Ecuador: eerst Darwin achterna en daarna naar het hooggebergte en in de jungle.

Dag 23: Een dagje in Cuenca

Deze morgen zijn we maar om 9 uur met Christian afgesproken. Eerst gaan we naar de hoofdpost van Cuenca. We zijn daar gisteren ook al geweest om na te kijken of ze misschien postzegels met “peten” hadden. De mevrouw aan het loket zei me dat ik morgen om 8 uur weer bij haar en naar hetzelfde loket moest terugkomen. Daar zijn we dan (zij het met een uur vertraging). Nu zegt dezelfde dame aan hetzelfde loket me dat ze geen postzegels met “peten” heeft. Dat had ze me ook gisteren kunnen zeggen, maar ik heb geen zin in een zinloze discussie in mijn zondagse Spaans.  

Na deze episode kunnen we het echte bezoek aan Cuenca beginnen. We wandelen op ons gemak van de ene kerk naar de andere. Het valt ons op dat er eigenlijk geen enkele mooi te noemen valt. In vergelijking met veel kerken in andere landen in Latijns Amerika of Europa zien ze er tamelijk armtierig uit. Dikwijls zijn kerken overladen met allerlei ornamenten langs de buitenkant en, zeker in Latijns Amerika,  moet men een zonnebril opzetten als men richting altaar wil kijken. Hier zijn we dit nog niet tegengekomen, maar dat wil niet zeggen dat de kerken daarom mooi zijn door hun soberheid. Ze zijn gewoon niet mooi. De mooiste is mogelijks de nieuwe kathedraal (de oude staat aan de overkant van het plein) die eind 19de eeuw gebouwd werd door een Duitse schrijnwerker die Redemptorist geworden was en hier aanbelandde om de gewonnen zieltjes te onderhouden. Eens hier kreeg hij ook de opdracht plannen voor een nieuwe kathedraal te tekenen. De kathedraal heeft dan ook een heel andere bouwstijl dan alle andere kerken in Cuenca en in Latijns Amerika in het algemeen. Hopelijk heeft Quito (de laatste dag) nog een paar verrassingen in petto.

Na de kerken willen we nog eens in het Museum van Moderne Kunst binnenlopen. We kunnen wel de gebouwen bezoeken, maar er is geen permanente collectie die kan bekeken worden.  Dat bezoek duurt dus niet erg lang. Niet getreurd echter, want nu gaan we langs de Franse straat (vraag me niet waar de naam vandaan komt) naar twee zeer speciale winkels kijken. De eerste heeft niets anders dan religieuze voorwerpen, de tweede niets dan antiklerikale. We gaan in geen van beiden binnen om de balans niet te verstoren. Op het pleintje voor de winkels staat een merkwaardig standbeeld dat een spel van vroeger uitbeeldt. Hierbij moesten kinderen proberen op een met vet ingesmeerde paal te kruipen om bovenaan een speelgoedje te bemachtigen.

Onze voettocht doorheen Cuenca eindigt op een overdekte markt. Allerlei verse producten worden aangeboden, maar het grootste deel van de stalletjes zijn gespecialiseerd in groenten en fruit. Christian ondervraagt ons over de verschillende soorten fruit die we zien maar buiten bananen en ananassen slaan we de bal bijna altijd mis. De passievruchten zijn veel groter dan we gewoon zijn, de appelsienen zijn dan weer kleiner en geler dan bij ons, de boomtomaten zien eruit als granaatappels, de guyavana waren we al helemaal vergeten, enz. Van frustratie krijgen we honger, maar dat probleem kan op de tweede verdieping van deze markt gemakkelijk opgelost worden. In allerlei stalletjes wordt van alles geserveerd. We halen eerst een bordje met “hornado”. Dit is een varken dat in zijn geheel gedurende uren in een oven gebakken wordt. Het resultaat is uiterst sappig  vlees met een krokante korst errond. De dame van het stalletje plukt, zonder veel hygiënische zorgen, stukken vlees uit het varken en gooit ze op een grote pan om het vlees weer op te warmen. Hopelijk is dit voldoende om het aantal bacteriën weer naar beneden te brengen. In dezelfde pan liggen ook witte bollen die blijkbaar van aardappelpuree gemaakt zijn met wat geel poeder op.  Die zullen wel OK zijn want gekookt. Daarna neemt de dame met dezelfde hygiënische voorzorgen als hierboven een handvol van een mengsel van sla, ui en tomaat en steekt haar hand met de groenten in een vloeistof van onbekende oorsprong . Dit is een rare manier van dressing aanbrengen. Dan mikt ze alles op een isomo bordje en dat kost dan 3, 4 of 5 $ afhankelijk van de grootte van het bordje. Gertrude en ik nemen een bordje van 4$ om te proberen en broederlijk te delen, terwijl Christian een “encebollado” (een dikke vissoep met grote stukken tonijn) eet. Onze hornado smaakt en dus ga ik nog een bordje van 3 $ halen. Het bordje zelf is inderdaad kleiner dan dat van 4 $, maar de hoeveelheid erop is minstens evenveel. Dus … beste lezers, als ge ooit in Cuenca in de markt hornado gaat eten bestel dan een bordje van 3$. Ge zult evenveel krijgen dan wanneer ge 4 $ (of 5 $??) bestelt. Voor 9 $ hebben we nu met drieën ons buikje rond gegeten. Hopelijk blijft onze darmflora onaangetast van dit “buikje rond eten” anders zullen we onze mening over hoe lekker dit was moeten herzien.

Nu moeten we wat gaan stappen om dit alles te verteren. Bij het buitengaan wijst Christian ons op een rijtje traditioneel geklede dames. Dit zijn Curanderas. Zij beschikken over bepaalde krachten (zeggen ze zelf) die ze aanwenden om volwassenen en kinderen van allerlei kwalen en kwaaltjes te verlossen. Daarvoor doen ze allerlei rituelen met planten en kruiden op de patiënten / slachtoffers. Men noemt dit de “limpia” of de reiniging. Ons vertrouwen in deze praktijken is zo laag dat we plots geen enkel kwaaltje meer voelen. De “limpia” werkt dus zowel op believers als op non believers. Aangezien we geen kwaaltjes hebben, kunnen we naar het nationaal park “El Cajas” gaan. De hele voormiddag is het erg zonnig geweest, maar als we richting Cajas kijken ziet het er dreigend bewolkt uit. Toch besluiten we eens te gaan kijken. Men weet maar nooit dat we weer geluk hebben en dat het droog blijft.

El Parque Nacional Cajas ligt een klein uurtje rijden buiten Cuenca. De weg gaat gestaag omhoog waardoor we aan de ingang van het park op 3960 m hoogte staan. Na dezelfde  registratieformaliteiten als in alle andere parken waarin we al geweest zijn ingevuld te hebben beginnen we aan een gezapige wandeling van een 4-tal km rond een lagune. Voor mensen zoals wij, die eergisteren nog op 5100 m hoogte gestapt hebben, is 4000 m natuurlijk een peulschil … of toch niet. We worden ook de hoogte van 4000 m aan onze ademhaling gewaar. Het is duidelijk dat we nog geen echte berggeiten zijn. De omgeving is hier erg mooi. Het doet me denken aan Schotland … maar neem dit niet aan van mij, want ik ben nog nooit in Schotland geweest. In mijn verbeelding zouden de lagunes echter gemakkelijk “lochs”, de valleien “glens” en de barre heuvels “bens” kunnen zijn. Ge moet maar eens naar de foto’s kijken als ik ze eens gepost krijg. Na anderhalf uur zijn we terug aan het vertrekpunt. We hebben tijdens onze wandeling een drietal keer wat spatjes regen gehad (niet voldoende om de paraplu open te doen) maar anders is het weer OK gebleven. Hier en daar zelfs een straaltje zon waardoor de wolken er alleen maar dramatischer uitzagen … net zoals in Schotland.

Nu keren we terug naar Cuenca (= in Ecuador, niet in Schotland). Daar gaan we echt de internationale toer op en wel door naar een Belgisch café / brouwerij te gaan. De patron / brouwer is een Gentenaar die zich hier op een zeer mooi pleintje gevestigd heeft. Eerst was zijn microbrouwerij hier ook, maar nu heeft hij die moeten verplaatsen omdat de overheid vond dat hij geen “industriele” activiteiten mocht bedrijven in een residentiële wijk. De patron is er niet maar zijn Ecuadoraanse echtgenote vertelt ons in zeer redelijk Nederlands (ze heeft 5 jaar in Zwijnaarde gewoond) hoe, in het spoor van de Spaanse conquistadores, een Vlaamse pater, Joos De Rijcke (= Jodoco Rique, vandaar de naam van het café Jodoco), hier het eerste bier gebrouwen heeft … omdat hij de Spaanse wijn maar niets vond.  De drankenkaart bestaat uit 3 eigen brouwsels (Tripel, Amber en Quadrupel) en 3 Gouden Carolussoorten (Tripel, Classic en nog een 750 ml fles van Cru Special of zoiets). Ik vermoed dat die Gouden Carolus bieren gekozen zijn omdat brouwerij Het Anker net zoals pater De Rijck uit Mechelen komt.  We bestellen elk een bier van de patron omdat we Gouden Carolus ook thuis kunnen drinken, waar het bovendien geen 8 $ het stuk kost. Christian en ik drinken een tripel en Gertrude het donkere sapje dat voor mij te veel gecaramelliseerd is. Jammer genoeg kunnen we geen tweede biertje meer drinken omdat de Cuy tegen 7 uur besteld is.

We gaan ons in ons hotel snel wat andere kleren aandoen en trekken naar een restaurant waarvan Christian weet dat de cuy er goed is. Ik denk er nu plots aan, heb ik al uitgelegd wat cuy juist is? Neen? Dan zal ik dat nu moeten doen. Cuy is een delicatesse in heel Latijns Amerika. Men kan het in gespecialiseerde restaurants in Colombia, Peru en Ecuador vinden en het is …. Guinees biggetje. Ik heb cuy al eens op onze Peru reis geprobeerd, maar toen was het niet enorm meegevallen. Het beest was toen niet voldoende gaar waardoor ik al vrij snel het eten van de cuy voor bekeken had. Hier heeft Christian gezegd dat ik het absoluut nog eens moest proberen.  We bestellen één cuy voor ons drieën ( is normaal voor twee personen) en nemen er nog een lamsgerecht bij kwestie van een back-up plan te hebben. De cuy die we hier voorgeschoteld krijgen is qua smaak goed en is ook voldoende gaar om van de beentjes te gaan, heeft een krokant korstje maar is voor mij toch wat te veel gepruts om een culinaire topper te zijn. In dat opzicht is er een analogie met kikkerbilletjes en kwartels en allerlei klein grut, waar ik me moeilijk kan mee bezighouden.

Als beloning voor Gertrude’s bereidheid om de cuy te proberen krijgt ze een ijscrème van dezelfde zaak als gisteren. Deze keer neemt ze een Bom Bom Premium omdat daarvan gezegd wordt dat het double chocolate is. Jammer genoeg is deze Bom Bom Premium niet zo lekker als de ijscrème van gisteren maar wie niet waagt, niet wint en wie waagt, verliest soms. Met die gedachte zet ik me aan het schrijven in de wetenschap dat ik de blog niet zal kunnen sturen. We hebben dan wel een suite maar de WiFi werkt niet stabiel genoeg om iets te kunnen posten zonder frustratie.

Misschien morgen.

Reacties

Reacties

Els

Cuy is inderdaad geen culinair pareltje. Geen goede herinneringen aan 😕

Wilfried

Nog nooit in Schotland in Schotland geweest...hoog tijd om daar eens te gaan stappen met Gertrude!

Marc

dank voor de moeite voor postzegels met peten.Verder goede reis

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!