Ecuador: eerst Darwin achterna en daarna naar het hooggebergte en in de jungle.

Dag 21: Van Baños naar Riobamba (met de Whymper / Hermanos Carrel hut op Chimborazo)

Vandaag worden we niet wakker op de tonen van het Ecuadoraanse volkslied … omdat we al wakker zijn voor de eerste tonen uit de luidsprekers schallen. Nu we weer bij zijn met onze blog, kunnen we weer op een normaal uur slapen en worden we dus relatief vroeg wakker. En hadden we wel nog geslapen dan was het toch niet het nationale volkslied geweest dat ons gewekt zou hebben. Het is deze keer de Ecuadoraanse Luc Steeno die een optreden voor heel Baños doet. Het is duidelijk dat de schooldirecteur een beetje van alle markten thuis is. Na het ontbijt en een herschikking van de valies vertrekken we rond 9 uur Riobamba.

Het ziet ernaar uit dat Blauw / Wit weer gaat winnen van de Wolken (hopelijk volgt de Gantoise dit voorbeeld nu Hein de pijp aan Yvan gegeven heeft). We rijden in een grote cirkel rond de Tungurahua vulkaan. Dit doen we niet omdat hij op exploderen staat maar omdat dit de enige weg naar Riobamba (onze volgende overnachtingsplaats) is. In Ecuador is er altijd maar één weg van punt A naar punt B in tegenstelling tot bij ons, waar men altijd via allerlei alternatieve wegen kan rijden (en maar goed ook anders zouden de files nog langer zijn). De top van de Tungurahua is gedeeltelijk in de wolken gehuld. Christian zegt dat dit niet slecht is, want dat de top van de vulkaan meestal geheel onzichtbaar is. Rond 11 uur komen we aan op Punt B (op 2750 m hoogte) en checken we eerst in het hotel in alvorens onze weg verder te zetten. Mansion San Isabella is een zeer mooi hotel (achter een zeer gewone façade) en we hebben een zeer ruime en mooi ingerichte kamer.

We kunnen echter niet treuzelen, want we moeten vandaag de Chimborazo beklimmen (althans een deel ervan … en gelukkig het onderste deel). Voor we aan de beklimming beginnen moeten we eerst nog veel meer klimmen (gelukkig met de auto). De Chimborazo is 6268 m hoog en daarmee de hoogste berg van Ecuador. In Latijns Amerika staan veel grote kastaars. De hoogste is de Aconcagua op de grens tussen Argentinië en Chili die met zijn 6962 m maar net uit de categorie van de 7000’ers valt. Niet getreurd echter, de Ecuadoranen hebben er iets op gevonden: door de afplatting van de aarde is de hoogte van de Chimborazo  2000 m hoger dan de Everest als men in plaats van te rekenen vanaf de zeespiegel rekent vanaf het midden van de aarde. Van die spitsvondigheid (pun intended) staan Edmund Hillary en al zijn huidige navolgers wel eventjes te kijken. Enfin, voor ons moeten al die trucjes allemaal niet. Wij, die 91 m boven de zeespiegel zitten, als we boven in ons bureau zijn,  vinden 6268 m boven de zeespiegel al niet mis.

We rijden eerst tot aan de ingang van het nationaal park, waar we ons moeten registreren, maar de ingang is, net zoals in alle andere parken, met uitzondering van de Galapagos eilanden, gratis. Na die formaliteit rijden we verder op een brede aardeweg (te vergelijken met de hoofdwegen in Namibië) tot aan een parkeerplaats en berghut. Die plaatsen zijn op 4800 m hoogte gelegen. Ongelooflijk dat we hier al even hoog staan als op de top van de Mont Blanc. Vanaf hier moet het te voet verder. We doen moedig onze bergschoenen aan en dat is voldoende om ons licht in het hoofd te laten voelen. Als we nu nog werkelijk licht zouden zijn zou de klim naar de tweede berghut “een wandelingetje in het park” zijn. We vrezen echter dat dit niet het geval zal zijn en besluiten dus wat op onze positieven te komen over een kopje Coca thee. Daarna beginnen we de tocht. Wat vanuit de auto leek als een klein heuveltje opstappen blijkt, wanneer men van wat dichter kijkt, minder mee te vallen dan verhoopt. Ik blijft netjes achter Gertrude (dat is niet moeilijk omdat ik regelmatig een foto van de omgeving neem wat me ook wat rust geeft) en zeg haar continu dat ze zo traag als ze kan moet stappen.  Pollé, Pollé. Op die manier halen we één voor één andere stappers in. Bij een groep Nederlanders is er één die ons horen praten heeft en zegt dat wij, Belgen, bevoordeeld zijn tov hen, de Nederlanders, omdat er in België bergen zijn. Ik wil geen boompje opzetten over de vraag hoe het dan komt dat Nederlandse renners mee kunnen spelen in het algemeen klassement van grote rondes dus plaats ik, à la Van Impe (die kon nog eens een berg oprijden), een demarrage die onze noorderbuur ter plaatse laat. Dat zal hem leren.

We bereiken na 40 minuten de berghut die 200 hoger ligt dan de vorige = 5000 m. Dat moet gevierd worden met een fotootje. Net wanneer Gertrude haar geluk de baas kan, zegt Christian dat wat hoger een lagune ligt en of we zin hebben tot daar te gaan. Gertrude weet haar euforie te onderdrukken en stapt moedig verder … tough cookie. Ze blijft Pollé Pollé verder stappen tot we de lagune (waar geen water meer instaat) bereiken. Nu zijn we op 5100 m … en dan tel ik nog niet van het centrum van de aarde !!! Nu is het welletjes geweest, want hierna is de beklimming een echte beklimming met koorden en crampons en wie weet wat nog allemaal. Wij gaan dus naar beneden wat ongeveer even lang duurt als naar boven omdat het pad bestaat uit vulkanische as en kleine steentjes. Op zoiets afdalen is Gertrude’s specialiteit niet, maar als ze een handje mag geven of de rugzak mag vasthouden lukt het wel. Beneden in de berghut eten we een empanada met een beker Coca thee en we kunnen er weer tegen voor een tijdje.

Op de terugweg naar Riobamba zien we nog zeer veel vicuña’s. Dit zijn familieleden van de lama’s en de alpaca’s maar zij geven veel fijnere wol. Christian weet te vertellen dat een paar kousen gemaakt van vicuña wol in Duitsland 1200 € kost. Als dat waar is (maar ik vrees van niet) dan steek ik twee kleine vicuñaakes in mijn valies en begin ik op één van de slaapkamers thuis (91 m boven de zeespiegel, want die beesten zijn gewoon op grote hoogte te leven) te kweken met die beesten. Na een deugddoende douche gaan we relatief vroeg eten in een Peruaans restaurant. Voor 25 $ eten we met zijn drieën een mixed grill voor twee en een beef chorizo die we met moeite opkrijgen, drinken we 2 grote bieren die we zonder moeite opkrijgen en kopen we een flesje artisanaal gemaakte chili saus. Hiermee heb ik het perfecte recept om rijk te worden: 2 vicuña’s ontvoeren uit Ecuador en er in Belgie mee kweken zodat we vicuñawollen sokken in Duitsland kunnen verkopen om dan ’s avonds in Riobamba te gaan eten. Met dit plan in gedachten gaan we slapen want morgen moeten we al om 5:30 ontbijten. We moeten namelijk om 8 uur de trein naar de “Nariz del Diablo” in Alausi nemen.

Slaapwel

Reacties

Reacties

Els

Ik zal de kroost verwittigen dat ze hun slaapkamers moeten afstaan aan jongere (en winstgevendere) modellen.

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!