden en geeft ondertussen ook uitleg over allerlei zaken die we onderweg zien. Zo wijst hij bijvoorbeeld op een groot stuk rots dat uit basalt en allerlei inclusies bestaat. Dit stuk rots komt blijkbaar via tektonische bewegingen vanuit Californië. We hebben geen reden om het niet te geloven.

Beneden aan de morene aangekomen is het moment van de crampons aangebroken. Het valt me niet mee om, gezeten op een puntige steen, met een volle rugzak , de crampons op mijn schoenen te bevestigen maar het lukt uiteindelijk toch. Na een korte introductie tot de basiskennis van crampologie stappen we het ijs op. Zowel bergop als bergaf verloopt alles vlotjes en ook de temperaturen vallen reuze mee (meer dan waarschijnlijk ook door het zonnetje dat meestal van de partij is). Ik heb al lang mijn dunne fleece uitgedaan en heb geen kou met alleen een T-shirt met lange mouwen. Pas wanneer we, rond 12:00, halt houden voor de picknick, doe ik mijn fleece weer aan. Ik doe dit meer om kou, door de bezwete T-shirt, te vermijden dan dat ik daadwerkelijk kou heb. We doen ons tegoed aan de inhoud van de meegebrachte box en krijgen van Ben nog de keuze tussen koffie, chocolademelk of cider. Om deze luxe te kunnen aanbieden heeft hij een waterkokertje meegebracht. Ondertussen blijft het zonnig met alleen wat wolken rond de bergtoppen.

Onze tocht over de gletsjer brengt ons tot aan een “moulin” (erg moeilijk uit te spreken voor Engelstaligen). Ben legt uit hoe men geen enkele kans heeft om uit zo’n moulin terug naar het Rijk der Levenden te keren. Na die uitleg nodigt hij ons uit op de rand van de moulin te gaan staan om de enorme diepte eens te bekijken. Iedereen doet het maar sommige met meer terughoudendheid dan anderen. Nadien is het tijd om een “blue pool” te bezoeken. De kleur van deze meertjes op de gletsjer is fascinerend maar net niet fascinerend genoeg om iemand van onze groep te motiveren om uit de kleren te gaan en “een frisse duik” te nemen. De kinderen van het Vlaamse gezin (van Kessel Lo) dat we gisteren ontmoetten waren wel moedig (gek?) genoeg om een duik te doen. Nadien beklimmen we een vrij steile helling die ons een prachtig uitzicht op de ijstrap geeft. Die “trap” is meer dan 2000 m verticaal omhoog. Niemand heeft die ooit beklommen omdat het risico van vallende ijs brokstukken (soms zo groot als een huis) te groot is. Deze ice staircase is de op een na grootste ter wereld (de grootste is op Mt Everest). Vanaf hier stappen we terug naar de plaats waar we begonnen zijn. Nu is het tijd om ze weer los te maken en de terugweg aan te vangen.

Voor ons is de dag echter nog niet ten einde (ondanks het feit dat de scherpste snee er al wat af is). We staan ook nog te boek voor een bezoek aan Kennicott in het algemeen en de 14 verdiepingen hoge “mine mill” (= maalinstallatie) in het bijzonder. Ben is opnieuw onze gids. Hij legt uit hoe prospectors in de jaren 1900 de streek ontdekten en hoe zij, op aanwijzingen van de lokale bevolking, deze kopermijnen ontdekten. De eigenlijke ontwikkeling gebeurde kort daarna toen Stephen Birch, met leningen van de Guggenheim en de JP Morgan families, de landrechten van de prospectors kocht. Tussen 1900 en 1920 ontwikkelde hij Kennecott tot een “stadje” dat uitsluitend rond de ontginning van kopererts draaide. McCarthy daarentegen ontwikkelde zich als de “ontspanningsplaats” voor de bewoners van Kennecott door alle wereldse plezieren (Drugs = alcohol, sex = dat kennen jullie wel en Rock & Roll = nog niet). Op zijn toppunt werkten in Kennecott tussen 300 tot 500 man in full three shifts aan de ontginning van het kopererts. Er waren toen al veel geïmporteerde arbeidskrachten van verschillende achtergronden, maar vooral van Japan en van Scandinavië. Het erts dat hier ontgonnen werd was erg rijk. Een vuistregel om te bepalen of ontginning rendabel is, is dat er 2% van de gezochte element moet aanwezig zijn. Hier bleek 80% koper in het erts aanwezig te zijn en was er bovendien ook nog zilver als bijproduct. Dit zilver was voldoende om de investering in Kennecott te betalen waardoor de 160 miljoen ton koper die hier gewonnen werd, pure winst was. Geen wonder dat Guggenheim een enorme kunstcollectie kon aanleggen. Nu is Kennecott nog een openlucht museum nadat het in de 50-er jaren opgegeven werd. In dit Bokrijk in Alaska speelde de 14 verdiepingen hoge verbrijzelaar een centrale rol. McCarthy is ook nu nog wat wereldser dan Kennecott met wat meer bars en restaurants die voornamelijk in de zomer bedrijvig zijn. Vanaf 15 september verlaten de toeristen, en de arbeid die ze veroorzaken, het stadje en blijven er maar 30 mensen over. In de winter valt er gemakkelijk 5 a 10 meter sneeuw, geen wonder dus dat hier niet veel mensen overwinteren.

Na de Glacier Tour en de Mill Tour zijn we tamelijk bekaf. Daar is maar één oplossing voor: een frisse pint die we vanavond nuttigen in de Potato in McCarthy. Na de pint volgt nog een lekker stukje zalm met een glaasje witte wijn van Californië en kunnen we ons aan onze blog zetten. Het nalezen is uitgesteld tot morgen want mijn compagnon de route is al "in haar boekje aan het lezen".

Van mij ook slaapwel

Dag 15: Van Valdez naar McCarthy (Wrangell St Elias NP)

Laat mij naar goede gewoonte beginnen met het weerbericht. Ik ben tamelijk vroeg wakker en zie door een spleetje in de gordijnen vrij zwak licht. Reden genoeg om mijn ogen nog een paar keer dicht te knijpen. Om 7:15 sta ik op om de zaak toch eens in detail te bekijken maar … er valt niets te bekijken want er hangt een dichte mist. Mist is niet fantastisch maar is beter dan miezeren en al zeker beter dan regen. Bovendien lijkt de mist dunner en dunner te worden naarmate we onze ochtendlijke plichtplegingen doen. De zon verschijnt zelfs tegen het moment dat we de Richardson highway opdraaien om Valdez te verlaten. We herinneren ons dat Duitse toeristen ons bij onze aankomst in Anchorage gezegd hebben dat we de overkant van de baai van Valdez eens moeten bezoeken. Capt. Drew heeft gisteren ook iets in die zin gezegd. Volgens hem moeten we de self guided tour van de zalmkwekerij absoluut doen. We gaan dus op zoek naar een weg die ons dat toelaat. Eerst zitten we richting het historische Valdez. Dit werd totaal vernield tijdens de Good Friday aardbeving van 1964. Die aardbeving was met 9.2 op de schaal van Richter de grootste in de geschiedenis van de USA en de derde grootste ooit gemeten (9.6 in Chili in 1960 en 9.3 in Phuket in 2004). Delen van Alaska kwamen tot 1.5 m omhoog terwijl andere evenveel lager gingen. Het hele stadje Valdez werd door de aardbeving en de tsunami van de kaart geveegd.

Uiteindelijk komen we na enkele experimenten die niet veel opbrengen toch via de Dayville Road aan de zalmkwekerij aan de overkant van de baai. Het zicht op de overkant (=waar de (nieuwe) haven van Valdez is) is spectaculair . Maar de geur aan de zalmkwekerij is minstens even spectaculair. Duizenden zalmen liggen dood op de kuststrook van de Solomon Gulch (= een bergriviertje dat zich hier in de baai van Valdez stort). De self guided tour is idd interessant al blijven we met veel vragen over de levenscyclus van de zalm zitten. Wat we zien is dat duizenden zalmen proberen over een trap in het water te springen. Velen zijn geroepen maar weinigen zijn uitverkoren. Bij hun springen worden ze bovendien aangevallen door meeuwen (en door beren, ‘s ochtends vroeg en ’s avonds laat, salmon à go-go of zoals ze hier zeggen: all you can eat) wat de zaak nog extra bemoeilijkt. De zalmen die erin slagen hoger in het bergriviertje te springen (of in de kwekerij als ze “omgeleid” worden) schieten daar kuit. De daaruit voortkomende kleine zalmpjes blijven ongeveer 1 jaar in zoetwater (in de rivier of in de kwekerij) waarna ze een jaar naar de oceaan trekken om dan te doen wat hun moeder deed … stroomopwaarts in een bergriviertje zwemmen, kuit schieten en …. Tot daar de les zalmologie. Nu verder de avonturen van P&G in Alaska.

De mist is nu praktisch helemaal verdwenen en we rijden opnieuw voorbij de watervallen in de Keystone canyon en over de Thomson pass. Door het zonnetje en de blauwe lucht ziet alles er zoveel beter uit dan twee dagen geleden toen het aan … het miezeren was. Aan de Thomson pass maken we het kleine wandelingetje dat we eergisteren van plan waren te doen. Het uitzicht is werkelijk fantastisch. Waar men gaat langs Alaska’s wegen komt men u de gletsjers tegen. Op de Thomson pass heeft men een panoramisch zicht op tientallen gletsjers waarvan ik de naam niet ken en mocht ik die kennen, dan zou dit toch niet belangrijk zijn. Op de bergtoppen lijkt wat verse sneeuw gevallen te zijn deze nacht, wat het geheel nog mooier maakt. We komen opnieuw de wegenwerken tegen maar deze keer hebben we meer geluk. De pilot car verschijnt reeds na een paar minuutjes en we kunnen dus quasi zonder tijdverlies verder richting Chitina. Files zijn hier in Alaska totaal onbestaand. Op de 33 miles van de Edgerton highway die ons naar Chitina brengen telt Gertrude 13 auto’s in de tegengestelde richting.

We zijn ruim op tijd op de luchthaven van Chitina (= een onverharde landingsstrook naast een kleine parking waarop buiten een vaste telefoon (GSM ontvangst is er niet) niets is. Netjes op tijd komen twee kleine Cessna’s aangevlogen waarin de 9 wachtende passagiers moeiteloos passen. Onze twee medereizigers hebben een zomerverblijf (en grond) in McCarthy en kennen de vlucht dus binnenste buiten. Ze moesten echter 6 weken geleden naar Palmer gebracht worden omwille van nierstenen. Initieel zitten de meeste bergtoppen in de wolken maar naarmate we verder in het nationaal park vliegen verdwijnen die wolken en komen enorme gletsjers tevoorschijn. De Root en de Kennicott Glacier zijn bij de grootste van de USA. David, de piloot, vliegt echter niet recht op recht naar McCarthy. Hij laat ons het hele spektakel van de gletsjers zien maar vliegt ook langs de gebouwen van de mijnen die nu verlaten zijn. Met een beetje doorzettingsvermogen geraken we in de komende dagen te voet tot bij die gebouwen. Iets wat de mijnwerkers tot midden de jaren ‘50 moesten doen. David toont ons ook blue pools en een “moulin” (= een rond verticaal gat in de gletsjer waarin zich een waterval stort) die een paar weken geleden ontstaan is. Fantastisch.

Op de luchthaven van McCarthy worden we opgewacht door een shuttle bus die ons naar ons hotel brengt. Hierbij worden we 100 jaar terug gekatapulteerd. We zullen 3 nachten in het Ma Johnson’s historic hotel logeren en dus in de sfeer van 100 jaar geleden ondergedompeld zijn (zie de foto’s die meer zeggen dan 1000 woorden). Ons kamertje is piepklein. We brachten alleen een rugzak mee maar het is zelfs niet eenvoudig de weinige spullen die in een rugzak pasten een plaatsje in onze kamer te geven. Niet getreurd, echter. Het hotelletje is netjes en stemmig. Wat moet een mens meer hebben? Eens geïnstalleerd willen we de elektronica die we mee hebben wat voeden. Dat lijkt niet zo eenvoudig aangezien er op de kamer geen stopcontact is. Alleen in de receptie zijn er stopcontacten. Dat was 100 jaar geleden geen probleem dus daar moeten we kunnen mee leven.

Een wandelingetje door downtown McCarthy is snel achter de rug, wat het voordeel heeft dat we rechtover de deur bij de Golden Saloon een frisse pint kunnen gaan drinken. Een babbel met een Vlaams gezin geeft goede aanwijzingen over de vestimentaire noden voor morgen op de gletsjer en dan zijn we klaar voor het avondeten bij Salmon & Bear (ook al schuin over de deur van Ma Johnson). Het menu voor de hoofdschotels is er erg beperkt: één soort zalm en twee soorten biefstuk. Dat vereenvoudigt de keuze. Morgen proberen we het andere restaurant dat McCarthy rijk is en dan kiezen we waar we onze laatste avond willen eten. Als dat geen plan is. Nu moeten we alleen nog morgenvroeg iets picknick-achtigs op de kop proberen tikken en we zijn “all set”

Slaapwel

Dag 14: Columbia Glacier cruise vanuit Valdez

Het weerbericht voor vandaag kan kort zijn. Men voorspelt op alle websites die we raadplegen regen en vrij koude temperaturen (49° … jammer genoeg Fahrenheit = 9.4°C). Gelukkig voor ons is het beter. Het regent niet wanneer we opstaan en wanneer we na het ontbijt buiten gaan voelt het warmer aan dan 10°C . Rond de bergen zitten wolken, maar de toppen en de gletsjers zijn zichtbaar. Samengevat: het is redelijk OK zeker wanneer men bedenkt dat deze voormiddag sowieso een beetje een verloren voormiddag was. De cruise naar de Columbia Glacier (en hopelijk wat wildlife op de weg daar naartoe of de weg terug) vertrekt maar om 14:30.

We gebruiken de “verloren voormiddag” om wat winkeltjes binnen te lopen, om proviand in te slaan, om een klein wandelingetje langs Dock Point te doen en om onze boarding pass voor deze namiddag op te halen. De dame die ons incheckt voor de cruise zegt dat het een perfecte dag is. De zee is kalm en de zichtbaarheid is goed want de wolken die hier tegen de bergen hangen zijn er niet boven de zee. Ze kunnen toch niet op twee plaatsen tegelijkertijd zijn? En dat het mogelijks regent. “Who cares? The animals don’t. That’s for sure” is haar argument. We zullen haar maar volgen in haar redenering en ons kleden met veel laagjes die we eventueel, in lijn met de ajuin principes, kunnen wegnemen als we te warm zouden hebben.

Om 14:30 zet de Valdez Spirit (een gloednieuwe catamaran die 145 personen kan meenemen maar vandaag maar 41 passagiers heeft) koers naar de Columbia Arm van de Prince William Sound. Aan het einde van de Columbia Arm ligt de … Columbia Glacier (= de tweede grootste getijdengletscher van Amerika). Vooraleer we daar naartoe gaan varen we eerst langs de terminal van de bijna 1300 km lange pijpleiding. Een middelgrote tanker (à la Exxon Valdez) ligt aangemeerd om gevuld te worden met ruwe aardolie die verder zal geraffineerd worden in Washington State of California. De kapitein legt ook het hele ongeval met de Exxon Valdez uit. Daarna varen we voorbij een groepje zeeotters, een kolonie zeeleeuwen, puffins, cormorants, murres, ... kortom niets dat we nog niet gezien hebben tot we plots een tiental berggeiten tegen de rotsflank zien. Die ontbraken nog in ons lijstje dat stilletjesaan volledig afgecheckt geraakt. Alleen een paar orka’s ontbreken nog op het appel … liefst terwijl ze aan het jagen zijn. Er zouden hier ongeveer 250 rondzwemmen dus misschien hebben we geluk maar deze tocht heet de Columbia Glacier tocht en niet de Orka viewing tour … Gletsjers hebben de neiging minder dynamisch te zijn dan orka’s en derhalve gemakkelijker te vinden.

Het mooie van deze tocht is de interactie met de kapitein. We mogen tijdens de hele vaart op gans het schip rondlopen inclusief in de stuurcabine. De kapitein geeft zo nu en dan aanwijzingen of wetenswaardigheden via de algemene geluidsinstallatie (die goed werkt) maar wat veel interessanter is, is de tijd gespendeerd in de stuurcabine waar de kapitein allerlei vragen beantwoordt. Ik zal jullie niet overladen met allerlei details, jullie moeten zelf maar eens komen meevaren met de Valdez Spirit en Kapitein Drew, maar één van de zaken die nieuw waren voor ons was zijn uitleg over gletsjers en hun terugtrekken en weer bijgroeien. Hij maakt duidelijk dat gletsjers nog veel geheimen hebben. Zo vertelt Capt. Drew bv over drie gletsjers hier in de buurt (die derhalve dezelfde uitwendige factoren als neerslag, temperatuur, enz. ondergaan) die elk op een andere manier evolueren. De een groeit, de andere stagneert en de laatste trekt zich terug. Glaciologie bestaat nog niet lang genoeg om langdurige fenomenen al te begrijpen. Feit is wel dat de Columbia gletsjer nu 14 miles voorbij zijn vroegere eindmorene (die 100 voet onder het wateroppervlak zit) ligt. We laveren tussen de ijsschotsen tot ongeveer 1 mijl voor het uiteinde van de gletsjer. Dat is zowat het dichtste dat hij ooit kunnen komen is (zonder in een Titanic scenario te vervallen). Deze morgen is de kapitein van het zusterschip van de Valdez Spirit niet dichter dan 5 mijl kunnen komen. Alles hangt af van hoeveel de gletsjer intussen afgekalfd is, van de getijden, van de windrichting, enz. enz.

Op de terugweg hopen we nog op orka’s maar die willen maar niet opdagen. Misschien werkt de afstandsbediening van Capt. Drew niet meer. De orka’s zullen voor een andere keer zijn want morgen trekken we weg van de zee het binnenland in en daarvan is geweten dat orka’s daar veel minder voorkomen.

Tot morgen, slaapwel

Dag 13; Sheep Mountain lodge (Matanuska) naar Valdez

Ik kan niet wachten om vandaag weerman te spelen. Al vanaf het eerste ogenblik dat ik mijn ogen opentrek heb ik de indruk dat het buiten vrij licht is. Piepen door de gordijnen bevestigt het vermoeden. De zon is van de partij. Zouden de Alaskaanse Armand Pienen er dan ook maar zo veel (weinig) van kennen als onze nationale Armand in de tijd deed? We weten het niet maar besluiten zo vlug mogelijk te ontbijten en op pad te gaan. Dat lukt niet zo best omdat we net na een paar families komen die blijkbaar hetzelfde dachten. Niet getreurd echter, we zetten ons om 9:15 in gang en het zonnetje staat er nog altijd. Wel zijn een paar wolkenbanden komen opzetten maar die zitten hoog en lijken niet boosaardig.

We rijden verder de Matanuska vallei in. De natuur is hier zeer mooi en weids. Uiteindelijk komen we op een soort hoogvlakte uit. Ik schat dat we hier zo’n 1000 meter hoog zitten. Dat blijkt zo ongeveer de boomgrens te zijn. Eén van onze metgezellen op de Kenai Fjord Odyssey heeft uitgelegd dat de boomgrens bepaald wordt door hoe hard het klimaat is. Hoe verder naar het Noorden (of het Zuiden) men gaat hoe lastiger de natuur het heeft en dus hoe lager de boomgrens is. Hij zelf woont in de buurt van Capital Reef NP in Utah waarvan ik me herinner dat er fruitbomen op bijna 3000 m hoogte stonden. Tot het tegendeel bewezen is zal ik zijn uitleg onthouden.

De Glen highway die we nu al bijna 200 miles volgen is op de groei gebouwd. Er zijn twee vakken (of drie waar het bergop gaat en men voorbijsteken wil mogelijk maken) à la Américaine (= breed zoals hier veel achterwerken zijn) met nog een pechstrook langs beide kanten. Dat is allemaal voor een paar auto’s per uur. Het is zo rustig dat ik midden op de highway kan gaan staan om rustig een fotootje te nemen. Op de E40 ga ik dit niet proberen. Wel zien we om de paar kilometer een brievenbus (of een paar brievenbussen gegroepeerd). Er moeten dus mensen wonen tussen al die bomen. Maar waar leven ze van? Of zijn het alleen maar zomerhuisjes? Met die bedenkingen komen we uiteindelijk in Glenallen aan. Ik verwacht een echt centrum aan te treffen. Glenallen is toch het kruispunt van twee highways (de Glen en de Richardson hwy) maar niets daarvan. Er is wel een medisch centrum, een bank, een rechtbank, een benzinestation, een “general store” en een Subway, maar slechts een paar “gewone huizen”. Die huizen zijn met moeite woningen te noemen. Soms hebben ze zoveel wrakken van auto’s, tractoren, caravans, RV’s, vrachtwagens, enz in de voor-, zij- en / of achtertuin dat ze maar met moeite van een autokerkhof te onderscheiden zijn.

We maken gebruik van de aanwezigheid van een Subway om een voet brood met ham, kaas, salade en tomaten te kopen. Ik denk dat ze bij Subway ons profiel al opgeslagen hebben ondanks de GDPR wetgeving. We plannen een picknick ergens verder richting Valdez want de weersvoorspelling klopt nog altijd niet. De zon is nog steeds van de partij, al dient gezegd dat de wolken ook steeds prominenter worden, zeker als we in de richting, die wij moeten nemen, kijken.

Net voorbij Glenallen hebben we een mooi zicht op de bergen van Wrangell St Elias NP. De hoogste hiervan is Mt. Blackburn en die is 5000 m hoog. We kijken er eens zeer aandachtig naar want wie weet zien we hem, wanneer we binnen een paar dagen naar Wrangell St Elias NP gaan, helemaal niet. Iets verder krijgen we weer eens te maken met wegenwerken. Opnieuw staat hier een brave borst met in zijn één hand een boterham en in zijn andere hand een “Stop / Go Slow” bord. Wij zijn de eerste 10 minuten in de file maar na 10 extra minuten zijn we met z'n drieën. Dan komt de pilot car eraan en kunnen we onze weg verder zetten. We zullen overmorgen, wanneer we dit stukje weg in de andere richting doen, met deze vertraging moeten rekening houden want we willen ons vliegtuigje naar McCarthy in Wrangell St Elias NP niet missen

Op zo’n 30 km voor Valdez zien we de Worthington Glacier. Er is een afslag naar een plaats vanwaar men over een geasfalteerd pad naar een uitzichtpunt kan wandelen. We hebben net de tijd om daarheen te gaan en terug te keren want dan begint het te regenen (echt regenen, niet miezeren). Dat betekent dat het tijd is om onze voet (van Subway) op te eten in de auto. Na de picknick is het opgehouden met miezeren en dus zetten we onze weg naar Valdez verder. Die weg loopt door de Keystone Canyon met quasi verticale rotswanden van een paar honderd meter hoog. Er komen verschillende watervallen van die hoogte naar beneden. Vooral de Bridal Veil en de Horsetail zijn spectaculair. Ze zijn, volgens Google, 600 feet hoog. Ik kan het niet meer nagaan want ik heb mijn Subway maatstaf opgegeten.

Dan komen we in Valdez, onze overnachtingsplaats voor vanavond en morgen. Jullie vragen jullie misschien af hoe een Spaans klinkende naam als Valdez hier in Alaska terechtgekomen is. De uitleg is simpel: de Spanjaarden zetten in 1790 een expeditie in het noordelijk deel van de Stille Oceaan op. Ze ontmoetten alleen inboorlingen (en geen Russen die er wel al waren en die ze waarschijnlijk wel als volwaardig zouden aanzien hebben) en stichtten eerst Cordova (meer ten zuiden van Valdez) en nadien Valdez als kolonies. Na een paar jaar dachten ze echter dat hier niet veel te rapen was en stonden ze dit gebied af aan de prille Verenigde Staten. De Russen hadden al sinds 1740 vestigingen in Alaska met de bedoeling handel in pelzen (vooral van zeeotters) te drijven. Die handel was vooral op basis van slavernij van de bevolking van de Aleuten. De Russen moesten echter, vanwege de moeilijke logistiek, beetje bij beetje de incursies van de Amerikanen dulden. Het orgelpunt hierop was de verkoop in 1867 door Rusland van Alaska (= zo groot als Spanje) aan de Amerikanen voor 7.2 Miljoen USD (in huidig geld 122 miljoen USD). Tot daar de geschiedenisles, nu over naar het milieu. Valdez is natuurlijk vooral bekend door het ongeluk met de Exxon Valdez in 1989. Toen liep deze tanker hier in de baai aan grond en vloeide 40’000 ton ruwe olie in zee waardoor 2100 km kustlijn vervuild werd (de hele Belgische kustlijn is 65 km).

Tot daar de lessen geschiedenis en milieu. Nu kunnen we weer overschakelen op ons verhaal. Door de regen op het moment dat we een tocht in de bergen voor Valdez gepland hadden, zijn we een tweetal uren vroeger dan voorzien in het hotel. Dat geeft Gertrude de kans alles wat we mogelijk nog willen dragen eens te wassen en geeft mij de kans de blog voor vandaag af te werken voor we bij de “Fat Mermaid” gaan eten. Een zalm en een heilbot schotel ronden tegen half negen de dag af waarna Gertrude een paar keer al de TV kanalen afloopt vooraleer het op te geven. Ze kan duidelijk niet kiezen tussen één van de vele religieuze kanalen en één van de politieke kanalen en blijft daarom hangen op een western van 50 jaar geleden.

Dag 12: Van Palmer naar Sheep Mountain Lodge (Matanuska Valley)

Zoals beloofd zal ik starten met het weerbericht. Geloof het of niet maar wanneer we deze morgen rond half acht onze ogen opentrekken zit de zon uit. Niet zo maar een waterzonnetje, maar een echte zon tegen een lucht die maar een paar wolken heeft. Om 9 uur zijn we met alles klaar en is het tijd om te vertrekken. Nu zijn er al wat meer wolken, maar de zon overheerst nog steeds.. We willen echter niet van een hoge toren blazen want het weer kan hier zeer snel veranderen en ook van plaats tot plaats veel verschillen. Voorlopig dus geen gemiezer waardoor ik erin geslaagd ben toch éénmaal het fameuze M-woord te laten vallen.

Na een hevige discussie tussen Mars en Venus over Oost en West rijden op de Glen highway nemen we de noordelijke richting omdat Gertrude er uiteindelijk in geslaagd is Valdez in de GPS van de auto te brengen … en dat is de bestemming voor morgenavond dus dan kan niet mislopen. Onderweg krijgen we een paar keer met een Alaskaanse “file” te maken. Een dergelijke file bestaat uit 5 à 10 auto’s die 5 à 10 minuten moeten wachten bij een manneke of een vrouwke dat de hele dag niets anders moet doen dan een bord met “Stop” langs de ene kant en “Go Slow” langs de andere kant te draaien. Hij of zij moet dit, iedere keer dat de “pilot car” hen bereikt, doen. De chauffeur van de “pilot car” moet de hele dag tussen de bordjes draaiers pendelen. Ook niet de boeiendste der jobs maar wel in een airconditioned omgeving en dus waarschijnlijk minstens één pay grade hoger dan de bordjes draaiers. Bij ons zet men gewoon aan beide kanten een verkeerslicht en zijn er drie werklozen meer.

Na 65 miles op een verkeersluwe autostrade komen we aan de Matanuska Glacier. Die is wel enigszins speciaal. Meestal kijkt men omhoog wil men een gletsjer zien maar hier ligt de gletsjer lager dan de weg. Wat een beetje tegensteekt is dat de gletsjer “economisch gemaximaliseerd” is. Men zou kunnen uitgebaat of uitgebuit zeggen. Men kan namelijk perfect te voet tot aan de gletsjer gaan maar men moet daarvoor inkom (of heet dit in de buitenlucht “uitkom”??) 25 USD betalen. Een rondleiding aan en op de gletsjer kan alleen met een gids en dat kost dan weer 150 USD. We hebben al een wandeling op de Root Glacier in McCarthy gepland dus laten we deze kelk aan ons voorbij gaan. Jammer voor de uitbaters of uitbuiters.

Rond de middag zijn we aan onze overnachtingsplaats: de Sheep Mountain Lodge. Die ligt een paar kilometer voorbij de Matanuska gletsjer. We kunnen maar vanaf 15:00 inchecken dus besluiten we iets licht te eten vooraleer we een toertje in de bergen achter de lodge doen. Er zijn door de lodge verschillende circuits uitgestippeld. Ik heb die vooraf tot één grote loop van een kleine 9 km samengesmolten. De weg is OK maar gaat een paar keer vrij steil omhoog om daarna weer steil naar beneden te gaan. Tijdens de wandeling is de zon nog steeds van de partij en is er nog steeds geen sprake van M&@#§!çà@#. Na onze wandeling kunnen we inchecken. De cabins in deze lodge zijn zeer ruim en bieden plaats aan twee queensize bedden, een volledig voor (minstens) vier ingerichte keuken, eethoek voor vier, een sofa voor drie (waarbij we ons afvragen waar de vierde moet zitten) en een ruime badkamer. Bij het inchecken wordt ons ook gezegd dat er een hot tub is. Na de wandeling leek het ons een goed idee om een half uurtje te gaan weken. Dit scherpt de appetijt aan waardoor we met graagte de inwendige mens gaan versterken. Gertrude doet dit met een rosemarijn geparfumeerd varkenshaasje en ik met een met sesamzaadjes op smaak gebrachte zalm filet. Het leven kan hard zijn, zeker als men bij dit nog een “hazy IPA” als start en een Chenin Blanc / Viognier als vervolg moet drinken.

Het is weer een mooie dag geweest … zonder gemiezer. Laat ons hopen dat het zo verder gaat.

Slaapwel